E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2019:476
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18/1828

Inhoudsindicatie:

Fosfaatrechten. Msw. De Nbw-vergunning is appellant op 6 oktober 2015 verleend. Appellant beschikte dus op de peildatum, 2 juli 2015, nog niet over alle voor het rechtsgeldig functioneren van de uitbreiding benodigde vergunningen en is op het verkrijgen van - in dit geval - de Nbw- vergunning vooruitgelopen met het doen van al dan niet omkeerbare investeringsbeslissingen. In dat geval is er, zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 9 januari 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:7), in beginsel geen ruimte om aan te nemen dat sprake is van een schending van artikel 1 van het EP. Dat appellant er bij het indienen van de vergunningaanvraag al zeker van zou zijn geweest dat hij aan alle vereisten zou voldoen, doet daaraan niet af. Dit uitgangspunt geldt ook wanneer dat voor appellant aanzienlijke financiële consequenties heeft. Dat van dit laatste sprake is, en dat, zoals appellant heeft gesteld, de toekomst van het bedrijf op het spel staat, is overigens niet aannemelijk gemaakt. De door appellant overgelegde financiële gegevens bieden namelijk onvoldoende inzicht in de mate waarin appellant wordt getroffen door het fosfaatrechtenstelsel en in hoeverre sprake is van causaliteit tussen dit stelsel en de door appellant gestelde onzekerheid omtrent de voortgang van zijn bedrijf.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie