E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2019:351
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19/408

Inhoudsindicatie:

Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). Vaststelling van een maximumprijs voor het geneesmiddel Apo-Go. Appellante (distributeur van Apo-Go in Nederland) voert onder meer aan dat het besluit van de minister onvoldoende gemotiveerd is en dat geen (kenbare) belangenafweging heeft plaatsgevonden. De minister heeft volgens appellante onvoldoende rekening gehouden met het door haar – uit de prijs van het geneesmiddel bekostigde – zorgprogramma, dat voorziet in begeleiding van de (zeer kwetsbare) patiënten door gespecialiseerde verpleegkundigen. Het College oordeelt dat het bekostigen van het zorgprogramma uit de prijs van het geneesmiddel buiten het bereik van de Wgp valt. Het College constateert dat appellante de aan haar geboden overgangstermijn vanaf 1 oktober 2018 niet ten volle heeft benut voor het voorbereiden van een andere wijze van bekostiging van het door haar bedoelde zorgprogramma. Appellante is wel actief geweest in het terugbrengen van de kosten die verband houden met het geneesmiddel zelf, maar is afwachtend geweest ten aanzien van de andere wijze van bekostiging van het zorgprogramma. Dat de door de minister geboden overgangstermijn onvoldoende is gebleken, dient onder deze omstandigheden voor risico van appellante te komen. Het beroep is ongegrond.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie