< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Disciplinaire straf opgelegd van plaatsing in lageresalarisschaal voor de duur van 3 jaar. Ontheffing uit functie van wijkagent en plaatsing als basispolitiefunctionaris. Plichtsverzuim bestaande uit het meenemen van dames in dienstauto zonder functionele noodzaak en deze te zoenen. Geen sprake van dubbele straf. Voorbeeldgedrag. Integriteit. Betrokkene voldoet niet meer aan functie-eisen.

Uitspraak



07/5641 AW

07/5642 AW

07/6283 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 6 september 2007, 07/113 en 07/243 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Twente (hierna: korpsbeheerder)

Datum uitspraak: 26 februari 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Dammingh, advocaat te Woerden. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.J. van der Vaart, advocaat te Enschede, bijgestaan door mr. E.I. Bruinsma-van Straten en J.J. M. Rooijers, werkzaam bij de politieregio Twente.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellant was als senior basispolitiefunctionaris (salarisschaal 8) in de functie van wijkagent werkzaam bij de afdeling [afdeling 1] van het district [district 2] van de politieregio Twente. Appellant en een collega hebben in de nacht van [datum] 2006 tijdens een nachtdienst zonder functionele noodzaak twee vrouwen die op straat liepen meegenomen in de dienstauto. Eén van de vrouwen is naar huis gebracht, de andere vrouw is meegereden naar een melding in Glanerbrug. Na afhandeling van de melding zijn appellant en de collega naar een parkeerplaats gereden, waar zij enige tijd hebben gestaan. Zowel appellant als de collega hebben tijdens de autorit, dan wel op de parkeerplaats de vrouw gezoend. Nadat de vrouw bij de woning van de reeds eerder naar huis gebrachte vrouw was afgezet en geweigerd had appellant binnen te laten, heeft appellant nog enkele keren aangebeld. De vrouw heeft achteraf verklaard erg overstuur te zijn geraakt door de gebeurtenissen.

1.2. Bij besluit van 25 september 2006 heeft de korpsbeheerder appellant vanwege het begin juni 2006 gepleegde plichtsverzuim de disciplinaire straf opgelegd van plaatsing in salarisschaal 7 voor de duur van 3 jaar, ingaande 1 oktober 2006. Voorts is bij besluit van gelijke datum besloten, onder gelijktijdige intrekking van een besluit tot tijdelijke over-plaatsing, appellant met toepassing van artikel 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie (hierna: Barp) om redenen van dienstbelang met ingang van 1 oktober 2006 te ontheffen uit zijn functie van wijkagent bij de afdeling [afdeling 1] en te plaatsen als basispolitiefunctionaris bij de afdeling [afdeling 2] van het district [district 2]. Daarbij is tevens bepaald dat appellant de eerste drie jaren, te rekenen vanaf 1 oktober 2006, is uitgesloten van bevordering naar een functie waaraan een hogere salarisschaal is verbonden dan schaal 7.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 22 februari 2007 (hierna: bestreden besluit) zijn de besluiten van 25 september 2006 gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, voor zover de korpsbeheerder heeft besloten appellant gedurende drie jaar, te rekenen vanaf 1 oktober 2006, uit te sluiten van bevordering naar een functie met een hogere salarisschaal dan 7, verstaan dat de korpsbeheerder in zoverre een nieuwe beslissing op bezwaar zal nemen, en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Voorts zijn bepalingen over het griffierecht en de proces-kosten gegeven.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

4.1. Volgens appellant heeft de rechtbank terecht geconstateerd dat zijn beroep zich niet richtte tegen de opgelegde disciplinaire straf. Appellant ziet in dat hij in de bewuste nacht in juni 2006 verkeerd heeft gehandeld. Hij heeft er volgens hem van geleerd en hij accepteert de disciplinaire straf. Appellant acht het evenwel onbegrijpelijk dat hij door deze eenmalige ontsporing niet meer aan de eisen voor een seniorfunctie op het niveau van salarisschaal 8 zou voldoen. Overplaatsing naar een lagere functie is in zijn ogen dan ook niet nodig. Volgens appellant dient de overplaatsing hetzelfde doel als de opgelegde straf, te weten het herstel van vertrouwen in de integriteit. Voor een dergelijke dubbele bestraffing is volgens hem geen toereikende grondslag aanwezig. Verder treft deze overplaatsing hem onevenredig zwaar, omdat de degradatie zijn loopbaanperspectieven onevenredig aantast.

4.2. Gelet op de aard van de functie van wijkagent acht de Raad het niet onaanvaardbaar dat de korpsbeheerder voor die functie vertrouwen in de integriteit als een zwaarwegend functievereiste laat gelden. De omstandigheid dat appellant dat vertrouwen had geschonden en het feit dat de korpsbeheerder een mogelijke confrontatie van de betrokken vrouwen of hun bekenden met appellant in zijn functie van wijkagent in de binnenstad van Enschede wilde voorkomen, vormden naar het oordeel van de Raad voldoende grondslag om tot overplaatsing van appellant over te gaan.

4.3. De Raad is van oordeel dat de korpsbeheerder zich voorts op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat niet alleen de functie van wijkagent, maar iedere seniorfunctie op het niveau van salarisschaal 8 specifieke taken en verantwoordelijkheden met zich brengt, in welk verband de korpsbeheerder in het bijzonder het volgende aspect heeft genoemd: het aankunnen van de coach/mentorverantwoordelijkheid door onder meer integer te zijn in woord en daad en aantoonbaar positief voorbeeldgedrag te laten zien. De Raad acht het gedrag van appellant in de bewuste nacht, zeker nu het niet plaatsvond in een eenmalige opwelling, maar zich uitstrekte over een wat langer tijdsbestek, van dien aard dat de korpsbeheerder zich op het standpunt kon stellen dat appellant niet langer voldeed aan de functie-eisen voor een seniorfunctie op het niveau van salarisschaal 8, zodat plaatsing in een salarisschaal 7-functie aangewezen was.

4.4. Gelet op het vorenstaande is de Raad van oordeel dat de hier aan de orde zijnde overplaatsing niet gezien moet worden als een tweede, verkapte disciplinaire straf, maar berust op het in artikel 64 van het Barp aangegeven dienstbelang. De Raad is voorts van oordeel dat de betrokken functie aan appellant, in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten, in redelijkheid kon worden opgedragen.

4.5. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. De korpsbeheerder heeft met het besluit van 29 oktober 2007 uitvoering gegeven aan de aangevallen uitspraak. Appellant heeft gesteld dat de korpsbeheerder met dat besluit op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de aangevallen uitspraak en dat daartegen geen afzonderlijke grieven bestaan. Gelet hierop behoeft dat besluit thans geen bespreking meer.

6. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten in hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en B.M. van Dun als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2009.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature