E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8122
LJN BW8122, Centrale Raad van Beroep, 10-6807 AOW

Inhoudsindicatie:

Herziening ouderdomspensioen in een ouderdomspensioen voor een gehuwde, omdat appellant niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote.

Raad: Blijkens vaste rechtspraak is sprake van duurzaam gescheiden leven als bedoeld in art. 1, derde lid, onder b, van de AOW indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beiden of één hunner gewilde verbreking van de echtelijke samenleving, ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door hen beiden, althans door één hunner, als bestendig bedoeld is. Dit zal moeten blijken uit de feitelijke omstandigheden van het geval.

De Rb. heeft in de aangevallen uitspraak terecht overwogen dat bij gehuwden de status van gehuwd zijn leidend is, tenzij het tegendeel ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt.

De Raad volgt de Rb. in haar oordeel dat een dergelijke situatie zich in dit geval niet voordoet. Hierbij is doorslaggevend geacht dat uit de onderzoeksgegevens is gebleken dat appellant en zijn echtgenote gedurende de periode in geding hun financiën niet hebben gescheiden. Gezien deze mate van financiële verstrengeling kan niet worden gezegd dat appellant en zijn echtgenote ten tijde in geding ieder afzonderlijk hun eigen leven leidden als waren zij niet met de ander gehuwd, waardoor niet is voldaan aan het criterium van duurzaam gescheiden leven. Aan deze conclusie kan niet afdoen dat appellant en zijn echtgenote gevoelsmatig ieder hun eigen leven leidden, zonder een gezamenlijke huishouding te voeren, nu dit gegeven niet bepalend is voor de beoordeling of beide echtgenoten een afzonderlijk leven leiden alsof er geen huwelijk is.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie