< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Auteursrecht. Cozzmoss vordert schadevergoeding wegens overname van krantenartikelen op website van gedaagde. Krantenartikelen zijn oorspronkelijke werken. Bewijsopdracht in verband met verweer dat toestemming is verleend. Beroep op persexceptie en citaatrecht verworpen. Onvoldoende gesteld om verdubbeling van vergoeding voor hergebruik toe te wijzen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 90011 / HA ZA 10-2897

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COZZMOSS B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

advocaat mr. V.J. Groot,

tegen

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

BELANGEN VERENIGING FUNDERINGS PROBLEMATIEK,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

advocaat mr. P. Beens.

Partijen zullen hierna Cozzmoss en BVFP worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 februari 2011,

- het proces-verbaal van comparitie van 18 mei 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Cozzmoss houdt zich bezig met de handhaving en exploitatie van auteursrechten van bij haar aangeslotenen.

2.2. Cozzmoss treedt in deze procedure op als lasthebber van de Volkskrant, Trouw, NRC en Sdu (hierna gezamenlijk aangeduid met ‘de kranten’).

2.3. BVFP behartigt belangen van eigenaren van woningen met funderingsproblemen.

2.4. BVFP heeft een website www.platformfundering.nl via welke zij haar leden en andere geïnteresseerden van informatie voorziet over funderingsproblematiek. Op de website worden onder andere activiteiten bekend gemaakt en allerlei informatie gepubliceerd zoals nieuwsbrieven, presentaties, overheidsrapporten enz.

2.4. BVFP heeft een aantal artikelen (verder ‘de artikelen’) uit de Volkkrant, Trouw, NRC en Cobouw geplaatst op haar website.

2.5. Bij brief van 2 februari 2010 heeft Cozzmoss BVFP gesommeerd om de artikelen van de website te verwijderen en heeft zij aanspraak gemaakt op betaling van

Euro 15.301, 40.

2.6. Direct daarna heeft BVFP de artikelen van haar website verwijderd.

3. Het geschil

3.1. Cozzmoss vordert kort gezegd:

- een verklaring van recht inhoudende dat BVFP inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht met betrekking tot de artikelen;

- een verbod van inbreuk op het auteursrecht van de kranten, met dwangsom;

- veroordeling van BVFP tot betaling van primair Euro 17.243, 85 of subsidiair

Euro 9.094, 95

- Euro 6.099, 89 aan kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de dag van het vonnis;

- een en ander zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.2. Zij legt daaraan ten grondslag dat de artikelen oorspronkelijke werken zijn in de zin van de Auteurswet en dat BVFP deze zonder toestemming van de kranten heeft verveelvoudigd en openbaar gemaakt.

3.3. BVFP voert als verweer aan:

- de artikelen zijn geen oorspronkelijke werken in de zin van de Auteurswet;

- zij had toestemming;

- zij had op grond van artikel 15 en /of 15a Auteurswet geen toestemming nodig;

- er is geen schade geleden, althans die is niet aan haar toerekenbaar, causaal verband ontbreekt, de hoogte wordt betwist en er dient te worden gematigd tot een “realistisch en redelijk” bedrag.

BVFP vordert veroordeling van Cozzmoss in de proceskosten conform artikel 1019h Rv groot Euro 11.835, 96, uitvoerbaar bij voorraad.

4. De beoordeling

Werken

4.1. Allereerst moet worden beoordeeld of de artikelen auteursrechtelijk beschermde werken zijn. Dat zijn zij in ieder geval als zij een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen (HR 4 januari 1991, LJN ZC0104 en HR 24 februari 2006, LJNAU7508). Het vereiste van het eigen, oorspronkelijk karakter houdt in, kort gezegd, dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een ander werk. Het vereiste van het persoonlijk stempel van de maker betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt te aan te wijzen. Het gaat hierbij om een kenmerk dat uit het voortbrengsel zelf is te kennen (HR 30 mei 2008, LJN BC2153).

4.2. BVFP voert aan dat de artikelen zijn opgebouwd uit andermans inbreng. Zij bedoelt daarmee te stellen dat de inhoudelijke informatie afkomstig is van derden. Dat is iets anders dan ontlening (overname) van de vorm. Dit betekent dat aan het eerste vereiste (oorspronkelijk karakter) is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan voorts niet worden gezegd dat de artikelen in het geheel geen persoonlijk stempel van de maker dragen. Cozzmoss wijst in dit verband terecht op de keuzes die zijn gemaakt wat betreft bewoording, alinea indeling, onderwerp, selectie van de inhoud e.d. Het gegeven dat de artikelen feitelijke informatie bevatten en dat daarin citaten voorkomen, zoals BVFP aanvoert, doet niet aan dit oordeel af.

4.3. Het voorgaande leidt ertoe dat BVFP de artikelen niet zonder toestemming van de kranten had mogen overnemen, tenzij zij zich op een beperking van de Auteurswet kan beroepen.

Toestemming

4.4. BVFP beroept zich op verkregen toestemming. Bij conclusie van antwoord voerde zij aan dat haar voorzitter, de heer van Wensen, in 2002 “diverse redacties” heeft gebeld met de vraag of BVFP artikelen betreffende funderings- en grondwater problematiek op haar website mocht plaatsen, en dat die redacties toen alle positief hebben gereageerd. Tijdens de comparitie heeft zij dit gepreciseerd in de zin dat tot de in 2002 gebelde redacties ook die van de onderhavige vier kranten behoorden.

4.5. Cozzmoss betwist dat er (mondeling) toestemming is verleend. De bewijslast rust op BVFP. Zij heeft nadrukkelijk bewijs van deze stelling aangeboden. De verklaring van B. Verspaget die door BVFP in het geding is gebracht, is onvoldoende om het bewijs nu reeds geleverd te achten. Daarom zal BVFP in de gelegenheid worden gesteld om te bewijzen dat zij in 2002 mondeling toestemming heeft gekregen van de kranten om voortaan artikelen betreffende funderings- en grondwater problematiek op haar website www.platformfundering.nl te plaatsen.

4.6. Als BVFP erin zal slagen het opgedragen bewijs te leveren heeft zij geen inbreuk op het auteursrecht van de kranten gemaakt en moeten de vorderingen van Cozzmoss worden afgewezen. Voor het geval zij het bewijs echter niet levert, wordt nu reeds het navolgende overwogen in verband met het beroep van BVFP op wettelijke beperkingen en in verband met de vorderingen.

Beperkingen

Persexceptie

4.7. Artikel 15 Auteurswet laat, kort gezegd, overname door de pers uit de pers vrij. Overname van nieuwsberichten door de pers is steeds vrij. Overname van artikelen over actuele economische, politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke onderwerpen door de pers is vrij, tenzij een auteursrecht voorbehoud is gemaakt. Andere inhoud van een persmedium valt buiten de bepaling.

4.8. Naar het oordeel van de rechtbank kan BVFP zich niet met succes op deze bepaling beroepen omdat haar website, althans het gedeelte daarvan waar de artikelen op stonden, niet kan worden beschouwd als “een dag- nieuws- of weekblad (…) of ander medium dat eenzelfde functie vervult” in de zin van deze bepaling. Het volgende is redengevend voor dit oordeel.

4.9. De artikelen (ongeveer 40 in totaal) zijn door de kranten gepubliceerd in de jaren 2004 tot en met 2010, zoals blijkt uit productie 4 bij dagvaarding. BVFP deelde tijdens de comparitie mee dat zij de artikelen steeds direct na verschijning op haar website heeft geplaatst en ze daar heeft laten staan, naast vele andere berichten (ongeveer 5 ordners vol) totdat zij ze in 2010 na de sommatie van Cozzmoss heeft verwijderd. Zoals BVFP beaamde ging het in feite om een archief waarin de artikelen jarenlang werden bewaard en raadpleegbaar waren. Er kon ook gebruik worden gemaakt van een digitale zoekfunctie; een opgegeven trefwoord leidde naar alle artikelen met titels waar het betreffende trefwoord in voorkwam.

4.10. Wellicht dat de website van BVFP óók gericht is op digitale nieuwsvoorziening, zoals BVFP aanvoert, maar het deel van die website waarop het hiervoor omschreven archief stond vervulde naar het oordeel van de rechtbank niet eenzelfde functie als een dag-, nieuws- of weekblad, maar de functie van archief. Anders dan BVFP aanvoert is het knipselkranten-arrest (HR 10 november 1995, LJN ZC1875) niet zonder meer van toepassing op een digitale knipselkrant, laat staan op een archief zoals dat van BVFP. Met de wet van 6 juli 2004 (Stb. 2004, 336) is onder meer beoogd artikel 15 Auteurswet technologieneutraal te formuleren door toevoeging van “of ander medium dat eenzelfde functie vervult”. De parlementaire geschiedenis van die wet biedt steun aan het oordeel dat een digitaal archief als dat van BVFP niet van de wettelijke beperking kan profiteren. Zo heeft de regering naar aanleiding van die uitbreiding onder meer opgemerkt “Dat betekent derhalve dat, zoals ook thans het geval is, bij opslag of aanbieding van een meer permanent karakter, waarbij een element van duurzame of tijdloze exploitatie een overheersende rol speelt, zoals bij archieffuncties, deze bepaling toepassing mist.” (MvT p. 39).

4.11. Zelfs als de website van BVFP wel als “medium dat eenzelfde functie vervult” zou moeten worden beschouwd, kan het beroep van BVFP op artikel 15 Auteurswet niet slagen. Tijdens de comparitie werd duidelijk dat BVFP zelf de artikelen hoofdzakelijk als achtergrondinformatie beschouwt; niet als nieuwsberichten. De rechtbank sluit zich op basis van een beschouwing van de artikelen en op basis van het geen volgens normaal spraakgebruik onder nieuws moet worden verstaan, bij die kwalificatie van BVFP aan. Hier en daar zit er wellicht een nieuwsbericht tussen, maar in overwegende mate gaat het om achtergrondinformatie en soms opinie.

4.12. Overname daarvan is niet toegelaten als de kranten een auteursrechtvoorbehoud hebben gemaakt. Dat hebben zij gedaan. Cozzmoss heeft dat gesteld en wat drie kranten betreft onderbouwd (productie 7 bij dagvaarding). BVFP betwist deze stelling op zichzelf niet, maar zij voert aan dat een algemeen voorbehoud onvoldoende is en dat het voorbehoud bij elk artikel moet zijn geplaatst. Dit slaagt niet. Het moet de gebruiker duidelijk kunnen zijn dat een voorbehoud is gemaakt, maar wat de plaats betreft worden geen bijzondere eisen gesteld (vgl. eerdergenoemde wet MvT p. 40).

Citaatrecht

4.13. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van citeren zoals bedoeld in artikel 15a Auteurswet . BVFP legde immers een uitgebreid archief aan van artikelen. Het aanleggen en toegankelijk houden van een archief is iets anders dan citeren.

Voor zover dit wel als citeren moet worden beschouwd geldt dat het niet in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. Veeleer moet worden geconcludeerd dat de artikelen een zelfstandige (archief)functie binnen de website hebben vervuld (vgl. HR 22 juni 1990, LJN AD1160). Dat de artikelen hetzelfde onderwerp hadden (funderingsproblematiek) als waarover BVFP het publiek via haar website wil informeren, doet niets af aan deze conclusie. Een uitgebreid duurzaam archief met complete artikelen kan ook niet worden beschouwd als persoverzicht als bedoeld in lid 2 van artikel 15a Auteurswet .

4.14. Conclusie is dat het beroep van BVFP op de persexceptie en het citaatrecht strandt. Dit betekent dat áls BVFP er niet in slaagt te bewijzen dat zij toestemming had (r.o. 4.5.), zij inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van de kranten. Voor dát geval wordt nu reeds het volgende overwogen in verband met de vorderingen.

Vorderingen

4.15.

Verklaring van recht, verbod

4.16. De verklaring van recht kan dan worden toegewezen. Het gevorderde verbod met dwangsom zal echter worden afgewezen, omdat BVFP direct na sommatie het hele archief heeft verwijderd (productie 2 bij conclusie van antwoord), zij tijdens de comparitie ondubbelzinnig heeft toegezegd niet nogmaals inbreuk te zullen maken en er geen aanleiding is om aan die toezegging te twijfelen.

Schadevergoeding

4.17. Het verweer dat geen sprake is van toerekenbaarheid omdat BVFP toestemming had kan niet slagen, omdat er van moet worden uit gegaan dat BVFP geen toestemming had, als zij het bewijs niet levert. Dat zij dacht een beroep op de persexceptie te kunnen doen kan haar evenmin baten, omdat zij behoorde te weten dat haar dat beroep niet toekwam.

4.18. Dat de kranten schade hebben geleden door gebruik zonder toestemming, ligt voor de hand. Hetzelfde geldt voor het causale verband tussen het handelen van BVFP en de schade.

4.19. De rechtbank neemt voor de begroting van de schade als uitgangspunt dat de kranten tenminste aanspraak hebben op voldoening door BVFP van een redelijke gebruiksvergoeding. Het gaat immers om hergebruik van krantenartikelen en uit productie 7 (bij dagvaarding) blijkt dat de Volkskrant, Trouw en Sdu aan toestemming voor hergebruik een vergoeding plegen te verbinden. Begroting van de schade op basis van die tarieven is daarom het meest in overeenstemming met de aard van de door deze kranten geleden schade. Dat deze tarieven daadwerkelijk door deze kranten plegen te worden bedongen als tegenprestatie voor toestemming tot hergebruik is niet betwist en wordt ondersteund door productie 7 bij dagvaarding.

4.20. Ten aanzien van de NRC geldt iets anders. De rechtbank begrijpt uit de stellingen van Cozzmoss dat het gevorderde freelance tarief het tarief is dat de NRC betaalt aan een auteur voor het schrijven van een artikel. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit tarief niet zonder nadere toelichting worden gehanteerd als maatstaf voor de begroting van een redelijke hergebruik vergoeding. Cozzmoss heeft die toelichting niet gegeven. Zij deelde slechts mee dat zij niet weet of de NRC dit tarief ook hanteert als vergoeding voor hergebruik. De rechtbank zal Cozzmoss daarom in de gelegenheid stellen om opgave te doen van het tarief dat de NRC voor hergebruik hanteert.

4.21. Het verweer van BVFP dat zij de artikelen niet geplaatst zou hebben als zij had geweten dat zij deze bedragen had moeten betalen, slaagt niet. Zij heeft ze immers wel geplaatst en langdurig geplaatst gehouden. Het feit dat BVFP geen commercieel oogmerk heeft doet hier niet aan af.

4.22. Cozzmoss stelt dat een verdubbeling van het conform de tarieven voor hergebruik berekende bedrag op zijn plaats is. Van Cozzmoss mag worden verwacht dat zij voldoende stelt om aan te kunnen nemen dat sprake is van een hogere schade dan de gederfde gebruiksvergoeding. Anders komt de verdubbeling neer op een boete, in plaats van schadevergoeding. Voor toewijzing van een boete is binnen het kader van artikel 27a Auteurswet geen plaats.

4.23. Het enkele feit dat het auteursrecht is geschonden/aangetast is onvoldoende. De daardoor veroorzaakte schade wordt in een geval als dit - waarin de rechthebbenden toestemming voor hergebruik tegen betaling plegen te geven - immers volledig gecompenseerd door de redelijke gebruiksvergoeding. Hetzelfde geldt voor de stelling van Cozzmoss dat de traffic naar de websites van de kranten is afgenomen. De rechtbank neemt wel aan dat de kranten extra schade lijden omdat zij door hergebruik zonder toestemming feitelijke zeggenschap verliezen, omdat het gebruik op het internet een grote vlucht kan nemen, en dat de kranten daardoor exploitatiemogelijkheden verliezen. Deze schade kan niet nauwkeurig worden begroot. Daarom schat de rechtbank de daardoor veroorzaakte schade op 25% van de redelijke gebruiksvergoeding.

4.24. Aan de Algemene Voorwaarden van de NVJ kan in dit geval geen betekenis worden toegekend, nu BVFP daar niet aan is gebonden en die voorwaarden betrekking hebben op de relatie krant-journalist, niet op de relatie krant-hergebruiker.

4.25. Cozzmoss vordert tevens administratiekosten. BVFP voert daartegen geen verweer. Die zijn dus toewijsbaar.

4.26. Met het beroep van BVFP op matiging tot een, zoals BVFP het noemt, “realistisch en redelijk” bedrag lijkt zij vooral te betwisten dat de volledige geleden schade een omvang heeft als door Cozzmoss is gesteld. Dat is iets anders dan een beroep te doen op matiging van de volledige schade. Voor het geval zij toch bedoelt een beroep te doen op matiging, kan dat niet slagen. BVFP heeft onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het feit dat zij geen commercieel doel dient is daarvoor onvoldoende.

Verder verloop van de procedure

4.27. BVFP wordt in de gelegenheid gesteld het in r.o. 4.5. omschreven bewijs te leveren. Hoewel de vaststelling van schade pas aan de orde is als BVFP niet in dat bewijs slaagt, zal Cozzmoss om proces-economische redenen nu reeds in de gelegenheid worden gesteld bij akte opgave te doen van het tarief dat de NRC hanteert voor hergebruik (r.o. 4.20.). Cozzmoss zal die akte kunnen nemen op de eerstvolgende roldatum. Vervolgens zal BVFP een antwoord-akte kunnen nemen op de eerste daarna volgende roldatum. BVFP zal dan tegelijkertijd opgave van getuigen enz. kunnen doen, zoals hieronder wordt bepaald.

4.28. Elke nadere beslissing wordt aangehouden tot na de bewijslevering.

5. De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 3 augustus 2011 om Cozzmoss in de gelegenheid te stellen bij akte opgave te doen van het tarief dat de NRC hanteert voor hergebruik;

draagt BVFP op om te bewijzen, desgewenst door middel van getuigen, dat zij in 2002 mondeling toestemming heeft gekregen van de Volkskrant, Trouw, NRC en Sdu om voortaan artikelen betreffende funderings- en grondwater problematiek op haar website www.platformfundering.nl te plaatsen;

stelt BVFP in de gelegenheid om op de eerste na 3 augustus 2011 volgende rolzitting

- een antwoord-akte te nemen, en

- bij akte bewijsstukken over te leggen en/of de namen en woonplaatsen van de voor te brengen getuigen op te geven en de verhinderdata van die getuigen en van beide partijen en hun raadslieden in de daarop volgende die maanden mee te delen;

bepaalt dat het eventuele getuigenverhoor zal worden gehouden voor mr. W.J.M. Diekman, die daartoe zal overgaan op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gebouw van de rechtbank aan het Steegoversloot 36 te Dordrecht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.M. Diekman en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.?


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature