Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

ZCelstraf (6 jaar) voor pooierboy.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector strafrecht

parketnummer: 13/529074-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 december 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in het Huis van Bewaring Demersluis te Amsterdam.

Raadsman mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 november 2009, 2 december 2009 en 9 december 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen [naam 1] en [naam 2] tot prostitutie heeft gebracht;

feit 2: samen met anderen [naam 3],[naam 4], [naam 1], [naam 5] en [naam 6] tot prostitutie heeft gebracht en dat hij uit die werkzaamheden opzettelijk voordeel heeft getrokken;

feit 3: samen met anderen er voor gezorgd heeft gezorgd dat [naam 6], [naam 4], [naam 7] en [naam 8] zich beschikbaar stelden voor prostitutie met als doel hen uit te buiten;

feit 3 subsidiair: samen met anderen heeft geprobeerd om er voor te zorgen dat [naam 8] zich beschikbaar stelde voor prostitutie met als doel haar uit te buiten;

feit 4: samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van witwassen;

feit 5: twee vrouwen tegen het gezicht heeft geslagen;

feit 6: [naam 6] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door haar met een honkbalknuppel te slaan;

feit 7: [naam 6] gedurende meerdere jaren heeft mishandeld;

feit 8: [naam 6] gedurende meerder jaren heeft bedreigd;

feit 9: geslachtsgemeenschap met [naam 9] heeft gehad, terwijl zij in een staat van verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, op nader in het schriftelijke requisitoir omschreven gronden, op het standpunt gesteld dat de 9 aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Hierbij heeft zij zich gebaseerd op de diverse verklaringen van de slachtoffers en getuigen. Daarnaast heeft zij ook gewezen op de afgeluisterde telefoongesprekken, diverse observaties, mutaties en bevindingen zoals die zich in het dossier bevinden.

In de zaak met betrekking tot [naam 3] is de officier van justitie van oordeel dat er sprake is van medeplegen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, op nader in de schriftelijke pleitnotities omschreven gronden, op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten en dat verdachte berust in een veroordeling van de onder 5, 7 en 8 ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft er met betrekking tot de verklaringen van de slachtoffers [naam 1] en [naam 2] op gewezen dat hun verklaringen verre van betrouwbaar zijn en dat er voor hun verklaringen niet of nauwelijks ondersteunend bewijsmateriaal voorhanden is.

Met betrekking tot [naam 3] heeft de raadsman aangevoerd dat haar verklaringen dermate onsamenhangend, tegenstrijdig en onwaarschijnlijk zijn dat deze niet kunnen leiden tot bewijs. Bovendien is er volgens de raadsman in de rest van het dossier geen enkele ondersteuning voor haar verklaringen te vinden.

Met betrekking tot [naam 4] heeft de raadsman aangevoerd dat zij heeft verklaard dat zij in november 2004 naar Nederland is gekomen en dat zij vervolgens hier op eigen initiatief in de prostitutie gaan werken. Reden hiervoor was volgens [naam 4] dat ze in de prostitutie een eigen bedrijf kon starten en zo op een eenvoudige wijze legaal in Nederland kon werken. Daarvoor heeft ze advies ingewonnen bij een advocaat gespecialiseerd in het vreemdelingenrecht. Ze is begin november 2004 gaan werken in een bordeel in de Spuistraat. Later bij de rechter-commissaris verklaard ze hierover dat haar verklaring dat ze op eigen initiatief is gaan werken verkeerd is opgeschreven door de politie. Volgens de raadsman kan de rechtbank geen genoegen nemen met deze verklaring en haar eerste verklaring met betrekking tot haar eigen initiatief niet ter zijde leggen. De raadsman heeft bovendien gewezen op de verklaring bij de politie van 1 juli 2008 van [naam 4], die niet te rijmen valt met haar later afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris. Ze heeft bij de politie immers verklaard dat ze begin november 2004 in een bordeel werkte en dat ze haar verdiende geld zelf mocht houden.

De verklaring van [naam 4] dat ze begin november 2004 in Nederland is aangekomen komt niet overeen met het uittreksel uit de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat [naam 4] al op 3 december 2003 is ingeschreven met een prostitutiebedrijf. Uit diverse afgeluisterde telefoongesprekken tussen [naam 4] en verdachte blijkt aldus de raadsman niet dat zij door verdachte werd gedwongen.

Met betrekking tot [naam 5] ontbreekt het volgens de raadsman wederom aan objectief ondersteunend bewijs voor de door [naam 5] gestelde gebeurtenissen. De raadsman wijst op tegenstrijdigheden of ongerijmdheden in haar verklaring. Met name waar het gaat om de tijd, duur en het aantal dagen die ze werkte heeft [naam 5] tegenstrijdig verklaard, aldus de raadsman.

Met betrekking tot [naam 6] heeft de raadsman er allereerst op gewezen dat zij in tegenstelling tot andere meisjes geen belastende verklaring over verdachte heeft afgelegd. [naam 7] had en onderhoudt nog steeds een relatie met verdachte. Met betrekking tot het geweld en de bedreigingen die verdachte zou hebben gepleegd wordt opgemerkt dat, ook al zou dat geweld bewezen worden geacht, dit niet als dwangmiddel ten behoeve van mensenhandel kan worden aangemerkt. Het relationele geweld vond plaats naar aanleiding conflicten binnen de relatie en dat had niets te maken met haar prostitutie werkzaamheden. De raadsman heeft hierbij gewezen op uitspraken van andere rechtelijke college’s.

Naar de mening van de raadsman heeft verdachte weliswaar geprofiteerd van de gelden uit de werkzaamheden van [naam 7], maar dat was andersom ook het geval. Bovendien is het niet strafbaar om van het geld van je partner te leven, zolang zij daarmee instemt, aldus de raadsman.

Voor de verklaring van [naam 7] is volgens de raadsman geen ondersteunend bewijs voorhanden. Ook de verklaring van [naam 8] vindt volgens de raadsman geen steun in andere bewijsmiddelen. Met betrekking tot [naam 8] is ook nog aangevoerd dat ze niet daadwerkelijk achter het raam heeft gestaan en dat er hooguit sprake is van de onder 3 subsidiair ten laste gelegde poging.

Nu verdachte van de hiervoor genoemde feiten dient te worden vrijgesproken kan er ook geen veroordeling volgen van het onder 4 ten laste gelegde witwassen.

Met betrekking tot de onder 6 ten laste gelegde zware mishandeling heeft de raadsman er op gewezen dat medische informatie in het dossier ontbreekt. Dat de arm van [naam 7] daadwerkelijk gebroken is valt dan ook niet vast te stellen. Voorts bevindt zich in het dossier geen bewijs voor deze zware mishandeling in de maand augustus 2008. De raadsman heeft er voorts op gewezen dat verdachte heeft erkend dat hij [naam 7] wel eens een tik heeft gegeven, maar niet met een hard voorwerp. De raadsman heeft er ook op gewezen dat de door verdachte gedane bedreigingen door [naam 7] niet serieus werden genomen.

Met betrekking tot het slachtoffer [naam 9] heeft de raadsman betoogd dat er redenen genoeg zijn om aan te nemen dat er vrijwillig seksueel contact heeft plaatsgevonden.

De raadsman heeft gelet op hetgeen door hem is aangevoerd verzocht om verdachte vrij te spreken van alle ten laste gelegde feiten. Verdachte berust in een veroordeling van de feiten 5, 7 en 8.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Overweging ten aanzien van de getuige [naam 10]

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat in beginsel juist is dat de verdediging geen goede gelegenheid heeft gehad [naam 10] te bevragen. De rechtbank wijst echter het verzoek tot het alsnog horen van [naam 10] af op grond van de volgende redenen:

- de rechtbank acht het onaannemelijk dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen;

- de rechtbank is van oordeel dat de gezondheid en het welzijn van de getuige door het afleggen van een verklaring ter terechtzitting in gevaar wordt gebracht, en het voorkomen van dit gevaar zwaarder weegt dan het belang de getuige ter terechtzitting te ondervragen.

Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de mededeling van de officier van justitie dat voornoemde getuige onvindbaar is en met de gang van zaken tijdens haar verhoor bij de rechter-commissaris, zoals uit het proces-verbaal van verhoor is gebleken.

Overweging ten aanzien van de wijze van verbaliseren

De rechtbank heeft geconstateerd dat in het onderzoek "Judo", waarin verdachte als een van de subjecten van onderzoek naar voren komt, meermalen door diverse bij het onderzoek betrokken verbalisanten een gevolgtrekking wordt verbonden aan hun onderzoeksbevindingen; zo komen passages als "....hieruit blijkt dat ...." en "….hieruit volgt dat ...." met zekere regelmaat voor.

De rechtbank acht dit ongewenst. Opsporingsambtenaren dienen hetgeen zij bij hun onderzoek hebben geconstateerd in een ambtsedig proces-verbaal neer te leggen. Daarin dient verslag te worden gedaan van feiten of omstandigheden die de verbalisant zelf heeft waargenomen of ondervonden, waarbij hij ook zoveel mogelijk de redenen van wetenschap dient op te geven. Dit volgt ook uit artikel 153, tweede lid, WvSv .

Het trekken van conclusies is bij uitstek een taak van het Openbaar Ministerie en -bij een eventuele berechting- de rechter.

De rechtbank zal evenwel thans geen gevolgen verbinden aan deze wijze van verbaliseren, nu de rechtbank van oordeel is dat zij zelf in staat is zelfstandig de inhoud van de diverse processen-verbaal te kunnen beoordelen en daaruit al dan niet gevolgtrekkingen te maken.

De rechtbank volstaat dan ook met deze constatering

Overwegingen ten aanzien van de eerste verklaringen van verdachte

De rechtbank stelt met de raadsman en de officier van justitie vast dat verdachte direct na zijn aanhouding op 26 november 2008 door de politie is verhoord. Voorafgaand aan dit verhoor heeft verdachte geen raadsman geraadpleegd en verdachte is ook niet gewezen op zijn recht daartoe. De rechtbank zal deze verklaring, mede gelet op de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2009 (www.rechtspraak.nl, LJN: BH3079), niet gebruiken voor het bewijs.

Bewijsoverweging feit 1

Algemeen

In de voetnoten waar hieronder naar wordt verwezen is steeds het zaaksdossier in het onderzoek Judo bedoeld van het betreffende slachtoffer tenzij anders is aangegeven.

Ten aanzien van [naam 1] (in de periode van 1 juli 1998 tot 30 september 2000)

[naam 1] heeft meermaals bij de politie en tweemaal bij de rechter-commissaris een verklaring is afgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze verklaringen zodanig consistent en doorspekt met details en worden deze op belangrijke onderdelen bevestigd door verklaringen van derden, dat deze als betrouwbaar en waarheidsgetrouw moeten worden gekwalificeerd. De rechtbank zal haar verklaringen dan ook als uitgangpunt hanteren bij de bewezenverklaring.

[naam 1], geboren op [geboortedatum] 1980, heeft verklaard dat zij vanaf haar 17e jaar een relatie met verdachte had. Zij werkte toen in een kroeg. Hij bleef haar opzoeken, besteedde veel aandacht aan haar en uiteindelijk is zij voor hem gevallen. Zij moest van hem stoppen met het werken in de kroeg. Ook zei verdachte haar geen contact meer met haar familie te onderhouden want die deden volgens verdachte toch niets voor haar. Ze kon toen bij verdachte gaan wonen. Verdachte bleef altijd bij haar zodat [naam 1] niet naar oude vrienden kon. Na drie maanden verkering kwam [naam 1] met verdachte in een flat met prostituees die voor verdachte en een ander zouden werken. Later stelt verdachte haar voor die weg te doen en dat [naam 1] dan voor hem in de prostitutie zou gaan werken om samen iets op te bouwen. [naam 1] voelde zich speciaal omdat hij voor haar die meiden weg wilde doen. Verdachte vertelde haar dat hij schulden had.

Toen zij 18 jaar werd, heeft verdachte haar voorgehouden om samen een goed leven te gaan maken waarmee verdachte bedoelde dat [naam 1] in de prostitutie zou gaan werken. Dit kwam steeds in de gesprekken terug. Het werken in de prostitutie zou zijn voor hun gezamenlijke toekomst met een groot luxe huis in Marokko waar zij zouden gaan wonen. Zij is door verdachte overtuigd. Vervolgens is [naam 1] binnen een maand nadat zij 18 jaar was geworden in de prostitutie gaan werken. Zij heeft dit werk gedaan vanaf 1998 tot en met plus minus 2001. Dit was raamprostitutie en daarna hier en daar privé, in hotels en in het buitenland.

De eerste keer dat [naam 1] op de Wallen in Amsterdam in de prostitutie is gaan werken heeft verdachte condooms, lingerie, glijmiddel en badlakens gehaald en betaald. Verdachte bracht haar met zijn auto. Samen hebben zij geoefend hoe geld te vragen in een soort toneelspel. Tijdens het werk bleef verdachte in de buurt. Verdacht was 24 uur per dag bij haar. Tijdens het werk in Amsterdam met de auto voor de deur of aan de overkant.

Als [naam 1] tijdens haar werk bepaalde mensen niet binnen wilde laten, kwam verdachte om haar te beschermen.

Getuige [naam 11], de oma van [naam 1], verklaart dat [naam 1] een tatoeage had met de naam van verdachte en dat ze deze later heeft laten veranderen.

[naam 1] verklaart dat zij een tattoo op haar linkerarm heeft laten zetten in de periode dat zij ca. zes maanden achter het raam werkte. Het duidde aan dat anderen van haar moesten wegblijven.

Zij belde verdachte na ƒ 500 tot ƒ 1.000,-- dat werd dan door hem opgehaald. Hiervan kochten verdachte en zij kleding. Naderhand bleek hij achterstand met betalingen te hebben en ging het op aan zijn familie, ziektekosten en diverse auto’s.

Min of meer in het midden in de periode dat [naam 1] achter het raam werkte, heeft zij verdachte gemeld dat zij niet meer wilde. Toen is zij door verdachte in de auto gezet en heeft zij een pak slaag gehad.

Rond de kerst van het tweede jaar in de prostitutie verzette [naam 1] zich. Verdachte kwam op de snelweg met het idee dat als [naam 1] niet zou gaan, hij haar zou omleggen. Hij zou naar het meer rijden, haar doodschieten en in dat meertje dompelen. Vervolgens zijn verdachte en [naam 1] daar ook daadwerkelijk heen gereden. Daar heeft verdachte gezegd dat hij zijn moeder aan het bellen was om te zeggen dat het hem speet dat hij [naam 1] ging vermoorden. Verdachte stapte uit de auto en toen heeft [naam 1] de deuren op slot gedaan. Verdachte heeft toen een pistool tegen het raampje aan gezet. Daarop heeft [naam 1] met angst de deur weer open moeten doen. Er is een gesprek gevolgd dat zij geld nodig hadden en [naam 1] sorry moest zeggen dat ze niet had geluisterd.

Een andere keer heeft verdachte haar laten zien dat er kogels in het wapen zaten, het magazijn eruit gehaald en doorgeklikt. Verdachte heeft op bed het pistool gedurende enige tijd tegen de slaap van [naam 1] heeft aangehouden.

Tijdens haar menstruatie moest [naam 1] doorwerken. Verdachte zei haar dat zij het moest doen met een spons die zij moest inbrengen en heeft haar uitgelegd hoe dat werkte.

Ook kreeg zij afslankpillen, met een soort speed er in. Ze moest die wel nemen, want als zij zich niet genoeg inzette om te werken dan kreeg ze weer klappen.

[naam 1] moest ƒ 1.000 tot 1.500 per dag binnenbrengen. In het weekend draaide ze soms wel ƒ 3.000,-- per dag en werkte dan aan een stuk door.

De verklaringen van [naam 1] met betrekking tot een vlucht naar een Blijf van mijn Lijfhuis in november 1999 worden ondersteund door de verklaring van haar moeder en een mutatie uit het zogenoemde BPS systeem van de politie. Op 17 november 1999 registreert de politie onder meer dat [naam 1] met haar moeder op het bureau kwam en mede deelde dat zij met haar moeder in het Blijf van Mijn Lijf huis te Haarlem verbleef. De reden hiervan was haar vriend met wie zij drie jaar heeft samengeleefd. Haar vriend handelde in drugs en was tevens souteneur en werd de laatste tijd steeds geweldadiger.

Getuige [naam 12] heeft verklaard dat verdachte in de periode 1999-2003, een relatie had met [naam 1] die ook in de prostitutie werkte, en wie zij dagelijks sprak. Volgens haar gaven zowel [naam 1] als [naam 7] hun geld af aan verdachte. Dat was standaard en daar stond verdachte bekend om. [naam 1] werkte volgens [naam 12] de hele nacht en verdachte was steeds bij haar, werkte niet en had wel dure auto’s.

Ook getuige [naam 13] verklaart dat verdachte een meisje had die toen werkte en [naam 1] heette. Eenmaal heeft zij gezien dat hij [naam 1] sloeg en zag zij dat verdachte haar gewoon een paar tikken gaf en respectloos met haar om ging.

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank het tot prostitutie brengen van [naam 1] bewezen.

Ten aanzien van [naam 2] (in de periode van 1 september 1999 tot 31 januari 2000)

Meldingen in 2000

Op 15 januari 2000 is verdachte betrokken bij een incident bij de woning van [naam 2] in [woonplaats]. Als verdachte hierover door de politie wordt gehoord, verklaart hij onder meer dat hij sinds oktober 1999 een relatie heeft met [naam 2] en regelmatig in haar woning verblijft. De tevens bij dit incident betrokken [naam 14] verklaart over verdachte dat hij behoorlijk agressief kan zijn en [naam 2], die behoorlijk bang voor hem was, behoorlijk kon bedreigen. [naam 2] verklaart op 15 januari 2000 dat ze twee maanden een relatie met verdachte heeft gehad waar zij op 1 januari 2000 een eind aan heeft gemaakt.

In maart 2000 doet [naam 2] aangifte van bedreiging door haar ex vriend/pooier [verdachte] een dag eerder. [naam 2] verklaart dat zij destijds 5 dagen per week werkte, verdachte probeerde haar verdiende geld afhandig te maken en dat als zij geen geld gaf verdachte haar mishandelde.

Verklaringen in 2009

[naam 2] heeft op 20 januari 2009 bij de politie een verklaring afgelegd en op 14 september 2009 ten overstaande van de rechter-commissaris. Hieruit komt naar voren dat zij in 1999 reeds in de prostitutie in Amsterdam werkte en daar met verdachte in contact is gekomen. Zij had toen een relatie met een man. Verdachte had [adresnaam 2] gezegd als die man lastig werd dat zij verdachte moest bellen. Na een ruzie met hem heeft zij verdachte gebeld. Verdachte heeft [naam 2] opgehaald en naar een hotel gebracht waar zij drie a vier dagen heeft verbleven. In het hotel heeft verdachte haar gezegd dat zij weer kon gaan werken. Hij bracht haar naar Amsterdam en haalde haar ook weer op. Nadat de klant was weggegaan legde [naam 2] geld op een bepaalde plek. Verdachte kwam dan langs en nam het geld dan mee. Iedere avond heeft [naam 2] haar geld afgegeven. Dit was ƒ 1000 a ƒ 1500 door de week gemiddeld per avond en in het weekend ƒ 2000 a ƒ 2500 per avond. Verdachte heeft [naam 2] haar eerste xtc-pil gegeven. Het werden er steeds meer, en [naam 2] slikte pillen als zij ging werken. Verdachte heeft haar ook pillen laten verkopen aan klanten.

[naam 1] bevestigt dat tijdens haar raamperiode [naam 2] ook voor verdachte heeft gewerkt als prostituee.

Op grond hiervan acht de rechtbank bewezen dat verdachte [naam 2] tot prostitutie heeft gebracht.

Bewijsoverweging feit 2

Ten aanzien van [naam 3] (in de periode van 1 januari 2004 tot 1 januari 2005)

Aangifte

Op 10 december 2004, aangevuld op 17, 19 en 22 augustus 2005, is bij de politie Haaglanden aangifte gedaan door [naam 3] en zij is in 2009 tweemaal gehoord bij de rechter-commissaris. Weliswaar zijn de verklaringen soms afwijkend maar daar staat tegenover dat zij op andere onderdelen consistent zijn en bevestiging vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat haar verklaringen in zoverre als uitgangspunt voor de bewezenverklaring kan dienen.

[naam 3] verklaarde bij haar eerste aangifte op 10 december 2004 dat zij was gevlucht voor verdachte voor wie zij gedwongen in de prostitutie werkzaam was.

[naam 3] heeft, nadat zij door verdachte is meegenomen, bij verdachte thuis geslapen en ook later heeft zij daar wel geslapen. In de woning van verdachte was ook [naam 6], de vriendin van verdachte. De volgende morgen is [naam 3] onder andere met verdachte en [naam 7], kleding gaan kopen en heeft verdachte haar verteld dat zij er slecht uitzag en dat zij eerst naar de kapper moest. Vervolgens vertelde verdachte [naam 3] in het huis van verdachte dat ze die avond in Amsterdam moest gaan werken. Zij wilde dit niet maar voelde een zodanige druk van verdachte dat zij het gevoel had dat het geen zin had om tegen hem in te gaan. [naam 3] kon voor haar gevoel geen kant op. Verdachte had op dat moment haar paspoort afgepakt en [naam 3] had geen geld of ander onderdak. Verdachte heeft haar toen met [naam 15] in de geprepareerde BMW naar Amsterdam gebracht. Verdachte heeft voor haar condooms gekocht en de kamerhuur betaald. Aan het einde van de nacht is verdachte naar [naam 3] gegaan en heeft hij het door haar verdiende geld afgepakt. Zij heeft in die periode ongeveer twee maanden voor verdachte gewerkt en haar geld aan verdachte af moeten dragen. Gedurende haar werk werd stonden er hulpjes /oppassertjes van verdachte voor het pand waar zij werkte.

[naam 3] sliep in een hotel in Amsterdam aan de Zeedijk. De hotelkosten van € 70 per dag werden door verdachte betaald. Aan het einde van de nacht haalde verdachte haar op, nam haar geld af en bracht haar naar het hotel. Zij voelde zich voor hem niets anders dan een geldmachine. Verdachte zei [naam 3] dat als zij voor zichzelf wilde gaan werken zij haar paspoort kon terugkopen voor € 6.000. Na een tijdje is [naam 3] gevlucht naar Frankrijk. In de zomer van 2004 keerde zij terug naar Nederland vanwege familieproblemen in Frankrijk. Na twee of drie 3 dagen voor zichzelf in de prostitutie te hebben gewerkt in Amsterdam, ontmoette ze verdachte weer en begon alles opnieuw. Verdachte behandelde haar aanvankelijk poeslief, hield haar voor dat zijn relatie met [naam 6] over was en zei dat [naam 3] nog harder moest werken om zo voor haar een appartement te kunnen huren. In deze tweede periode heeft zij drie of vier maanden voor verdachte gewerkt en is daarna naar Den Haag gevlucht.

[naam 3] moest ook met verdachte seks hebben, soms voor de ogen van zijn vrienden. Verdachte bepaalde haar werktijden, veelal van 19.00 tot 04.00 uur. Zelfs als [naam 3] ongesteld was, moest zij werken. De verdienste waren op een slechte dag € 400 a 500 en normaal tussen de € 500 en 750 per dag. Verdiensten die verdachte aan het einde van de werkdag in de kamer van [naam 3] op kwam halen.

Verdachte heeft [naam 3] meermalen geslagen. Met een vuilnisbak op haar verjaardag, een kopstoot met zijn hoofd tegen haar wenkbrauw, na welk voorval er contact met de politie was, en een keer nadat zij koffie over [naam 5] had gegooid.

Dit laatste incident vindt bevestiging in de verklaring van [naam 5]. [naam 5] heeft verklaard dat zij door verdachte was meegenomen naar een woning in Den Haag en daar die avond met een Frans sprekende meisje aan de praat raakte. Dit Frans sprekende meisje herkende [naam 5] op de foto als [naam 3]. Die avond kreeg [naam 5] ruzie met haar omdat verdachte niet alleen haar vriendje maar ook het vriendje van [naam 3] bleek te zijn. Tijdens de ruzie kreeg [naam 5] door toedoen van [naam 3] hete thee over zich heen en dit heeft [naam 5] tegen verdachte gezegd. Vervolgens hoorde [naam 5] in de kamer naast haar dat verdachte [naam 3] in elkaar sloeg. [naam 5] hoorde [naam 3] hard schreeuwen en hoorde het geluid van slaan. Later zag ze [naam 3] huilend in de kamer zitten. [naam 5] wist dat [naam 3] in de prostitutie werkte omdat zij haar later achter het raam had zien staan in de Stoofsteeg te Amsterdam.

Op 31 juli 2004 trof de hoofdagent van politie [naam 16] bij de Oudekennissteeg in Amsterdam [naam 3] met 2 blauwe ogen in het bijzijn van verdachte. Later maakt de hoofdagent een praatje met [naam 3] en vertelde zij hem dat ze min of meer gedwongen werd maar zeer bang is en dat het oog blauw is geslagen door die pooier. Uit angst kan ze niet te veel vertellen.

De rechtbank acht hierdoor bewezen dat verdachte [naam 3] tot prostitutie bracht en daar voordeel uit heeft getrokken.

Ten aanzien van [naam 4] (in de periode van 1 oktober 2004 tot 1 januari 2005)

[naam 4] verklaart dat zij op 20 jarige leeftijd alleen naar Nederland is gekomen. Voordat zij verdachte had ontmoet werkte zij niet in de prostitutie. Verdachte stelde haar voor in de prostitutie te gaan werken en zei haar dat het goed verdienen is in de prostitutie. [naam 4] begon met het werken in de prostitutie in oktober/november 2004 in de Spuistraat in Amsterdam en nadat verdachte haar zei dat ze naar de Wallen moest gaan omdat het daar beter verdienen was , is zij kerst 2004 daar gaan werken. In december 2004 begon zij geld aan verdachte te betalen. Verdachte zei dat hij dit wilde lenen en terug zou betalen maar zij heeft dat niet teruggekregen. Ook hield verdachte haar voor dat hij een serieuze relatie met haar wilde en ze samen geld zouden gaan sparen. Verdachte kwam vaak op haar kamer om te vragen hoe het werk ging en ziek of niet, zij moest blijven werken.

Uit een uittreksel uit de kamer van koophandel blijkt dat [naam 4] zich met ingang van 3 december 2003 heeft ingeschreven als prostitutiebedrijf met als adres [adres]. Per 27 december 2007 zijn volgens dit uittreksel de activiteiten gestaakt. De rechtbank acht gelet op de verklaringen van [naam 4] voldoende aannemelijk dat het in het uittreksel genoemde jaartal van inschrijving abusievelijk 2003 is en feitelijk 2004 moet zijn bedoeld. Het genoemde adres is een woning van verdachte welke hij een periode aan [naam 4] voor onderdak in gebruik heeft gegeven.

Ten aanzien van [naam 1] (in de periode van 30 september 2000 tot 1 januari 2005)

Toen zij 18 jaar werd, heeft verdachte haar voorgehouden om samen een goed leven te gaan maken waarmee verdachte bedoelde dat [naam 1] in de prostitutie zou gaan werken. Dit kwam steeds in de gesprekken terug. Het werken in de prostitutie zou zijn voor hun gezamenlijke toekomst met een groot luxe huis in Marokko waar zij zouden gaan wonen. Zij is door verdachte overtuigd. Binnen een maand nadat zij 18 jaar was geworden is [naam 1] in de prostitutie gaan werken.

[naam 1] heeft het prostitutiewerk verricht vanaf 1998 tot en met plus minus 2001. Aanvankelijk een periode raamprostitutie en daarna hier en daar privé, in hotels en in het buitenland.

Verdachte bracht haar veelal met zijn auto en bleef tijdens het werk in de buurt. Tijdens het werk in Amsterdam met de auto voor de deur of aan de overkant. Als [naam 1] tijdens haar werk bepaalde mensen niet binnen wilde laten, kwam hij om haar te beschermen.

Getuige [naam 11], de oma van [naam 1], verklaart dat [naam 1] een tatoeage had met de naam van verdachte en dat ze deze later heeft laten veranderen.

[naam 1] verklaart dat zij een tatoeage op haar linkerarm heeft laten zetten in de periode dat zij ca. zes maanden achter het raam werkte. Het duidde aan dat anderen van haar moesten wegblijven.

Zij belde verdachte als zij ƒ 500 tot ƒ 1.000,-- had verdiend. Verdachte haalde dat op. Hiervan kochten verdachte en zij kleding. Naderhand bleek hij achterstand met betalingen te hebben en ging het op aan zijn familie, ziektekosten en diverse auto’s.

Min of meer in het midden in de periode dat [naam 1] achter het raam werkte, heeft zij verdachte gemeld dat zij niet meer wilde. Toen is zij in de auto gezet, en heeft zij een pak slaag gehad.

Rond de kerst van het tweede jaar in de prostitutie verzette [naam 1] zich. Verdachte kwam op de snelweg met het idee dat als [naam 1] niet zou gaan hij haar zou omleggen. Hij zou naar het meer rijden, haar doodschieten en in dat meertje dompelen. Vervolgens zijn verdachte en [naam 1] daar ook daadwerkelijk heen gegaan. Daar heeft verdachte haar gezegd dat hij zijn moeder aan het bellen was om te zeggen dat het hem speet dat hij [naam 1] ging vermoorden. Verdachte stapte uit de auto en toen heeft [naam 1] de deuren op slot gedaan. Verdachte heeft toen een pistool tegen het raampje aan gezet. Daarop heeft [naam 1] met angst de deur weer open moeten doen. Er is een gesprek gevolgd dat zij geld nodig hadden en [naam 1] sorry moest zeggen dat ze niet had geluisterd.

Een andere keer heeft verdachte haar laten zien dat er kogels in het wapen zaten, het magazijn eruit gehaald, dan even door geklikt en een hele poos op bed het pistool tegen de slaap van [naam 1] aangehouden.

Tijdens haar menstruatie moest [naam 1] doorwerken. Verdachte zei haar dat zij het moest doen met een spons die zij moest inbrengen en heeft haar uitgelegd hoe dat werkte.

Ook kreeg zij afslankpillen, met een soort speed er in. Ze moest die wel nemen, want als zij zich niet genoeg inzette om te werken dan kreeg ze weer klappen.

[naam 1] moest ƒ 1.000 tot 1.500 per dag binnenbrengen. In het weekend draaide ze soms wel ƒ 3.000,-- per dag en werkte zij aan 1 stuk door. [naam 1] heeft alles afgedragen. Als beloning kreeg [naam 1] een hondje in die tijd.

De verklaringen van [naam 1] met betrekking tot een vlucht naar een Blijf van mijn Lijfhuis in november 1999 worden ondersteund door de verklaring van haar moeder en een mutatie uit het BPS systeem van de politie. Op 17 november 1999 registreert de politie onder meer dat [naam 1] met haar moeder op het bureau kwam en mede deelde dat zij met haar moeder in het Blijf van Mijn Lijf huis te Haarlem verbleef. De reden hiervan was haar vriend met wie zij 3 jaar heeft samengeleefd. Haar vriend handelde in drugs en was tevens souteneur en werd de laatste tijd steeds geweldadiger.

Getuige [naam 12] heeft verklaard dat in de periode 1999-2003, verdacht met [naam 1] ging die ook in de prostitutie werkte, en wie zij dagelijks sprak. Volgens haar gaven zowel [naam 1] als [naam 7] hun geld af aan verdacht. Dat was standaard en daar stond verdachte bekend om. [naam 1] werkte volgens [naam 12] de hele nacht en verdachte was steeds bij haar, werkte niet en had wel dure auto’s.

Ook getuige [naam 13] verklaart dat verdachte een meisje had die toen werkte en [naam 1] heette. Eenmaal heeft zij gezien dat hij [naam 1] sloeg en zag dat verdachte haar gewoon een paar tikken gaf en respectloos met haar om ging.

Ten aanzien van [naam 5] (in de periode van 1 juli 2004 tot 1 januari 2005)

Op 13 juli 2004 zijn bij een controle zeden op de Oudezijds Achterburgwal werkend als prostituee [naam 5] en [naam 3] aangetroffen. Zij huurden ieder een kamer in het zelfde pand en verklaarden bij elkaar te wonen. [naam 5] en [naam 3] verklaren over en weer over een ontmoeting met elkaar nadat ze door verdachte in deze periode in een woning zijn gebracht en herinneren een incident over hete thee die [naam 3] over [naam 5] gooide waarop verdachte [naam 3] mishandelde. Tevens bevestigen zij naast elkaar in de prostitutie te hebben gewerkt.

[naam 5] en [naam 3] werkten in de zomer van 2004 in de prostitutie voor verdachte.

[naam 5] werkte in de prostitutie in Amsterdam toen verdachte haar zei dat hij haar kon helpen. Hij noemde zich Nino. In de zomer van 2004 heeft verdachte [naam 5] in zijn auto mee naar een hotel in Den Haag genomen. Hij heeft haar een andere sim-kaart laten nemen en haar gezegd dat ze vervolgens in Den Haag in de prostitutie kon werken. Er was ook een Frans spreken meisje, door [naam 5] herkend als [naam 3]. Na een dag is [naam 5] weer in Amsterdam gaan werken. Aan het einde van haar dienst kwam verdachte en vroeg haar hoeveel zij had verdiend. [naam 5] mocht € 50 zelf houden en de rest moest zij aan verdachte geven. Als [naam 5] ongesteld was, moest zij doorwerken en gebruikte daarbij een sponsje. Nadat zij te lang met een klant bezig was, heeft verdachte haar op het bed gesmeten waarbij [naam 5] op de stenen bedrand belandde en pijn voelde. Vervolgens werd zij met de vlakke hand op haar lichaam geslagen door verdachte. [naam 5] werkte twee maanden voor verdachte, zes dagen per week.

De rechtbank acht op grond hiervan bewezen dat verdachte [naam 5] tot prostitutie heeft gebracht en daar voordeel uit heeft getrokken.

Ten aanzien van [naam 6] (in de periode van 1 januari 2002 tot 1 januari 2005

Op 15 oktober 2002 meldt de moeder van [naam 7] dat haar dochter [naam 6] in de prostitutie werkt voor verdachte, dat [naam 6] dat niet langer wilde en door hem in een auto is getrokken en ontvoerd. Later die dag wordt zij in het prostitutie gebied in Den Haag achter een raam aangetroffen. [naam 7] bevestigt de ruzie met verdachte maar zegt dat dit is uitgepraat.

[naam 7] heeft verklaard dat toen haar vorige relatie eindigde zij met haar handen in het haar zat. Zij had een kind van drie jaar en heeft het aanbod van verdachte aangenomen, als zij in hoge nood kwam, een verblijfplaats te regelen. [naam 7] is toen een paar dagen bij vrienden van verdachte verbleven. Zij heeft toen een huis geregeld en is weer als prostitué gaan werken. In 2003 is verdachte bij haar gaan inwonen.

Gedurende de relatie met verdachte heeft [naam 7] vijf jaar in de prostitutie gewerkt. Het geld dat ze verdiende ging in een pot. Verdachte had altijd geld en werd geregeld op de Wallen gesignaleerd. Verdachte deed ook geld in de pot en [naam 7] en verdachte pakte hier uit. Uiteindelijk heeft [naam 7] niets aan het door haar verdiende geld overgehouden. Als zij zei dat ze bij hem weg wilde gaan, dreigde verdachte haar moeder lastig te vallen.

[naam 1] verklaart dat zij contact met [naam 7] had en dat [naam 7] haar zei dat ze voor verdachte werkte. [naam 7] wilde niet meer in de prostitutie werken maar durfde niet bij verdachte weg te gaan omdat hij vaak bij de school van haar kind stond en bang was dat haar zoon door verdachte zou worden ontvoerd. Dat was in 2004 of 2005.

Bewijsoverweging feit 3

Ten aanzien van [naam 6] (in de periode van 1 januari 2005 tot 26 november 2008)

Gedurende de samenwoning met verdachte heeft [naam 7] vijf jaar in de prostitutie gewerkt. Het geld dat ze verdiende ging in een pot. Verdacht had altijd geld en werd geregeld op de Wallen gesignaleerd. Verdachte deed ook geld in de pot en [naam 7] en verdachte pakte hier beiden uit. Uiteindelijk heeft [naam 7] niets aan het door haar verdiende geld overgehouden. Als zij zei dat ze bij hem weg wilde gaan dreigde verdachte haar moeder lastig te vallen.

Na een onderbreking is [naam 7] op 30 april 2007 weer in de prostitutie gaan werken op het Zandpad in Utrecht. Aan verdiensten hield zij € 1.300 tot € 1.400 over na aftrek van alle kosten.

[naam 1] verklaart dat zij contact met [naam 7] had en dat [naam 7] haar zei dat ze voor verdachte werkte. [naam 7] wilde niet meer in de prostitutie werken maar durfde niet bij verdachte weg te gaan omdat hij vaak bij de school van haar kind stond en bang was dat haar zoon door verdachte zou worden ontvoerd. Dat was in 2004 of 2005.

Onttrekking ouderlijk gezag

Uit tapgesprekken blijkt dat verdachte en [naam 7] op 19 mei 2008 ruzie hebben omdat zij niet thuis is gekomen. Verdachte haalt de zoon van [naam 7], genaamd [naam 17], op. Uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat verdachte tegen zijn vriend zegt dat dit zijn enige troef is en dat verdachte voornemens is met [naam 17] naar België te gaan en met hem een aantal dagen bij een bekende te verblijven. In een gesprek met deze man in Belgie zegt verdachte dat hij een vrouw heeft die is weggelopen en dat hij nu haar zoon heeft gepakt om haar bang te maken. Ook zegt verdachte in dat gesprek dat hij iets raars met haar zoon uit te halen maar dat hij dat niet gaat doen.

[naam 7] heeft verklaard dat ze samenwoont met verdachte, dat verdachte gebruik maakte van het geld dat zij verdiende en dat zij in het verleden meerdere malen door hem is geslagen bijna altijd op plaatsen waar het letsel niet zichtbaar is. Ook bedreigt hij haar in cryptische bewoording en dat hij [naam 17] wat zou aandoen. Zij doet aangifte van de onttrekking van haar zoon door verdachte. [naam 6] verklaart daarbij dat zij zich bedreigd en onveilig voelt en dat verdachte haar in het verleden meerdere malen heeft geslagen met voorwerpen, waaronder een honkbalknuppel.

Telefoongesprekken

Uit afgeluisterde telefoongesprekken op 19 mei 2008 blijkt dat verdachte het volgende zegt tegen:

- [naam 7]: Ga niet doen alsof ik dom ben. Ik kom daar en ik breek je hele kankergebit. […] Je bent een vieze kankerlijer. Ik slacht jou.

- Tegen de moeder van [naam 7]: Haha … als ik haar nu in mijn handen krijg.. ik snij haar helemaal open. Wat dacht u daarvan mamas?

Op 19 mei 2008 zegt [naam 7] tegen [naam 12]: ik kan niet naar huis want dan wordt ik zoals vorige keer in elkaar gebeukt.

Een bericht op 27 maart 2008 van [naam 7] aan verdachte luidt :

Jij kikt er op als me slaat met je knuppel… Moet je bij je andere hoeren doen die je in de mailing nemen … maar daar doe je het niet bij omdat je weet als je mij slaat dat ik niks doe en ook niet weg ga omdat ik niks heb .. zo heb je mij in je greep als een tiran.. je lijkt wel hitler maar dan tien keer erger

De rechtbank merkt op dat [naam 7] weliswaar ook ontlastend ten opzichte van verdachte heeft verklaard maar dat haar verklaringen op belastende onderdelen overtuigen, nu deze op onderdelen worden ondersteund door andere bewijsmiddelen die hiervoor zijn weergegeven. Daarbij sluit de rechtbank niet uit dat gelet op de langdurige relatie tussen haar en verdachte en het gewelddadige karakter daarvan zij nog immer onder invloed van verdachte verkeert. De rechtbank acht het onder feit 2 en feit 3 ten aanzien van [naam 6] tenlastegelegde, welke kort gezegd neerkomt op uitbuiting en het voordeel trekken uit haar prostitutie, bewezen.

Ten aanzien van [naam 4] (in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 mei 2007)

Op 21 juni 2007 doet [naam 4] op het kantoor van een kamerverhuurbedrijf aan verbalisanten mededeling dat zij aangifte wil doen van gedwongen prostitutie. Van januari 2005 tot april 2007 is verdachte haar pooier geweest aan wie zij al haar geld heeft afgegeven, € 4.000 tot € 8.000 per week.

[naam 4] verklaart dat zij op 20 jarige leeftijd alleen vanuit Roemenie naar Nederland is gekomen. Voordat zij verdachte had ontmoet werkte zij niet in de prostitutie. Verdachte stelde haar voor in de prostitutie te gaan werken en zei haar dat het goed verdienen is in de prostitutie. [naam 4] begon met het werken in de prostitutie in oktober/november 2004 in de Spuistraat en, nadat verdachte haar zei dat ze naar de Wallen moest gaan omdat het daar beter verdienen was , is zij kerst 2004 daar gaan werken. In december 2004 begon zij geld aan verdachte te betalen. Verdachte zei dat hij dit wilde lenen en terug zou betalen maar zij heeft dat niet teruggekregen. Ook hield verdachte haar voor dat hij een serieuze relatie met haar wilde en dat ze samen geld zouden gaan sparen.

Uit telefoongesprekken tussen verdachte en [naam 4] in de periode van 22 februari 2006 tot en met 13 april 2006 komt naar voren dat verdachte bijna dagelijks telefonisch contact met [naam 4] heeft. In een gesprek op 17 maart 2006 maar ook op 26 maart 2006 zegt verdachte tegen [naam 4] dat hij met haar naar Spanje wil. Dat ze moeten sparen en dan in Spanje een huis kopen met een zwembad en samen kinderen krijgen. Ook komt naar voren dat [naam 4] moet doen wat verdachte zegt.

Verdachte kwam vaak op haar kamer om te vragen hoe het werk ging. [naam 4] moest blijven werken, ziek of niet. [naam 4] woonde op advies van verdachte in de woning die verdachte op zijn naam huurde op de [adres] in Den Haag. Verdachte verbleef daar in die periode zelf niet. [naam 4] werkte twee jaar lang zeven dagen per week, en had 1 dag in de drie maanden vrij. In een slechte week verdiende [naam 4] € 4000 a € 5000 per week en in de zomer € 7000 a € 8000 per week. De huur voor de kamer die zij zelf betaalde was er dan al af.

Toen [naam 4] in 2007 een relatie met een ander kreeg en van verdachte weg wilde heeft verdachte in de auto, een BMW met kenteken [kenteken], op de snelweg naar Den Haag een pistool tegen haar hoofd gehouden. Verdachte dreigde [naam 4] dat, als zij niet bij haar vriend weg zou gaan, hij negers zou bellen om de vriend neer te schieten.

Verder dreigde verdachte per sms of telefonisch en zei dan letterlijk dat hij [naam 4] zou pakken en haar leven kapot zou maken en haar nieuwe vriend zou vermoorden. Na haar vertrek belde verdachte ook met de familie van [naam 4] in Roemenie

Door de zedenpolitie is tijdens een controle geconstateerd door de verbalisant in de peeskamer waar zij werkzaam was dat [naam 4] op het lichaam de naam [verdachte] heeft getatoeëerd. Verder hebben verbalisanten tijdens rondes en controle in avond en nacht verdachte regelmatig in het prostitutiegebied de Wallen zien lopen, vaak met [naam 18] en [naam 19] en [naam 20]. [naam 4] verklaart dat zij op haar onderrug een tatoeage had, dit niet vrijwillig was en dat verdachte er bij was toen zij deze heeft laten zetten.

Door [naam 10] is verklaard dat verdachte op een gegeven moment een Roemeense had die iedereen kent als [naam 4], waar ze [naam 4] mee bedoelde, die voor hem werkte en per dag voor hem € 1.000 moest verdienen. Toen zij ging werken mocht [naam 6] stoppen. Toen die Roemeense was gestopt moest [naam 6] weer gaan werken.

Verder verklaart [naam 10] dat zij op een dag belde met haar vriend [naam 21] die op dat moment in de auto bij verdachte zat. [naam 21] vertelde haar dat ze naar Antwerpen gingen om een vriendin, [naam 4], die was gevlucht voor verdachte te zoeken. [naam 21] vertelde daarbij dat [naam 4] wel € 6.000 a 7.000 per week verdiende voor verdachte.

[naam 22] heeft op de Wallen gewerkt in de passage in een kamer naast en soms tegenover [naam 4]. Zij herkent verdachte van een foto als de vriend van [naam 4] en verklaart dat iedereen bang is voor verdachte.

Volgens [naam 22] werkte [naam 4] twee a drie jaar zonder vakantie zeven dagen per week van 20.00 tot 04.00 uur en was er altijd, ook op feestdagen en verdiende minimaal € 1000 per avond. [naam 4] werkte gewoon door als ze ongesteld was.

Volgens [naam 22] woonden verdachte en [naam 4] samen in Den Haag. [naam 4] heeft haar vaak gezegd dat ze wilde stoppen met het werk. [naam 4] bleef maar werken en ze zei tegen [naam 22] dat verdachte nog even wilde doorsparen. [naam 4] was volgens [naam 22] degene die het meeste geld verdiende en ze noemt [naam 4] de nr. 1 van het Red Light district. Volgens haar is het algemeen bekend dat [naam 4] haar geld aan verdachte gaf. [naam 22] heeft ook gezien dat verdachte haar naar het werk bracht en zag hem vaak samen met [naam 4] in de parkeergarage Bijenkorf.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank ten aanzien van [naam 4] het onder feit 2 en feit 3 bewezen.

Ten aanzien van [naam 7] (in de periode van 1 juli 2007 tot 1 september 2007)

[naam 7] leerde verdachte kennen in het uitgaansleven in de zomer van 2007 toen zij 18 jaar was. Verdachte gaf haar kleding, een nieuwe simkaart en cadeaus die hij betaalde en ze deden leuke dingen. Verdachte vertelde haar dat hij op zoek was naar een vaste relatie. [naam 7] wilde thuis weg en verdachte bood haar aan dat zij bij hem mocht wonen. Vervolgens is zij in bij hem gaan wonen in Den Haag. Dezelfde avond zei verdachte haar dat hij geld nodig had voor zijn moeder en met haar iets wilde opbouwen en dat zij dan haar rijbewijs kon halen. [naam 7] kon dan samen met [naam 23], die ook in die woning verbleef, werken en verdachte zei dat er in de prostitutie veel geld te verdienen was. [naam 7] was net van huis weggelopen en kon niet meer terug.

Verdachte had geregeld dat ze in Amsterdam kon gaan werken. Hij belde om te vragen of er kamers waren, gaf [naam 7] het telefoonnummer en toen heeft zij gebeld met het prostitutiebedrijf en een kamer gereserveerd. In de auto gaf verdachte aan [naam 7] geld voor de kamerhuur en heeft aan haar uitgelegd welke prijs ze aan klanten moest vragen. [naam 7] moest niet met de andere meisjes spreken. Aan het eind van de eerste dag kwam verdachte haar ophalen. Zij had € 300 verdiend die ze aan verdachte moest geven. Hij zou dit aan zijn moeder geven die naar Marokko moest. [naam 7] voelde dat ze het geld moest gegeven nu ze in zijn woning woonde.

[naam 7] heeft vier dagen gewerkt. In die dagen heeft zij tussen de € 3000 en € 4000 verdiend en allemaal aan verdachte afgegeven plus een deel van haar spaargeld. De dag erna besloot ze om weg te gaan. De eerste keer dat ze weg wilde gaan, kreeg ze van verdachte een klap met de platte hand in het gezicht. De volgende dag of een paar dagen later is zij toch weggegaan en kwam verdachte met een honkbalknuppel achter haar aan tot [naam 21] er tussen kwam.

Op 5 juli 2007, 00.57 uur constateert de politie bij een controle dat [naam 7] werkzaam is als prostituee in Amsterdam en dat verdachte bij haar binnen is geweest. [naam 7] zegt dat zij op die dag haar eerste werkdag had en de politie constateert op haar rechterbiceps een blauwe plek.

Door [naam 10] is verklaard dat zij in een auto zat waar onder meer ook verdachte zat en dat verdachte in Maassluis uitstapte en even later met een Turks meisje terug naar de auto kwam. Dit meisje heette [naam]. Zij droeg een paar tassen bij zich. Verdachte vroeg aan [naam 10] om op haar te passen omdat hij niet wilde dat zij met andere jongens belde en ze mocht niet weten dat verdachte een andere vriendin had.

Verder bevestigt de getuige [naam 13] dat [naam 7] voor verdachte heeft gewerkt

De rechtbank acht, gelet op de hiervoor onder feit 3weergegeven feiten bewezen dat verdachte [naam 7], [naam 4] en [naam 7] heeft uitgebuit.

Ten aanzien van [naam 8] (in de periode van 1 december 2005 tot 26 november 2006)

[naam 8] kende verdachte 3 jaar lang vanaf dat ze bijna 18 jaar was. Ze kwam geregeld bij hem thuis. Zij had ook seks met verdachte en dacht dat ze zijn vriendin was. Dat zei hij ook tegen haar en ze mocht niet met andere jongens omgaan en uitgaan. Verdachte zei dat hij geen geld had, snel geld wilde verdienen een gezamenlijke toekomst wilde en met haar oud wilde worden. Hij begon over prostitutie.

Verdachte zei tegen [naam 8] dat ze condooms moest kopen. [naam 8] kreeg van verdachte een aantal telefoonnummers om een prostitutiekamer te regelen in Amsterdam. [naam 8] heeft toen een nummer gebeld en de kamer geregeld. Vervolgens belde verdachte haar en zei dat hij haar binnen 1 uur zou ophalen. Ook zei hij dat ze aantrekkelijke lingerie mee moest nemen. Vervolgens heeft verdachte [naam 8] thuis opgehaald met zijn BMW en haar naar Amsterdam gereden. Hij wist daar precies waar hij moest zijn en heeft [naam 8] toen op een hoek afgezet. Verdachte gaf haar geld voor de huur van de werkkamer. Toen [naam 8] naar de kamer liep, belde verdachte haar en zei haar dat ze het voor hun gezamenlijke toekomst deed en dat ze daar aan moest denken en aan het geld en niet aan de mannen. Toen verdachte haar later ophaalde was het enige wat hij vroeg: “Heb je geld?”. Uiteindelijke is [naam 8] in de gehuurde prostitutie kamer in huilen uitgebarsten en heeft ze geen klanten ontvangen. Toen verdachte dit in de auto hoorde, is hij helemaal geflipt.

Telefoongesprekken

Uit de telefoontaps blijken gesprekken SMS-verkeer tussen verdachte en [naam 8]. Hier blijkt uit dat zij op 16 mei 2008 aan verdachte laat weten dat ze de volgende dag zal gaan werken en ze vraagt hem, ga je me brengen en kom je me halen dan kan je zelf zien dat ik echt ga. Dan antwoord verdachte, “ik ga jou niet ophalen de eerste keer bel me maar als je gewerkt hebt en breng me het geld”. Op 19 mei 2008 laat verdachte [naam 8] weten dat ze tot vrijdag de tijd heeft om te doen wat ze moest doen anders gaat hij los en met anderen neuken

Als ze dan vraagt of hij haar kan brengen antwoord verdacht dat hij haar vorige keer heeft gebracht maar dat ze de eerste keer eerst zogenaamd een kado gekocht voor je vader, de tweede keer zijn geld en dat ze had verdiend had opgemaakt en de derde het met die marokaan heeft gedaan. Verdachte zegt tegen [naam 8] als zij hem graag wil zien dat ze eerst dat moet gaan doen en dan haar wil zien want als ze het op een gegeven moment heeft gedaan dan heeft ze toch geld en dan komt ze toch geld brengen?

Op 21 mei 2008 stuurt hij haar een SMS dat in Amsterdam zeker plaats vrij is.

Op 15 juni 2008 stuurt hij [naam 8] een SMS ik haal jou zeker ook niet jij gaat zelf en kom zelf terug en je brengt het geld naar me ...

Als verdachte haar dreigt te verlaten laat ze hem op 20 juni 2008 weten dat “ik zeg ik wil het wel maar dan doe ik het tegen mijn zin in om jou niet kwijt te raken, snap je dat “ waarop verdachte reageert: “maar je hebt het nog steeds niet gedaan”

De rechtbank acht gelet op de verklaringen van [naam 8] en de telefoongesprekken het ten aanzien van [naam 8] primair tenlastegelegde bewezen. [naam 8] is op de Wallen tot tweemaal toe in een prostitutiekamer gaan zitten tot welke handelingen verdachte haar heeft gebracht. Dat zij vervolgens zelf niet zover heeft kunnen komen om klanten te ontvangen doet aan het feit niet af.

Algemeen ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Verdachte heeft gedurende langere perioden aan de slachtoffers voorgehouden dat juist zij zijn vaste of enige vriendin zouden zijn en hun een gezamenlijke toekomst voorgespiegeld. Dit terwijl hij gelijktijdig een of meer andere relaties had aan wie hij vergelijkbare beloften deed. Voor de slachtoffers was dit toekomstperspectief een reden toe te geven aan de druk van verdachte om in de prostitutie te gaan of te blijven werken. Daarnaast heeft verdachte zijn slachtoffers onder druk gezet dit werk te doen en hem de opbrengst af te geven. Niet allen met geweld of dreiging daarmee maar door hen in een zodanige van hem afhankelijke positie te manoeuvreren dat zij voelden dat zij nauwelijks anders meer konden. Dit door zijn slachtoffers te isoleren, te huisvesten, te (laten) bewaken, te dreigen met geweld en dit geweld ook toe te passen. Zijn slachtoffers raakten hierdoor in een positie dat zij niet langer als een mondig prostituee hun keuzes konden maken. Ook deze samenhang in de feiten tussen de slachtoffers heeft voor de rechtbank bijgedragen aan het wettig en overtuigend bewijs.

Bewijsoverweging feit 4

Uit de hiervoor weergegeven feiten, zoals blijkt uit de aangehaalde bewijsmiddelen, volgt datverdachte geldbedragen voorhanden heeft gehad uit de door de verschillende meisjes verrichte prostitutiewerkzaamheden, terwijl hij telkens wist dat die geldbedragen afkomstig waren uit misdrijf.

Bewijsoverweging feit 5

Op woensdag 14 november 2007 bestuurde [naam 24] in Den Haag een auto met daarin ook haar zus [naam 25]. Achter haar zag zij een grijs/zilverkleurige Mercedes rijden met het kenteken [kenteken]. Toen zij bij een drempel vaart moest minderen claxonneerde de bestuurder van de Mercedes. De bestuurder was een Marokkaanse man en op de bijrijderstoel zat een blonde vrouw. De bestuurder maakte zwaaiende gebaren en hij stak middelvinger op. Daarop stak [naam 24] ook haar middelvinger op. Voor een stoplicht kwam de Mercedes naast [naam 24] tot stilstand en de man stapte uit. Hij liep naar de auto en sloeg de zussen meermalen in het gezicht.

[naam 25] zat op 14 november 2007 op de bijrijdersstoel in de auto naast haar zus [naam 24]. Een Mercedes achter hun was aan het bumperkleven en toeterde. De bestuurder stak zijn middelvinger op. Bij het stoplicht stapte de bestuurder, een Marokaanse man, uit en liep naar de auto van [naam 24]. Hij ging met zijn hand in de auto door het openstaande raam en sloeg met zijn vuist [naam 24]. Vervolgens zag [naam 25] dat hij voorlangs de auto liep en door het raampje enkele keren met zijn vuist uithaalde naar haar gezicht. Daarop vloeide bloed uit haar neus. De neuspiercing van [naam 25] bleek er uit geslagen en haar hand die kort daarvoor medisch was behandeld, was geraakt.

Medische informatie omtrent het letsel van [naam 25] is in het dossier opgenomen

Verdachte heeft verklaard dat hij de bestuurster misschien drie keer met zijn open hand heeft geslagen. Het is volgens verdachte mogelijk dat ze daardoor een bloedneus heeft gekregen .

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam 25] en [naam 24] heeft mishandeld.

Bewijsoverweging feit 6

[naam 7] heeft verklaard dat zij een nieuwe vriend [naam 26] heeft leren kennen en dat verdachte half augustus 2008 achter dit contact is gekomen. Voordat zij het aan verdachte uit kon leggen kreeg zij van hem al een klap op haar arm met de honkbalknuppel. Ze schreeuwde het uit van de pijn. De volgende dag bleek in het Lijenburg ziekenhuis dat haar ellepijp gebroken was.

Verdachte vertelt in een telefoongesprek met [naam 21] op 15 augustus 2008 dat zijn vriendin in het gips loopt en dat de vriendin van [naam 21] donderdag in haar kamer kan.

[naam 7] heeft hierover verklaard dat zij had geregeld dat de vriendin van [naam 21] haar werkkamer in Utrecht voor 6 weken heeft overgenomen .

Bij de aanhouding van verdachte in de woning van verdachte en [naam 6] op 26 november 2008 zegt zij dat verdachte haar ellepijp heeft gebroken met een honkbalknuppel en dat die honkbalknuppel in de keuken ligt waar de politie deze ook aan treft.

Uit deze feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat verdachte [naam 6] zwaar lichamelijk letsel, een gebroken ellepijp, heeft toegebracht door met een honkbalknuppel tegen haar arm te slaan.

Bewijsoverweging feit 7

Op 20 mei 2008 heeft [naam 6] -naar aanleiding van de vermeende onttrekking aan het ouderlijk gezag van haar zoontje- een gesprek met de politie. Zij heeft toen verteld dat ze in het verleden meerder malen door [verdachte] is geslagen. Ze werd dan altijd met voorwerpen geslagen, waaronder een honkbalknuppel. Ze vertelde dat ze altijd werd geslagen op plaatsen waar het letsel niet zichtbaar was. Ze vertelde dat ze wel eens een blauw oog had gehad. Als haar moeder het letsel was opgevallen dan vertelde zij aan haar moeder dat zij van de trap was gevallen .

Dat het geweld al geruime tijd plaatsvond, blijkt uit de verklaring van [naam 7] van 26 november 2008. Zij heeft toen verklaard dat zij in 2005 in de [adres] in Den Haag is gaan wonen en dat het geweld een half jaar daarna is begonnen .

De vader van [naam 7] heeft op 16 december 2008 verklaard dat hij diverste keren blauwe plekken bij [naam 7] heeft gezien, dan weer in haar nek, op haar hoofd of benen. Elke keer kwam ze weer met smoesjes dat ze zich gestoten had .

Uit een telefonisch gesprek op 21 mei 2008 tussen verdachte en zijn zwager [naam 27] bespreken zij het volgende:

- [naam 27] zegt, ze heeft mij vaak dingen verteld en ik mocht het je niet vertellen, want anders geef je haar weer op haar donder

- Verdachte zegt, nee joh, dat slaan..ik heb haar al zo lang niet meer geslagen, ik heb al een maand niet geslagen

- [naam 27] zegt zij heeft mij zo vaak blauwe plekken laten zien, de ene keer op haar arm de andere keer op haar been, zo vaak heeft ze mij dat laten zien. Ze zegt ook waarom slaat hij mij, ik werk en ik heb het druk…

In de inbeslaggenomen telefoon van verdachte zijn de volgende sms-berichten van [naam 7] ontvangen:

- Ga ik jou ook stressen…denk dat je me elke dag kan mishandelen terwijl andere je zwaar in de maling nemen en je daar niks aan doet..En mij stoer slaan waar je vrienden bij staan

- Haal maar je nieuwe vriendin in huis…Kan je haar mishandelen

Getuige [naam 10] heeft op 11 mei 2008 bij de politie verklaard dat zij er getuige van is geweest dat [naam 7] werd mishandeld door verdachte. Ze gilde zo erg dat het door merg en been ging

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer [naam 7] meermalen heeft geslagen.

Bewijsoverweging feit 8

Uit diverse afgeluisterde telefoon gesprekken blijkt dat verdachte het volgende heeft gezegd tegen [naam 7]:

Op 19 mei 2008

- “Ik kom daar en breek je hele kankergebit” en “ik slacht jou” .

Op 10 juni 2008

- “Jij solliciteert gewoon dat ik die kankernek helemaal opensnij” .

In de onder verdachte inbeslaggenomen mobiele telefoon stonden een aantal sms-berichten opgeslagen die vermoedelijk zijn verzonden naar [naam 7]:

Op 27 maart 2008

- “Zoals ik al zei ik weet alles en dat ook echt alles en jij gaat boeten”. Als reactie op deze sms heeft [naam 7] naar verdachte een sms-verstuurd met de tekst: “nou ik moet elke dag met jouw dat je me mishandeld”.

- “Nee dat zei je ook over japa tot ik begon te verbouwen en op eens was de verhaal anders” . Als reactie op deze sms verstuurd [naam 7] een sms-bericht met de tekst: “Je komt er vanzelf wel achter dat ik niks heb gedaan…ook al verbouw je me”

Gelet op de context en de reactie van de ontvanger van de hiervoor genoemde sms-berichten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat deze berichten als bedreigend kunnen worden aangemerkt.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte met de teksten in de verzonden sms-berichten op 27 maart 2008 “fuck you ik ga morgen bij je familie langs een voor een” [naam 7], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met enig misdrijf tegen het leven gericht. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van deze zinsnede.

Ingevolge vaste jurisprudentie is sprake van een bedreiging in de zin van artikel 285 van het WvSr als de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat zij in het algemeen geschikt is de vrees teweeg te brengen dat de bedreigde het leven zal verliezen of haar zwaar lichamelijk letsel zal worden toegebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan de door verdachte gedane handelingen en uitlatingen in het algemeen een dergelijke vrees opwekken. Zelfs als [naam 6] van deze door verdachte gedane uitlatingen weinig onder de indruk is geweest, neemt dat niet weg dat in het algemeen dergelijke uitlatingen waarbij teksten worden gesproken die gaan over het doden of toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij de ontvanger, als bedreiging kunnen worden aangemerkt.

Uit voornoemde telefoongesprekken en sms-berichten acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [naam 6].

Bewijsoverweging feit 9

[naam 9]

[naam 9] heeft tegenover de politie verklaard dat zij verdachte als Nino in februari/maart 2008 heeft leren kennen via het internet op een chatsite en dat verdachte en zij msn-adressen hebben uitgewisseld. Vervolgens heeft zij met verdachte afgesproken en is in totaal drie keer bij verdachte in Den Haag op bezoek geweest. Wat haar tijdens het eerste bezoek opviel was dat er een rare smaak aan haar cola zat. Na een paar slokken heeft ze deze dan ook laten staan. Bij een tweede bezoek heeft ze water gedronken. Bij het derde bezoek heeft verdachte in de keuken een groot glas cola voor [naam 9] ingeschonken dat zij helemaal leegdronk. Zij proefde weer dat de cola een rare smaak had. Verder heeft zij geen andere drank bij hem genuttigd. Verdachte was ondertussen in bad gegaan en bleef tegen haar praten. Opeens begon zij zich anders te voelen. Ze moest overal om lachen, kreeg de dingen niet meer helder en voelde zich vreemd, maar nog niet beroerd. Nadat verdachte uit bad was gekomen, zijn ze gaan zoenen en van het een kwam het ander en uiteindelijk had zij haar kleding ook uit. Vervolgens zijn ze naar de slaapkamer gegaan. Ze voelde zich op dat moment heel vreemd en was er niet helemaal bij. Het vreemde gevoel werd steeds erger en ze merkte dat ze totaal geen controle meer over haar lichaam had. Ze dacht niets en voelde niets.

Tijdens de seks is ze meerdere keren knock-out gegaan. In ieder geval drie keer. En opeens kwam ze weer bij bewustzijn en zag verdachte boven haar. Ze was zich nergens van bewust. Vervolgens is ze nog een aantal malen knock-out gegaan. Uiteindelijk werd ze wakker toen ze naakt in bad lag. In bad is ze nog een paar keer weggevallen en ze is wakker geworden na een straal koud water. Over de seks heeft ze verklaard dat ze weet dan wanneer ze gewoon nuchter gewoon nuchter was geweest het nooit zo zou zijn verlopen en dat ze nooit op deze manier met verdachte seks zou hebben gehad. Ze weet helemaal niets meer. Alleen dat ze knock-out ging terwijl ze seks met hem had. Ze had geen alcohol op en was niet moe.

Bij de rechtercommissaris op 30 september 2009 heeft [naam 9] verklaard dat zij zich niet bewust was van de seks. Ze had geen controle meer over zichzelf. Ze was er wel bij, maar kon verder niets.

In het dossier bevindt zich een groot aantal uitgewerkte tapverslagen van afgeluisterde telefoongesprekken die verdachte voorafgaand en na de seks met het slachtoffer [naam 9] en zijn vriend [na[naam 15] heeft gehad. Hieruit blijkt dat [naam 9] op 29 mei 2008 even voor middernacht bij verdachte in Den Haag is aangekomen . Ongeveer anderhalf uur na haar komst heeft verdachte telefonisch contact met [na[naam 15]. Uit dit telefoongesprek blijkt dat verdachte zijn gast GHB heeft gegeven en dat hij haar nu niet meer wakker krijgt. De vraag van [naam 15] aan verdachte of hij wel geneukt heeft wordt door verdachte bevestigend beantwoord . Later op de dag heeft verdachte wederom telefonisch contact met voornoemde [naam 15], waarbij hij door [naam 15] verkrachter en ontvoerder wordt genoemd .

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 9 ten laste gelegde feit.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1:

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 1998 tot en met 30 september 2000 te Amsterdam en/of Alkmaar en/of Utrecht en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland,

een of meer anderen, te weten [naam 1] en/of [naam 2],

door geweld en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding tot prostitutie heeft gebracht,

dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat genoemde [naam 1] en [naam 2], daardoor in de prostitutie zouden belanden,

immers heeft hij, verdachte,

(ten aanzien van [naam 1])(in de periode van 1 juli 1998 tot 30 september 2000)

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [naam 1] kwetsbaar was en veel jonger dan verdachte was een relatie met die [naam 1] aangeknoopt en gekregen en die relatie onderhouden, en

- die [naam 1] één of meermalen onderdak verschaft, en

- die [naam 1] laten zien en merken dat hij, verdachte, andere prostituees voor hem, verdachte, en/of voor zijn vriend(en) aan het werk had, waarbij hij, verdachte, tegen die [naam 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, bereid was om dat werk op te geven ten behoeve van de relatie met die [naam 1], en

- die [naam 1] meermalen onder druk gezet en er zodoende toe aangezet en/of gebracht in de prostitutie te gaan werken en/of aangezet tot prostitutie, (onder meer) door tegen haar te zeggen: “zullen we samen een goed leven gaan maken?” en door tegen haar te zeggen dat zij gingen sparen voor een gezamenlijke toekomst en een huis in Marokko en

- (telkens) voor (de deur van) de woning en de werkkamer van die [naam 1] gestaan om die [naam 1] (nauwlettend) in de gaten te houden en/of één of meer anderen de opdracht gegeven om die [naam 1] (nauwlettend) in de gaten te houden, en

- die [naam 1] één of meermalen naar het werk en/of hotels gebracht en/of van het werk opgehaald, en

- die [naam 1] een tatoeage met de naam "[verdachte]" op haar arm laten zetten, en

- die [naam 1] één of meermalen (met kracht) geslagen en/of geschopt, en

- die [naam 1] gedwongen om ongeveer 364 dagen per jaar, in elk geval bijna dagelijks, als prostituee te werken, en

- die [naam 1] gezegd en/of gedwongen om gedurende haar menstruatie door te gaan met prostitutiewerkzaamheden en daarbij een sponsje te gebruiken, en

- die [naam 1] (telkens) één of meer (afslank)pillen gegeven, zodat zij wakker kon blijven en dagelijks langdurig kon werken als prostituee, en

- die [naam 1] één of meermalen met de dood bedreigd, en die [naam 1] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Als je niet gaat, dan leg ik je om. Dan rijden we naar een meer en dan schiet ik je dood en dan dompel ik je in dat meer", althans woorden van gelijke aard of strekking, waarbij hij, verdachte, met die [naam 1] naar een meertje is gereden en (vervolgens) een vuurwapen op die [naam 1] gericht heeft gehouden, en

- tegen die [naam 1] gezegd: “Je bent niet veilig en als ik je wil doden dan doe ik dat toch wel”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- tegen die [naam 1] gezegd dat zij minimaal (ongeveer) ƒ 1.500,- per dag en in het weekeinde ƒ 3.000,- per dag moest verdienen met prostitutiewerkzaamheden, en

- (telkens, wanneer die [naam 1] zich verzette en/of aangaf niet (meer) te willen werken als prostituee) een (doorgeladen) vuurwapen tegen het hoofd van die [naam 1] gehouden, en

- (gebruik makend van haar gevoelens voor hem) meermalen tegen die [naam 1] gezegd dat hij geldproblemen had en dat er onbetaalde rekeningen waren die betaald moesten worden en dat er verzekeringen betaald moesten worden en dat er toch geld verdiend moest worden, en

- die [naam 1] het gevoel gegeven dat zij geen keus had en dat zij in de prostitutie moest gaan en/of blijven werken, en

- die [naam 1] de indruk gegeven dat zij mocht stoppen met haar (gedwongen) prostitutiewerkzaamheden, terwijl die [naam 1] nog steeds door hem, verdachte, werd gedwongen om door te werken, en

- (telkens) de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden en/of diverse sieraden en/of telefoons en/of andere (van klanten) ontvangen cadeaus van die [naam 1] afgepakt en/of laten afstaan,

en

(ten aanzien van [naam 2])(in de periode van 1 oktober 1999 tot 31 januari 2000)

- nadat hij in contact is gekomen met die [naam 2] in het Wallengebied in Amsterdam en terwijl hij wist dat die [naam 2] kwetsbaar en alleen was tegen die [naam 2] gezegd dat zij naar hem, verdachte, moest komen en zijn telefoonnummer aan die [naam 2] gegeven, en

- die [naam 2] opgehaald van haar werkplek en die [naam 2] naar een hotel gebracht, en

- die [naam 2] gezegd dat zij in Amsterdam prostitutiewerkzaamheden kon gaan verrichten, en

- tegen die [naam 2] gezegd dat hij, verdachte, het door [naam 2] verdiende geld zou bewaren, en

- (telkens) een groot deel van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden van die [naam 2] heeft afgenomen en/of afgepakt en

- de slaapkamer van die [naam 2] vernield, en/of de deur van de woning vernield, en

- die [naam 2] één of meer pillen MDMA gegeven, zodat zij inde prostitutie zou (blijven) werken, en

- die [naam 2] één of meer pillen MDMA gegeven met het doel deze pillen te doen verkopen door die [naam 2],

feit 2

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2000 tot 1 januari 2005

te Amsterdam en/of Alkmaar en/of te Utrecht en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland,

een of meer anderen, te weten [naam 3] en [naam 4] en [naam 1] en [naam 5] en [naam 6],

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met (of voor) een derde tegen betaling

en

onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam 3] en [naam 4] en [naam 1] en [naam 5] en [naam 6], zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelden,

(sub 1)

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit die seksuele handelingen van die [naam 3] en [naam 4] en [naam 1] en [naam 5] en [naam 6] met (of voor) een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam 3] en [naam 4] en [naam 1] en [naam 5] en [naam 6] zich onder voornoemde omstandigheden beschikbaar stelden tot het verrichten van die handelingen,

(sub 4)

en

die [naam 3] en [naam 4] en [naam 1] en [naam 5] en [naam 6], (telkens) door geweld en één of meer andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met (of voor) een derde te bevoordelen,

(sub 6)

bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of dat opzettelijk voordeel trekken hierin dat hij, verdachte,

(ten aanzien van [naam 3])(in de periode van 1 januari 2004 tot 1 januari 2005)

- terwijl die [naam 3] prostitutiewerkzaamheden verrichtte in Den Haag die [naam 3] met gebruikmaking van een personenauto heeft meegenomen naar Amsterdam en zijn woning in Den Haag, en

- die [naam 3] één of meermalen onderdak heeft verschaft, en

- alvorens hij, verdachte, die [naam 3] prostitutiewerkzaamheden liet verrichten het haar van die [naam 3] heeft laten knippen, en

- het paspoort van die [naam 3] heeft afgepakt en/of heeft laten afstaan, en

- (vervolgens) tegen die [naam 3] heeft gezegd dat als zij voor zichzelf wilde gaan werken, zij voornoemd paspoort kon terugkopen voor € 6.000,- en

- die [naam 3] onder druk heeft gezet en heeft gezegd dat zij nu voor hem, verdachte, prostitutiewerkzaamheden moest gaan verrichten, en

- die [naam 3] naar de Wallen in Amsterdam heeft gebracht en een kamer voor die [naam 3] heeft gehuurd, en

- condooms voor die [naam 3] heeft gekocht, en

- die [naam 3] heeft uitgelegd wat haar werktijden waren als prostituee, en

- die [naam 3] heeft gedwongen om voor de duur van (ongeveer) twee maanden aaneengesloten prostitutiewerkzaamheden te verrichten, waarbij die [naam 3] geen dagen vrijaf mocht hebben van verdachte, en

- die [naam 3] heeft gezegd en gedwongen om gedurende haar menstruatie prostitutiewerkzaamheden te (blijven) verrichten, en

- (telkens) een groot gedeelte van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden door die [naam 3] heeft laten afstaan aan hem, verdachte, of heeft afgepakt van die [naam 3], en

- terwijl die [naam 3] prostitutiewerkzaamheden verrichtte (telkens) in de buurt van die [naam 3] is gebleven en die [naam 3] (nauwlettend) in de gaten heeft gehouden, of één of meer anderen die [naam 3] in de gaten heeft laten houden, en

- die [naam 3] één of meermalen heeft geslagen en één of meerdere malen een kopstoot heeft gegeven, waardoor die [naam 3] een blauw oog opliep, althans pijn en/of letsel opliep, en

- die [naam 3] met een prullenbak op haar hoofd heeft geslagen, en

- die [naam 3] heeft gedwongen om met hem, verdachte, en met één of meer van zijn vrienden seks te hebben, en/of

- tegen die [naam 3] heeft gezegd dat verdachte haar zal doden en laten doden als zij niet bij hem, verdachte, terug zou komen,

en

(ten aanzien van [naam 4])(in de periode van 1 oktober 2004 tot 1 januari 2005)

- terwijl hij wist dat [naam 4] alleen en kwetsbaar was met die [naam 4] een relatie is aangegaan, en tegen die [naam 4] heeft gezegd: “ik wil een serieuze relatie met jou” en “we gaan samen geld sparen”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en die [naam 4] de indruk heeft gegeven dat hij, verdachte met die [naam 4] wilde gaan trouwen en kinderen met haar wilde, en

- die [naam 4] één of meermalen onderdak heeft verschaft, en

- tegen die [naam 4] heeft gezegd dat zij als prostituee op de Wallen in Amsterdam moest gaan werken, en die [naam 4] in de prostitutie heeft gebracht, en

- de verdiensten van de door [naam 4] verrichte prostitutiewerkzaamheden heeft afgepakt en heeft laten afstaan, waarbij hij, verdachte, tegen die [naam 4] heeft gezegd dat hij dit geld voor haar zou opsparen, en die [naam 4] de indruk heeft gegeven dat hij dat geld van haar leende, en

- die [naam 4] heeft gezegd en gedwongen om zeven dagen per week prostitutiewerkzaamheden te (blijven) verrichten, en

- terwijl die [naam 4] prostitutiewerkzaamheden verrichtte (telkens) in de buurt van die [naam 4] is gebleven en die [naam 4] nauwlettend in de gaten heeft (laten) (ge)houden,

en

(ten aanzien van die [naam 1])(in de periode van 30 september 2000 tot 1 januari 2005)

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [naam 1] kwetsbaar was en veel jonger dan verdachte was een relatie met die [naam 1] heeft onderhouden, en

- die [naam 1] één of meermalen onderdak heeft verschaft, en

- die [naam 1] meermalen onder druk heeft gezet en er zodoende toe heeft aangezet en heeft gebracht om in de prostitutie te werken en heeft aangezet tot prostitutie, (onder meer) door tegen haar te zeggen: “zullen we samen een goed leven gaan maken?” en door tegen haar te zeggen dat zij gingen sparen voor een gezamenlijke toekomst en een huis in Marokko en

- telkens voor (de deur van) de woning of de werkkamer van die [naam 1] is gaan staan om die [naam 1] (nauwlettend) in de gaten te houden en één of meer anderen de opdracht heeft gegeven om die [naam 1] (nauwlettend) in de gaten te houden, en

- die [naam 1] één of meermalen naar het werk of hotels heeft gebracht en van het werk heeft opgehaald, en

- die [naam 1] één of meermalen (met kracht) heeft geslagen en/of geschopt, en

- die [naam 1] heeft gedwongen om (ongeveer) 364 dagen per jaar, in elk geval bijna dagelijks, als prostituee te (blijven) werken, en

- die [naam 1] heeft gezegd en/of gedwongen om gedurende haar menstruatie door te gaan met prostitutiewerkzaamheden en daarbij een sponsje te gebruiken, en

- die [naam 1] (telkens) één of meer (afslank)pillen heeft gegeven, zodat zij wakker kon blijven en dagelijks langdurig kon (blijven) werken als prostituee, en

- die [naam 1] een of meer hondjes cadeau heeft gegeven, nadat die [naam 1] aangaf eenzaam te zijn, en

- die [naam 1] één of meermalen met de dood heeft bedreigd, en die [naam 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Als je niet gaat, dan leg ik je om. Dan rijden we naar een meer en dan schiet ik je dood en dan dompel ik je in dat meer", althans woorden van gelijke aard of strekking, waarbij hij, verdachte, met die [naam 1] naar een meertje is gereden en (vervolgens) een vuurwapen op die [naam 1] gericht heeft gehouden, en

- telkens tegen die [naam 1] heeft gezegd dat zij niet veilig was en dat, als hij haar wilde doden, hij dat toch wel ging doen, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- één of meermalen tegen die [naam 1] heeft gezegd dat hij, verdachte, de familie van die [naam 1] zou vermoorden, en

- tegen die [naam 1] heeft gezegd dat zij minimaal (ongeveer) ƒ 1.500,- per dag en in het weekeinde ƒ 3.000,- per dag moest verdienen met prostitutiewerkzaamheden, en

- telkens, wanneer die [naam 1] zich verzette of aangaf niet (meer) te willen werken als prostituee een (doorgeladen) vuurwapen tegen het hoofd van die [naam 1] heeft gehouden, en

- meermalen tegen die [naam 1] heeft gezegd dat hij geldproblemen had en dat er onbetaalde rekeningen waren die betaald moesten worden en dat er verzekeringen betaald moesten worden en dat er toch geld verdiend moest worden, en

- die [naam 1] het gevoel heeft gegeven dat zij geen keus had en dat zij in de prostitutie moest gaan en/of blijven werken, en

- die [naam 1] de indruk heeft gegeven dat zij mocht stoppen met haar (gedwongen) prostitutiewerkzaamheden, terwijl die [naam 1] nog steeds door hem, verdachte, werd gedwongen om door te werken, en

- voor die [naam 1] een mobiele telefoon heeft geregeld, waarop zij gebeld werd voor escortwerkzaamheden met of voor een derde, en

- (telkens) de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden en diverse sieraden en telefoons en andere (van klanten) ontvangen cadeaus heeft laten afstaan of heeft afgepakt,

en

(ten aanzien van [naam 5])(in de periode van 1 juli 2004 tot 1 januari 2005)

- met die [naam 5] een relatie is aangegaan en heeft onderhouden en waarbij hij, verdachte, zich voordeed als ene "Nino", en

- tegen die [naam 5] heeft gezegd dat hij, verdachte, haar wel zou helpen, en

- tegen die [naam 5] heeft gezegd dat zij haar spullen moest pakken en dat zij met hem, verdachte, mee moest gaan, en vervolgens die [naam 5] in een hotelkamer in Den Haag heeft ondergebracht, en

- (vervolgens) tegen die [naam 5] heeft gezegd dat zij vanaf dat moment voor hem, verdachte, moest werken als prostituee, en

- een nieuwe simkaart voor die [naam 5] heeft geregeld, en

- die [naam 5] een of meermalen onderdak heeft verschaft, en

- (telkens) aan die [naam 5] heeft gevraagd wat zij met haar prostitutiewerkzaamheden verdiend had, en telkens een groot deel van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden van die [naam 5] heeft afgepakt en/of door die [naam 5] heeft laten afstaan, en

- die [naam 5] heeft gezegd en/of gedwongen om gedurende haar menstruatie door te gaan met prostitutiewerkzaamheden en daarbij een sponsje te gebruiken, en

- die [naam 5] een of meermalen heeft geslagen en die [naam 5] tegen een harde stenen rand van een bed heeft aangegooid, en

- die [naam 5], nadat zij klaar was met prostitutiewerkzaamheden, (telkens) met gebruikmaking van zijn, verdachtes, auto heeft vervoerd,

en

(ten aanzien van [naam 6])(in de periode van 1 oktober 2000 tot 1 januari 2005)

- (terwijl hij wist dat die [naam 7] alleenstaande moeder was en kwetsbaar was) met die [naam 7] een relatie is aangegaan en die relatie heeft onderhouden, en

- tegen die [naam 7] heeft gezegd dat hij, verdachte voor haar en voor haar kind zou gaan zorgen, en

- die [naam 6] onderdak heeft verschaft, en

- die [naam 7] (telkens) heeft geslagen en geschopt, en

- (door het inspelen op de gevoelens van die [naam 7]) die [naam 7] onder druk heeft gezet en tegen die [naam 7] heeft gezegd dat zij prostitutiewerkzaamheden moest gaan en/of blijven verrichten, en

- (telkens) een groot deel van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden van die [naam 7] heeft afgepakt of heeft laten afstaan aan hem, verdachte, en/of die [naam 7] weinig van haar verdiensten heeft laten houden, en

- die [naam 7] (telkens) met gebruikmaking van zijn, verdachtes, auto naar haar werk heeft gebracht, en

feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 26 november 2008

te Amsterdam en/of te Utrecht en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland,

een of meer anderen, te weten [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8],

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of door dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8],

(sub 1)

en

die [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen

en

met één van de voornoemde middelen en/of omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8] zich daardoor beschikbaar stelden tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden

(sub 4)

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van voornoemde [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8]

(sub 6)

en

die [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [naam 6] en [naam 4] en [naam 7] en [naam 8] met of voor een derde,

(sub 9)

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of die dreiging met geweld en/of die dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare positie en/of dat voordeel trekken hierin dat hij verdachte

(ten aanzien van [naam 6])(in de periode van 1 januari 2005 tot 26 november 2008)

- (terwijl hij wist dat die [naam 7] alleenstaande moeder was en/of kwetsbaar was) met die [naam 7] een relatie heeft onderhouden, en

- tegen die [naam 7] heeft gezegd dat hij, verdachte voor haar en voor haar kind zou gaan zorgen, en

- die [naam 6] (meermalen) onderdak heeft verschaft, door haar in zijn, verdachtes, woning te laten verblijven, en

- die [naam 7] (telkens) heeft geslagen en geschopt, en

- (door het inspelen op de gevoelens van die [naam 7]) die [naam 7] onder druk heeft gezet en tegen die [naam 7] heeft gezegd dat zij prostitutiewerkzaamheden moest gaan en/of blijven verrichten, en

- (telkens) een groot deel van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden van die [naam 7] heeft afgepakt en/of heeft laten afstaan aan hem, verdachte, en/of die [naam 7] weinig van haar verdiensten heeft laten houden, en

- die [naam 7] met gebruikmaking van een honkbalknuppel een gebroken ellepijp heeft geslagen, en

- die [naam 7] (telkens) met gebruikmaking van zijn, verdachtes, auto naar haar werk heeft gebracht, en

- tegen die [naam 7] heeft gezegd: “Nu weet ik helemaal dat je niet bij je moeder bent. Ga niet doen alsof ik dom ben. Ik kom daar en breek je hele kankergebit”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- tegen de moeder van die [naam 7] heeft gezegd: “Als ik haar nu in mijn handen krijg. Ik snij haar gewoon helemaal open. Wat dacht u daar van mama?” althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- één of meermalen voor de deur van de ouders van die [naam 7] is gaan staan en (telefonisch) contact heeft gezocht met die ouders, en

- de zoon van die [naam 7] (te weten [naam 17] van Duivenboden) heeft meegenomen, en

- (vervolgens) die [naam 7] heeft opgebeld en heeft gezegd dat hij haar zoon had en dat zij bij hem terug moest komen,

en

(ten aanzien van [naam 4])(in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 mei 2007)

- terwijl hij wist dat [naam 4] alleen en kwetsbaar was met die [naam 4] een relatie is aangegaan, en tegen die [naam 4] heeft gezegd: “Ik wil een serieuze relatie met jou” en “We gaan samen geld sparen”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en

- die [naam 4] de indruk heeft gegeven dat hij, verdachte met die [naam 4] wilde gaan trouwen en kinderen met haar wilde, en

- die [naam 4] één of meermalen onderdak heeft verschaft, en

- tegen die [naam 4] heeft gezegd dat zij als prostituee op de wallen in Amsterdam moest gaan werken, en

- de verdiensten van de door [naam 4] verrichte prostitutiewerkzaamheden heeft afgepakt en/of heeft laten afstaan, waarbij hij, verdachte, tegen die [naam 4] zei dat hij dit geld voor haar zou sparen, en die [naam 4] de indruk heeft gegeven dat hij dat geld van haar leende, en

- tegen die [naam 4] heeft gezegd: “Ik ga jou pakken, ik ga je leven kapotmaken”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- die [naam 4] heeft gezegd en/of gedwongen om zeven dagen per week prostitutiewerkzaamheden te (blijven) verrichten, en

- een vuurwapen tegen het hoofd van die [naam 4] heeft gehouden, en

- terwijl die [naam 4] prostitutiewerkzaamheden verrichtte telkens in de buurt van die [naam 4] is gebleven en die [naam 4] (nauwlettend) in de gaten heeft gehouden, en

- die [naam 4] heeft gedwongen een tatoeage te laten zetten met de naam “[verdachte]”, en

- nadat die [naam 4] een nieuwe liefdesrelatie kreeg en naar haar familie in Roemenië is gegaan die [naam 4] heeft opgebeld, en heeft gezegd dat zij terug moest komen bij hem, verdachte, en gezegd dat hij die [naam 4] en haar vriend zou vermoorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en

(ten aanzien van [naam 7])(in de periode van 1 juli 2007 tot 1 september 2007)

- nadat hij die [naam 7] in het uitgaansleven heeft leren kennen met die [naam 7] een relatie is aangegaan en heeft onderhouden, en

- die [naam 7] heeft voorgesteld om bij hem, verdachte, te komen wonen, en

- die [naam 7] onderdak heeft verschaft door haar in zijn, verdachtes, woning te laten verblijven, en

- voor die [naam 7] een nieuwe simkaart en kleding en cadeaus heeft gekocht, en

- (telkens) tegen die [naam 7] heeft gezegd dat hij, verdachte, geld nodig had, en

- (kort nadat die [naam 7] met hem, verdachte is gaan samenwonen) die [naam 7] heeft voorgesteld dat zij voor hem, verdachte, in de prostitutie zou gaan werken, terwijl hij wist dat die [naam 7] alleen en kwetsbaar was en/of problemen met haar familie had, en

- (vervolgens) die [naam 7] het telefoonnummer van een (prostitutie)kamerverhuurbedrijf heeft gegeven, met haar naar het prostitutiegebied in Amsterdam is gereden en geld heeft gegeven voor de huur van een werkkamer, en

- die [naam 7] wegwijs heeft gemaakt in de prostitutie en heeft gezegd hoeveel geld zij voor de prostitutiewerkzaamheden moest vragen, en

- tegen die [naam 7] heeft gezegd dat zij geen contact met anderen mocht hebben, en

- (telkens) een groot deel van de verdiensten uit de verrichte prostitutiewerkzaamheden (te weten een totaalbedrag van ongeveer € 3.500,-) van die [naam 7] heeft afgepakt en/of heeft laten afstaan aan hem, verdachte, en/of die [naam 7] weinig van haar verdiensten heeft laten houden, en

- die [naam 7] haar spaargeld aan hem, verdachte, heeft laten afstaan,

en

(ten aanzien van [naam 8])(in de periode van 1 januari 2008 tot 26 november 2008)

- nadat hij die [naam 8] in het uitgaansleven heeft leren kennen en hij wist dat zij veel jonger dan verdachte was met die [naam 8] een relatie is aangegaan en heeft onderhouden, en

- (gebruikmakend van haar gevoelens voor hem) tegen die [naam 8] heeft gezegd dat zij niet met andere jongens om mocht gaan of mocht uitgaan en die [naam 8] (zodoende) onder druk heeft gezet, en

- tegen die [naam 8] heeft gezegd dat hij, verdachte, geldproblemen had en dat er geld verdiend moest worden, en

- die [naam 8] het gevoel heeft gegeven dat zij het geld moest gaan verdienen, waarbij hij, verdachte, de indruk wekte dat hij een toekomst wilde opbouwen met die [naam 8], en

- (vervolgens) tegen die [naam 8] heeft gezegd dat zij condooms moest gaan kopen, en

- aan die [naam 8] diverse telefoonnummers heeft gegeven voor het regelen van een prostitutiekamer, en tegen die [naam 8] heeft gezegd dat zij moest bellen en een kamer moest regelen, en

- (vervolgens) tegen [naam 8] heeft gezegd dat zij lingerie moest meebrengen, en die [naam 8] heeft opgehaald met de auto en heeft afgezet bij de werkplek in Amsterdam, en

- die [naam 8] geld heeft gegeven voor de huur van een werkkamer, en

- tegen die [naam 8] heeft gezegd dat ze het voor het geld moest doen en dat ze niet aan de mannen moest denken waarmee zij seks zou hebben;

feit 4:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 december 2001 tot en met 26 november 2008,

te Amsterdam en/of te Alkmaar en/of te Utrecht en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, geldbedragen en een of meer betalingen en/of ontvangsten uit

prostitutiewerkzaamheden van vrouwen voorhanden gehad, te weten

- ten aanzien van [naam 3] een bedrag en

- ten aanzien van [naam 4] een bedrag en

- ten aanzien van [naam 1] een bedrag en

- ten aanzien van [naam 5] een bedrag en

- ten aanzien van [naam 6] een bedrag en

- ten aanzien van [naam 7] een bedrag

terwijl hij telkens wist dat die voorwerpen en geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit misdrijf;

feit 5:

hij op of omstreeks 14 november 2007 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend

- [naam 25] meermalen met gebalde vuist met kracht tegen het hoofd heeft geslagen, en

- [naam 24] meermalen met gebalde vuist met kracht tegen het hoofd heeft geslagen,

waardoor voornoemde [naam 25] en/of [naam 24] letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden;

feit 6:

hij op een tijdstip in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 augustus 2008

te ’s-Gravenhage, in elk geval in Nederland, aan [naam 6] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken arm (gebroken ellepijp), heeft toegebracht, door voornoemde [naam 7] met dat opzet één of meermalen met een honkbalknuppel tegen de (linker)arm van die [naam 7] te slaan;

feit 7:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2002 tot en met 26 november 2008

te 's-Gravenhage en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of te Alkmaar, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend telkens [naam 6] meermalen met gebalde vuist en/of met een hard voorwerp tegen het lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [naam 6] (telkens) letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

feit 8:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2002 tot en met 26 november 2008

te 's-Gravenhage en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of te Alkmaar, in elk geval in Nederland telkens [naam 6] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een of meermalen met een honkbalknuppel gezwaaid in de richting van die [naam 7] en/of (daarbij) de woorden gebezigd,

- "Jij betaalt!", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of een of meermalen dreigend (telefonisch) de woorden gebezigd:

- "Ik kom daar en breek je hele kankergebit" en/of

- "Ik slacht jou" en/of

- "Jij solliciteert ernaar dat ik die kankernek helemaal opensnij", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of sms-berichten naar die [naam 7] gestuurd, met daarin de tekst:

- "Zoals ik al zei ik weet alles en dan ook echt alles en jij gaat boeten" en/of

- "Nee, dat zei je ook over japa tot ik begon te verbouwen en op eens was de verhaal anders",

feit 9:

hij op of omstreeks 30 mei 2008 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

met [naam 9]n, van wie hij, verdachte, wist dat die [naam 9] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [naam 9] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam 9], waarbij hij, verdachte

- die [naam 9] een (longdrink)glas cola, met daarin (vermoedelijk) de drug GHB, althans een slaapverwekkend middel, heeft gegeven, en

- (vervolgens) die [naam 9] heeft uitgekleed, en

- die [naam 9] naar de slaapkamer heeft meegenomen, en

- met zijn penis de vagina van die [naam 9] is binnengedrongen, terwijl die [naam 9] meermalen buiten bewustzijn is geraakt;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1:een ander door geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met een of meer feitelijkheden, dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en of door misleiding in de prostitutie heeft gebracht, meermalen gepleegd;

feit 2: een ander door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

ten aanzien van een ander enige handeling ondernemen waarvan hij of zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt

en/of

opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de eerder genoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen

en/of

een ander door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding bewegen hem of haar uit de opbrengst van zijn of haar seksuele handelingen met of voor een derde te bevoordelen,

meermalen gepleegd;

feit 3 primair: mensenhandel, meermalen gepleegd;

feit 4: van het plegen van witwassen een gewoonte maken, meermalen gepleegd;

feiten 5 en 7: mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 6: zware mishandeling;

feit 8: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 9: met iemand van wie de dader weet dat zij in staat van lichamelijk onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

4.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting met betrekking tot de strafmaat aangevoerd dat teneinde enige eenvormigheid in de strafeis aan te brengen er binnen het Openbaar Ministerie afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de strafeis bij mensenhandel, en dan met name gericht op de seksuele uitbuiting. Het startpunt bij voornoemde situatie, waarin wordt meegenomen dat een slachtoffer op het moment van starten in de prostitutie, zelf wel bezwaar heeft tegen dit werk, is negen maanden gevangenisstraf per slachtoffer. Daarmee worden nadrukkelijk ook de vrouwen bedoeld die vanuit hun gevoelens voor verdachte, en als gevolg van zijn handelen, in de prostitutie terecht zijn gekomen.

Vervolgens moet volgens deze afspraken rekening worden gehouden met een aantal factoren die drie extra maanden per slachtoffer opleveren. De relevante factoren waar in deze zaak rekening mee moet worden gehouden zijn de bedreiging van de slachtoffers, de mishandelingen, het feit dat er veel langer dan drie maanden sprake was van uitbuiting, het doorwerken tijdens menstruatie en ziekte, het meer dan vijf dagen per week werken en het draaien van dubbele diensten.

Uitdrukkelijk is in deze afspraken opgenomen dat het feit dat een slachtoffer ontkent slachtoffer te zijn, niet als strafverlichtende omstandigheid moet worden meegewogen. Hetzelfde geldt voor de redenering dat een slachtoffer voor de uitbuitingsituatie al in de prostitutie werkzaam was, of na de uitbuitingssituatie in de prostitutie is blijven werken.

De afspraken zoals eerder genoemd zijn volgens de officier van justitie vastgelegd in een notitie die rond 2005 tot stand is gekomen. Een belangrijk aspect komt volgens de officier van justitie in deze notitie echter volstrekt onvoldoende naar voren, namelijk de duur van de uitbuiting. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen seksuele uitbuiting die langer dan drie maanden heeft geduurd, en uitbuiting die vele jaren heeft geduurd. Dit uitgangspunt is aan een persoon die vele jaren is uitgebuit natuurlijk niet uit te leggen en de officier heeft dan ook in belangrijke mate gewicht toegekend aan de duur van de uitbuiting.

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht en op grond van het vorenstaande gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren met aftrek van het voorarrest.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd om alle vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, alsmede in alle gevallen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zoals hiervoor al weergegeven verzocht om verdachte vrij te spreken van de hem ten laste gelegde feiten en aangegeven dat verdachte berust in een veroordeling voor de feiten 5, 7 en 9. In het geval de rechtbank de raadsman met betrekking tot de bewezenverklaring zou volgen dan kan volgens de raadsman worden volstaan met een straf die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis. Wanneer de rechtbank komt tot meerdere bewezenverklaarde feiten, waaronder mensenhandel, heeft de raadsman verzocht om aansluiting te zoeken bij veroordelingen in soortgelijk zaken en niet mee te gaan in het onbeteugelde vergeldingsverlangen van het Openbaar Ministerie. Voorts dient er naar de mening van de raadsman rekening te worden gehouden met de wettelijke strafmaxima zoals deze golden in de eventuele bewezenverklaarde periodes. Strafverlagend zou ook moeten meewerken dat de verdachten in deze zaak een hoeveelheid negatieve publiciteit over zich heen hebben gekregen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan

De verdachte heeft door zijn handelswijze er mede zorg voorgedragen dat aan de slachtoffers en hun naasten groot leed is berokkend. Of de slachtoffers nu wel of niet eerder in de prostitutie werkzaam zijn geweest en of zij nu wel of niet verklaren nog steeds een relatie met verdachte te onderhouden, voorop staat dat acht jonge vrouwen zijn uitgebuit en zich gedwongen hebben gevoeld deze werkzaamheden te blijven verrichten.

Het onvrijwillig in de prostitutie houden van vrouwen en het financieel uitbuiten van deze vrouwen is niet alleen zeer ernstig, het geeft er ook blijk van dat verdachte op geen enkele wijze respect heeft voor de lichamelijke en geestelijke integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van deze vrouwen. Door verdachte zijn de vrouwen, die veelal uit liefde voor hem handelden, gemaakt tot willoze individuen, met wie zeer veel geld kon worden verdiend. Daarbij werden de slachtoffers gewetenloos gereduceerd tot een voorwerp en een gebruikersartikel.

Ook de naasten van de slachtoffers hebben van het handelen van verdachte te lijden gehad. Meermalen is gebleken dat de familieleden van de slachtoffers eveneens gebukt gaan onder hetgeen met hun (klein)dochter of zusje is geschied,waarbij een verwijdering van het slachtoffer van haar familie diepe indruk maakt.

De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij ten aanzien van een aantal slachtoffers zeer gewelddadig is geweest. Hiermee, maar ook door het creëren of het voorspiegelen van een bedreigende situatie, boezemde hij bij de slachtoffers angst in, hield hij hen onder controle en in zijn machtssfeer.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het hebben van seksuele gemeenschap met [naam 9], terwijl zij op dat moment buiten bewustzijn was doordat verdachte heimelijk GHB in haar cola had gedaan. In plaats van zich op dat moment te bekommeren om haar welzijn heeft verdachte eerst zijn seksuele lusten op haar botgevierd en pas daarna zich om haar welzijn bekommerd. Dergelijk handelen getuigt naar het oordeel van de rechtbank wederom van een totale respectloosheid aan de zijde van verdachte. Verdachte heeft ook door deze handelswijze een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer en het zelfbeschikkingsrecht op haar eigen lichaam in zeer vergaande mate geschonden, dit alles ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens.

Eén van de door verdachte gepleegde mishandelingen heeft geleid tot de bewezenverklaarde gebroken ellepijp, hetgeen als zwaar lichamelijk letsel wordt gekwalificeerd. De rechtbank houdt verdachte hiervoor volledig verantwoordelijk.

De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het witwassen van de door de slachtoffers verdiende gelden.

De rechtbank heeft bij de hoogte van de straf uitdrukkelijk rekening gehouden met de lange duur van de uitbuiting, het groot aantal slachtoffers en met uitspraken van andere rechterlijke college’s in soortgelijke zaken. De rechtbank bij deze rechtspraak aansluiting gezocht, rekening houdend met de feiten en omstandigheden zoals hiervoor naar voren is gekomen. De rechtbank heeft daarnaast rekening gehouden met de wettelijke strafmaxima zoals die golden/gelden voor de betreffende bewezenverklaarde feiten.

De persoon van verdachte

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 18 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte weliswaar niet eerder voor feiten met betrekking tot mensenhandel is veroordeeld, maar wel voor geweldsfeiten is veroordeeld.

De ernst van de genoemde feiten en de gevolgen hiervan voor de slachtoffers rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van langere duur.

6 De benadeelde partij

6.1 De benadeelde partij [naam 1]

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 115.000,- voor feit 1 en 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 15.000,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 10.000,- ter zake van materiële schade en € 5.000,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende eenvoudig van aard en aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.2 De benadeelde partij [naam 3]

De benadeelde partij [naam 3] vordert een schadevergoeding van € 33.000,- voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 6.000,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 3.500,- ter zake van materiële schade en € 2.500,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende eenvoudig van aard en aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.3 De benadeelde partij [naam 4]

De benadeelde partij [naam 4] vordert een schadevergoeding van € 357.000,-,- voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 40.000,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 35.000,- ter zake van materiële schade en € 5.000,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende eenvoudig van aard en aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.4 De benadeelde partij [naam 5]

De benadeelde partij [naam 5] vordert een schadevergoeding van € 22.500,- voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 6.750,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 1.750,- ter zake van materiële schade en € 5.000,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende eenvoudig van aard en aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

6.5 De benadeelde partij [naam 25]

De benadeelde partij [naam 25] vordert een schadevergoeding van € 494,07 voor feit 5.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 94,07 ter zake van materiële schade en € 400,- ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

6.6 Schademaatregel

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

7 Het beslag

7.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien die voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen en aan hem toebehoren.

7.2 De verbeurdverklaring

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen geldbedragen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat deze geldbedragen geheel of grotendeels door middel van strafbare feiten zijn verkregen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36 f, 57, 243, 250a (oud) 250ter (oud), 273a (oud), 273f, 285, 300, 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:een ander door geweld en/of een of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met een of meer feitelijkheden, dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en of door misleiding in de prostitutie heeft gebracht, meermalen gepleegd;

feit 2: een ander door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

ten aanzien van een ander enige handeling ondernemen waarvan hij of zij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelt

en/of

opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de eerder genoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen

en/of

een ander door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding bewegen hem of haar uit de opbrengst van zijn of haar seksuele handelingen met of voor een derde te bevoordelen,

meermalen gepleegd;

feit 3 primair: mensenhandel, meermalen gepleegd;

feit 4: van het plegen van witwassen een gewoonte maken, meermalen gepleegd;

feiten 5 en 7: mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 6: zware mishandeling;

feit 8: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 9: met iemand van wie de dader weet dat zij in staat van lichamelijk onmacht verkeert handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 en 3;

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 2 tot en met 7;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 1] van € 15.000,-, waarvan € 10.000,- ter zake van materiële schade en € 5.000 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 3] van € 6.000,-, waarvan € 3.500,- ter zake van materiële schade en € 2.500,- ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 4] van € 40.000,-, waarvan € 35.000,- ter zake van materiële schade en € 5.000 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 5] van € 6.750,- waarvan

€ 1.750,- ter zake van materiele schade en € 5.000,- ter zake immateriële schade;

- verklaart de benadeelde partijen [naam 1], [naam 3], [naam 4] en [naam 5] in het overige gedeelte van hun vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 25] van € 494,- waarvan € 94,- ter zake van materiele schade en € 400,- ter zake immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [naam 1], € 15.000,-, 110 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [naam 3], € 6.000,-, 65 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [naam 4], € 40.000,-, 235 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [naam 5], € 6,750,-, 68 dagen,

- benadeelde partij [naam 25], € 494,-, 9 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Bender, voorzitter, mr. J.P. Killian en mr. R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 december 2009.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature