E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2019:478
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18/1901

Inhoudsindicatie:

Fosfaatrechten. Msw. Het College heeft in zijn uitspraak van 23 juli 2019 reeds overwogen dat voor melkveehouders al vanaf het moment dat bekend werd dat het melkquotum zou worden afgeschaft en bijgevolg een einde zou komen aan de begrenzing van mestproductie voor rundvee, redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat een ongeremde groei van de melkveehouderij niet mogelijk was en dat in verband met die afschaffing maatregelen te verwachten waren. Dit geldt ook voor appellant en dit had hem tot een zekere mate van voorzichtigheid bij het nemen van (investerings)beslissingen moeten nopen. Appellant heeft evenwel geopteerd voor een investering in een forse groei - het gaat in dezen om meer dan een verdubbeling van zijn veestapel - en heeft er tevens uiteindelijk voor gekozen om de groei van de veestapel niet al in de jaren na 2010, doch pas in de jaren rond de afschaffing van het melkquotum te doen plaatsvinden. De gevolgen van een zodanige aanpak behoren dan in het licht van hetgeen is overwogen in de uitspraak van 23 juli 2019 in beginsel tot het ondernemersrisico en dienen, nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, in dit geval voor rekening van appellant te blijven.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie