Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten van vader. Broer heeft gegevens overgelegd. Het enkele feit dat appellant in de beroepsfase niet zelf de (...) gegevens heeft ingebracht doet er naar het oordeel van de Raad niet aan af dat ook in zijn zaak in die fase voldoende inzicht is verkregen in de financiële situatie van zijn vader, zodat al op dat moment het recht op bijzondere bijstand van appellant kon worden vastgesteld.

Uitspraak



08/1145 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 januari 2008, 06/2891(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 15 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.G. Meijer, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Meijer en door [naam broer van appellant], de broer van appellant (hierna: de broer). Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. A.A. Brouwer, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. De vader van appellant is op 9 juni 2005 overleden. Appellant en zijn broer hebben ieder voor zich op 22 augustus 2005 een aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor de kosten van de uitvaart van hun vader tot een bedrag van € 2.011,35, zijnde de helft van de totale uitvaartkosten (€ 4.022,70).

1.2. Aan zowel appellant als zijn broer heeft het College verzocht informatie te verschaffen over de financiële situatie van hun overleden vader. Bij beide broers is dezelfde informatie hierover opgevraagd.

1.3. Na de aanvraag om bijzondere bijstand van appellant aanvankelijk buiten behandeling te hebben gesteld wegens het ontbreken van voldoende gegevens over het vermogen van diens vader, heeft het College deze aanvraag bij besluit van 21 februari 2006 afgewezen. Hieraan is ten grondslag gelegd dat de noodzaak van bijzondere bijstand niet is vast te stellen, omdat de stukken met betrekking tot de financiële situatie van de vader niet aanwezig zijn. Bij besluit van 20 april 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 21 februari 2006 ongegrond verklaard. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellant zich als erfgenaam van de boedel van zijn vader onvoldoende heeft ingespannen om een verklaring van erfrecht en om de financiële gegevens van zijn vader te verkrijgen en dat appellant evenmin heeft aangetoond dat de nalatenschap van zijn vader ontoereikend is om de uitvaartkosten te dekken.

1.4. De aanvraag om bijzondere bijstand van de broer was aanvankelijk ook buiten behandeling gesteld omdat onvoldoende gegevens over het vermogen van zijn vader waren overgelegd. Nadat de broer in de gelegenheid was gesteld alsnog de ontbrekende financiële gegevens van zijn vader over te leggen, heeft het College diens aanvraag bij besluit van 20 februari 2006 wederom buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 20 april 2006 heeft het College het bezwaar van de broer ongegrond verklaard.

1.5. Appellant en zijn broer hebben beiden beroep ingesteld tegen de besluiten van 20 april 2006. Hangende de beroepen heeft de broer in diens beroepszaak alsnog financiële gegevens van zijn vader aan het College doen toekomen. Het betreft een inkomensverklaring van de belastingdienst en een brief van de Postbank betreffende de bankrekening van de vader. Het College heeft hierin aanleiding gezien om bij besluit van 8 mei 2007 het ten aanzien van de broer genomen besluit van 20 april 2006 te herzien, het besluit van 20 februari 2006 te herroepen en alsnog bijzondere bijstand voor de gemaakte uitvaartkosten toe te kennen tot een bedrag van € 1.370,73. De broer heeft het beroep doorgezet omdat niet het volledige bedrag waarvoor hij bijzondere bijstand had gevraagd was toegekend. Bij uitspraak van 2 januari 2008 heeft de rechtbank het beroep van de broer, voor zover gericht tegen het besluit van 8 mei 2007, ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.

2. Bij de aangevallen aanspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het onder 1.3 vermelde besluit van 20 april 2006 ongegrond verklaard.

3. Onder overlegging van de ook al door zijn broer in de beroepsfase ingebrachte financiële gegevens van zijn vader heeft appellant zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het door het College in zijn besluit van 20 april 2006 ingenomen standpunt dat appellant zich niet voldoende zou hebben ingespannen om de benodigde financiële gegevens van zijn vader te verkrijgen vormt, wat hier verder ook van zij, naar het oordeel van de Raad geen zelfstandige grond om bijzondere bijstand te weigeren. De Raad stelt op basis van de verklaringen van de gemachtigde van het College ter zitting van de Raad vast dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand van appellant in feite berust op de grond dat appellant in strijd met de op hem rustende inlichtingenverplichting ingevolge artikel 17, eerste lid (tekst tot 1 januari 2008), van de WWB geen financi ële gegevens van zijn vader heeft overgelegd, als gevolg waarvan het recht op bijzondere bijstand niet kan worden vastgesteld.

4.2. Naar vaste rechtspraak van de Raad levert schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond op voor weigering van algemene bijstand, indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of, en zo ja in hoeverre, de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Het is dan aan de betrokkene feiten te stellen en zonodig te bewijzen dat in het geval wel aan de inlichtingenverplichting zou zijn voldaan over de betreffende periode recht op (aanvullende) bijstand bestond. Volgens vaste rechtspraak van de Raad dienen daarbij ook de door de belanghebbende in de (hoger) beroepsfase alsnog verstrekte gegevens te worden betrokken. Deze rechtspraak is ook van toepassing indien, zoals in het onderhavige geval, bijzondere bijstand wordt geweigerd omdat het recht daarop wegens schending van de inlichtingenverplichting niet kan worden vastgesteld.

4.3. Vaststaat dat appellant in de beroepsfase de door het College gevraagde financiële gegevens van zijn vader niet zelf heeft ingebracht, maar dat zijn broer dat in die fase wel heeft gedaan. Ook staat vast dat met deze gegevens het recht op bijzondere bijstand van de broer kon worden vastgesteld: aan hem is immers hangende de beroepsprocedure alsnog bijzondere bijstand voor (een deel van) die kosten toegekend. Uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank blijkt voorts dat de gemachtigde van appellant uitdrukkelijk op de hiervoor bedoelde, voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand noodzakelijke, gegevens heeft gewezen. Onder deze omstandigheden doet het enkele feit dat appellant in de beroepsfase niet zelf de hiervoor bedoelde gegevens heeft ingebracht er naar het oordeel van de Raad niet aan af dat ook in zijn zaak in die fase voldoende inzicht is verkregen in de financiële situatie van zijn vader, zodat al op dat moment het recht op bijzondere bijstand van appellant kon worden vastgesteld.

4.4. Aangezien de rechtbank dit niet heeft onderkend, zal de Raad met vernietiging van de aangevallen uitspraak en doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen het beroep tegen het besluit van 20 april 2006 gegrond verklaren en dat besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de omstandigheid dat aan het (primaire) besluit van 21 februari 2006 hetzelfde, niet te herstellen, gebrek kleeft, ziet de Raad tevens aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat besluit te herroepen. Nu voorts niet in geschil is dat aan de overige voorwaarden voor toekenning van bijzondere bijstand is voldaan en appellant in hoger beroep hetzelfde bedrag heeft geclaimd als zijn broer uiteindelijk heeft ontvangen, zal de Raad bepalen dat appellant bijzondere bijstand voor de gemaakte uitvaartkosten wordt toegekend tot een bedrag van € 1.370,73.

5. De Raad ziet aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand. Aangezien het College het voor het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand noodzakelijke inzicht in de financiële situatie van de vader van appellant pas heeft verkregen in de beroepsfase, ziet de Raad geen aanleiding om het College te veroordelen in de door appellant in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten. Om dezelfde reden behoeft het College het door appellant in beroep betaalde griffierecht niet te vergoeden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 20 april 2006;

Herroept het besluit van 21 februari 2006;

Bepaalt dat aan appellant bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten van zijn vader wordt toegekend tot een bedrag van € 1.370,73;

Veroordeelt het College in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 644,--;

Bepaalt dat het College aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 106,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en W.F. Claessens en C.G. Kasdorp als leden, in tegenwoordigheid van C. de Blaeij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2009.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) C. de Blaeij.

mm


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature