< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte misbruik maakte van voorwetenschap bij het aankopen van aandelen. Met name is niet komen vast te staan dat de verdachte over voorwetenschap heeft beschikt en zo ja, welke.

Uitspraak



arrestnummer

rolnummer 23-003941-03

datum uitspraak 10 december 2004

tegenspraak (raadsman gemachtigd)

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE ECONOMISCHE STRAFKAMER

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 2 mei 2003 in de strafzaak onder parketnummer 13/120030-01 van het openbaar ministerie tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

wonende [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 10, 11, 17 en 18 april 2003 en in hoger beroep van 6 juli en 19 en 26 november 2004.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman van de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daar-door niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich hiermee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat de ver-dachte hiervan moet worden vrijgesproken. Met name is niet komen vast te staan dat de verdachte over voorwetenschap heeft beschikt en zo ja, welke.

Bewezengeachte

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de periode van 2 mei 2000 tot en met 25 juli 2001 te Amsterdam meermalen telkens als lid van de Raad van Commissarissen van Koninklijke Ahold N.V., zijnde een persoon die toezicht houdt op het beleid en het bestuur en de algemene gang van zaken in de vennootschap (Koninklijke Ahold N.V.) en de met haar verbonden onderneming (als bedoeld in artikel 46b lid 3 onder b Wet toezicht effectenverkeer 1995 ), telkens aan een rechtspersoon die ingevolge artikel 40 van die wet taken en bevoegdheden zijn overgedragen, te weten de Stichting Toezicht Effectenverkeer (thans geheten Autoriteit Financiële Markten), telkens opzettelijk niet onverwijld melding heeft gedaan van transacties in effecten Koninklijke Ahold N.V. die, hij, verdachte telkens, anders dan ter bediening van derden, heeft bewerkstelligd, welke effecten telkens waren genoteerd op een op grond van artikel 22 Wet toezicht effectenverkeer 1995 erkende effectenbeurs, te weten de Amsterdam Exchanges (thans Euronext Amsterdam N.V.), immers heeft hij, verdachte

-in de periode van 7 mei 2000 tot en met 22 mei 2000, 162 converteerbare obligaties Koninklijke Ahold N.V. verworven, door partiële toewijzing van inschrijving op emissie van deze obligaties en

-op 25 augustus 2000 162 converteerbare obligaties Koninlijke Ahold N.V. en 4080 aandelen Koninlijke Ahold N.V. doen verkopen,

en deze transacties in voornoemde periode niet onverwijld gemeld aan bovengenoemde rechtspersoon.

Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverwegingen

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde -zakelijk weergegeven- gesteld dat als het moment waarop de aankoop van 162 converteerbare obligaties heeft plaatsgehad heeft te gelden het moment waarop de verdachte opdracht heeft gegeven tot inschrijving op de emissie. Het voorgaande brengt in zijn visie mee dat het tijdstip van de transactie in de zin van artikel 46b Wet toezicht effectenverkeer 1995 is gelegen v óór het moment waarop het commissariaat van de verdachte een aanvang nam, zodat deze van feit 2 dient te worden vrijgesproken.

Omtrent de aankoop en verwerving van de 162 converteerbare obligaties Koninklijke Ahold N.V. neemt het hof tot uitgangspunt dat de verdachte op advies van [naam A] van ABN AMRO aan deze een opdracht heeft verstrekt ten name van hem, verdachte, in te schrijven op een emissie van deze effecten. De inschrijving zelf, voor 500 stuks van deze obligaties, vond niet eerder plaats dan op 9 mei 2000. Op 16 mei 2000 zijn de verdachte 162 converteerbare obligaties Koninklijke Ahold N.V. toegewezen met als settlementsdatum 19 mei 2000 (zie brief ABN-AMRO d.d. 26 september 2002).

Naar ’s hofs oordeel wordt met de stelling die de raadsman heeft betrokken omtrent het tijdstip van de transactie miskend dat met de inschrijving op een emissie de overeenkomst tot koop van effecten vooralsnog niet tot stand is gekomen. Op het moment van inschrijving is het namelijk ongewis of het tot toewijzing van effecten zal komen, en bovendien zijn de prijs en - zoals in deze ook is gebleken - het aantal van de effecten waarop de koopovereenkomst het oog heeft niet in voldoende mate bepaald of bepaalbaar. Pas op het moment van toewijzing van effecten kan hieromtrent zekerheid worden verkregen door de degene die beoogt de effecten in eigendom te verwerven. De inschrijving op een emissie merkt het hof dan ook aan als een aanbod om over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst tot koop van effecten. De door de raadsman bedoelde opdracht tot inschrijving op de emissie die de verdachte aan [naam A] heeft verstrekt is mogelijk evenzeer een wat betreft artikel 46b van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 relevante handeling, doch deze heeft naar ’s hofs oordeel in dit verband niet als enige rechtshandeling de status van rechtshandeling waarvan de onverwijlde melding is voorgeschreven.

De transactie die heeft bestaan in de aankoop van 162 converteerbare obligaties Koninklijke Ahold N.V. heeft derhalve plaatsgehad in een periode waarin de verdachte lid was van de Raad van Commissarissen van die vennootschap, welke periode naar ’s hofs oordeel - gelet op het formulier “KvK handelsregister Inschrijving functionaris van een rechtspersoon”, dat ook de handtekening van verdachte bevat - is aangevangen op 2 mei 2000.

Voorts is namens de verdachte naar voren gebracht dat hij zich destijds onvoldoende heeft verdiept in de geldende regelgeving; dit geldt zowel voor de meldingsplicht ex artikel 46b van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 als voor het interne reglement van Koninklijke Ahold N.V. Verdachtes onbekendheid met deze regelgeving brengt mee dat van een opzettelijk niet doen van een melding van transacties geen sprake kan zijn, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Wat er ook zij van het door de raadsman gestelde, de verdachte heeft van de secretaris van Koninklijke Ahold N.V., de heer [naam B], een op 18 mei 2000 gedateerde brief ontvangen, welke hij voor ontvangst heeft getekend (en volgens zijn zeggen ondertekent hij niets alvorens hetgeen waarvoor hij tekent gelezen te hebben). In deze brief wordt de verdachte op de meldingsplicht ex artikel 46b van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 gewezen. Nu de verdachte deze brief omstreeks de toewijzing van de in de tenlastelegging onder feit 2 bedoelde effecten onder ogen heeft gehad, had dit de verdachte moeten waarschuwen om tot onverwijlde melding over te gaan. De verdachte heeft in elk geval nagelaten bedoelde melding tijdig te doen. Het hof leidt hieruit af dat hij zulks opzettelijk heeft nagelaten. Voor de transacties van 25 augustus 2000 geldt het zelfde.

Strafbaarheid van het bewezengeachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezengeachte levert op:

Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 46b van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 , opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 135.000.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van twee jaren, een werkstraf voor de duur van 240 uren en een geldboete van € 135.000.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft door te handelen als bewezenverklaard het toezicht op de effectenhandel en met name het toezicht op de handel in effecten verricht door zogeheten ‘insiders’ belemmerd. Daarenboven bekleedde verdachte ten tijde van het delict de positie van lid van de Raad van Commissarissen van Koninklijke Ahold N.V., waarbij in hoge mate een voorbeeldfunctie past. Het vertrouwen in de integriteit van de handel in effecten is daardoor ernstig geschaad.

Blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst van 26 augustus 2004 is verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

De zaak tegen verdachte heeft veel aandacht gekregen van de media. Verdachte heeft deze media-aandacht op bepaalde momenten zeker niet gemeden, doch de omvang en duur van de publieke belangstelling kan niet volledig op zijn conto worden geschreven. Het hof neemt aan dat verdachte is getroffen door de beschuldigingen aan zijn adres, die blijkens de bewezenverklaring in deze zaak verder zijn gegaan dan door het hof in rechte is kunnen worden vastgesteld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 1 (oud), 2(oud) en 6(oud) van de Wet op de economische delicten en artikel 46b (oud) van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 .

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 135.000 (éénhonderdvijfendertigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 360 (driehonderdzestig) dagen.

Dit arrest is gewezen door de vierde meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Verspyck Mijnssen, Nuis en Aben, in tegenwoordigheid van mr. Groenenberg, griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 december 2004.

Mr. Verspyck Mijnssen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature