Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Diefstal en lokaalvredebreuk bij supermarkt. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600652-11, 16/600925-11, 16/600266-11 (tul) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1971] te [geboorteplaats]

verblijvende op het adres [adres], [woonplaats],

raadsvrouw mr. A.M.R. van Ginneken, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 oktober 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting zijn de zaken onder de parketnummers 16/600652-11 en 16/600925-11 gevoegd. Voorts is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer 16/600266-11.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van 16/600652-11

feit 1: op 1 juli 2011 goederen heeft gestolen uit de Plus Supermarkt te Amersfoort;

feit 2: op 1 juli 2011 zonder toestemming is binnengedrongen in de Plus Supermarkt te Amersfoort;

ten aanzien van 16/600925-11

op 19 september 2011 goederen heeft gestolen uit de Plus Supermarkt te Amersfoort.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangiften en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is eveneens van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de aangiften en de bekennende verklaring van verdachte.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende. Aangezien verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend en de verdediging niet een vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering , met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van 16/600652-11

Feit 1

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juli 2011 van [aangever 1], namens Plus Supermarkt Amersfoort, inclusief het aangifteformulier en een kassabon als bijlage, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 8-11 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0940 2011150069 van de politie regio Utrecht;

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 oktober 2011.

Feit 2

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juli 2011 van [aangever 1], namens Plus Supermarkt Amersfoort, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 12-14 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0940 2011150069 van de politie regio Utrecht;

- Het geschrift, te weten een kopie van de winkelontzegging d.d. 12 maart 2011 van de Plus Supermarkt te Amersfoort, opgenomen op pagina 30 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0940 2011150069 van de politie regio Utrecht;

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 oktober 2011.

Ten aanzien van 16/600925-11

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 september 2011 van [aangever 2], namens Plus Supermarkt Amersfoort, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 19-22 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0940 2011211736 van de politie regio Utrecht;

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 10 oktober 2011.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van 16/600652-11

1.

op 01 juli 2011 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal winkelgoederen toebehorende aan De Plus;

2.

op 01 juli 2011 te Amersfoort, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal, gelegen aan de Arnhemseweg 4 en in gebruik bij supermarkt Plus, welk binnendringen daarin bestond dat hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk voornoemd lokaal is binnen gegaan, terwijl aan hem, verdachte, door of namens rechthebbende de toegang tot voornoemd lokaal schriftelijk was ontzegd voor een periode van 1 jaar, ingaande op 12 maart 2011;

ten aanzien van 16/600925-11

op 19 september 2011 in de gemeente Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal pakken vis en een aantal blikjes en flessen drank, toebehorende aan winkelbedrijf Plus.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van 16/600652-11

Feit 1: diefstal.

Feit 2: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringen.

Ten aanzien van 16/600925-11: diefstal.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek pro justitia van 31 augustus 2011 van B. van der Goor, psychiater. In dit rapport wordt onder meer het volgende geconstateerd.

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van alcoholafhankelijkheid en alcoholmisbruik en mogelijk van cognitieve schade door de lange duur en ernst daarvan. Voorts is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid, alsmede van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, ontwijkende en afhankelijke trekken. Dit was ook zo ten tijde van het ten laste gelegde feit en beïnvloedde het gedrag van verdachte zodanig dat de tenlastelegging hieruit deels kan worden verklaard. De onderzoeker concludeert dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd.

De rechtbank neemt de conclusie uit het rapport van de psychiater over en oordeelt dat het feit verdachte in verminderde mate moet worden toegerekend.

Overeenkomstig dit oordeel kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis. Een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij als bijzondere voorwaarde een behandelverplichting is naar de mening van de officier van justitie wel geïndiceerd, maar er is op dit moment geen indicatiestelling.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf dient te worden opgelegd waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de reeds door verdachte ondergane in verzekeringstelling en voorlopige hechtenis. De verdediging heeft voorts bepleit dat aan verdachte een kleine voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd met daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een behandeling. Op die manier kan naar de mening van de verdediging alsnog een indicatiestelling worden afgedwongen en kan verdachte in een verplicht kader worden behandeld.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft tweemaal goederen gestolen uit een supermarkt, waar hij tevens een winkelverbod had. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder opleveren voor de gedupeerde bedrijven.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 1 september 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor diefstal en lokaalvredebreuk;

- een hem betreffende rapportage pro-justitia d.d. 31 augustus 2011, opgesteld door B. van der Goor, psychiater, inhoudende dat een klinische behandeling in een dubbele diagnosekliniek is geïndiceerd, nu bij verdachte sprake is van alcoholafhankelijkheid dan wel alcoholmisbruik en van zwakbegaafdheid, alsmede van een persoonlijkheidsstoornis;

- een hem betreffende indicatieadvies d.d. 16 september 2011, opgesteld door J.J.M. Schreuder, coördinator IFZ, inhoudende dat behandeling van verdachte alleen haalbaar is in een goed gestructureerde gesloten setting met een intensief zorg- en behandelplan. De voorkeur betreft een opname in een forensische kliniek van de GGZ van Altrecht. Er zal overleg zijn tussen de FPA Roosenburg en SGLVG Wier over welke instelling voor verdachte het meest passend zal zijn;

- de mededeling van de officier van justitie ter terechtzitting van 10 oktober 2011, inhoudende dat inmiddels gebleken is dat opname in FPA Roosenburg het meest passend is;

- de mededeling van de raadsvrouw ter terechtzitting van 10 oktober 2011, inhoudende dat vanuit Reclassering Centrum Maliebaan de voorkeur uitgaat naar FVK Oostvaarderskliniek te Almere.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden geëist. De rechtbank is echter van oordeel dat alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Gezien de problematiek van verdachte, dient van deze gevangenisstraf een deel voorwaardelijk te worden opgelegd om een klinische behandeling mogelijk te maken. De rechtbank zal van de gevangenisstraf een deel van 1 maand voorwaardelijk opleggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de Reclassering Centrum Maliebaan en klinische behandeling in FPA Roosenburg mogelijk. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is om zich gedurende een jaar klinisch te laten behandelen.

Indien plaatsing in FPK Roosenburg niet mogelijk blijkt kan op grond van artikel 14f van het Wetboek van Strafvordering de officier van justitie vorderen dan wel de verdachte verzoeken dat de bijzondere voorwaarde wordt gewijzigd.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de Rechtbank Utrecht van 30 maart 2011 ten uitvoer zal worden gelegd.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering tot tenuitvoerlegging kan worden toegewezen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 14d, 14g, 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

ten aanzien van 16/600652-11

feit 1: diefstal;

feit 2: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringen;

ten aanzien van 16/600925-11: diefstal;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Centrum Maliebaan;

* de verplichting dat de veroordeelde zal verblijven in en zal meewerken aan een klinische behandeling in FPA Roosenburg waar invulling aan een dergelijke intramurale behandeling zal kunnen worden gegeven, met inachtneming van de mate van zorg en beveiliging die voor veroordeelde noodzakelijk is. De behandeling van veroordeelde zal 12 maanden duren, of zoveel korter als de leiding van de te bepalen inrichting in overleg met de reclassering noodzakelijk acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 30 maart 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16/600266-11 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven-de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 oktober 2011.

Mr. R.P.G.L.M. Verbunt is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature