< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Verzoek beperkte kennisneming (artikel 8:29 van de Awb)

Uitspraak



beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 17/944

beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. L.J.L. Heukels),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. B.M. Kleijs).

Procesverloop

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 7 juli 2017.

In zijn uitspraak van 17 juli 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:381) heeft het College geoordeeld dat verweerder de Standard Operating Procedure (SOP) van RIKILT, thans Wageningen Food Safety Research (WFSR), aan appellante ter kennisname diende te verstrekken dan wel dat de SOP bij het WFSR ter inzage moest worden aangeboden. Volgens het College was kennisname van de informatie uit de SOP noodzakelijk voor appellante om een gemotiveerde reactie te kunnen geven op de uitslagen van laboratoriumonderzoeken. Destijds heeft verweerder niet concreet gemaakt dat de SOP een zodanig vertrouwelijk karakter had dat deze niet aan appellante kon worden verstrekt dan wel ter inzage kon worden aangeboden.

Verweerder heeft het stuk vervolgens ter inzage gelegd aan appellante. Appellante heeft het stuk ingezien bij het WFSR, en kan bekend worden geacht met de inhoud.

Verweerder hecht er echter aan dat de SOP fysiek op het WFSR blijft en dat slechts het College over een exemplaar beschikt. Verweerder heeft de SOP overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

2. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een van de partijen onevenredig kan schaden.

3. Blijkens de door verweerder gegeven toelichting bevat de betreffende SOP gegevens die de wijze van opsporing van strafbare feiten prijsgeven. Uit het document valt af te leiden op welke stoffen verweerder specifiek controleert en hoe hij dat doet. Hoewel dit document inmiddels is vervallen, komen de weergegeven technieken van opsporing volgens verweerder terug in SOP’s die thans nog wel van toepassing zijn. Verweerder acht het doorsturen van de SOP aan appellante, die daarmee onbeperkt hierover de beschikking krijgt, daarom niet wenselijk.

Het College erkent het zwaarwegende belang van verweerder van het geheimhouden van de opsporingstechnieken zoals neergelegd in de SOP dat met de beperkte kennisneming, en daarmee het niet toezenden van de SOP aan appellante, gemoeid is. Het College stelt verder vast dat in de onderhavige zaak de bijzondere situatie zich voordoet, die afwijkend is van de gangbare verzoeken op grond van artikel 8:29 van de Awb , dat appellante op basis van de eerder genoemde uitspraak van 17 juli 2018 kennis mocht nemen en ook heeft genomen van de inhoud van de SOP. Gelet op het zwaarwegende belang van verweerder alsmede de bekendheid van appellante met het betreffende stuk, meent het College dat de beperking van de kennisneming in dit geval gerechtvaardigd is. Verweerder hoeft de SOP daarom niet aan appellante toe te sturen.

Echter om er nu voor te zorgen dat partijen gedurende de procedure over en weer blijvend beschikken over dezelfde relevante informatie om de door hen gewenste positie in de procedure in te nemen zonder dat het evenwicht van partijen wordt verstoord, en zonder af te doen aan het belang van verweerder, dient ook thans aan appellante de mogelijkheid te worden geboden gedurende deze procedure, indien daar van haar zijde behoefte aan bestaat, de SOP (nogmaals) in te zien. Verweerder heeft verder niet gemotiveerd aangegeven dat deze mogelijkheid aan appellante niet meer zou moeten worden geboden.

4. Voorts gaat het College nog in op de gelakte versie die door verweerder bij het verzoek van artikel 8:29 van de Awb is overgelegd en waarvan het College begrijpt dat een dergelijk exemplaar ook ter inzage is gelegd aan appellante. In de SOP zijn een aantal namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR uitdrukkelijk weggelakt. Hetgeen verweerder hierover ter motivering van zijn geheimhoudingsverzoek heeft aangevoerd, is naar het oordeel van het College onvoldoende om deze beperking van de kennisneming gerechtvaardigd te achten. Voor wat betreft de namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR heeft verweerder slechts in algemene zin gesteld dat de kennisneming hiervan de persoonlijke levenssfeer van de desbetreffende personen aantast. Nu niet concreet en specifiek is gemotiveerd en ook anderszins niet is gebleken dat de kennisneming van de namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR in de SOP tot een onevenredig nadeel voor de betreffende personen zal kunnen leiden, is er geen reden om de beperking van de kennisneming van deze gegevens om die reden te rechtvaardigen.

Het verzoek om beperking van de kennisneming wordt daarom afgewezen voor zover dit verzoek ziet op de namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR in de SOP. Dit betekent dat verweerder een ongelakte versie van de SOP aan appellante ter inzage dient te leggen.

5. Nu appellante kennis heeft genomen van de SOP acht het College de toestemming van partijen om mede op de grondslag van dit stuk uitspraak te doen, hetgeen normaliter vereist is ingeval van beperking van de kennisneming, in dit geval niet noodzakelijk. Het stuk is immers bij alle partijen bekend.6. Verweerder is verplicht de SOP, met daarin de namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR, ter inzage te leggen aan appellante. Legt verweerder het stuk niet ongelakt ter inzage, dan kan het College daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen. Het College stuurt de gelakte versie niet terug aan verweerder nu het door verweerder toegestuurde document een samenvoeging van een gelakte en ongelakte SOP betreft. Het College heeft hiermee de beschikking over een ongelakt exemplaar van de SOP.

Beslissing

Het College:

- beslist dat beperking van de kennisneming van de SOP gerechtvaardigd is;

- beslist dat beperking van de kennisneming van de namen en handtekeningen van de medewerkers van de WFSR in de SOP niet gerechtvaardigd is;

- bepaalt dat verweerder een ongelakte versie van de SOP aan appellante ter inzage dient te leggen.

Aldus genomen door mr. T. Pavićević, in tegenwoordigheid van mr. C.H.R. Mattheussens als griffier, op .

w.g. T. Pavićević w.g. C.H.R. Mattheussens


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature