Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling tot 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag op zijn vrouw die van hem wilde scheiden . Ondanks aanwijzingen daarvoor in het dossier kan medeplegen niet worden bewezen.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/457709-07 (PROMIS)

Datum uitspraak: 14 december 2009

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] in 1967,

zich noemende en in Nederland ingeschreven onder de naam:

[verdachte],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Geniepoort” te Alphen aan den Rijn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12, 13 en 16 november en 1 december 2009.

Ter terechtzitting van 1 december 2009 is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 14 december 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J.J.I. de Jong en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.P.G. van der Weide en door de verdachte naar voren is gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals ter zitting van 16 april 2009 is gewijzigd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) slagvoorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt,

en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw

tengevolge waarvan die vrouw zodanige verwondingen heeft bekomen dat zij aan de gevolgen daarvan (op 24 augustus 2007) is overleden;

Subsidiair:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], zijnde zijn, verdachtes, levensgezellin, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) slagvoorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en) en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt,

en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw

en bestaande dat zwaar lichamelijk letsel bij die vrouw uit:

- (een groot aantal) (inwendige) bloedingen in/op de romp en/of (elders) in/op het lichaam en/of

- meerdere, althans een, verscheuring(en) van de lever en/of

- (een) gebroken rib (ben) en/of

- (een) kneuzing(en) van de longen en/of

- (een) bloeduitstorting(en) in de weke delen rond het hart en/of

- (een) beschadiging(en) van (het slijmvlies van) de endeldarm,

terwijl die vrouw aan de gevolgen van dat zwaar lichamelijk letsel (op 24 augustus 2007) is overleden;

meer subsidiair:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2007 tot en met 24 augustus 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een vrouw met de naam [slachtoffer], althans [slachtoffer], zijnde zijn, verdachtes, levensgezellin, al dan niet met voorbedachte rade heeft mishandeld, hebbende hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig met (een) cricketbat(s) en/of (een) stok(ken), in elk geval met (een) met hard(e) (slag)voorwerp(en) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en) en/of de/een arm(en) en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met geschoeide voet) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geschopt en/of getrapt en/of

- die vrouw veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig (met gebalde vuist) op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd geslagen en/of gestompt,

en/of

- veelvuldig, althans meermalen, en/of (zeer) krachtig en/of langdurig (ander) (hevig) botsend en/of uitwendig mechanisch geweld uitgeoefend op/tegen (verschillende plaatsen op) de romp en/of de hals en/of de nek en/of het hoofd en/of de/een be(e)n(en), en/of de/een arm(en), en/of de genitale en/of anale regio van die vrouw,

tengevolge waarvan die vrouw zodanige verwondingen heeft bekomen, dat zij aan de gevolgen daarvan (op 24 augustus 2007) is overleden, althans pijn en/of letsel heeft bekomen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 22 augustus 2007 kreeg de politie de opdracht te gaan naar het adres [adres], waar de politie kort na 14.00 uur aanbelde. De deur werd geopend door een man. In de woonkamer trof de politie een vrouw bewegingloos en met gesloten ogen liggend op de grond aan. De kleur van haar huid was wit/grauw. De vrouw had geen hartslag meer. Nadat getracht was haar te reanimeren, werd de vrouw om 14.37 uur overgebracht naar het AMC ziekenhuis te Amsterdam.i

Het slachtoffer werd [slachtoffer] genoemd, maar bleek [slachtoffer] te heten.ii Nu het slachtoffer in het dossier en tijdens het onderzoek op de zitting voornamelijk met de naam [slachtoffer] is aangeduid, zal de rechtbank haar in deze uitspraak verder zo noemen.

De in de woning aangetroffen man gaf op [verdachte] te heten. Na politieonderzoek kwam vast te staan dat hij in werkelijkheid [verdachte] heet.iii Hij werd als verdachte aangehouden. Hij gedroeg zich in de ogen van de politie vreemd en er werd een arts geroepen.iv Tijdens het onderzoek door de GG&GD arts heeft de politie waargenomen dat verdachte divers vers letsel op zijn lichaam had, te weten bloeduitstortingen ter hoogte van rechter elleboog en rechter pink; ter hoogte van het linker sleutelbeen een kleine ontvelling; ter hoogte van hals aan de linkerzijde een aantal lichte schrammen en ter hoogte van de linker elleboog een aantal lichte schrammen. De GG&GD arts stelde geen ziekte vast bij verdachte.v

Voorts werd door de politie waargenomen dat de bovenzijde van verdachtes overhemd vanaf de hals tot halverwege de borstkas stuk was. De scheur betrof een zogenaamde winkelhaak van ongeveer 15 centimeter groot.vi

[slachtoffer] werd opgenomen op de Intensive Care-afdeling van het AMC en drie keer met spoed geopereerd wegens bloedingen in de buik. Op vrijdag 24 augustus 2007 is [slachtoffer] overleden.vii

Op 25 augustus 2007 is door F.R.W. van de Goot, arts en patholoog, een uit- en inwendige schouwing verricht op het lichaam van [slachtoffer]. Hiervan is een deskundigenrapport opgemaakt, gedateerd 31 oktober 2007.viii

Bij deze schouwing zijn massale bloeduitstortingen aan beide flanken met kneuzing van onderliggende vetweefsels en spierweefsel aangetroffen. Er was sprake van vele onderhuidse bloeduitstortingen aan bovenarmen, schouders, onderarmen, handen, boven- en onderbenen. Aan de binnenzijde van het rechter bovenbeen waren in een uitgebreide onderhuidse bloeduitstorting drie kraspatronen zichtbaar. Deze patronen liepen door naar de linkerbil alwaar een massieve bloeduitstorting was. Er was een bloeduitstorting naast de genitale regio en onder de anus. Ook onder het slijmvlies van de anus was een bloeduitstorting. Er zijn onderhuidse bloeduitstortingen rechts aan de hals, achter het oor en aan de rug aangetroffen. Verder was er een massieve bloeduitstorting in de weke delen van de rompwand en bevond zich veel bloed en stolsels in de buikholte. Er was een massieve bloeduitstorting in de vetweefsels van de buik, in de ophangbanden van de darmen, rond de maag, in het kleine bekken en in de ruimte achter de buikholte (rond de nieren). Voorts werd er een meervoudige verscheuring van de lever geconstateerd en meervoudige breuk van vele ribben. Er was sprake van kneuzing van de longen en bloeduitstorting in de weke delen rond het hart. Er was een bloeduitstorting rechts in de hals en tussen de spierbladen hoog in de hals. Er waren geen aanwijzingen voor ziekelijke afwijkingen aan de organen die een rol hebben gespeeld bij het intreden van de dood.

Als eindoordeel constateert de arts en patholoog dat bij sectie zeer vele bloeduitstortingen over vrijwel het gehele lichaam werden gezien. Met name aan de beide flanken was sprake van zeer uitgebreide bloeduitstorting. De bloeduitstortingen waren het gevolg van herhaaldelijke inwerking van hevig uitwendig botsend mechanisch geweld, zoals bijvoorbeeld kan optreden bij herhaaldelijk slaan met een of meerdere afgeronde of platte voorwerpen, dan wel herhaaldelijk schoppen of stompen of een combinatie daarvan. De uitgebreidheid past bij een groot aantal keren geweldinwerking. Het aantal ligt in de richting van tientallen keren geweldinwerking. Met name de beide flanken (de rechtbank begrijpt: “de zeer uitgebreide bloeduitstorting aan de beide flanken”) en de letsels aan de armen, benen en rug laten zich op geen enkele wijze verklaren door operatief handelen. De letsels aan de hals waren het gevolg van inwerking van botsend of samendrukkend mechanisch geweld zoals bijvoorbeeld zou kunnen optreden bij hard knijpen, drukken of slaan op de hals. De letsels aan de binnenzijde van de bovenbenen en rond de genitale en anale regio waren eveneens het gevolg van hevig uitwendig botsend mechanisch geweld zoals bijvoorbeeld kan optreden bij hard slaan, schoppen of andere vormen van botsend geweld zoals het slaan met een voorwerp.

De arts en patholoog concludeert dat massaal bloedverlies, weefselschade en verwikkelingen daarvan ten gevolge van herhaaldelijk hevige botsende geweldinwerking de oorzaken zijn geweest van het ontstaan van een zeer slechte conditie, uiteindelijk resulterend in het intreden van de dood.ix

F.R.W. van de Goot heeft ter zitting op 15 april 2009 als getuige/deskundige verklaard dat de streepvormige letsels op het lichaam van het slachtoffer niet te verklaren zijn door slagen met de handen of vuisten, maar dat het toebrengen van die letsels met een afgerond plat voorwerp moet zijn gebeurd. Volgens de deskundige is niet te zeggen of het letsel door één of door meer personen is toegebracht.x Bij ziekenhuisopname was sprake van heftig bloedend, fataal letsel in de buikholte.xi De bloeding in de buik is in zijn visie de oorzaak van de hartstilstand.xii Het letsel in de buik kan zijn ontstaan door stompen in de buik. Er kan dan vaatletsel ontstaan.xiii

Verder is voor de rechtbank komen vast te staan dat [slachtoffer] van verdachte was gescheiden voor de Nederlandse wetxiv en wilde scheiden voor de Islamitische wetgeving.

Verdachte is op 19 augustus 2007 met zijn neven [neef 1], [neef 2] en [neef 3] naar zijn huis gegaan om daar met [slachtoffer] te praten, omdat zij hem wilde verlaten.xv Daarbij zijn harde woorden tegen [slachtoffer] gesproken.xvi

De kinderen wisten ook dat hun moeder wilde scheiden. Hun vader en moeder hadden wel vaker ruzie en waren dan aan het vechten, waarbij het voorkwam dat zij de ouders uit elkaar te haalden.xvii Eén van de kinderen heeft daarover gezegd: ‘Ze vechten allebei, ze slaan allebei, schoppen allebei.’ Op de vraag van de verbalisant of er wel eens bloed was zegt hij dan: ‘Bij mijn vader zag ik wel bloed (wijst in de nek). Mijn moeder heeft lange nagels toch…gekrabd.’xviii

In de ochtend van 22 augustus 2007 hebben de kinderen, voor zij rond half negen naar school gingen, hun moeder nog gezien. Ze hebben die dag geen ruzie meegemaakt tussen moeder en vader.xix

Op 22 augustus 2007 om 13.53 uur heeft de verdachte telefonisch contact gezocht met een buurvrouw, [buurvrouw]. Zij was binnen een paar minuten in het huis van het slachtoffer en zij heeft vanuit die woning om 13.57 uur naar het alarmnummer 112 gebeld.xx Bij aankomst zag [buurvrouw] het slachtoffer op de bank liggen. Ze was spierwit.xxi Ze zag dat het slachtoffer niet meer ademde. Op aanwijzingen van een medewerker van 112 is zij begonnen met reanimeren.

Ook het ambulancepersoneel heeft vastgesteld dat het slachtoffer geen ademhaling had, geen bloedcirculatie en dat zij buiten bewustzijn was.xxii

In de woning werden door de politie geen zichtbare sporen aangetroffen van geweld. Er waren naast de verdachte, [buurvrouw] en het slachtoffer geen andere mensen in de woning.xxiii

Ook [buurvrouw] is bij binnenkomst in de woning van het slachtoffer niets bijzonders opgevallen.xxiv Zij verklaart niemand gezien te hebben en ook geen aanwijzingen te hebben dat er andere mensen in de flat aanwezig waren. Zij heeft ook op de galerij niemand gezien.xxv

Verdachte heeft verklaard, dat hij op 22 augustus 2007 vrij was en dat [slachtoffer], toen de kinderen naar school waren, tegen hem heeft gezegd dat hij het huis moest verlaten en dat zij niet meer met hem samen wilde leven.xxvi

Verdachte heeft [slachtoffer] toen in haar buik gestompt met gebalde vuist. Hij heeft wisselend verklaard over het aantal malen dat hij heeft gestompt. Hij was naar eigen zeggen woedend.xxvii

Volgens verdachte zijn [slachtoffer] en hij op 22 augustus 2007 beiden de woning niet uit geweest.xxviii Aanvankelijk heeft verdachte ook niet verklaard dat er verder iemand anders in de woning is geweest.xxix

Later heeft hij verklaard dat [neef 2] gedurende de ochtend twee keer in de woning is geweest, waarvan de eerste maal zeer kort. Hij had [neef 2] gebeld om zijn spullen op te komen halen.xxx

De verdachte heeft ter zitting van 17 april 2009 en in alle na die datum afgelegde verklaringen een andere lezing van het gebeuren gegeven en wel de volgende:xxxi

Zijn neef [neef 2] is bij hem langs geweest op 22 augustus 2007. Verdachte heeft verklaard dat hij, na opdracht daartoe van zijn neef, de woning heeft verlaten en dat zijn neef een half uurtje alleen bij het slachtoffer is geweest. Bij zijn terugkomst in de woning lag het slachtoffer ‘flauw’ op de bank. Verdachte heeft verklaard dat hij niet weet wat er tijdens zijn afwezigheid in de woning is gebeurd. [neef 2] zou vervolgens tegen hem gezegd hebben dat hij de schuld op zich moest nemen.

Bij de politie heeft verdachte op 23 augustus 2007 verklaard dat [slachtoffer] en hij ruzie hadden gekregen omdat het slachtoffer naar Engeland wilde verhuizen. Verdachte wilde dat ze bij hem zou blijven met de kinderen. ‘Het is niet mijn fout, maar de schuld van mijn vrouw’, zegt verdachte, ‘Sinds ze terug is uit Pakistan wil ze dat ik het huis verlaat. We hebben sinds 2 à 3 maanden een wat slechtere relatie. Af en toe hadden we wel eens ruzie en gaf ik haar wel eens een klap. De laatste twee weken is het wel heel erg. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd dat we opnieuw kunnen beginnen…ik zei het haar elke dag...mijn vrouw wilde niet.’ xxxii

Tegen de officier van justitie heeft hij op 24 augustus 2007 als reden waarom het op 22 augustus 2007 zo is misgegaan gezegd dat zijn echtgenote wilde scheiden en dat zij wilde dat hij uit de woning zou vertrekken.xxxiii

Ook ter terechtzitting van 16 april 2009 heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] en hij weliswaar voor de Nederlandse wet zijn gescheiden, maar dat zij voor de Islam nog man en vrouw zijn. ‘Zij is de oorzaak’, zegt verdachte: ‘Het klopt dat er geen talaq (de rechtbank begrijpt: toestemming om te scheiden volgens Islamitisch recht) heeft plaatsgevonden. Dat heeft nooit in onze familie plaatsgevonden.’xxxiv

Op de zitting van 17 april 2009 heeft de verdachte verder verklaard: ‘Er was veel druk op mij van mijn familie. Mijn zus [zus van verdachte] zei: “Laat haar gaan. Geef haar Talaq”. Ik zei: “Hoe kan ik dat nou doen. Ik heb bijna een volwassen dochter”. De rest van de familie zei: “Wat voor man ben jij, je bent toch geen mietje? Zorg dat je je vrouw onder de duim houdt.” Het ging om mijn eer en om die van de familie.’xxxv

Ter terechtzitting van 12 november 2009 heeft verdachte wederom bevestigd dat hij niet akkoord was met een scheiding en dat hij geen Talaq wilde geven.xxxvi

4. De waardering van het bewijs

4.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op nader in het schriftelijk requisitoir omschreven gronden op het standpunt gesteld dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat verdachte samen met [neef 2] verantwoordelijk is geweest voor de dood van het slachtoffer.

De hoeveelheid en de aard van het aangetroffen letsel en de wijze waarop dit moet zijn toegebracht, het ontbreken van sporen van een worsteling en informatie ten aanzien van betrokkenheid van derden, wijzen erop dat er meerdere personen bij het telastegelegde betrokken zijn geweest. Specifiek zijn er omstandigheden die erop wijzen dat de neven van verdachte, in het bijzonder [neef 2] bij de dood van het slachtoffer betrokken zijn geweest. De officier van justitie betrekt daarbij expliciet de leugenachtige en onaannemelijke verklaringen van verdachte en [neef 2].

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van medeplegen van moord. De in de woning aanwezige personen moeten, voor zover zij niet eigenhandig het geweld toepasten, het geluid van het geweld en de kreten van het slachtoffer hebben gehoord. Voor zover zij het geweld zelf niet hebben toegepast, hebben zij in elk geval niet voorkomen dat fataal letsel aan het slachtoffer werd toegebracht. Daarnaast is er voor verdachte en zijn mededader voldoende gelegenheid geweest om over de consequenties van hun handelen na te denken tijdens de uitvoering van de levensbeëindigende handelingen, zodat er in die zin, sprake is van voorbedachte raad.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op nader in zijn pleitnota omschreven gronden op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het aan hem telastegelegde en heeft daartoe aangevoerd dat verdachte, na zijn eerdere bekentenis die aantoonbaar onjuist is, een andere verklaring heeft afgelegd die goed aansluit bij objectieve gegevens in deze zaak. Deze verklaring, waarin verdachte stelt dat hij een klein half uur uit de woning is geweest en [slachtoffer] bij terugkomst ‘flauw’ op de bank aantrof en geen idee heeft wat er in de tussentijd is gebeurd, wordt niet uitgesloten of weerlegd door enig objectief bewijsmiddel.

Het is, alle onderzoeken ten spijt, nog steeds niet duidelijk wie er verantwoordelijk is of zijn, voor de dodelijke mishandeling die op 22 augustus 2007 heeft plaatsgevonden. Voorts is ook niet uit te sluiten dat [slachtoffer] uit de woning is gebracht en de mishandeling buiten de woning heeft plaatsgevonden.

De, thans bestreden, bekentenis van verdachte kan evenmin leiden tot een bewezenverklaring nu er nauwelijks steunbewijs aanwezig is, ook niet in de vorm van technisch bewijs. Er blijven stukjes van de puzzel ontbreken.

De toestand waarin verdachte zich bevond toen hij werd aangetroffen in de woning is volgens de raadsman een sterke contra-indicatie voor daderschap.

Verdachte heeft meerdere keren verklaard dat hij niet weet wat er gebeurd is in de periode dat hij niet in de woning aanwezig was.

Verdachte kan, zo stelt de raadsman, niet als medepleger worden aangemerkt van degene(n) die de mishandeling heeft(hebben) gepleegd, omdat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen anderen en de verdachte dan wel wat zijn feitelijke rol in het geheel is geweest.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

In de lezing van de gebeurtenissen zoals verdachte deze sinds 17 april 2009 heeft gegeven houdt hij – naar de rechtbank begrijpt – [neef 2] verantwoordelijk voor de dood van [slachtoffer], hoewel hij hem niet rechtstreeks beschuldigt, terwijl verdachte zelf niet betrokken zou zijn bij haar dood.

Volgens deze lezing zou [neef 2], nadat verdachte uit de woning is weggegaan, op het slachtoffer in een klein half uurtje tijd de tientallen malen geweldsinwerking moeten hebben toegepast, waaraan zij is overleden. In die tijd zou hij bovendien de sporen moeten hebben uitgewist van een confrontatie met het slachtoffer, want toen verdachte weer binnenkwam was er naar zijn zeggen niets te zien van een worsteling. De rechtbank acht dit onaannemelijk.

Daar komt nog het volgende bij. Verdachte heeft verklaard, dat hij buiten heeft rondgelopen in de buurt van de parkeergarage, maar hij is geen bekenden tegengekomen die dat kunnen bevestigen. Voorts heeft verdachte desgevraagd verklaard dat hij de opvallende bedrijfsauto van Boelsxxxvii, waar [neef 2] in reed, niet heeft zien staan, hetgeen onaannemelijk voorkomt. Ook overigens is er in het dossier geen enkele ondersteuning voor de lezing dat verdachte een half uurtje buiten zou hebben rondgelopen, waarna hij [slachtoffer] bij terugkomst in de woning ‘flauw’ op de bank aantrof.

De rechtbank schuift deze verklaring van verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde.

De rechtbank concludeert, op basis van het deskundigenrapport en de ter zitting afgelegde verklaring van de arts en patholoog F.R.W. van de Goot dat het slachtoffer is overleden aan fataal buikletsel. Anders dan verdachte langdurig heeft beweerd, is dat fatale letsel aan het slachtoffer toegebracht op 22 augustus 2007 voordat zij naar het ziekenhuis is gebracht en niet het gevolg van medisch handelen. Zo blijkt zonneklaar uit de verklaring van de arts en patholoog ter zitting.

Voorts concludeert de rechtbank dat het letsel waaraan [slachtoffer] is overleden is toegebracht nadat de kinderen naar school waren gegaan rond 8.30 uur. De rechtbank leidt dat af uit de verklaringen van de kinderen dat ze hun moeder nog gezien hebben en het feit dat ze niet verklaren dat moeder toen iets mankeerde. Toen buurvrouw [buurvrouw] rond 13.53 uur in de woning arriveerde, trof ze het slachtoffer zonder hartslag aan. Derhalve concludeert de rechtbank dat het letsel waaraan [slachtoffer] is overleden, moet zijn toegebracht op 22 augustus 2007 tussen 8.30 uur en 13.53 uur.

[slachtoffer] is volgens verdachte op 22 augustus 2007 de woning niet uit geweest. Er zijn geen gegevens in het dossier waaruit valt op te maken dat dit anders is geweest.

Ten aanzien van zijn eigen aanwezigheid in de woning heeft verdachte aanvankelijk verklaard dat hij die ochtend samen met het slachtoffer de hele tijd in de woning is gebleven. In de verklaring die hij op de zitting van 17 april 2009 aflegde, kwam hij hierop terug. De rechtbank acht deze laatste verklaring, zoals hiervoor is toegelicht, ongeloofwaardig.

De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte de hele ochtend in de woning aanwezig is geweest en dus de gelegenheid heeft gehad om geweld toe te passen op het slachtoffer.

Verdachte heeft zelf verklaard dat hij geweld heeft gebruikt tegen het slachtoffer, namelijk dat hij haar meermalen in haar buik heeft gestompt. Over het aantal stompen verklaart hij wisselend. De verklaring van verdachte, dat hij in de buik heeft gestompt past bij de verklaring van de arts en patholoog F.R.W. van de Goot, dat aan het slachtoffer buikletsel is toegebracht. De arts en patholoog heeft bovendien verklaard dat het mogelijk is dat het buikletsel van het slachtoffer door stompgeweld is ontstaan.

Bij onderzoek van verdachte door de GG&GD-arts kort na zijn aanhouding heeft de politie gezien dat verdachte op diverse plaatsen op zijn lichaam vers letsel had.

Verdachte heeft wisselend verklaard over hoe hij aan het letsel is gekomen. De verklaring van verdachte dat hij zichzelf zou hebben gekrabd komt de rechtbank onwaarschijnlijk voor, omdat de plaatsen waar het letsel is aangetroffen hiermee, althans voor een deel, niet verenigbaar zijn. De rechtbank houdt het ervoor dat dit letsel, zoals verdachte aanvankelijk ook heeft verklaard, is toegebracht door het slachtoffer, welke lezing nog wordt ondersteund door één van de kinderen, die verklaard heeft dat het slachtoffer lange nagels had en de verdachte daarmee al eens in de halsstreek had gekrabd.

Door de politie is geconstateerd dat de blouse van verdachte was gescheurd. Verdachte heeft hierover wisselend verklaard. Aanvankelijk heeft hij bij de politie en ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard dat [slachtoffer] hem bij zijn overhemd heeft gepakt.xxxviii Ook ter terechtzitting van 16 april 2009 heeft verdachte verklaard dat [slachtoffer] zijn kleding had stuk getrokken.xxxix Ter zitting van 17 april 2009 is verdachte op deze verklaringen teruggekomen en heeft hij gesteld dat hij zelf zijn kleding had stuk gemaakt.xl Nadien heeft verdachte zijn verklaring wederom gewijzigd en gesteld dat [neef 2] zijn kleding kapot heeft gescheurd.xli

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hijzelf of [neef 2] zijn kleding zou hebben stukgetrokken, niet geloofwaardig. De rechtbank houdt verdachte aan zijn eerste, kort na het incident afgelegde verklaringen dat [slachtoffer] hem tijdens de ruzie bij zijn blouse heeft gepakt, waardoor zijn blouse is gescheurd.

Voorts concludeert de rechtbank dat verdachte een zwaarwegend motief had om [slachtoffer] iets aan te doen: zij wilde van hem scheiden en wilde dat hij de woning verliet.

Verdachte heeft keer op keer verklaard dat hij dit onmogelijk kon accepteren.

De rechtbank constateert dat voor het overige met betrekking tot de toedracht van de gruwelijke dood van het slachtoffer veel onduidelijk is gebleven doordat verdachte niet het achterste van zijn tong heeft laten zien. Zo heeft verdachte – hoewel hij hiernaar indringend is gevraagd - nooit een plausibele verklaring gegeven over de wijze waarop hij de tijd tussen 8.30 uur en 13.53 uur heeft doorgebracht. Ook voor [neef 2] en voor de andere familieleden die de politie heeft gehoord, geldt naar het oordeel van de rechtbank, dat zij niet (steeds) de waarheid hebben verklaard over wat zij weten over de dood van het slachtoffer en dat zij, ook overigens, op zijn minst genomen ontwijkend hebben verklaard. Dit blijkt onder meer uit afgeluisterde gesprekken, waaruit valt op te maken dat zij hun familierelatie tot verdachte langdurig hebben geprobeerd te verhullenxlii en dat zij verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Een voorbeeld van dat laatste is het gesprek waarin [neef 2] met zijn familieleden afspreekt dat zij allen zullen zeggen dat zijn broer, [neef 3], op 22 augustus 2007 het huis waar hij verbleef niet heeft verlatenxliii.

Medeplegen

De arts en patholoog F.R.W. van de Goot heeft geconstateerd dat de verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer enkel met de vuist in de buik heeft gestompt niet verenigbaar is met een groot deel van het letsel, namelijk het letsel dat op tal van andere delen van het lichaam is aangetroffen, als ook het letsel dat met een voorwerp moet zijn toegebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen zich – gelet hierop – twee mogelijkheden voordoen.

De eerste mogelijkheid behelst dat de verdachte veel meer geweld op het slachtoffer heeft uitgeoefend dan hij heeft toegegeven.

De tweede mogelijkheid houdt in dat verdachte het letsel waaraan [slachtoffer] is overleden samen met [neef 2] en/of een ander of anderen heeft toegebracht.

De rechtbank ziet in het dossier wel aanwijzingen voor medeplegen, met name gelegen in het bezoek van de familieleden op zondag 19 augustus 2007 waarbij harde woorden zijn gesproken tegen het slachtoffer en voorts in het grote aantal letsels dat aan het slachtoffer is toegebracht, alsmede het ontbreken van sporen van een vechtpartij in de woning, hetgeen op een overmacht van de belagers zou kunnen duiden. De rechtbank kan echter uit de aard van het letsel niet met zekerheid vaststellen dat dit door meerdere personen is toegebracht, in het bijzonder nu de arts en patholoog desgevraagd heeft verklaard dat hij niet kan zeggen of de letsels door één of meerdere personen zijn toegebracht.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte en zijn neef [neef 2] samen het slachtoffer om het leven hebben gebracht. Hij voert daartoe onder meer aan dat zij beiden lange tijd uitermate tegenstrijdig, ongeloofwaardig en aantoonbaar onjuist hebben verklaard. Tot zover volgt de rechtbank de officier van justitie. Zo blijkt uit politieonderzoek dat [neef 2] in de woning aanwezig is geweest op 22 augustus 2007 en dat de rittenstaat van zijn werkgever door hem is vervalst en niet in overeenstemming is met de historische gegevens van het mobiele telefoonverkeer tussen verdachte en [neef 2]. Ook blijkt uit politieonderzoek dat – anders dan verdachte en [neef 2] hebben beweerd – verdachte op 22 augustus 2007 tussen 8.15 uur en 13.08 uur tot zes keer toe is gebeld door [neef 2] en niet andersom, terwijl [neef 2] noch verdachte daar een bevredigende verklaring voor hebben gegeven.

Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank echter tot het oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte samen met [neef 2] het slachtoffer heeft gedood, nu de rechtbank – gelet op hetgeen de deskundigen ing . N.M. van der Geest (Nederlands Forensisch Instituut) en ing R. Eikelenboom (Independent Forensic Services) hierover hebben verklaard op de zitting van 13 november 2009 – het in het nagelvuil van het slachtoffer aangetroffen DNA niet bruikbaar acht voor het bewijs, terwijl ook overigens geen direct bewijs voor de betrokkenheid van [neef 2] bij de dood van het slachtoffer aanwezig is. Het enkele verhullen van zijn aanwezigheid in de woning van het slachtoffer en de onverklaarde telefonische contacten acht de rechtbank voor het vaststellen van die betrokkenheid onvoldoende, mede omdat dat meerdere redenen kan hebben gehad. Niet onaannemelijk is bijvoorbeeld dat [neef 2] verdachte behulpzaam is geweest bij het opruimen van de woning en het meenemen van mogelijke slagwapens nadat hij [slachtoffer] bewegingloos op de bank had aangetroffen.

De mogelijkheid tenslotte dat verdachte samen met een ander of anderen dan [neef 2] zou hebben gehandeld vindt geen steun in het dossier.

Nu niet is komen vast te staan dat verdachte samen met een ander of anderen het telastegelegde heeft gepleegd, acht de rechtbank het telastegelegde alleen ten aanzien van verdachte bewezen. Dat de rechtbank niet kan uitsluiten dat verdachte in werkelijkheid samen met een of meer anderen heeft gehandeld, maakt dit niet anders. De leer van het strafrechtelijk bewijs brengt nu eenmaal mee dat een dader pas een mededader in juridische zin wordt, wanneer er ook voldoende bewijs van daderschap is tegen een ander.

(Voorwaardelijk) opzet op de dood en voorbedachte raad

Uit het sectierapport blijkt dat het letsel van het slachtoffer het gevolg is geweest van herhaaldelijk slaan met één of meerdere afgeronde of platte voorwerpen, dan wel herhaaldelijk schoppen of stompen of een combinatie daarvan.

Dit zijn handelingen die, ieder afzonderlijk beschouwd, niet zonder meer tot de dood leiden. Nu het gaat om zeer vele malen geweldstoepassing – gesproken wordt van tientallen keren –, waarvan meermalen in de buikstreek, een kwetsbaar deel van het lichaam, kan het niet anders dan dat door verdachte tijdens de uitvoering daarvan bewust de aanmerkelijke kans is aanvaard dat het slachtoffer hierdoor zou komen te overlijden.

Voorbedachte rade acht de rechtbank niet bewezen.

De verweren van de raadsman

De door de raadsman geschetste mogelijkheid dat het slachtoffer in die korte tijd dat verdachte buiten de woning verbleef door [neef 2] of door onbekende derden op klaarlichte dag uit de woning is gehaald, op een andere plaats is mishandeld en daarna weer naar de woning is teruggebracht, acht de rechtbank, mede gelet op de korte tijd die daarvoor beschikbaar zou zijn geweest, ongeloofwaardig en dit standpunt vindt geen enkele steun in enig objectief gegeven in het dossier.

Voorts heeft de raadsman opgeworpen dat de toestand waarin verdachte op 22 augustus 2007 verkeerde een contra-indicatie vormt voor daderschap. De rechtbank gaat in die gedachtegang van de raadsman niet mee en overweegt daartoe dat verdachte door een GG&GD-arts ter plaatse is onderzocht. Deze arts heeft bij verdachte geen toestand vastgesteld die een contra-indicatie zou vormen voor daderschap.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden, zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 22 augustus 2007 te Amsterdam, opzettelijk een vrouw met de naam [slachtoffer], van het leven heeft beroofd, hebbende hij, verdachte, met dat opzet

- die vrouw veelvuldig en zeer krachtig met een of meer harde slagvoorwerpen tegen verschillende plaatsen op de romp en/of de benen en/of de armen en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of het hoofd geslagen en

- die vrouw veelvuldig en zeer krachtig met gebalde vuist op/tegen verschillende plaatsen op de romp en/of de benen, en/of de armen, en/of de genitale en/of anale regio en/of de hals en/of het hoofd geslagen en/of gestompt

tengevolge waarvan die vrouw zodanige verwondingen heeft bekomen dat zij aan de gevolgen daarvan is overleden;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

8.1. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem primair bewezen geachte feit, het medeplegen van moord, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, nu in zijn visie niet bewezen kan worden dat verdachte het telastegelegde feit heeft begaan, bepleit dat aan verdachte geen straf moet worden opgelegd.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een jonge vrouw, de moeder van zijn vier kinderen, op een gruwelijke wijze in haar eigen woning gedood. Hij heeft het slachtoffer, door haar leven te nemen, beroofd van het kostbaarste wat een mens bezit en door zijn gedragingen blijk gegeven van het ontbreken van respect voor het leven van een ander. Gezien het aan het slachtoffer toegebrachte letsel moet zij bovendien vreselijke pijn hebben geleden.

Door haar dood is aan de kinderen hun moeder ontnomen en is aan de kinderen en aan de verdere familie van het slachtoffer groot leed aangedaan. Een feit als dit veroorzaakt gevoelens van afschuw in de samenleving en schokt de rechtsorde.

De verdachte heeft in zijn verklaringen de schuld van zijn handelen steeds bij het slachtoffer gelegd, dat wilde scheiden. Verdachte wilde dit niet toestaan. Hij was boos en voelde zich in zijn eer aangetast. Dat het slachtoffer wilde scheiden, kan in geen enkel opzicht het handelen van verdachte ook maar enigszins rechtvaardigen. Ook tegenover hun kinderen heeft verdachte de schuld voor de dood bij het slachtoffer gelegd en hen daarmee nog meer leed aangedaan. Op geen enkele wijze heeft verdachte berouw getoond over zijn handelen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de rapporten die betreffende verdachte zijn opgemaakt.

In het eerste rapport, opgemaakt op 15 november 2007, adviseert psycholoog A.E. Haan om de verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten op grond van een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en ontwijkende trekken die ten tijde van het plegen van het telastegelegde aanwezig was.

Psycholoog B. van der Giesen concludeert echter in zijn recente rapport van 8 september 2009, dat er bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er zijn volgens hem geen aanwijzingen dat hiervan wel sprake is geweest ten tijde van het plegen van het telastegelegde.

De rechtbank zal de conclusie uit het rapport van psycholoog A.E. Haan terzijde stellen en neemt de conclusie uit het rapport van psycholoog B. van der Giesen over en maakt deze tot de hare, nu dit onderzoek een vollediger beeld geeft van de achtergrond van verdachte en overtuigend betoogt waarom geen sprake is van een stoornis of gebrekkige ontwikkeling.

Al hetgeen hiervoor is overwogen kan tot geen ander oordeel leiden dan dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeer lange duur dient te worden opgelegd, ter vergelding van hetgeen verdachte [slachtoffer] en haar nabestaanden heeft aangedaan en vanwege de ernstige inbreuk op de rechtsorde.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het medeplegen van moord niet bewezen. De rechtbank ziet hierin aanleiding om voor wat betreft de op te leggen straf naar beneden toe af te wijken van de eis van de officier van justitie.

Met betrekking tot het reeds ter terechtzitting van 12 november 2009 gegeven oordeel van de rechtbank dat de wettelijke regeling van artikel 126aa, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet is nageleefd overweegt de rechtbank ten slotte het volgende.

Op die zitting heeft de rechtbank geoordeeld dat het niet naleven van bovengenoemde wettelijke regeling een ernstig en onherstelbaar vormverzuim oplevert in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat er geen sprake is van een zodanige inbreuk op de beginselen van behoorlijke procesorde dat daardoor doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan, dat daarop niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zou moeten volgen.

De rechtbank dient ten aanzien van de strafoplegging aan verdachte nu te bezien welke consequenties moeten worden verbonden aan het – ernstige – vormverzuim.

Nu de officier van justitie heeft gesteld dat de inhoud van geheimhoudersgesprekken op geen enkele wijze voor het onderzoek van (sturende) betekenis is geweest, het dossier geen concrete aanwijzingen voor het tegendeel bevat en ook de raadsman geen concrete aanwijzingen voor het tegendeel heeft aangevoerd, acht de rechtbank verdachte door het verzuim niet in zijn belang geschaad.

De rechtbank volstaat om die reden en vanwege de grote ernst van het feit met de enkele constatering van voornoemde onrechtmatigheid en verbindt daar geen gevolgen aan voor de strafoplegging.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het primair telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Doodslag

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

Een houten kruidenstamper

3 houten stukken van een bezemsteel

3 houten cricketbats

2 adressen/telefoonboekjes

Een Siemens draadloze telefoon en houder

Een paar Riverland schoenen

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

Een stuk dameskleding afkomstig van [slachtoffer]

Een 2-delige jurk gedragen door [slachtoffer]

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M.J. Lommen-van Alphen, voorzitter,

mrs. A. M. Ruige en S.A. Krenning, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.B. Boukema, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van

14 december 2009.

i Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] doorgenummerde blz, V 10 e.v.

ii Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 5 september 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] en een daarbij gevoegd schooldiploma betreffende [slachtoffer], doorgenummerde blz E 1 en E 2.

iii Proces-verbaal met nummer 2007227488 van 9 september 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 4] en [opsporingsambtenaar 5], inhoudende de verklaring van [persoon 1], doorgenummerde blz C 240.

iv Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 23 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6], doorgenummerde pagina V 16.

v Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7], doorgenummerde blz V 17.

vi Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] doorgenummerde blz, V 10 e.v.

vii Proces-verbaal van bevindingen nummer 2007227488-1, van 24 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4], doorgenummerde blz B 1.

viii Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 31 oktober 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door F.R.W. van de Goot, arts en patholoog, doorgenummerde blz B 13-B 22.

ix Blz B 21 en B 22 van voornoemd deskundigenrapport.

x Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 11, doorgenummerde blz E 228.

xi Blz 12 van voornoemd proces-verbaal, doorgenummerde blz E 229.

xii Blz 13 van voornoemd proces-verbaal, doorgenummerde blz E 230.

xiii Blz 14 van voornoemd proces-verbaal, doorgenummerde blz E231.

xiv Blz 20 van voornoemd proces-verbaal, doorgenummerde blz E 237 en een geschrift, te weten een formulier inzage persoonsgegevens m.b.t. verdachte, doorgenummerde blz. V 49.

xv Proces-verbaal met nummer 2007227488 van 1 mei 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4], inhoudende de verklaring van verdachte afgelegd op 27 april 2009, doorgenummerde blz D 52.

xvi proces-verbaal van de terechtzitting van 17 april 2009, inhoudende de verklaring van verdachte, doorgenummerde blz E 197.

xvii Proces-verbaal van verhoor met nummer 2007227488 van [persoon 2], doorgenummerde blz C 39 en van [persoon 3], doorgenummerde blz C 47, inhoudende de op 4 september 2007 afgelegde verklaringen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8].

xviii Proces-verbaal met nummer 2007227488 van 18 september 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8], inhoudende de op 4 september afgelegde verklaring van [persoon 2], doorgenummerde blz C 43.

xix Voornoemd proces-verbaal van verhoor van [persoon 3], doorgenummerde blz C 48.

xx Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488 van 20 februari 2009, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4], doorgenummerde blz B 95.

xxi Proces-verbaal van verhoor van de getuige [buurvrouw] bij de rechter-commissaris op 2 april 2008, doorgenummerde blz C 194.

xxii Een geschrift zijnde een brief van 13 april 2009 met als onderwerp “ambulancezorg [slachtoffer]”, afkomstig van [persoon 4], medisch manager Ambulancezorg, doorgenummerde blz E 192.

xxiii Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-1 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren verb [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] pag V 13.

xxiv Proces-verbaal met nummer 2007227488-5 van 22 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 9], inhoudende de verklaring van [buurvrouw], doorgenummerde blz V 25.

xxv Proces-verbaal van verhoor van de getuige [buurvrouw] bij de rechter-commissaris op 2 april 2008, doorgenummerde blz C 194.

xxvi Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 2, doorgenummerde blz .E219.

xxvii Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 3, doorgenummerde blz .E220.

xxviii Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 18, doorgenummerde blz .E 235.

xxix Blz 20 van voornoemd proces-verbaal, doorgenummerde blz E 237, midden van de bladzijde.

xxx Een geschrift zijnde het uitgewerkte studioverhoor van verdachte van 7 juli 2008, doorgenummerde blz D 02B.04 en het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 19, doorgenummerde blz E 236.

xxxi Zie onder meer het proces-verbaal van de terechtzitting van 17 april 2009 blz 3, doorgenummerde blz E 196 en verder en de processen-verbaal van de terechtzitting van 12 november 2009, blz 5 en 6 en van 16 november 2009, blz 5.

xxxii Proces-verbaal van bevindingen met nummer 2007227488-11 van 23 augustus 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 8] en [opsporingsambtenaar 3], doorgenummerde blz V 34.

xxxiii Proces-verbaal van bevindingen van de officier van justitie van 24 augustus 2007, doorgenummerde blz D 17.

xxxiv Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009 blz 20, doorgenummerde blz .E 237.

xxxv Proces-verbaal van de terechtzitting van 17 april 2009, blz 3, doorgenummerde blz E 196.

xxxvi Proces-verbaal van de terechtzitting van 12 november 2009, blz 7.

xxxvii Een bij het requisitoir gevoegde kopie van twee foto’s van de bedrijfsauto’s van Boels, welke foto’s door de officier van justitie ter terechtzitting van 16 november 2009 zijn getoond.

xxxviii Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 23 augustus 2007 met nummer 2007227488-11, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegd opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 8] en [opsporingsambtenaar 3], doorlopende blz V 36 en de verklaring van verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris op 24 augustus 2007.

xxxix Proces-verbaal van de terechtzitting van 15 en 16 april 2009, blz 19, doorgenummerde blz E 236.

xl Proces-verbaal van de terechtzitting van 17 april 2009, blz 3, doorgenummerde blz E 196.

xli Proces-verbaal van de terechtzitting van 12 november 2009, blz 4 en 6.

xlii De rechtbank wijst daarbij onder andere op de verklaring van [neef 1], proces-verbaal nummer met 2007227488-34 van 25 september 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, [opsporingsambtenaar 3], doorgenummerde blz C 82 en de verklaring van [neef 2], proces-verbaal met nummer 2007227488-45 van 27 november 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3], doorgenummerde blz C 171 en de verklaring van [persoon 1], proces-verbaal nummer 2007227488 van 9 september 2008, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 4] en [opsporingsambtenaar 5], doorgenummerde blz C 240.

xliii Een geschrift zijnde OVC-gesprekken van 2 juni 2009, inhoudende een gesprek tussen [neef 2], [persoon 5] en [persoon 6], doorgenummerde blz H 721.19.

??

??

??

??

Vonnis inzake [verdachte], zich noemende [verdachte]

Parketnummer: 13/457709-07 (PROMIS)

18


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature