< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot de evenementenvergunning voor het organiseren van lustrumactiviteiten en ontheffing voor het ten gehore brengen van muziek afgewezen. Geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de omgeving. Verweerders hebben in redelijkheid de doorgang van dit evenement van groter belang kunnen achten dan het voorkomen van hinder voor omwonenden.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 06/2412 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juni 2006

inzake

[verzoekers],

wonende te de Bilt,

verzoekers,

en

de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt,

verweerders.

Inleiding

1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit van verweerders van 23 mei 2006, waarbij aan het Utrechtsch Studenten Corps een evenementenvergunning is verleend op grond van 2.2.2 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente De Bilt 2004 (hierna: APV) voor het organiseren van lustrumactiviteiten vanaf 8 juli 2006 tot en met 16 juli 2006 aan de Utrechtseweg 341 in De Bilt. Daarbij is op grond van artikel 4.1.1 van de APV tevens ontheffing verleend voor het ten gehore brengen van muziek.

1.2 Het verzoek is op 26 juni 2006, gelijktijdig met het verzoek geregistreerd onder procedurenummer SBR 06/2391 VV, ter zitting behandeld, waar verzoeker [verzoeker], vergezeld van zijn echtgenote, en verzoeker [verzoeker] in persoon zijn verschenen, bijgestaan door

mr. E. Schaap Enterman werkzaam bij de Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering te Zoetermeer. Namens verweerder zijn verschenen

mr. S.K. Katsikas en M. Kradolfer, beiden werkzaam bij de gemeente De Bilt, en

R.J. van der Sluiszen, werkzaam bij de Milieudienst Zuid Oost Utrecht. Namens vergunninghouder zijn ter zitting verschenen [leden USC], bijgestaan door mr. drs. H.A. Samuels Brusse, advocaat te Amsterdam.

Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan, indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.

2.3 Ingevolge artikel 2.2.2, eerste lid, van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden of te doen houden.

Op grond van het tweede lid van genoemd artikel kan de burgemeester bij de beoordeling van een aanvraag om een vergunning de volgende belangen in aanmerking nemen:

a. de mate waarin, door het evenement, beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten;

b. het aantal bezoekers dat wordt verwacht;

c. of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

d. of er gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid, zedelijkheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden;

e. een eventueel gevaar of belemmering van het verkeer;

f. het gevaar van een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement;

g. het gevaar voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de stad;

h. of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen;

i. of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken.

In het derde lid is - voor zover hier van belang - bepaald dat de burgemeester aan de vergunning voorschriften en beperkingen kan verbinden met het oog op de in het tweede lid bedoelde belangen.

Ingevolge artikel 4.1.1.1, eerste lid, van de APV is het verboden om met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toe te laten dat deze handelingen worden verricht. Op grond van het tweede lid van genoemd artikel kan het college ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

2.4 De evenementenvergunning is verleend ten behoeve van de lustrumactitiveiten van vergunninghouder. De in dit verband tevens verleende ontheffing geluidhinder heeft voornamelijk betrekking op het ten gehore brengen van muziek in een leegstaand bedrijfspand aan de Utrechtseweg 341 in De Bilt op zaterdag 8 juli van 22.30 uur tot 5.00 uur,

zondag 9 juli van 15.00 uur tot 5.00 uur, dinsdag 11 juli van 15.00 uur tot 5.00 uur, woensdag 12 juli van 15.00 uur tot 5.00 uur, vrijdag 14 juli van 15.00 uur tot 5.00 uur en zaterdag 15 juli van 14.00 uur tot 5.00 uur

De daarbij toegestane maximale geluidsniveaus zijn:

locatie 15.00 uur - 02.00 uur 02.00 uur - 05.00 uur

feestzaal 95 dB(A) 90 dB(A)

loungezaal/bar 85 dB(A) 85 dB(A)

loungezaal 2/restaurant 75 dB(A) 75 dB(A)

gevels woningen derden 50 dB(A) + 68 dB(C) 45 dB(A) + 63 dB(C)

50 m ten zuiden feestzaal 55 dB(A) + 73 dB(C) 50 dB(A) + 68 dB(C)

2.5 In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder in de in artikel 2.2.2, eerste lid, van de APV genoemde belangen dan wel overigens reden had moeten zien de vergunning te weigeren. Niet ontkend kan worden dat de vergunde festiviteiten een zekere belasting vormen voor de omgeving, echter deze is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onaanvaardbaar. De festiviteiten zijn beperkt tot de periode van 8 tot en met 15 juli 2006, waarbij twee onderbrekingen van een dag zijn ingelast. Voorts zijn aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbonden teneinde de belasting van de omgeving te beperken. Blijkens het uitvoerige draaiboek van vergunninghouder is bij de organisatie van de festiviteiten hiermee rekening gehouden.

2.6 Meer in het bijzonder met betrekking tot het nabijgelegen natuurgebied wordt overwogen dat dit gebied niet is aangewezen in het kader van de Flora- en Faunawet, zodat voor de onderhavige festiviteiten geen ontheffing op grond van deze wet vereist is. In de vergunning en ontheffing zijn echter wel een zestal voorschriften opgenomen ter bescherming van dit gebied. Zo is voorgeschreven dat bezoekers van het feest het achterliggende natuurgebied niet mogen betreden en dat dit gebied fysiek dient te worden afgescheiden van het feestterrein. Vergunninghouder heeft ter zitting toegelicht dat prikkeldraad en vastgeketende hekken in betonnen voeten zullen worden geplaatst. Voorts is voorgeschreven dat lasershow en vuurwerk zijn verboden. Daarnaast dienen ramen van de feestruimten naar het achterliggende gebied toe te worden afgeschermd teneinde lichtschijnsel tegen te houden en zal de reeds op het terrein aanwezig verlichting dienen te worden uitgeschakeld. Gelet op deze voorschriften ziet de voorzieningenrechter geen reden voor het oordeel dat de effecten van de festiviteiten voor het achterliggende natuurgebied onaanvaardbaar zijn.

2.7 Ten aanzien van de door verzoekers gevreesde parkeeroverlast wordt overwogen dat in het bestreden besluit het voorschrift is opgenomen, dat er niet mag worden geparkeerd op de ventweg langs de Utrechtseweg en dat de wegsleepregeling hier van kracht is. De politie zal hierop toezien. Vergunninghouder heeft ter zitting aangegeven dat op het terrein zelf voldoende parkeerruimte aanwezig is.

In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen reden voor het oordeel dat sprake is van een door het bevoegd bestuursorgaan opgewekt vertrouwen bij verzoekers dat in de vergunning zou worden voorgeschreven dat bezoekers van het feest verplicht zijn gebruik te maken van de ingezette bussen. Overwogen wordt dat in de vergunning is opgenomen dat bezoekers worden gestimuleerd de bussen en taxi's te gebruiken voor vervoer naar en van de feestlocatie. Vergunninghouder heeft in dit verband toegelicht dat haar ervaring is dat bij dergelijke festiviteiten nagenoeg de meeste bezoekers gebruik maken van de bussen en taxi's.

De omstandigheid, dat ingevolge de vergunning tot 22.30 uur activiteiten buiten kunnen plaatsvinden, is onvoldoende voor de door verzoekers voorgestane conclusie dat sprake is van onaanvaardbare overlast voor omwonenden die in hun tuin willen zitten. Overwogen wordt dat blijkens het verhandelde ter zitting op drie dagen sprake zal zijn van activiteiten buiten, waarvan twee dagen tot 20.00 uur en waarvan één dag in het weekend. Deze activiteiten hebben het kenmerk van een sociaal samenzijn en vinden plaats op een beperkt gedeelte van het buitenterrein. De boxen worden zo opgesteld dat er zo min mogelijk geluidsoverlast zal zijn.

2.8 Met betrekking tot de ontheffing geluidshinder wordt overwogen dat blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting verweerder een uitgebreid geluidsonderzoek heeft laten verrichten door de Milieudienst Zuid Oost Utrecht. Op 2 mei 2006 heeft tussen 01.00 uur en 05.00 uur een uitgebreid simulatieonderzoek plaatsgevonden, waarbij geluidsmetingen zijn verricht aan de gevels van woningen aan de Utrechtseweg even nummers 342 tot en met 350 alsmede de nummers 358 en 353. De woningen op de oneven nummers 319 tot en met 331, waaronder verzoekers woning, zijn ook onderzocht en gebleken is dat het geluidsniveau op deze woningen beduidend lager is dan bij eerstgenoemde groep woningen. De grote loodsen van het voormalig garagebedrijf die niet worden gebruikt voor de festiviteiten fungeren als een soort geluidsscherm voor deze tweede groep woningen. De bevindingen van dit onderzoek zijn neergelegd in de interne berichten van de Milieudienst van 17 en 22 mei 2006. Gesteld noch gebleken is dat verweerder zich bij de besluitvorming niet op die onderzoeksgegevens zou hebben kunnen baseren.

Voorts wordt overwogen dat de in het bestreden besluit opgenomen maximale geluidsniveau's op gevels van woningen van derden gelden voor alle omliggende woningen, derhalve ook die van verzoeker. Verder is namens verweerder ter zitting toegelicht dat behalve maximale geluidsniveau's in dB(A) ook maximale geluidsniveau's in dB(C) zijn opgenomen ter beperking van de hinderlijke basgeluiden van de muziek.

Gelet op het vorenoverwogene is de voorzieningenrechter van oordeel dat burgemeester en wethouders in redelijkheid de onderhavige ontheffing geluidshinder hebben kunnen verlenen met het voorschrijven van de geluidsniveaus, zoals weergegeven onder 2.4.

Ten aanzien van de door verzoekers gewenste verlaging van de maximaal toegestane geluidsniveaus wordt overwogen dat burgemeester en wethouders reeds lagere waarden hebben vergund dan aangevraagd. Een nog verdere verlaging heeft blijkens het advies van de Milieudienst van 22 mei 2006 tot gevolg dat een deel van de activiteiten waarvoor vergunning is gevraagd feitelijk niet kan plaatsvinden. Bovendien kunnen dan handhavingproblemen ontstaan als het publiek reageert op het sterk terugdraaien van het geluidsniveau.

In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen reden voor het oordeel dat burgemeester en wethouders op de desbetreffend dagen niet tot 05.00 uur ontheffing hebben kunnen verlenen.

2.9 De voorzieningenrechter overweegt dat ter zitting is toegelicht dat in het kader van de handhaving van de maximale geluidsniveaus in de nachten waarop de ontheffing betrekking heeft, vier geluidsspecialisten geluidsmetingen zullen verrichten. Tevens is de politie betrokken bij de handhaving van die maximale waarden. Omwonenden beschikken over een telefoonnummer van de politie en een telefoonnummer van vergunninghouder om overlast te melden.

2.10 Met betrekking tot de door verzoekers geuite vrees dat het leegstaande bedrijfspand vaker zal worden gebruikt voor evenementen als het onderhavige, overweegt de voorzieningenrechter dat ter zitting namens verweerders is aangegeven dat met het lustrumfeest sprake is van eenmalige, unieke situatie en dat de eigenaar van het pand hierop schriftelijk is gewezen.

2.11 Gelet op het vorenoverwogene hebben verweerders in redelijkheid de doorgang van dit evenement van groter belang kunnen achten dan de door verzoekers ondervonden hinder.

De voorzieningenrechter ziet gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en om verweerders in de proceskosten te veroordelen.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

3.1 wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. drs. R. in 't Veld en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2006.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. A.J. Jansen mr. drs. R. in 't Veld

Afschrift verzonden op:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature