Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Procedures tussen dezelfde partijen voor kantonrechter en pachtkamer. Verwijzing kantonzaak naar pachtkamer volgens art. 220 lid 1 onmogelijk. Toch verwijzing naar pachtkamer omdat na verwijzing naar team handelsrecht verwijzing naar pachtkamer zou volgen ogv art. 220 lid 5 Rv.

Uitspraak



RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 4477113 / 15-5828

vonnis van de kantonrechter d.d. 3 februari 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie,

gedaagde partij in reconventie,

verder te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. ir. J.L. Mieras,

t e g e n :

[gedaagde]

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

verder te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. Th.J.H.M. Linssen.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 15 september 2015,

- conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,

- tussenvonnis van 28 oktober 2015,

- conclusie van antwoord in reconventie,

- comparitie van partijen,

- brief van mr. ir. Mieras als gemachtigde van [eiser] , ingekomen op 31 december 2015,

- brief van mr. Linssen als gemachtigde van [gedaagde] , ingekomen op 6 januari 2016.

de beoordeling van de zaak

in conventie en in reconventie:

1. In het tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast die plaatshad op 3 december 2015. Van de comparitie is een proces-verbaal opgemaakt.

2.1.

Partijen zijn broers van elkaar en hebben vorderingen tegen elkaar ingesteld. Over een deel van hun geschil hebben partijen ter comparitie een regeling bereikt.

2.2.

Ter comparitie is aan de orde geweest dat de kantonrechter gelet op artikel 93 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (verder: Rv) de zaak niet heeft te behandelen en te beslissen. In beginsel zou verwijzing moeten volgen naar het team handelsrecht te Middelburg van deze rechtbank. Volgens het proces-verbaal van de comparitie zouden partijen bezien of zij het eens kunnen worden over een vraagstelling die aan de kantonrechter wordt voorgelegd om de zaak op voet van artikel 96 Rv te beoordelen en te beslissen.

2.3.

Uit latere correspondentie van hun gemachtigden volgt dat niet beide partijen de beslissing van de kantonrechter op grond van artikel 96 Rv inroepen. Dit betekent dat dit artikel geen toepassing kan vinden.

2.4.

Op 23 december 2015 heeft [eiser] [gedaagde] gedagvaard voor de pachtkamer van de rechtbank en - kort gezegd - het ontslag gevorderd van [gedaagde] als zijn medepachter uit de pachtovereenkomst van partijen met een derde. [eiser] baseert deze vordering op artikel 7: 365 lid 3 BW .

2.5.

[eiser] ziet gelet op de procedure bij de pachtkamer geen basis voor toepassing van artikel 96 Rv en verzoekt verwijzing van de zaak naar de pachtkamer omdat de zaak zozeer verbonden is met pacht dat behandeling bij de pachtkamer het meest voor de hand ligt.

2.6.

[gedaagde] sluit zich aan bij dit verzoek tot verwijzing van de zaak naar de pachtkamer indien de kantonrechter daarin kan bewilligen.

3.1.

De kantonrechter overweegt dat artikel 220 lid 1 Rv verwijzing naar een andere gewone rechter van gelijke rang (in dit geval: de pachtkamer) mogelijk maakt indien bij die andere rechter eerder een zaak is aanhangig gemaakt tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp of in het geval de zaak verknocht is aan een zaak die reeds bij die andere rechter aanhangig is. Deze bepaling kan niet leiden tot verwijzing van deze zaak naar de pachtkamer omdat de procedure voor de pachtkamer later is aangevangen dan deze zaak voor de kantonrechter.

3.2.

In beginsel moet de kantonrechter dan ook de zaak verwijzen naar het team handelsrecht te Middelburg. Indien na verwijzing deze zaak bij dat team aanhangig is, zou vervolgens weer verwijzing van de zaak kunnen worden gevorderd op grond van artikel 220 lid 5 Rv . Volgens deze bepaling kan - kort gezegd - een zaak worden verwezen naar de kantonrechter bij wie een andere zaak aanhangig is en die andere zaak er een is als bedoeld in artikel 93 aanhef en onder c of d Rv, ook als die andere zaak later aanhangig is gemaakt. Gelet op artikel 1019q Rv bestaat deze mogelijkheid van verwijzing eveneens in het geval die andere zaak aanhangig is bij de pachtkamer.

3.3.

De zaak, voor zover niet ter comparitie geregeld, betreft voornamelijk de onderlinge verhouding van partijen als medepachters, welke verhouding ook aan de orde is in de procedure tussen partijen voor de pachtkamer. Aangezien beide partijen er de voorkeur aan geven dat de zaak wordt behandeld door de pachtkamer ligt het voor de hand dat zij, nadat deze zaak door de kantonrechter is verwezen naar het team handelsrecht, vervolgens verwijzing zullen vorderen van de zaak naar de pachtkamer. Onder die omstandigheden brengt een doelmatige rechtspleging mee dat de kantonrechter nu afziet van verwijzing van de zaak naar het team handelsrecht maar de zaak rechtstreeks verwijst naar de pachtkamer van deze rechtbank.

3.4.

De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rolzitting van de pachtkamer van vrijdag 26 februari 2016 te 14.00 uur. Partijen kunnen dan in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde verschijnen.

3.5.

Naar het de kantonrechter voorkomt, zijn diverse onderdelen van de vorderingen in conventie en in reconventie achterhaald door de ter comparitie gesloten vaststellingsovereenkomst. Partijen krijgen ieder de gelegenheid bij akte hun vorderingen te verminderen.

de beslissing

De kantonrechter:

in conventie en in reconventie:

verwijst deze zaak in de stand waarin zij zich bevindt voor verdere behandeling naar de rolzitting van de pachtkamer van deze rechtbank van vrijdag 26 februari 2016 te 14.00 uur;

wijst partijen erop dat zij op deze rolzitting in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde kunnen verschijnen;

bepaalt dat partijen ieder bij akte hun vorderingen kunnen verminderen als in dit vonnis onder 3.5 overwogen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature