E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2020:158
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/755

Inhoudsindicatie:

Wet personenvervoer 2000 artikelen 82a en 82b; Taxiverordening Amsterdam 2012 artikel 2. 3

In de lijn van zijn uitspraak van 10 maart 2020, ECLI:NL:CBB:2020:140, is het College van oordeel dat het feit dat appellant met zijn taxi stil stond op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekend staande plaats in Amsterdam, zonder dat hij op dat moment bezig was met het ophalen of afzetten van klanten die bij hem een taxirit hadden besteld, de conclusie rechtvaardigt dat hij daar taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt. De beroepsgrond dat aan appellant voor dezelfde overtreding een strafbeschikking is opgelegd die wegens gebrek aan bewijs is ingetrokken en geseponeerd, slaagt niet, nu uit het sepot is niet op te maken wat de redenen voor de OvJ zijn geweest om in het geval van appellant over te gaan tot sepot wegens gebrek aan bewijs en gelet op het toetsingskader als in voormelde uitspraak vermeld, enige mate van twijfel, anders dan in het strafrecht, niet in de weg hoeft te staan aan de conclusie dat een taxichauffeur taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt in Amsterdam.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie