Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij onderscheiden besluiten van 3 maart 2005 heeft de leerplichtambtenaar van de gemeente Nijmegen (hierna: de leerplichtambtenaar) een verzoek van appellanten om extra schoolverlof van 15 oktober 2005 tot en met 15 april 2006 voor hun [dochters] ten behoeve van een educatieve wereldreis afgewezen.

Uitspraak



200601532/1.

Datum uitspraak: 8 november 2006

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/2699 van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2006 in het geding tussen:

appellanten

en

de leerplichtambtenaar van de gemeente Nijmegen.

1.    Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 3 maart 2005 heeft de leerplichtambtenaar van de gemeente Nijmegen (hierna: de leerplichtambtenaar) een verzoek van appellanten om extra schoolverlof van 15 oktober 2005 tot en met 15 april 2006 voor hun [dochters] ten behoeve van een educatieve wereldreis afgewezen.

Bij besluit van 8 juni 2005 heeft de leerplichtambtenaar de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 januari 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 februari 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 27 maart 2006. Laatstgenoemde brief is aangehecht.

Bij brief van 24 april 2006 heeft de leerplichtambtenaar van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 oktober 2006, waar appellanten in persoon, bijgestaan door mr. C. de Wolf, advocaat te Amsterdam, en de leerplichtambtenaar, vertegenwoordigd door mr. P. van Berkum, ambtenaar van de gemeente Nijmegen, zijn verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Voor het wettelijk kader wordt verwezen naar uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2006.

2.2.    Bij besluit van 3 maart 2005 heeft de leerplichtambtenaar de aanvraag van appellanten om extra schoolverlof te verlenen voor hun [dochters] ten behoeve van een educatieve wereldreis afgewezen. Naar het oordeel van de leerplichtambtenaar is geen sprake van andere gewichtige omstandigheden, als bedoeld in artikel 11, aanhef en onder g, van de Leerplichtwet. Daarvan is slechts sprake indien de grond voor het verlof is gelegen buiten de wil van de ouders. Bij het besluit hier aan de orde heeft de leerplichtambtenaar dit besluit gehandhaafd.

2.3.    Hetgeen appellanten aanvoeren ter onderbouwing van hun standpunt dat sprake is van andere gewichtige omstandigheden, als bedoeld in voormelde bepaling van de Leerplichtwet, faalt, omdat dit slechts een herhaling is van hetgeen zij in beroep hebben aangevoerd, terwijl de rechtbank terecht en op goede gronden heeft overwogen dat de leerplichtambtenaar terecht hetgeen appellanten aanvoeren niet als andere gewichtige omstandigheden, als bedoeld in artikel 11, aanhef en onder g, van de Leerplichtwet, heeft aangemerkt. Dat een leerplichtambtenaar van een andere gemeente zich in een, op het eerste gezicht, vergelijkbaar geval op het standpunt heeft gesteld dat wel sprake is van andere gewichtige omstandigheden, noopte de leerplichtambtenaar in onderhavig geval niet tot een ander oordeel. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is reeds geen sprake, omdat geen sprake is van besluiten van één en hetzelfde bestuursorgaan.

   Nu geen sprake is van andere gewichtige omstandigheden, als bedoeld in artikel 11, aanhef en onder g, van de Leerplichtwet, was de leerplichtambtenaar gehouden het verzoek van appellanten af te wijzen. Hetgeen appellanten tegen de afwijzing hebben aangevoerd kan reeds daarom niet slagen.

2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena  en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk    w.g. Bindels

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2006

362.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature