U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

De minister heeft de TVL-aanvraag terecht afgewezen omdat deze te laat is ingediend. Het afwijzen van de aanvraag is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Dat de ondernemer ervan uit ging dat voor Q1 van 2022 een even lange aanvraagtermijn zou gelden als voor de eerdere openstellingen van de TVL, moet voor zijn rekening blijven.

Uitspraak



uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2023 in de zaak tussen

[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te Amsterdam (de ondernemer)

(gemachtigde: W.J. Smeding)

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat

(gemachtigden: mr. M.P. Beudeker en mr. H.G.M. Wammes)

Procesverloop

Met het besluit van 17 mei 2022 heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q1 van 2022 aangemerkt als een pro-forma-aanvraag, en deze aanvraag vervolgens afgewezen.

Met het besluit van 5 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.

De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 11 september 2023. Aan de zitting hebben de gemachtigde van de ondernemer en de gemachtigden van de minister deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding

1.1

Deze zaak gaat over een TVL-aanvraag die te laat is ingediend. Artikel 2.6.7 van de TVL bepaalt dat ondernemers hun aanvraag voor Q1 van 2022 uiterlijk op 31 maart 2022 vóór 17.00 uur konden indienen. Op dat moment sloot het digitale aanvraagsysteem en was het voor ondernemers in beginsel niet meer mogelijk een aanvraag in te dienen via dat systeem. De minister heeft voor ondernemers die te laat waren met hun aanvraag de mogelijkheid geopend om de reden voor de overschrijding van de aanvraagtermijn te melden. Na beoordeling daarvan werd in bepaalde gevallen het digitale aanvraagsysteem voor de betrokken ondernemers tijdelijk opnieuw geopend, zodat zij alsnog een aanvraag konden indienen.

1.2

Het geschil in deze zaak betreft de vraag of de minister de aanvraag terecht heeft afgewezen vanwege het niet tijdig indienen ervan.

1.3

Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.

Standpunt van de ondernemer

2 De ondernemer voert aan dat de TVL-aanvragen voor eerdere kwartalen konden worden ingediend tot zes weken na afloop van het desbetreffende kwartaal. Hij ging daarom ervan uit dat eenzelfde termijn ook voor Q1 van 2022 zou gelden en dat hij de aanvraag op 5 april 2022 nog tijdig kon indienen. De ondernemer vindt het opmerkelijk dat voor Q1 van 2022 een veel kortere aanvraagtermijn gold. Bovendien was deze korte aanvraagtermijn onnodig: gelet op de data waarop de minister de aanvraag heeft afgewezen en het bezwaar ongegrond heeft verklaard, had de minister ook met de oude aanvraagtermijn voldoende tijd gehad om de aanvragen af te handelen vóór 30 juni 2022, de datum waarop alle aanvragen vanwege Europese regelgeving verwerkt moesten zijn. Door zijn strenge opstelling gaat de minister voorbij aan het doel van de TVL, namelijk het helpen van ondernemers die door de coronacrisis in nood zijn gekomen. De onderneming is dan ook van mening dat de minister de aanvraag alsnog in behandeling moet nemen.

Standpunt van de minister

3 Volgens de minister is de (pro-forma-)aanvraag van de ondernemer terecht afgewezen, omdat de aanvraag na 31 maart 2022 en daarmee te laat is ingediend. Voor Q1 van 2022 is

31 maart 2022 als deadline gekozen, omdat het vanwege Europese regelgeving na 30 juni 2022 niet langer mogelijk was om TVL-subsidie te verlenen. Vóór die datum moest de minister dus alle verleningen van de TVL-aanvragen hebben afgerond. Met een aanvraagtermijn die afliep op 31 maart 2022 had de minister voldoende tijd om hieraan te voldoen. De sluitingsdatum wordt verder duidelijk genoemd in de TVL en is ook duidelijk gecommuniceerd op de website van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland. De TVL biedt geen ruimte om af te wijken van de aanvraagtermijn. Dat de aanvraagtermijn in eerdere subsidieperiodes pas eindigde na afloop van het desbetreffende subsidiekwartaal doet hieraan niet af. Van een ondernemer die aanspraak wil maken op een TVL-subsidie mag verwacht worden dat deze op de hoogte is van de geldende regelgeving. Van omstandigheden waardoor het te laat indienen van de aanvraag niet voor rekening van de ondernemer moet komen is niet gebleken.

Beoordeling door het College

4.1

Uit artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, gelezen in samenhang met artikel 2. 6.7 van de TVL, volgt dat de minister afwijzend op de aanvraag beslist als de aanvraag niet tijdig is ingediend. Te late indiening van een TVL-aanvraag is een dwingende afwijzingsgrond in de TVL voor alle kwartalen. De Algemene wet bestuursrecht, noch de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies (waarop de TVL gebaseerd is), biedt een grondslag om daarvan af te wijken.

4.2

Niet in geschil is dat de ondernemer de aanvraag op 5 april 2022, en derhalve niet voor het in de TVL opgenomen eindtijdstip, heeft ingediend. Voor de wijze waarop de minister omgaat met dergelijke aanvragen, verwijst het College naar zijn uitspraak van 13 juni 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:293, onder 6.1 tot en met 6.4). In aanvulling op wat onder 7.3 van die uitspraak is overwogen, merkt het College op dat het daarbij gaat om tegenwettelijk begunstigend beleid (contra-legembeleid), dat zijn grondslag vindt in het ongeschreven evenredigheidsbeginsel. Daaraan zal ook het bestreden besluit worden getoetst.

4.3

Het College ziet in het betoog van de ondernemer geen grond voor het oordeel dat het vasthouden aan de aanvraagtermijn in dit geval onevenredig of anderszins onrechtmatig is. Dat de ondernemer zijn aanvraag niet binnen de aanvraagtermijn voor Q1 van 2022 heeft ingediend, komt doordat hij ervan was uitgegaan dat voor Q1 van 2022 een even lange aanvraagtermijn zou gelden als voor de eerdere openstellingen van de TVL. Dit moet voor zijn rekening blijven. Zoals het College heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 23 mei 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:246), rustte op de minister niet de verplichting om de onderneming over (wijzigingen in) de TVL persoonlijk te informeren. De minister heeft terecht gesteld dat het de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer is om zich op de hoogte te stellen van de vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen. Het lag daarom op de weg van de ondernemer om tijdig kennis te nemen van de TVL en zijn aanvraag op tijd in te dienen. Niet is gebleken dat de ondernemer daartoe niet in staat was. De minister heeft erop gewezen dat de openstelling van de TVL voor Q1 van 2022 duidelijk was vermeld in de TVL en op zijn website. De ondernemer heeft dat ook niet betwist. Dat de ondernemer mogelijk negatieve financiële gevolgen ervaart door zijn te late aanvraag, maakt het bestreden besluit evenmin onevenredig.

4.4

Tot slot volgt het College de ondernemer niet in zijn stelling dat de minister door zijn strenge opstelling voorbij gaat aan het doel en de strekking van de TVL. TVL subsidies worden per kwartaal toegekend. Daarom dient de aanvraagtermijn die gekoppeld is aan de subsidieperiode juist een belangrijk doel van de TVL, namelijk het snel financiële steun bieden aan ondernemingen die hun vaste lasten moeten kunnen blijven betalen ondanks omzetverlies als gevolg van de coronamaatregelen.

Slotsom

5 Het College is op grond van het voorgaande van oordeel dat de minister de aanvraag terecht op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 2.6. 7 van de TVL heeft afgewezen, omdat niet is voldaan aan het vereiste dat de aanvraag tijdig is ingediend. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.L. van der Beek, in aanwezigheid van

mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2023.

w.g. H.L. van der Beek w.g. A.M. Slierendrecht

Bijlage

Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19

Artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a

1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag:

a. indien de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels […].

Artikel 2.6. 7, eerste en tweede lid

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf 08.00 uur op de in het eerste lid genoemde begindatum en zijn tijdig ingediend indien zij op de in het eerste lid genoemde einddatum vóór 17.00 uur zijn ontvangen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature