E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2021:147
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/685

Inhoudsindicatie:

Meststoffenwet artikel 23, derde lid; Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet artikel 72, eerste lid (startersregeling); artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Appellante is in 2014 gestart met het bedrijfsconcept ‘sharemilking’ en met ingang van 1 april 2015, na de afschaffing van het melkquotum, met het opfokken van jongvee op locaties van melkveehouderijen die tussen 2009 en 2014 zijn beëindigd. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van bestaande vergunningen die op dat moment nog geldig waren van melkveebedrijven die waren beëindigd. Het College merkt, evenals verweerder, deze bedrijfsvoering van appellante aan als het herstarten van beëindigde melkveebedrijven. Anders dan appellante suggereert valt zij dan ook niet door willekeurig gekozen criteria, min of meer toevallig, buiten de reikwijdte van de startersregeling. Daardoor is het bij het bestreden besluit vastgestelde fosfaatrecht voor appellante te laag om de stalcapaciteit van haar vijf locaties volledig te benutten. Deze situatie acht het College vergelijkbaar met die van melkveehouders die in het licht van de afschaffing van het melkquotum hun bedrijf zijn gaan uitbreiden en die, omdat zij hun stallen op de peildatum 2 juli 2015 niet vol hadden staan, door het fosfaatrechtenstelsel hun stalruimte niet volledig kunnen benutten. Appellante is met haar nieuwe bedrijfsconcept doelbewust vooruitgelopen op de nieuwe, productiebeperkende regelgeving na de afschaffing van het melkquotum en heeft zij het risico aanvaard dat deze anders zou uitvallen dan gehoopt. Gelet hierop en gezien het tijdstip waarop de investeringen zijn gedaan, de omvang van de beoogde uitbreiding en het ontbreken van een bedrijfseconomische noodzaak of andere dwingende redenen daarvoor, acht het College die beslissingen niet navolgbaar. Appellante draagt zelf de risico’s die zijn verbonden aan haar investeringsbeslissingen en kan de nadelige gevolgen daarvan niet afwentelen op het collectief.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie