E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2021:12
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/1245

Inhoudsindicatie:

Meststoffenwet, artikel 23, derde en zesde lid. Eerste Protocol bij het EVRM, artikel 1.

Verweerder heeft artikel 23, derde lid, van de Msw juist toegepast door bij het vaststellen van het fosfaatrecht van appellante op de peildatum 2 juli 2015 uit te gaan van de dieraantallen die op die datum op het bedrijf aanwezig waren. Voor de door appellante gewenste toekenning van fosfaatrecht voor de zeven melkkoeien die zij kort na de peildatum heeft aangeschaft, bestaat geen wettelijke grondslag.

Verweerder heeft artikel 23, zesde lid, van de Msw juist toegepast en het beroep op de knelgevallenregeling terecht afgewezen, omdat de 5%-drempel niet wordt gehaald.

Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. Zij is in 2013 gestart met investeren in de groei van de veestapel door eigen aanwas. Ook is toen een tweede melkrobot geplaatst. Gezien het tijdstip waarop de investeringen zijn gedaan en het ontbreken van een bedrijfseconomische noodzaak of andere dwingende redenen voor het doen van die investeringen acht het College die beslissingen niet navolgbaar.

Het beroep is ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie