Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

WAM, bewijs

Uitspraak



RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector strafrecht

Parketnummer: 07.600075-09 [P]

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 december 2009

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende [woonplaats],

thans verblijvende (uit andere hoofde) in de P.I. Flevoland te Lelystad.

Raadsvrouw: mr. M.E. Goudriaan advocaat te Almere.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 november 2009. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Goudriaan. De officier van justitie, mr. G. Veenstra, de raadsvrouw en verdachte hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 december 2008 in de gemeente Lelystad als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [weg] en/of de [weg], een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, heeft bestuurd;

2.

hij op of omstreeks 08 december 2008 in de gemeente Lelystad, althans in Nederland, als degene aan wie voor een motorrijtuig (personenauto) het [kenteken] was opgegeven, en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Vaststaande feiten

Op 8 december 2008 omstreeks 16.55 uur zien verbalisanten E.H. Brands en A.J. Poel dat de bestuurder van een motorrijtuig, een personenauto van het [merk] met [kenteken], op de openbare weg rijdt zonder de autogordel te dragen. Na controle blijkt dat volgens de Rijksdienst voor het wegverkeer (verder te noemen RDW) geen verzekering als bedoeld in de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (verder te noemen WAM) is afgesloten, dan wel in stand gehouden. Nadat verbalisanten een stopteken hebben gegeven blijkt dat de bestuurder de verdachte [verdachte] betreft. Uit controle van de persoonsgegevens blijkt voorts dat het rijbewijs van verdachte is ingevorderd op 23 september 2008 en is ingehouden tot 12 maart 2009. Na kennisgeving van diverse bekeuringen is aan verdachte medegedeeld dat hij niet verder mag rijden in een motorrijtuig.

Op 8 december 2008 omstreeks 18.00 uur krijgen verbalisanten E. Ho-Sam-Sooi en A. van de Kolk het verzoek om te gaan naar de [weg] alwaar een personenauto met [kenteken] zou staan welke onverzekerd zou zijn en waarvan de bestuurder geen geldig rijbewijs in zijn bezit heeft. Verbalisanten zien dat de bestuurder gaat rijden over de [weg], waarna zij de bestuurder, te weten verdachte [verdachte], aanhouden en de personenauto in beslag nemen.

Verdachte heeft diezelfde dag een verklaring bij de politie afgelegd.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een eventuele bewezenverklaring ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft een polisblad van Centraal Beheer Achmea aan de rechtbank overhandigd, waaruit volgt dat verdachte op 13 juni 2008 een verzekering overeenkomstig de WAM heeft afgesloten voor een personenauto met [kenteken].

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1.

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting;

- het proces-verbaal van bevindingen;

- een geschrift, te weten een CRB uitdraai.

Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaat de rechtbank met een opgave van voornoemde bewijsmiddelen.

Feit 2.

De rechtbank overweegt dat het door de raadsvrouw van verdachte overhandigde polisblad geen bewijs oplevert voor de door haar ingenomen stelling dat verdachte een verzekering overeenkomstig de WAM had gesloten en in stand heeft gehouden op 8 december 2008.

Uit het polisblad blijkt immers niet dat de verzekering op 8 december 2008 nog van kracht was en tevens niet dat verdachte de maandelijkse kosten voor het in stand houden van de verzekering heeft voldaan. Verdachte heeft bovendien geen verklaring ex. artikel 34 WAM overgelegd aan de rechtbank.

Uit het proces-verbaal van bevindingen en de brief van de RDW blijkt dat verdachte op 8 december 2008 geen verzekering overeenkomstig de WAM heeft gesloten of in stand heeft gehouden. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 08 december 2008 in de gemeente Lelystad als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de [weg], een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, heeft bestuurd.

2.

op 08 december 2008 in de gemeente Lelystad, als degene aan wie voor een motorrijtuig (personenauto) het [kenteken] was opgegeven en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1.

Overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 , strafbaar gesteld bij artikel 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Feit 2.

als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden, strafbaar gesteld bij artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen .

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het onder 1 ten laste gelegde tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis en ter zake het onder 2 ten laste gelegde tot een geldboete van € 450,00 te vervangen door 9 dagen hechtenis.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich onthouden van een standpunt ten aanzien van het onder 2 laste gelegde, aangezien zij vrijspraak heeft bepleit.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht bepleit. Het betreft een oud feit en verdachte is reeds gestraft, aangezien zijn auto bijna een jaar geleden in beslag genomen is en hij zijn auto nodig heeft voor zijn werk.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Door een personenauto te besturen, terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet teruggegeven, heeft verdachte het maatschappelijke belang bij naleving van die invordering aangetast.

De strekking van artikel 30 WAM is te voorkomen dat in Nederland onverzekerde voertuigen aanwezig zijn om zo slachtoffers te bescherming tegen schade welke is veroorzaakt door motorrijtuigen. Slachtoffers hebben een rechtstreeks vorderingsrecht op de verzekeraar van het schadetoebrengende motorrijtuig. Door geen verzekering overeenkomstig de WAM af te sluiten dan wel in stand te houden heeft verdachte het risico genomen slachtoffers te benadelen doordat zij zich niet kunnen verhalen op een verzekeraar.

De rechtbank komt tot de conclusie dat voor het onder 1 ten laste gelegde misdrijf kan worden volstaan met een werkstraf van na te vermelden duur.

De rechtbank acht een geldboete een passende sanctie met betrekking tot de onder 2 ten laste gelegde overtreding. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 28 oktober 2009.

8 Het beslag

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verbeurdverklaring van het in beslag genomen voorwerp, te weten de personenauto.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit het in beslag genomen voorwerp, te weten de personenauto van verdachte, terug te geven aan verdachte en excuses aan hem te maken gezien de lange tijdsduur dat de auto in beslag genomen is.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, onder de voorwaarden dat verdachte dient aan te tonen dat het deze personenauto verzekerd is volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en hij de verschuldigde bewaarkosten voldoet. Voor excuses bestaat overigens geen aanleiding.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g, 14 h, 14i, 14j, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 30 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Feit 1.

- een werkstraf van 30 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 15 dagen;

Feit 2.

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 450,00;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 9 dagen;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten een personenauto [merk], kleur blauw, met [kenteken], onder de volgende voorwaarden: verdachte dient aan te tonen dat deze personenauto verzekerd is volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de verschuldigde bewaarkosten zijn voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Roelink, voorzitter, mr. M.C.P. de Ridder en mr. A.W.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.G. Dees, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 december 2009.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature