E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2021:153
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/1485

Inhoudsindicatie:

Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet . Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Gezien het tijdstip van het nemen van concrete investeringsbeslissingen en het ontbreken van een bedrijfseconomische noodzaak of andere dwingende redenen daarvoor, acht het College die beslissingen, mede bezien in het licht van de afschaffing van het melkquotum en de maatregelen die in verband met die afschaffing te verwachten waren en waarover het College in de uitspraak van 23 juli 2019 (onder 6.7.5.4) heeft geoordeeld, niet navolgbaar. Dat de uitbreiding is aangegaan om het bedrijf toekomstbestendig te maken, kan niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheid. Verder is van belang dat vertragingen bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor rekening en risico van de melkveehouder komen, ook als de vergunningsprocedure is vertraagd door omstandigheden waarop de melkveehouder geen invloed heeft gehad.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie