< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Eisers zijn enige gerechtigden in een onverdeeldheid waartoe, o.a., een voormalige dienstwoning behoort. Gedaagde heeft een afbeelding van deze woning gebruikt in reclame-uitingen.

Gedaagde heeft nooit toestemming gevraagd aan eisers om de afbeelding te mogen gebruiken. Gedaagde heeft aan eisers te kennen gegeven het gebruik van de afbeelding niet te willen staken en daar evenmin een vergoeding voor te willen betalen.

Gedaagde voert aan de afbeelding bij een stockbureau te hebben gekocht, dat zich jegens haar heeft gemanifesteerd als rechthebbende op de afbeelding en dat zij haar contractueel heeft gevrijwaard voor claims van derden.

Uitspraak



Uitspraak: 3 januari 2006

VONNIS VAN DE RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Kanton

inzake:

mevrouw [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

de heer [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

mevrouw [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

eisers bij exploot van dagvaarding d.d. 12 augustus 2005,

gemachtigde: mr. A.H. van den Arend Schmidt,

t e g e n :

de naamloze vennootschap

Fortis Bank (Nederland) N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. L.G. Blankenberg.

1. Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

1. dagvaarding,

2. conclusie van antwoord,

3. tussenvonnis d.d. 11 oktober 2005,

4. brief van eisers ten behoeve van comparitie van partijen d.d. 7 november 2005,

5. pleitnotitie van mr. A.H. van den Arend Schmidt.

Door partijen zijn producties in het geding gebracht. De ingevolge het tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 2 december 2005. Namens partijen zijn de gemachtigden verschenen. De griffier heeft van het verhandelde aantekening gehouden. De uitspraak is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1. Door erkenning dan wel onvoldoende betwisting staan de volgende feiten vast. Gedaagde heeft van een zogenaamd stockbureau de gebruiksrechten van dia’s gekocht. Deze mogen worden gebruikt ten behoeve van de financiële dienstverlening voor brochures van gedaagde. Er geldt een maximale oplage van 125.000.

2.2. Ten behoeve van haar website, de brochure “Hypotheken” en de brochure “Schenken en erven” is één van deze dia’s gebruikt. Het betreft een zonnige kleurenafbeelding van een pittoresk wit vrijstaand huis aan de rand van een bos. In de brochure “Hypotheken” wordt boven en aan de linkerrand van deze afbeelding reclame gemaakt voor specifieke kenmerken van de hypotheken zoals die door gedaagde worden verkocht. In de brochure “Schenken en erven” is naast en boven deze afbeelding een tekst afgedrukt. Deze bevat een interview met ene [geinterviewde] die uitlegt dat haar ouders het huis aan haar broer en haar wensten te schenken en dat gedaagde, via een hypotheekvariant, behulpzaam is geweest bij de uitkering van de helft van de waarde van het huis aan [geinterviewde].

2.3. Eisers zijn enige gerechtigden in een onverdeeldheid waartoe [onroerende zaak] behoort. [onroerende zaak] is reeds 130 jaar familiebezit. Hiervan maakt deel uit een voormalige dienstwoning, gelegen aan de [adres]. Dit is het huis dat door gedaagde in voormelde reclame-uitingen wordt afgebeeld.

2.4. Gedaagde heeft nooit toestemming gevraagd aan eisers om de afbeelding te mogen gebruiken. Gedaagde heeft aan eisers te kennen gegeven het gebruik van de afbeelding niet te willen staken en daar evenmin een vergoeding voor te willen betalen.

3. De vordering

Deze strekt ertoe dat gedaagde wordt veroordeeld een bedrag van €. 5.000,-- aan eisers te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente alsmede dat gedaagde zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

4. Het verweer

Dit strekt ertoe dat de vordering wordt afgewezen en dat eisers worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. Het debat

Beide partijen voeren de nodige argumenten aan, deels aan de hand van producties. Deze stellingen zullen hierna worden besproken, voor zover zij althans relevant blijken voor de uitkomst van de procedure.

6. De beoordeling

6.1. De vordering van eisers is gebaseerd op onrechtmatige daad. Eisers hebben erkend dat het afgebeelde huis niet een door de Auteurswet beschermd werk is.

6.2. Gedaagde verweert zich tegen de vordering. Kort en zakelijk weergegeven voert zij aan dat het stockbureau zich jegens haar heeft gemanifesteerd als rechthebbende op de afbeelding en dat zij haar contractueel heeft gevrijwaard voor claims van derden. Van onrechtmatig handelen kan sprake zijn indien rechten worden uitgeoefend in strijd met de exclusieve bevoegdheden van de rechthebbende of indien deze wordt belemmerd in het genot, de beschikking of het gebruik van zijn rechten. Gedaagde gebruikt de afbeelding in een associatieve sfeer; in een brochure over hypotheken en erven past een afbeelding van een woning. In de perceptie van consumenten gaan hypotheken altijd samen met huizen. Er is geen sprake van inbreuk op de privacy van eisers, nu het huis niet naar hen te traceren is en evenmin de suggestie wordt gewekt dat de woning is verhypothekeerd. Eisers lijden dus geen schade.

6.3. De kantonrechter stelt voorop dat het gebruik van een afbeelding van een zaak, die niet toebehoort aan degene die de afbeelding gebruikt, onrechtmatig jegens de rechthebbende van deze zaak kan zijn. Voor de beoordeling of een dergelijk gebruik als onrechtmatig kan worden geoordeeld dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.

6.4. Gedaagde voert vergeefs aan dat zij de dia in kwestie heeft betrokken van een stockbureau. Eisers staan immers buiten deze overeenkomst van koop en verkoop van de rechten betreffende de afbeelding. Evenmin is relevant dat gedaagde ervan uit mocht gaan dat het stockbureau auteursrechthebbend is. Het auteursrecht strekt zich immers uitsluitend uit tot de afbeelding en ziet niet op mogelijk (onrechtmatig) gebruik van de afbeelding jegens de rechthebbenden van de afgebeelde zaak.

6.5. Duidelijk is dat gedaagde een commercieel doel beoogt met de koop van de dia en het vervolgens gebruiken van de afbeelding op haar website en in de brochures. De afbeelding dient om de brochures en de website te larderen met een mooi plaatje, hetgeen de wervende kracht en de vriendelijke uitstraling van de daarin weergegeven bankproducten ten goede komt. Uit de brochures volgt, anders dan gedaagde betoogt, de overduidelijke suggestie dat het prominent afgebeelde huis verworven is door een klant met behulp van een Fortis-hypotheek. Onbetwist is dat de website frequent wordt bezocht en dat de brochures in vestigingen van gedaagde door het hele land zijn te verkrijgen.

6.6. Tegenover deze commerciële insteek staan de belangen van eisers. Zij stellen, kort en zakelijk weergegeven en overigens ook onbetwist, dat de woning geen koophuis is, nooit is verhypothekeerd en dat de bancaire context oneigenlijk is, afgezet tegen de historische en familiale achtergrond van de Buitenplaats waarvan de woning deel uitmaakt en die onder de Natuurschoonwet valt. Voorts geldt dat uit de afbeelding, gelet op de kleurstelling van de luiken, blijkt dat de woning deel uitmaakt van deze Buitenplaats. Eisers hebben en willen ook generlei relatie met gedaagde hebben. Zij hebben echter wel een sterke emotionele band met de woning, waaraan zij veel tijd en moeite besteden, zonder dat daar noemenswaardige verdiensten tegenover staan, om deze in stand te houden.

6.7. Overwogen wordt dat de afbeelding van de woning door gedaagde commercieel wordt geëxploiteerd terwijl eisers daarover niets in te brengen hebben gehad zodat geen rekening is gehouden met hun belangen. Aan gedaagde kan worden toegegeven dat het feitelijk ondoenlijk is om uit te zoeken of de publicatie van de afbeelding mogelijk onrechtmatig kan zijn. De goede trouw van gedaagde veronderstellend neemt de kantonrechter aan dat zij niet eens wist waar het huis stond en welke specifieke achtergrond speelde. Belangrijker is echter dat gedaagde door de omvang van de verspreiding en de commerciële exploitatie van de afbeelding bewust het risico heeft aanvaard dat de eigenaar van de woning hier aanstoot aan zou nemen. Het komt er op neer dat de eigenaar van een particuliere woning toestemming moet geven voor een dergelijke wijze van verspreiding van de afbeelding van zijn woning. De redenen hiervoor zijn te scharen onder de termen “eigendom” en “privacy”. De kantonrechter zou het ook niet prettig vinden indien een afbeelding van zijn woning in voormelde zin zou worden geëxploiteerd, zonder enige inspraak, laat staan toestemming.

6.8. Voormelde bewuste risicoaanvaarding door gedaagde betekent dat de schade die eisers ondervinden door haar vergoed dient te worden. Dit past ook bij de maatschappelijke positie van partijen: commerciële grootbank versus familie die Buitenplaats in stand probeert te houden en geen enkel voordeel geniet van de publicaties.

6.9. Gedaagde betwist echter dat eisers schade hebben ondervonden. Aan haar kan worden toegegeven dat het moeilijk is van een concrete schadepost te spreken. Echter, duidelijk is wel dat gedaagde desgevraagd niet bereid is gebleken het gebruik te staken en dat de afbeelding van de woning commercieel wordt uitgebuit. Duidelijk is derhalve dat gedaagde een belang heeft bij het gebruik van de afbeelding. Dit moet dus op geld waardeerbaar zijn; zie ook de stelling van gedaagde dat zij een fors bedrag heeft betaald aan het stockbureau. Dit op geld waardeerbare belang behoeft niet synchroon te lopen aan de schade die eisers ondervinden. Terecht wordt door eisers ter zitting aangevoerd dat eigenlijk gekeken dient te worden naar het bedrag dat zij, indien gedaagde om toestemming had gevraagd, hiervoor hadden willen ontvangen. Dit is, vanwege de privacyaspecten die uit de aard der zaak deels van meer emotionele aard zijn, moeilijk rationeel vast te stellen. Gelet op de stukken acht de kantonrechter de stelling van eisers aannemelijk dat zij toestemming zouden hebben geweigerd, maar nu zij met deze situatie zijn geconfronteerd, dient als het ware de niet gegeven toestemming bij wijze van schadevergoeding financieel te worden gewaardeerd.

6.10. In aanmerking nemende artikel 6:97 BW zal de kantonrechter de schade schatten. Het gevorderde bedrag, alle voormelde omstandigheden in aanmerking genomen, komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Dit bedrag zal derhalve worden toegewezen.

6.11. Als in het ongelijk gestelde partij wordt gedaagde in de kosten verwezen.

7. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde aan eisers te voldoen een bedrag van €. 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover in de zin van artikel 6:119 BW van af 12 augustus 2005 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van eisers begroot op €. 277,60 aan verschotten en op €. 400,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature