Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Drugshandel en drugsbezit/ gev 20 maanden.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/701234-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 november 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1978] te [geboorteplaats]

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

thans verblijvende in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring Wolvenplein

raadsman mr. J.G.D. Rutten, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 oktober 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 17 juli 2012 in Utrecht:

feit 1: 46,04 gram cocaïne en 2.528 pillen MDMA in zijn bezit heeft gehad;

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan verboden wapenbezit.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daartoe op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het bewijs geen verweer gevoerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

Op grond van het navolgende acht de rechtbank feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.

Bewijs

Tijdens de doorzoeking op 17 juli 2012 in de woning van verdachte in Utrecht zijn onder meer de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:

- drie vuurwapens

- munitie

- wit poeder

- een gripzakje met een roze pil

- een zak met roze pillen.

Het witte poeder en de pillen zijn onderzocht en hiervan is vastgesteld dat het gaat om cocaïne (46,04 gram) respectievelijk MDMA (2.528 pillen) .

Cocaïne en MDMA staan op lijst I behorende bij de Opiumwet .

Met betrekking tot de vuurwapens en munitie is vastgesteld dat het gaat om de volgende wapens/munitie :

- een pistool merk onbekend model M57 (categorie III sub 1)

- een pistool merk Beretta model 950 (categorie III sub 1)

- een pistool merk Glock model 26 (categorie III sub 1)

- 7 patroonmagazijnen (categorie III sub 1)

- munitie (142 scherpe patronen, categorie III).

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de drugs, wapens en munitie aanwezig heeft gehad in zijn woning.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 17 juli 2012 te Utrecht opzettelijk aanwezig heeft gehad

- een hoeveelheid van 46,04 gram van een materiaal bevattende cocaïne en

- een hoeveelheid van 2.528 pillen bestaande uit een materiaal bevattende MDMA,

zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 17 juli 2012 te Utrecht wapens van categorie III, te weten:

- een pistool van een onbekend merk, model M57 (categorie III onder 1) en

- een pistool merk Beretta, model 950 (categorie III onder 1) en

- een pistool merk Glock, model 26 (categorie III onder 1) en

- 7 patroonmagazijnen (categorie III onder 1)

en munitie (142 scherpe patronen) (categorie III) voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie , meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van het voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een hoeveelheid harddrugs die een gebruikershoeveelheid ruimschoots overstijgt, alsmede een aantal verboden wapens met scherpe munitie. Het ongecontroleerde bezit van wapens is in strijd met de wet en leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Tevens levert het voorhanden hebben van dergelijke wapens en scherpe munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen op. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben hiervan.

Hier komt bij dat naast de verdovende middelen en de wapens nog een kogelvrij vest, geluiddempers en weegschalen in de woning van verdachte zijn aangetroffen. Dit alles bij elkaar maakt dat verdachte - hoewel dit niet ten laste is gelegd - zich overduidelijk in een kennelijk risicovol crimineel milieu heeft begeven of wilde gaan begeven.

Wat betreft de persoon heeft de rechtbank in het bijzonder gelet de inhoud van:

- een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 september 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder voor drugsdelicten is veroordeeld;

- een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 24 augustus 2012, opgemaakt door

H. Afellay, reclasseringswerker, waaruit volgt dat reclasseringstoezicht en interventies/behandelingen niet geïndiceerd zijn en waarin geadviseerd wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank neemt dit advies over en maakt dit tot de hare.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 10 van de Opiumwet en artikel 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie , meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. I.M. Vanwersch en

mr. M.A.E. Somsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 november 2012.

Mr. Vanwersch is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature