< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Weigering om terug te komen van de afwijzing van het verzoek van appellante haar een Wajong-uitkering toe te kennen. Geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Uwv heeft terecht geen aaleiding gezien het oorspronkelijke besluit te herzien.

Uitspraak



09/3224 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 april 2009, 08/3246 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 maart 2010

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. D.P.F. Arens, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn aanvullende stukken ingediend, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2010. Appellante is, zoals aangekondigd, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de artikelen van de Wajong , zoals die luidden tot 1 januari 2010.

2. Het beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wajong genomen besluit van 3 juni 2008 (hierna: het bestreden besluit), waarbij het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 31 augustus 2007 ongegrond heeft verklaard. Het Uwv heeft, onder verwijzing naar een eerder besluit van 14 juni 2005, geweigerd om terug te komen van de afwijzing van het verzoek van appellante haar een Wajong-uitkering toe te kennen, omdat niet gebleken is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) die het Uwv aanleiding hadden behoren te geven om het oorspronkelijke besluit te herzien.

3. De rechtbank heeft, beslissend op het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep, als haar oordeel gegeven dat appellante bij haar verzoek geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb naar voren heeft gebracht.

4. In hoger beroep heeft appellante haar in beroep ingenomen standpunten herhaald.

5. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad voegt daaraan toe dat de door appellante in hoger beroep overgelegde stukken niet bij de rechterlijke beoordeling kunnen worden betrokken, omdat deze niet bij het Uwv bekend waren ten tijde van het nemen van het bestreden besluit.

6. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt.

7. Ten slotte acht de Raad geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb .

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2010.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.E. van Rooij.

KR


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature