E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CBB:2019:340
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18/682

Inhoudsindicatie:

Wmg. Overtreding van art. 35 Wet marktordening gezondheidszorg (het in rekening brengen van een tarief voor een niet geldige prestatie dan wel het in rekening brengen van een hoger tarief dan door NZa is vastgesteld). NZa heeft daarvoor hoofdelijke boetes opgelegd aan de Nederlandse onderneming en aan de aandeelhouder/bestuurder die tevens de enige orthodontist is in die praktijk. De aandeelhouder/bestuurder van de Nederlandse praktijk heeft ook een eenmanszaak in Duitsland. Na een eerste gesprek in de Nederlandse praktijk, waarbij de consument een voorlopige kostenbegroting ontvangt waarin onder meer is vermeld dat een aparte overeenkomst afgesloten dient te worden voor het opstellen van een behandelplan door de Duitse praktijk, wordt vanuit de Duitse praktijk een behandelplan opgesteld, waarvoor een bedrag van € 420,-- in rekening wordt gebracht. Het College oordeelt dat het factureren van het behandelplan kan worden toegerekend aan de Nederlandse onderneming en dat de aandeelhouder/bestuurder als feitelijke leidinggever aan de overtredingen kan worden aangemerkt. Het moet voor appellanten evident zijn geweest dat zij zich aan de door NZa vastgestelde prestaties en maximumtarieven hadden te houden en dat die prestaties en tarieven niet via de Duitse praktijk kunnen worden omzeild. Het beroep wordt gegrond verklaard omdat verweerster de boete ten onrechte hoofdelijk heeft opgelegd aan de Nederlandse onderneming (een BV) en de orthodontist in persoon gezamenlijk en de rechtbank dat ten onrechte in stand heeft gelaten. Het College stelt afzonderlijke boetebedragen vast voor de Nederlandse onderneming en de daar werkzame orthodontist.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie