< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Hoofdzaak: Tegels voldoen niet aan de koopovereenkomst. Koper hoefde de aangeboden oplossingen niet te accepteren. Verkoper moet schadevergoeding betalen. Vrijwaringszaak: Verkoper spreekt de voorschakel aan van wie zij de tegels heeft gekocht. Voorschakel beroept zich op exoneratiebeding. Het beroep op vernietiging van het exoneratiebeding slaagt op grond van artikel 7:25 BW . De gedachte achter dit artikel is om te voorkomen dat de verkoper beklemd raakt tussen de beschermde koper en de voorschakel die zijn aansprakelijheid beperkt, en om de schade uiteindelijk ten laste van de producent te brengen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 10 december 2008

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: 168015 / HA ZA 07-2388 van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.N.J.H. Dijkstra,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEGELZETTERSBEDRIJF VELDHOVEN B.V.,

gevestigd te Veldhoven,

gedaagde,

advocaat mr. C.M. van der Corput,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 175751 / HA ZA 08-1013 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEGELZETTERSBEDRIJF VELDHOVEN B.V.,

gevestigd te Veldhoven,

eiseres,

advocaat mr. C.M. van der Corput,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JAN VAN ERP GROOTHANDEL B.V.,

gevestigd te Schijndel,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. Jonkergouw.

Partijen zullen hierna [eiser in de hoofdzaak], Veldhoven en Van Erp genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 juli 2008;

- het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2008;

- de akte van [eiser in de hoofdzaak], waarbij kleurenkopieën zijn overgelegd van reeds eerder in het geding gebrachte foto’s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 juli 2008;

- het proces-verbaal van comparitie van 1 oktober 2008.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

3.1. [eiser in de hoofdzaak] heeft in de week van 1 december 2005 een koopovereenkomst met Veldhoven gesloten. Hij heeft daarbij 82 m² tegels van 60 cm x 60 cm van het type “Cotto D’Este Cesselatta lux” inclusief plinten en een vloerverwarming gekocht. De overeengekomen koopprijs was EUR 8.000,06 inclusief BTW. [eiser in de hoofdzaak] heeft daarvan EUR 6.000,00 betaald. De tegels zijn geleverd in de week van 12 tot en met 16 december 2005. De tegelvloer en de vloerverwarming zijn in die week voor een prijs van EUR 7.519,61 inclusief BTW gelegd door Carel Adams Tegelwerken & Natuurstenen Vloeren (die geen partij is in deze procedures).

3.2. Enkele weken nadat de vloer is gelegd, heeft [eiser in de hoofdzaak] Veldhoven aangesproken omdat de tegels begonnen te verkleuren en er stukjes van af brokkelden. Naar aanleiding daarvan is de vloer op 14 februari 2006 onderzocht door een vertegenwoordiger van een voorschakel van Veldhoven. Daarbij zijn schoonmaakmiddelen uitgeprobeerd om de vloer schoon te maken. Er bleek één schoonmaakmiddel te werken, namelijk “Kemox”. Dit middel is zeer agressief in het gebruik. [eiser in de hoofdzaak] heeft dit middel gebruikt om de tegels schoon te maken. De tegelvloer leek aanvankelijk schoon te worden, maar na enkele dagen kwamen de vlekken op de vloer weer tevoorschijn. Op 4 april 2006 is de vloer opnieuw onderzocht. Veldhoven was bij deze onderzoeken niet aanwezig, maar wist wel dat de vloer door haar voorschakels werd onderzocht.

3.3. [eiser in de hoofdzaak] heeft daarna via zijn rechtsbijstandverzekering IACT B.V., informatie- en adviescentrum voor tegelwerken (verder: IACT) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de tegels en naar de oorzaak van een eventueel gebrek. Op 9 augustus 2006 heeft IACT een rapport uitgebracht (productie 6 [eiser in de hoofdzaak]).

3.4. Bij brief van 11 september 2006 heeft de voormalige gemachtigde van [eiser in de hoofdzaak] Veldhoven gesommeerd om binnen 14 dagen kosteloos de oude tegels te verwijderen en nieuwe tegels in dezelfde prijscategorie te leveren en te plaatsen. Er volgde een briefwisseling en een nieuwe inspectie van de vloer, dit keer onder meer door vertegenwoordigers van de fabrikant van de tegels uit Italië. De fabrikant was bereid nieuwe tegels te leveren, die dan over de oude tegels zouden worden gelijmd. Een andere mogelijkheid die tussen [eiser in de hoofdzaak] en (de voorschakels van) Veldhoven is besproken, is het impregneren van de tegels. [eiser in de hoofdzaak] heeft deze mogelijkheden van de hand gewezen.

3.5. Bij brief van 2 oktober 2007 heeft [eiser in de hoofdzaak] Veldhoven gesommeerd binnen twee weken vervangende schadevergoeding te betalen.

in de vrijwaringszaak

3.6. Veldhoven heeft de tegels van Van Erp gekocht. De prijs bedroeg EUR 5.101,75 exclusief BTW voor 110 m².

4. Het geschil en de beoordeling

in de hoofdzaak

4.1. [eiser in de hoofdzaak] heeft zijn vordering ter zitting verminderd en vordert nu samengevat - veroordeling van Veldhoven tot betaling van een bedrag van EUR 25.890,13, een bedrag van EUR 1.406,86 aan buitengerechtelijke kosten en daarnaast in de proceskosten en nakosten, telkens vermeerderd met de wettelijke rente.

4.2. [eiser in de hoofdzaak] legt daaraan kort gezegd het volgende ten grondslag. De tegels voldoen niet aan de tussen hem en Veldhoven gesloten overeenkomst. Hij heeft Veldhoven diverse keren tevergeefs in gebreke gesteld en gesommeerd om de vloer te vervangen, aangezien herstel ervan onmogelijk is. Veldhoven moet de schade vergoeden.

4.3. Veldhoven voert kort gezegd de volgende verweren.

a) De tegels voldoen aan de koopovereenkomst.

b) [eiser in de hoofdzaak] heeft geen recht op schadevergoeding, maar hoogstens op uitvoering van de reeds (coulancehalve) aangeboden oplossingen.

c) De gestelde hoogte van de schade wordt betwist.

d) Er zijn geen buitengerechtelijke kosten gemaakt.

4.4. ad a) Als eerste moet worden beoordeeld of de tegels aan de koopovereenkomst tussen [eiser in de hoofdzaak] en Veldhoven voldoen. Het belangrijkste punt dat partijen daarbij verdeeld houdt, is de reinigbaarheid van de vloer.

4.5. [eiser in de hoofdzaak] voert aan dat bij het sluiten van de overeenkomst met Veldhoven is besproken dat de tegels makkelijk schoon te maken zouden zijn. [eiser in de hoofdzaak] verwijst ook naar een folder (productie 13 [eiser in de hoofdzaak]) waarin over de reinigbaarheid van deze tegels staat vermeld “Grade 1: very easy, no resistance of the dirt, immediate removal”. [eiser in de hoofdzaak] verwijst tot slot naar het rapport van IACT, waarin wordt geconcludeerd: “De moeilijke reiniging van de tegels wordt veroorzaakt door de tegel zelf, namelijk de sterk verhoogde oppervlakteruwheid van delen van het tegeloppervlak. (…) De verhoogde oppervlakteruwheid maakt dat de reinigbaarheid zodanig is verslechterd dat een cumulatie van vervuiling optreedt.”

4.6. Veldhoven is van mening dat de tegels wél aan de overeenkomst voldoen. Zij betwist dat door haar zou zijn gezegd dat de tegels makkelijk reinigbaar zijn. Volgens Veldhoven is uit het rapport van IACT af te leiden dat de tegels niet goed te reinigen zijn, niet dat de tegels niet goed zouden zijn (cva 12). Zij betwist de inhoud van het rapport en wijst daarbij op onjuistheden daarin, namelijk het formaat van de tegels, de naam van het bedrijf dat de vloer gelegd heeft en de opmerking dat de vloer gelijmd is, terwijl deze in cement gelegd is. Volgens haar zit er mogelijk nog steeds cementsluier op de tegels. Ook wijst zij erop dat de tegel niet in een laboratorium is onderzocht.

4.7. De rechtbank overweegt het volgende. De tegels voldoen niet aan de koopovereenkomst als deze niet de eigenschappen bezitten die [eiser in de hoofdzaak] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Daaronder vallen de eigenschappen die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen (artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek). Er is sprake van een consumentenkoop.

Partijen zijn het erover eens dat [eiser in de hoofdzaak] eerst bij een andere tegelhandel heeft geïnformeerd voordat hij bij Veldhoven kwam. Mededelingen van die andere tegelhandel kunnen niet aan Veldhoven worden toegerekend. Openbaargemaakte mededelingen van een voorschakel in de verkoopketen, zoals de fabrikant, gelden in beginsel wél als mededelingen van Veldhoven (artikel 7:18 lid 1 BW). De folder die [eiser in de hoofdzaak] heeft overgelegd (productie 13) is mogelijk een mededeling van de fabrikant, maar [eiser in de hoofdzaak] heeft zelf alleen gesteld dat hij deze van de andere tegelhandel heeft ontvangen zodat de rechtbank die productie verder buiten beschouwing laat.

Partijen twisten over de vraag of bij het sluiten van de koopovereenkomst tussen [eiser in de hoofdzaak] en Veldhoven ook besproken is dat de tegels makkelijk reinigbaar zouden zijn. Of dat zo is besproken, kan naar het oordeel van de rechtbank in het midden blijven. Het staat niet ter discussie dat [eiser in de hoofdzaak] mocht verwachten dat hij met de Cotto d’Este Cesselatta lux een goede tegel kocht. De echtgenote van [eiser in de hoofdzaak] had het volgens Veldhoven bij het sluiten van de overeenkomst over ‘de Mercedes onder de tegels’. Niet gesteld of gebleken is dat Veldhoven daar toen iets tegenin heeft gebracht. Als [eiser in de hoofdzaak] al niet mocht verwachten dat de tegels makkelijk reinigbaar zouden zijn, mocht hij in ieder geval verwachten dat deze met een normaal gangbare reinigingsinspanning schoon gehouden zouden kunnen worden.

In het rapport van IACT wordt geconcludeerd dat de tegels moeilijk te reinigen zijn, dat de reinigbaarheid zodanig is verslechterd dat een cumulatie van vervuiling optreedt en dat dit wordt veroorzaakt door de sterk verhoogde oppervlakteruwheid van delen van het tegeloppervlak. Veldhoven suggereert dat het probleem door nog aanwezige cementsluier zou worden veroorzaakt, maar reageert niet gemotiveerd op de opmerkingen hierover uit het rapport “De verkleuring is aanwezig over de gehele ruwere oppervlaktedelen, dus niet alleen daar waar lokaal een weinig cementrest aanwezig is.”(p.4) en “Beperkte cementsluierresten zijn weliswaar aangetroffen op de ruwere tegeldelen, doch deze veroorzaken de vervuiling niet, aangezien de vervuiling over de gehele tegeldelen met de verhoogde oppervlakteruwheid aanwezig zijn.” (p.6)

Veldhoven betwist de inhoud van het rapport van IACT verder in algemene bewoordingen en wijst op onjuistheden wat betreft formaat van de tegels, de naam van de tegelzetter en de wijze waarop de tegels zijn gelegd. Zij heeft wel opgemerkt dat de tegel niet in een laboratorium is onderzocht, maar zij heeft niet uitgelegd waarom een dergelijk onderzoek nodig zou zijn en zij heeft de tegel zelf niet nader laten onderzoeken.

Wat hier van belang is, bovengenoemde cursief weergegeven conclusie van IACT, betwist Veldhoven niet gemotiveerd. De rechtbank neemt deze conclusie van IACT als vaststaand aan. [eiser in de hoofdzaak] hoefde niet te verwachten dat de tegels moeilijk te reinigen zouden zijn en dat er een cumulatie van vervuiling zou optreden. De tegels voldoen dus niet aan de koopovereenkomst.

4.8. ad b) De volgende vraag die moet worden beantwoord, is of [eiser in de hoofdzaak] recht heeft op schadevergoeding.

4.9. [eiser in de hoofdzaak] wijst erop dat hij Veldhoven al bij brief van 11 september 2006 heeft gesommeerd de tegels te vervangen. Daar heeft Veldhoven niet aan voldaan. Er zijn door/namens Veldhoven wel andere oplossingen voorgesteld, maar daarmee hoefde hij naar zijn mening niet akkoord te gaan. Nu maakt hij aanspraak op schadevergoeding.

4.10. Veldhoven betoogt dat coulancehalve diverse oplossingen zijn aangeboden, namelijk het impregneren van de vloer, een laag van tegels van 14 mm over de huidige vloer en een dunnere tegellaag over de huidige vloer. De kosten van deze oplossingen staan niet in verhouding tot de gevorderde schadevergoeding. Door schadevergoeding te eisen probeert [eiser in de hoofdzaak] een slaatje uit de zaak te slaan, aldus Veldhoven. Als de tegels al verwijderd en vervangen moeten worden, wil Veldhoven in de gelegenheid worden gesteld deze door Van Erp te laten vervangen, om de kosten te beperken.

4.11. Veldhoven meent dat [eiser in de hoofdzaak] in strijd met de redelijkheid en billijkheid handelt door de geboden oplossingen van de hand te wijzen en aanspraak op schadevergoeding te maken. De rechtbank verwerpt dit verweer op grond van het volgende.

4.12. Partijen zijn het er over eens dat de tegels er door impregneren anders uit zullen zien dan de door [eiser in de hoofdzaak] gekochte tegels. Daarnaast is ter zitting gebleken dat aan impregneren het nadeel kleeft dat deze behandeling jaarlijks moet worden herhaald. [eiser in de hoofdzaak] heeft juist voor een goede tegel gekozen en hoefde daarbij niet te verwachten dat hij deze tegels nog jaarlijks zou moeten impregneren.

Evenmin hoefde [eiser in de hoofdzaak] akkoord te gaan met een extra laag tegels over de huidige vloer. Bij gebruik van de door Veldhoven en Van Erp genoemde nieuwe dunne tegels zal de vloer weliswaar slechts een paar millimeter hoger komen te liggen, maar [eiser in de hoofdzaak] heeft er ook op gewezen dat de werking van de vloerverwarming door de extra laag tegels zal veranderen. Van Erp heeft hierover opgemerkt “dat het wel iets langer duurt voordat de vloer opgewarmd is, maar ook langer duurt voordat de vloer weer afgekoeld is, dus het rendement is hetzelfde”. Daarbij heeft Veldhoven zich aangesloten. De rechtbank laat in het midden of het rendement van de vloerverwarming inderdaad gelijk blijft als er een extra laag tegels wordt gelegd. [eiser in de hoofdzaak] hoefde niet op de koop toe te nemen dat de vloer langzamer verwarmd zou worden en dat het langer zou duren voordat deze weer zou zijn afgekoeld. Hij hoefde dus geen genoegen te nemen met een extra laag tegels over de huidige vloer.

4.13. Voor zover Veldhoven (met Van Erp) meent dat zij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld de koopovereenkomst na te komen en daarom niet in verzuim was, gaat dit gelet op de inhoud van de brief van [eiser in de hoofdzaak] van 11 september 2006 (productie 7 [eiser in de hoofdzaak]) niet op.

4.14. Zoals al onder 4.7 is gezegd, voldoen de geleverde tegels niet aan de koopovereenkomst. Veldhoven heeft al de kans gehad de tegels te vervangen, maar was daar niet toe bereid. [eiser in de hoofdzaak] heeft nu recht op schadevergoeding (artikel 7:24 juncto 6:74 BW ). De schadevergoeding moet in geld worden voldaan (artikel 6:103 BW).

4.15. ad c) Wat de hoogte van de te betalen schadevergoeding betreft, overweegt de rechtbank het volgende.

4.16. Volgens [eiser in de hoofdzaak] moet bij toekenning van de schadevergoeding worden uitgegaan van de kosten van verwijdering en vervanging van de tegels. Ter onderbouwing van de schade verwijst [eiser in de hoofdzaak] naar de tweede tabel bij het rapport van IACT, die betrekking heeft op de kosten van verwijdering en vervanging van de tegel- en dekvloer en de vloerverwarming, inclusief verhuis- en opslagkosten. IACT geeft daarin een aantal activiteiten en kosten weer en komt vervolgens op een totaalbedrag van EUR 24.380,13 (inclusief BTW). [eiser in de hoofdzaak] vordert daarnaast hotelkosten.

4.17. Veldhoven heeft bij conclusie van antwoord de kostenopgave betwist met de opmerking dat eenvoudiger maatregelen met minder kosten tot hetzelfde of beter resultaat leiden. Ter zitting heeft Veldhoven nog naar voren gebracht dat er geen onderliggende stukken bij het rapport zijn overgelegd. Verder heeft zij zich verzet tegen de gevorderde hotelkosten.

4.18. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij het toekennen van schadevergoeding op grond van het reeds onder 4.12 overwogene niet worden uitgegaan van de door Veldhoven genoemde goedkopere oplossingen. Partijen zijn het er over eens dat als de vloer wordt vervangen, ook de vloerverwarming zal moeten worden vervangen. De rechtbank zal dus uitgaan van de kosten van verwijdering en vervanging van de huidige vloer, inclusief vloerverwarming.

4.19. Wat betreft het pas ter zitting geopperde bezwaar van Veldhoven dat er geen onderliggende stukken zijn overgelegd merkt de rechtbank het volgende op. Als Veldhoven dit verweer reeds bij antwoord naar voren had gebracht, had [eiser in de hoofdzaak] nog tijdig nadere stukken in het geding kunnen brengen. Omdat het gaat om een begroting van te verwachten kosten, zou [eiser in de hoofdzaak] in dat geval overigens slechts offertes en nog geen facturen hebben kunnen overleggen. De rechtbank merkt daarbij op partijen het erover eens zijn dat de prijs voor de huidige vloer EUR 8.000,06 (Veldhoven) + EUR 7.519,61 (het leggen van de vloer door Carel Adams) was. Vanzelfsprekend zijn de kosten voor het verwijderen en vervangen van de vloer, inclusief verhuis- en opslagkosten aanzienlijk hoger. De rechtbank zal bij het toekennen van schadevergoeding uitgaan van de opgave door IACT. Deze opgave komt de rechtbank redelijk voor en is door Veldhoven onvoldoende gemotiveerd weersproken. Dat betekent dat een bedrag van EUR 24.380,13 zal worden toegewezen.

4.20. Omtrent de hotelkosten overweegt de rechtbank het volgende. [eiser in de hoofdzaak] vordert EUR 1.700,00 aan kosten voor een hotelkamer, ervan uitgaande dat twee personen voor EUR 85,00 per persoon per nacht gedurende tien dagen in een hotel moeten verblijven. Veldhoven betwist dat tijdens de werkzaamheden verblijf in een hotel noodzakelijk is. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ziet de rechtbank niet in waarom verblijf in een hotel moet worden vergoed. Dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

4.21. De rechtbank merkt op dat tussen partijen vast staat dat de overeengekomen koopsom nog niet volledig door [eiser in de hoofdzaak] aan Veldhoven is betaald. Wanprestatie van de verkoper betekent niet dat de koper de koopsom niet langer verschuldigd is. (De advocaat van) Veldhoven heeft hier echter geen gevolgen aan verbonden, waardoor de rechtbank dat ook niet kan doen.

4.22. (ad d) De gevorderde buitengerechtelijke kosten ter hoogte van EUR 1.406,86 (waaronder de kosten van het rapport van IACT ad EUR 248,86) vermeerderd met de wettelijke rente zijn niet gemotiveerd weersproken. Uit de bij dagvaarding overgelegde producties blijkt dat daadwerkelijk buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De gevorderde kosten zullen overeenkomstig het rapport VoorWerk II worden toegewezen.

4.23. [eiser in de hoofdzaak] vordert wettelijke rente over de hoofdsom met ingang van 2 oktober 2007. Volgens hem is Veldhoven met ingang van die datum in verzuim komen te verkeren met betaling van de vervangende schadevergoeding. Aangezien Veldhoven bij brief van 2 oktober 2007 door [eiser in de hoofdzaak] is gesommeerd de schade binnen 14 dagen na dagtekening van de brief te vergoeden, is de wettelijke rente over de hoofdsom echter pas met ingang van 17 oktober 2007 toewijsbaar. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

4.24. Veldhoven zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden

veroordeeld in de proceskosten, waaronder de kosten van het incident.

De kosten aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak] worden tot op heden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht 625,00

- salaris advocaat 1.737,00 (3,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.446,31

De kosten aan de zijde van Veldhoven worden begroot op:

- vast recht 625,00

- salaris advocaat 1.737,00 (3,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.362,00

De wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar met ingang van de derde dag na betekening van dit vonnis, zoals gevorderd. De gevorderde veroordeling in nakosten moet worden afgewezen, nu in artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is voorgeschreven.

in de vrijwaringszaak

4.25. Veldhoven vordert - samengevat - dat Van Erp wordt veroordeeld om aan Veldhoven te betalen al hetgeen waartoe Veldhoven in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Van Erp in de proceskosten, waaronder de kosten van het incident.

4.26. Veldhoven legt daaraan het volgende ten grondslag. Als in de hoofdzaak komt vast te staan dat Veldhoven tegenover [eiser in de hoofdzaak] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst, dan is Van Erp op haar beurt tegenover Veldhoven tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst.

4.27. Van Erp voert kort gezegd het volgende verweer.

a) Van Erp heeft zich ingespannen om een passende oplossing voor [eiser in de hoofdzaak] te realiseren, maar dat is ten onrechte door [eiser in de hoofdzaak] van de hand gewezen. Met name de mogelijkheid om een dunne tegel over de huidige tegels aan te brengen is redelijk en acceptabel. Als vervanging van de vloer aan de orde zou zijn, wil Van Erp in de gelegenheid worden gesteld dit zelf te doen, om de kosten te beperken.

b) Tussen Van Erp en Veldhoven gelden de Algemene HIBIN Verkoop- en leveringsvoorwaarden bouw- en afbouwmaterialen (productie 1 Van Erp). Op grond van artikel 12 lid 1 is de aansprakelijkheid van Van Erp beperkt tot de factuurwaarde van de betreffende materialen.

4.28. ad a) De rechtbank verwijst naar wat in de hoofdzaak hierover is overwogen. Het verweer faalt.

4.29. ad b) Van Erp en Veldhoven zijn het er niet over eens of toepasselijkheid van de overgelegde algemene voorwaarden is overeengekomen. Ook zijn zij het er niet over eens of de voorwaarden van Van Erp wel aan Veldhoven zijn verstrekt. Dit speelt een rol bij het beroep van Veldhoven op vernietiging van de voorwaarden op grond van artikel 6:233 sub b BW. Het antwoord op deze vragen kan naar het oordeel van de rechtbank echter in het midden blijven.

Op grond van artikel 7:25 BW heeft Veldhoven namelijk recht op schadevergoeding tegenover degene van wie zij de tegels heeft gekocht, dus tegenover Van Erp. Van deze bepaling kan op grond van de wet niet ten nadele van Veldhoven worden afgeweken. De gedachte hierachter is om te voorkomen dat de verkoper (Veldhoven) beklemd raakt tussen de beschermde koper ([eiser in de hoofdzaak]) en de voorschakel die zijn aansprakelijkheid beperkt (Van Erp), en om de schade uiteindelijk ten laste van de producent te brengen. Het beroep van Veldhoven op vernietiging van de aansprakelijkheidsbeperkende bepaling op grond van artikel 7:25 lid 2 BW slaagt dus. Als vast zou staan dat toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen én dat die voorwaarden aan Veldhoven zijn verstrekt, kan Van Erp zich dus nog niet met succes op haar aansprakelijkheidsbeperking beroepen.

4.30. Dit betekent dat de vordering van Veldhoven tegen Van Erp zal worden toegewezen. De vordering van Veldhoven omvat de veroordeling van Van Erp tot vergoeding van de proceskosten in de hoofdzaak. Het door Veldhoven in de hoofdzaak gevoerde verweer diende mede ter verdediging van de belangen van Van Erp. De proceskosten die in de hoofdzaak voor rekening van Veldhoven zijn gekomen, moeten daarom door Van Erp worden vergoed.

4.31. Van Erp zal als de in het ongelijk gestelde partij ook in de proceskosten in de vrijwaringszaak worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Veldhoven worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,80

- salaris advocaat 579,00 (1,0 punt × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 650,80

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

veroordeelt Veldhoven om aan [eiser in de hoofdzaak] te betalen een bedrag van EUR 25.786,99 (vijfentwintigduizendzevenhonderdzesentachtig euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van

- het bedrag van EUR 24.380,13 vanaf 17 oktober 2007;

- het bedrag van EUR 1.406,86 vanaf de datum van dagvaarding;

telkens tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Veldhoven in de kosten van de hoofdzaak en het incident, aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak] tot op heden begroot op EUR 2.446,31, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de derde dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak in vrijwaring

veroordeelt Van Erp aan Veldhoven te betalen al hetgeen waartoe Veldhoven in de hoofdzaak jegens [eiser in de hoofdzaak] is veroordeeld, waaronder de proceskosten van de hoofdzaak waarin Veldhoven is veroordeeld, aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak] begroot op EUR 2.446,31 en aan de zijde van Veldhoven begroot op EUR 2.362,00,

veroordeelt Van Erp in de proceskosten in de vrijwaringszaak, aan de zijde van Veldhoven tot op heden begroot op EUR 650,80,

verklaart dit vonnis in deze zaak uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.M. Pols en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2008.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature