E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2012:BX7177
LJN BX7177, Centrale Raad van Beroep, 11-1226 WWB

Inhoudsindicatie:

Intrekking en terugvordering bijstand: vermogen boven de vrijlatingsgrens. De dochter van appellante heeft van haar overleden vader een erfenis ontvangen. Appellante en haar minderjarige dochter vormden ten tijde in geding een gezin. Het college diende de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van het gezin. Dit betekent onder meer dat bij de bijstandsverlening aan het eenouder-gezin ook de vermogensbestanddelen van de minderjarige dochter in aanmerking moesten worden genomen. Appellante dient aannemelijk te maken dat zij niet beschikte of redelijkerwijs de beschikking kon krijgen over het betreffende vermogensbestanddeel, de erfenis. De Raad acht niet aannemelijk gemaakt dat L. ten tijde hier van belang bij uitsluiting het beheer voerde over de bankrekening van de minderjarige dochter. Dat appellante zonder machtiging van de kantonrechter in het geheel niet over de bankrekening zou hebben kunnen beschikken kan de Raad niet volgen. Allereerst heeft appellante geen objectieve verifieerbare gegevens overgelegd waaruit blijkt dat deze bankrekening tijdelijk was geblokkeerd of dat anderszins beperkingen golden ten aanzien van het opnemen van gelden van deze bankrekening. Voorts valt niet in te zien dat het door appellante aanwenden van een deel van het banktegoed voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige niet tot de normale beheersdaden behoorde zodat een machtiging reeds daarom niet was vereist. Verder valt evenmin in te zien dat appellante geen aanspraak zou kunnen maken op het ouderlijk vruchtgenot van die bankrekening.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie