E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2021:495
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/1840

Inhoudsindicatie:

Meststoffenwet artikel 23, derde lid; het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP), artikel 1

Het College is van oordeel dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van het EP en dat de Nitraatrichtlijn voldoende grondslag biedt voor het stelsel van fosfaatrechten. Het College is met verweerder van oordeel dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. Wat appellante heeft aangevoerd over de noodzaak tot herstructurering van haar bedrijf heeft geen betrekking op de uitbreiding. Gelet op het late tijdstip van de investeringen en het ontbreken van een dringende of bedrijfseconomische noodzaak voor de uitbreiding, acht het College de investeringsbeslissingen niet navolgbaar. Het College volgt appellante al daarom niet in haar standpunt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie