Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Valsheid in geschrifte door voormalig wethouder.

Uitspraak



RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/810561-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 april 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1953 te [geboorteplaats],

wonende [adres], [woonplaats],

raadsvrouw mr. N. Smeets, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 maart 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Y. van Setten, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2012 tot en met 31 mei 2013 te

Vlissingen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

(een) declaratieformulier(en) (van de gemeente Vlissingen), - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk - in

strijd met de waarheid - op dat/die declaratieformulier(en) reiskosten

vermeld/gedeclareerd als ware het reiskosten die verdachte in het belang van

de gemeente Vlissingen had gemaakt, terwijl die reiskosten door verdachte in

werkelijkheid niet, althans niet in het belang van de gemeente Vlissingen,

waren gemaakt, te weten:

1. een declaratie van reiskosten van 10 augustus 2012,

Vlissingen-Utrecht-Vlissingen (declaratieformulier pagina 170 van het

dossier) en/of

2. een declaratie van reiskosten van 22 augustus 2012,

Vlissingen-Houten-Vlissingen (declaratieformulier pagina 171 van het

dossier) en/of

3. een declaratie van reiskosten van 28 juli 2011, gemeente Heuvelrug, terug

naar Vlissingen, (declaratieformulier pagina 152 van het dossier) en/of

4. een declaratie van reiskosten van 3 mei 2013, Vlissingen-Baarn-Vlissingen

(declaratieformulier pagina 172 van het dossier),

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op of omstreeks 07 maart 2013 te Vlissingen een aangifte van verhuizing,

althans een formulier betreffende een toestemmingsverklaring/verhuizing van de

gemeente Vlissingen - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte valselijk - in strijd met de waarheid - op die aangifte van

verhuizing vermeld/ingevuld:

- dat [adres pand 1] te Vlissingen zijn nieuw (woon)adres was en/of

- dat verdachte op het adres [adres pand 1] te Vlissingen inwonend was

bij [eigenaar pand 1],

terwijl verdachte in werkelijkheid niet op het adres [adres pand 1] zou

gaan wonen, (in)woonde en/of heeft (in)gewoond,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw pleit tot vrijspraak van beide feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Feit 1

Verdachte heeft zich op vragen over de ten laste gelegde declaratieformulieren zowel tegenover de rijksrecherche (op 27 mei 2014) als ter zitting (op 26 maart 2015) beroepen op zijn zwijgrecht. Als reden daarvoor heeft hij tegenover de rijksrecherche aangegeven dat de declaraties van enige jaren geleden zijn, dat hij in zijn tijd als wethouder veel declaraties invulde en dat hij sinds zijn ontslag niet meer beschikt over de digitale agenda van de gemeente. Hij acht het daarom onverantwoord om ‘uit het blote hoofd’ vragen over deze declaraties te beantwoorden. Eerder, te weten op 29 augustus 2013, heeft hij in een email aan de raadsgriffier van de gemeente Vlissingen in reactie op vragen over deze declaraties geantwoord: “Hierbij voor zover nog mogelijk (beschik niet meer over de digitale agenda en een aantal zijn van ruime tijd geleden) toelichting over de belangen van een aantal dienstreizen (…) Ik heb deze altijd gemaakt in (indirect) belang van onze gemeente.”

De rechtbank is van oordeel dat in strafrechtelijke zin niet met voldoende zekerheid is vast te stellen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde reizen in werkelijkheid niet heeft gemaakt dan wel niet in het belang van de gemeente Vlissingen heeft gemaakt. Immers, op geen enkele verklaring van de gehoorde getuigen kan in relatie tot de declaraties van verdachte en de gerubriceerde aantekeningen uit diens agenda bij de gemeente, zonder redelijke twijfel worden vastgesteld dat verdachte op genoemde data niet tóch (in gemeentebelang) op afspraken op de daarin genoemde dagen en/of plaatsen is verschenen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rijksrecherche één en ander onvoldoende diepgaand onderzocht doordat zij haar onderzoek heeft beperkt tot het horen van telkens één getuige per declaratie.

Dat verdachte ervoor heeft gekozen om de declaraties ten behoeve van de transparantie te laten corrigeren en de gedeclareerde reiskosten heeft terug betaald is begrijpelijk, wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat verdachte deze niet meer kon verifiëren aan de hand van de elektronische agenda van de gemeente. Het argument dat verdachte zich op vragen over die reizen heeft beroepen op zijn zwijgrecht kan om die reden dan ook niet tegen hem werken.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk valse declaraties van deze dienstreizen heeft ingediend. Zij zal hem dan ook van feit 1 vrijspreken.

4.3.2

Feit 2

De rechtbank gaat uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden, die zijn ontleend aan de daarbij in de voetnoten genoemde wettige bewijsmiddelen:

- verdachte deed op 7 maart 2013 in Vlissingen een aangifte van verhuizing. Op het betreffende formulier, bestemd voor inschrijving in de Gemeentelijke Basis Administratie van de gemeente Vlissingen, vermeldde hij dat [adres pand 1] te Vlissingen zijn nieuw woonadres was en dat hij op dat adres “inwonend” was bij [eigenaar pand 1], niet zijnde een briefadres of een geheim adres;

- volgens de mede-eigenaresse van het pand [adres pand 1], mevrouw [mede-eigenaar pand 1] heeft verdachte nooit op dat adres gewoond. Hij is niet één keer in de woning geweest.;

- in zijn aan de rechtbank overgelegde schriftelijke verklaring d.d. 29 oktober 2014 bevestigt verdachte dat hij de aangifte onjuist heeft ingevuld. Ter zitting op 26 maart 2015 heeft hij naar de inhoud van deze schriftelijke verklaring verwezen. Voorts heeft hij ter zitting verklaard dat hij het betreffende formulier heeft ingevuld en ondertekend.

Bewijsverweer/oogmerk tot misleiding

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte doelbewust heeft gehandeld met betrekking tot het gebruiken of doen gebruiken van de onjuiste aangifte.

Verdachte stelt dat hij heeft bedoeld zijn postadres te wijzigen. Er kwam een ambtenaar met het verhuisformulier naar zijn kamer op het gemeentehuis. Op het formulier was een aantal velden al ingevuld en een aantal gegevens moest nog door hem worden ingevuld. Dat heeft hij gedaan terwijl de ambtenaar aan zijn bureau stond. Het gebeurde als het ware tussen de bedrijven door. Hij heeft toen niet opgemerkt dat het vakje “briefadres” niet is aangevinkt. Hij moet nu vaststellen dat hij dit formulier kennelijk onvoldoende nauwkeurig heeft bestudeerd om dit op te merken. Datzelfde geldt voor de toestemmingsverklaring. Achteraf bezien is het slordig, maar er is en was geen sprake van opzet om de formulieren onjuist in te vullen. Hij benadrukt dat hij nooit heeft doen voorkomen of de indruk gewekt dat hij feitelijk bij de heer [eigenaar pand 1] woonde of overnachtte en nooit geheimzinnig heeft gedaan over de plaatsen waar hij wel overnachtte. Hij hecht er ook aan op te merken dat hij geen enkel financieel voordeel had bij het opgeven van een woonadres in plaats van een postadres. Hij kan uiteindelijk alleen maar zeggen dat hij het formulier kennelijk te vlug heeft ingevuld. En omdat een ambtenaar het aan kwam dragen en bij het invullen meekeek, heeft hij er misschien ook teveel op vertrouwd dat het goed was.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte stond in de periode van 29 januari 1990 tot 10 maart 2014 in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) ingeschreven op de navolgende adressen:

van 29 januari 1990 tot 1 mei 2012: [adres], (tot 1 januari 2006) gemeente

Leersum, (vanaf 1 januari 2006) gemeentedeel

Leersum, gemeente Utrechtse Heuvelrug;

van 1 mei 2012 tot 7 maart 2013: [adres pand 2], gemeente Vlissingen;

van 7 maart 2013 tot 26 juni 2013: [adres pand 1], gemeente Vlissingen, en

van 26 juni 2013 tot 10 maart 2014: [adres], gemeentedeel Leersum, gemeente

Utrechtse Heuvelrug.

Per 9 juni 2011 trad verdachte aan als wethouder in de gemeente Vlissingen. Volgens artikel 36a Gemeentewet dient een wethouder binnen een jaar na aanstelling door de gemeenteraad in de gemeente van aanstelling te wonen. Verdachte kreeg op 9 juni 2011 van de gemeenteraad ontheffing van het woonplaatsvereiste voor de periode van een jaar. Van de mogelijkheid om verlenging van deze ontheffing aan te vragen heeft verdachte geen gebruik gemaakt, zodat hij uiterlijk 9 juni 2012 in Vlissingen moest wonen.

Vanaf 1 juli 2011 huurde verdachte een appartement aan [adres pand 2] te Vlissingen. Hij kreeg daardoor het eerste jaar na zijn aanstelling recht op een maandelijkse pensionkostenvergoeding en een kilometervergoeding in het kader van de pensionkostenregeling voor woon-werkverkeer Vlissingen-Leersum vv in de weekeinden, en wel tot 9 juni 2012. In dat eerste jaar kon hij daarnaast de Hypotheekrente van zijn woning blijven aftrekken omdat hij daar nog woonde.

Toen de toenmalig beleidsmedewerker Personeel en Organisatie ([naam beleidsmedewerker P&O]) ontdekte dat de pensionkostenvergoeding ten onrechte voor een langere periode dan een jaar aan verdachte was uitgekeerd, namelijk tot en met november 2012, sprak hij verdachte daarover aan en zei hem dat dit gecorrigeerd moest worden. In een memo d.d. 21 november 2012 lichtte [naam beleidsmedewerker P&O] verdachte tevens zijn woonverplichting nader toe. De betreffende memo houdt onder meer in:

“Beste [verdachte],

Een wethouder is verplicht in de gemeente te wonen. De gemeenteraad kan voor maximaal een jaar ontheffing van de woonverplichting verlenen. Dat is ook bij je benoeming gebeurd. In de tussentijd is er recht op vergoeding van pensionkosten en reiskosten woon- werkverkeer. Beide heb je ontvangen. Sinds juni woon je feitelijk in Vlissingen, je bent daar ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Daarmee voldoe je aan de woonverplichting.

Daarmee is ook de grond voor pensionkostenvergoeding vervallen, want sinds juni is je adres aan de [straatnaam] geen pension meer, maar je feitelijke woonadres.

Het feit dat je in Vlissingen in het GBA bent ingeschreven heeft voor jou verstrekkende nadelige financiële gevolgen omdat daarmee je woning (de rechtbank leest: in Leersum) fiscaal anders behandeld wordt. (…)

Je vertelde me dat iemand van P&O in juni je informatie zou hebben gegeven waaruit je opmaakte dat je nog (de rechtbank leest: recht) zou hebben op vergoeding van pensionkosten. Ik heb inmiddels vastgesteld dat je contact hebt gehad met [naam] en daarbij is de vraag aan de orde gesteld of je nu definitief verhuisd was. Daarop heb je gezegd dat je je huis in Leersum nog gewoon zou aanhouden. Daaruit is de conclusie getrokken dat de pensionsituatie nog steeds van toepassing was. Formeel dus ten onrechte, vanwege de inschrijving in het GBA.

Wat zijn je opties:

Niets doen

Dan vervalt de pensionkostenvergoeding van € 1.305,- netto per maand en je houdt je fiscale problemen.

Verhuizen binnen Vlissingen

Naar een goedkopere woonruimte. De pensionkostenvergoeding vervalt en als je nieuwe woonruimte (veel) goedkoper is dan de huidige dan heb je minder nadeel. Je houdt de fiscale problemen.

Uitschrijven uit GBA Vlissingen zonder nieuwe ontheffing woonverplichting

Of terug naar Leersum of naar je woonruimte in Heinkenszand. Dat lost je fiscale problemen op, maar je voldoet niet meer aan je woonverplichting. Als je de gemeenteraad daar niet over informeert maak je (de rechtbank leest: je-)zelf in dat opzicht kwetsbaar. Als je de gemeenteraad daar wél over informeert ben je afhankelijk van de opstelling van de raad.

Opnieuw ontheffing woonverplichting vragen (dus uitschrijven uit GBA)

Als die wordt verleend heb je weer recht op pensionkosten en zijn je fiscale problemen opgelost. Als die niet wordt verleend heb je een probleem met de raad.

[naam beleidsmedewerker P&O] verklaart hierover dat verdachte in de eerste periode dat hij gebruik maakte van het huurappartement aan de [adres pand 2] te Vlissingen zich niet heeft in laten schrijven in de gemeente Vlissingen. Naar [naam beleidsmedewerker P&O] begreep hield dit verband met het feit dat verdachte een woning had met wat fiscale voordelen. De fiscale voordelen gelden voor de eigenaar van die woning mits die er ook woont, dus had verdachte alle reden ingeschreven te staan in de gemeente waar die woning was. [naam beleidsmedewerker P&O] verklaart dat verdachte dat zelf op enig moment zo aan hem vertelde en die situatie zo bij hem heeft neergelegd. [naam beleidsmedewerker P&O] heeft verdachte daarop uitgelegd dat hij moest kiezen tussen tóch te verhuizen of de raad nog een keer om ontheffing te vragen.

Op 30 november 2012 zegde verdachte de huur van het appartement aan [adres pand 2] op met ingang van 1 januari 2013. Als reden voor deze beëindiging schreef hij in een email aan de betrokken verhuurmakelaar: “o.a. fiscale regelingen in relatie tot mijn woning in Leersum noodzaken mij de huur van de woning aan de [adres pand 2] te moeten beëindigen”.

Verdachte meldde [naam beleidsmedewerker P&O] dat hij per 1 januari 2013 over een andere woonruimte in Vlissingen beschikte. Naar aanleiding van de correctie van de ten onrechte uitgekeerde pensionkostenvergoeding vroeg verdachte of dit niet anders geïnterpreteerd kon worden zodat het toch betaald kon worden en hij vroeg tevens de pensionkostenvergoeding over december uit te betalen. [naam beleidsmedewerker P&O] schreef verdachte dat hij de uitbetaling van de pensionkostenvergoeding over december 2012 niet zonder meer kon doen omdat de toepasselijke regels daar niet in voorzien. Arendse stelde voor dat het bedrag van de teveel ontvangen pensionkostenvergoeding mogelijk verrekend kon worden met vergoedingen voor verhuiskosten (herinrichtingskosten, dubbele woonlasten en transportkosten voor overbrenging van de inboedel), waar verdachte recht op zou krijgen als hij naar Vlissingen zou verhuizen, maar dat verdachte dit eerst ter goedkeuring aan de raad moest voorleggen. Dat is niet gebeurd.

Verdachte liet zich vervolgens per 7 maart 2013 in het GBA-register inschrijven op het adres [adres pand 1], gemeente Vlissingen als “inwonend bij: [eigenaar pand 1]”.

Bij genoemde aangifte is een zogenoemde “toestemmingsverklaring” gevoegd.

Dit formulier “verklaring ten behoeve van de juiste bijhouding van het bevolkingsregister van de gemeente Vlissingen” bevat twee verklaringen (onder A en B), die elk met een ander (hierna cursief afgedrukt) handschrift zijn ingevuld en ondertekend, te weten:

“A.

Ondergetekende naam, voornamen: [eigenaar pand 1]

geboren op: [geboortedatum eigenaar pand 1]

Wonende te Vlissingen

adres: [adres pand 1],

postcode/woonplaats: [postcode pand 1] Vlissingen

Verklaart hiermee dat

B.

naam, voornamen: [verdachte]

geboren op: [geboortedag] 1953

oude adres: [adres pand 2]

postcode/woonplaats: [postcode pand 2]

(vorige) gemeente: Vlissingen

1. Op zijn/haar adres woont en er mee instemt dat dat deze op zijn/haar adres wordt ingeschreven.

2. Bekend te zijn met de betreffende bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie personen (GBA) en dat deze verklaring daar niet mee in strijd is;

3. Dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld.

Vlissingen, 7 maart 2013.

Het formulier is onder “B” ingevuld en ondertekend door verdachte.

[getuige], manager bij de gemeente Vlissingen, onder meer belast met de basisregistratie personen verklaarde op 12 maart 2014:

De inschrijving van de oud-wethouder van de gemeente Vlissingen, [verdachte], van

7 maart 2013 tot 26 juni 2013 in perceel [adres pand 1] te Vlissingen was een inschrijving als bewoner. In een gesprek met oud-wethouder [verdachte] is expliciet

aangegeven wat er van hem werd verwacht als ingeschrevene op het adres [adres pand 1] te Vlissingen. Mijn medewerkers herinnerden zich nog dat zij dit gesprek met oud-wethouder [verdachte] hebben gevoerd om duidelijkheid te krijgen om wat voor een inschrijving het hier ging. In het gesprek en uit het inschrijfformulier blijkt dat het om een verhuizing gaat naar het adres [adres pand 1] te Vlissingen, niet zijnde een briefadres of een geheim adres.

[mede-eigenaar pand 1], mede-eigenaresse [adres pand 1] verklaarde op 5 maart 2014:

De heer [verdachte] is een kennis van ons. Mijn man, [eigenaar pand 1] en ik spraken de heer [verdachte] wel eens op een terras hier aan de Boulevard te Vlissingen. Op enig moment vorig jaar, tijdens één van die gesprekken, vertelde hij dat hij op zoek was naar een adres in Vlissingen om post te laten bezorgen, meer niet.

[aangever] (aangever) heeft op 13 februari 2014 verklaard:

Ik heb begin/half april 2013 geprobeerd vast te stellen of de heer [verdachte] daadwerkelijk op het adres [adres pand 1] woonde. Ik heb een periode lang geprobeerd bevestigd te krijgen dat hij er ook daadwerkelijk woonde maar dat is mij niet gelukt. Ik heb ook geprobeerd de heer [verdachte] daarover persoonlijk aan te spreken maar hij wilde mij daarover niet te woord staan. Begin mei 2013 heb ik toen een mail gestuurd naar de fractievoorzitter van de VVD, [naam fractievoorzitter], met de vraag waar de heer [verdachte] nu eigenlijk woonde en hoe het zat met zijn declaraties voor reis- en verblijfkosten. Ik stuurde deze mail naar haar omdat de heer [verdachte] wethouder was namens de VVD. Zij is vervolgens met die mail naar wethouder [verdachte] gegaan maar die wilde er absoluut niet over praten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte niet van plan was om gedurende zijn wethouderschap van de gemeente Vlissingen in die gemeente te gaan wonen. Hij hield zijn eigen woning in Leersum aan.

Nadat hij vanwege het vervallen van de pensionkostenvergoeding de huur van een appartement aan [adres pand 2] te Vlissingen had opgezegd, liet verdachte zich op het adres van het echtpaar [eigenaar en mede-eigenaar pand 1] in de GBA-administratie inschrijven als “inwoner” van Vlissingen. Op de vraag van de rechtbank waarom hij als postadres koos voor het adres van relatief onbekenden (bij wie hij nooit thuis kwam) in plaats van bijvoorbeeld het gemeentehuis, waar hij toch op doordeweekse dagen aanwezig was, heeft verdachte geen antwoord gegeven.

De verklaring van verdachte dat hij nooit heeft doen voorkomen of de indruk heeft gewekt dat hij feitelijk bij de heer [eigenaar pand 1] woonde of overnachtte en nooit geheimzinnig heeft gedaan over de plaatsen waar hij wel overnachtte, staat in schril contrast tot de verklaring van aangever [aangever] dat verdachte (ook met zijn fractievoorzitter van de VVD) daar niet over wilde praten.

Het dossier geeft het beeld van een persoon die oog heeft voor de (financiële) regelingen die de wet hem bieden. Verdachte wist op 7 maart 2013 uit mondelinge en schriftelijke informatie van [naam beleidsmedewerker P&O] dat hij uit hoofde van zijn wethouderschap de verplichting had om uiterlijk een jaar na zijn aanstelling (op 9 juni 2012) in de gemeente Vlissingen feitelijk te wonen, maar hij koos – om welke (fiscale) reden ook - ervoor zijn eigen woning in Leersum te behouden. Vanaf november 2012 was hij er al op aangesproken dat hij problemen zou kunnen krijgen met de raad als hij niet aan zijn woonverplichting voldeed en dat een inschrijving in het GBA-register nadelig zou zijn voor het fiscale voordeel dat hij had van zijn woning in Leersum.

In die context vulde hij het formulier betreffende de aangifte van verhuizing naar het adres [adres pand 1] te Vlissingen in en vermeldde hij ten behoeve van de inschrijving in het GBA–register dat hij “inwoner” was van Vlissingen. Hoewel hem bij het invullen van de aangifte van verhuizing expliciet werd aangegeven wat er als ingeschrevene van hem werd verwacht, kruiste hij niet aan dat dit adres een “briefadres” was.

Uit deze vaststelling kan bezwaarlijk anders worden geconcludeerd dan dat verdachte de aangifte van verhuizing tenminste met het oog op te doen voorkomen dat hij in Vlissingen woonde, heeft opgemaakt, gedateerd en ondertekend met de bedoeling dit geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Aldus heeft verdachte met het vereiste oogmerk – in de zin van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht – gehandeld.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op of omstreeks 07 maart 2013 te Vlissingen een aangifte van verhuizing,

althans een formulier betreffende een toestemmingsverklaring/verhuizing van de

gemeente Vlissingen - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte valselijk - in strijd met de waarheid - op die aangifte van

verhuizing vermeld/ingevuld:

- dat [adres pand 1] te Vlissingen zijn nieuw (woon)adres was en/of

- dat verdachte hij op het adres [adres pand 1] te Vlissingen inwonend was

bij [eigenaar pand 1],

terwijl verdachte in werkelijkheid niet op het adres [adres pand 1] zou

gaan wonen, (in)woonde en/of heeft (in)gewoond,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een geldboete van € 10.000,00

bij niet betaling te vervangen door 85 dagen hechtenis en daarnaast een werkstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis bij het niet goed uitvoeren daarvan.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit dat de rechtbank zal bepalen om aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen en de zaak af te doen met een zogenoemd rechterlijk pardon subsidiair te volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke geldboete.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Hij heeft dit feit gepleegd in zijn functie van wethouder van de gemeente Vlissingen, een publieke functie waar de inwoners van die gemeente vertrouwen in moeten kunnen stellen. In een door hem ingevulde ‘aangifte van verhuizing’ heeft verdachte, ter voldoening aan zijn verplichting om in de gemeente te wonen waar hij als wethouder was aangesteld, valselijk en in strijd met de waarheid aangegeven dat hij inwonend was op een adres in Vlissingen terwijl hij daar in werkelijkheid niet woonde.

Verdachte heeft aldus, ter behoud van zijn functie van wethouder en de daaruit voortvloeiende financiële regelingen, zijn privébelang boven het gemeentebelang gesteld. Daarmee heeft hij niet alleen het vertrouwen van de burgers beschaamd, maar ook de betrouwbaarheid en integriteit van het openbaar bestuur van de gemeente Vlissingen in diskrediet gebracht.

De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. De ernst van het feit rechtvaardigt het opleggen van een forse sanctie.

Voor wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met zijn blanco strafblad en zijn gezondheidstoestand.

De rechtbank ziet geen aanleiding om in strafverminderende zin mee te wegen dat verdachte door de plaatselijke publiciteit rondom deze zaak zou zijn geschaad. Verdachte heeft er immers zelf voor gekozen om de publieke functie van wethouder te aanvaarden en publicitaire aandacht voor zijn optreden en handelen in die functie is daaraan inherent.

Verdachte is momenteel niet meer werkzaam in een publieke functie in het openbaar bestuur, maar niet uitgesloten is dat hij die functies in de toekomst nog wel kan verrichten. Om hem ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan, en vanwege de ernst van het door verdachte gepleegde feit zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. Bovendien zal de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke geldboete opleggen. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van verdachte.

Voor een afdoening in de vorm van een rechterlijk pardon zoals door de verdediging verzocht, ziet de rechtbank, gelet op de ernst van het feit, geen grond.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 225 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 2 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Valsheid in geschrift;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (TWEE) MAANDEN voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte voorts tot betaling van een geldboete van € 10.000,= (TIENDUIZEND EURO);

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 85 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst

en mr. J.J.A. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van P.L. Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 april 2015.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (pv), wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal onderzoeksdossier zaak [zaaksnaam] met het nummer 20140010 d.d. 28 mei 2014 van de Rijksrecherche Regio l, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s 1 t/m 185.

Geschrift, te weten: Formulier aangifte van verhuizing d.d. 7 maart 2013, p. 128.

Pv van verhoor getuige [getuige] d.d. 12 maart 2014, p. 49, laatste alinea en p. 50 eerste alinea.

Pv van verhoor getuige [mede-eigenaar pand 1] d.d. 5 maart 2014, p. 39, laatste alinea en p. 40 eerste alinea.

Geschrift, te weten een door verdachte ondertekende schriftelijke verklaring d.d. 29 oktober 2012 (los stuk, gevoegd bij een brief van de raadsvrouw aan de voorzitter van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Middelburg, d.d. 29 oktober 2014) en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 26 maart 2015.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature