Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Nuon tegen Ballast Nedam. Geschil over aansprakelijkheid bodemverontreiniging provinciale grond. Ballast Nedam verzuimt KLIC-melding te doen en beschadigt oliegevulde hoogspanningskabel van Nuon. Nuon vergoedt de milieuschade aan de provincie en neemt regres op Ballast Nedam. Ballast Nedam betwist dat Nuon kwalitatief aansprakelijk is omdat de kabel niet gebrekkig zou zijn in de zin van artikel 6:174 lid 1 BW althans een beroep op de “tenzij-formule” aan aansprakelijkheid van Nuon in de weg zou hebben gestaan. Dat verweer wordt verworpen. Ballast Nedam heeft voorts aangevoerd dat Nuon in de onderlinge verhouding de schade geheel, althans grotendeels, voor haar rekening dient te nemen aangezien de risico-aansprakelijkheid van Nuon reflexwerking heeft en meeweegt als eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW . Ook dit verweer wordt verworpen. De rechtbank overweegt dat in een situatie als de onderhavige, waarbij sprake is van zowel schuldaansprakelijkheid van de ene schuldenaar als risico-aansprakelijkheid van de andere schuldenaar, en beide schuldenaren hoofdelijk verbonden zijn voor schade van een derde, waarbij aan de risico-aansprakelijke schuldenaar geen enkele directe causale bijdrage aan de veroorzaking van de schade kan worden toegerekend, toepassing van de causaliteitsmaatstaf er in beginsel toe leidt dat de risico-aansprakelijke geheel vrij van draagplicht is. Reflexwerking wordt niet aangenomen vanwege het ontbreken van gevaarzetting en bovendien geen sprake is van eigen schade aan de zijde van de risico-aansprakelijke.

Uitspraak



VONNIS

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - Enkelvoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 250218 / HA ZA 05-2920

Vonnis van 3 januari 2007

in de zaak van

de naamloze vennootschap NUON NETWERK SERVICES N.V., voorheen: Nuon Infraservices B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

procureur: voorheen: mr. H.C. Grootveld, thans: mr. W. Heemskerk,

advocaat: mr. F.J. van Velsen te Haarlem,

tegen

de besloten vennootschap BALLAST NEDAM INFRA SPECIALITEITEN B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

procureur: mr. H.J.A. Knijff,

advocaten: mrs. E.J.W.M. van Niekerk en W.C.T. Weterings te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Nuon en Ballast Nedam genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord met productie

- de conclusie van repliek met productie

- de conclusie van dupliek met productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In opdracht van de provincie Zuid-Holland heeft Ballast Nedam in de maanden december 1999 en januari 2000 werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van het herstellen en vervangen van een geleiderail op de provinciale weg N207 in de gemeente Jacobswoude. Daarbij is een hoogspanningskabel - door partijen aangeduid als: 50 kV-kabel - ("kabel") van Nuon beschadigd. Deze kabel was om elektrische redenen oliegevuld.

2.2. Op enig moment na de beschadiging heeft een op de kabel aangebrachte veiligheidsvoorziening een signaal afgegeven dat het olie-niveau in de kabel te laag was. Bij onderzoek is Nuon op de beschadigde kabel gestuit.

2.3. De grond, waarin de kabel was aangebracht, is eigendom van de provincie. Bodemonderzoek wees uit dat deze grond vervuild was met olie. Daarop heeft Nuon besloten tot sanering van de verontreinigde grond.

2.4. Nuon en Ballast Nedam zijn door de provincie niet aansprakelijk gesteld voor de milieuschade.

2.5. Nuon heeft kosten gemaakt ter sanering van de grond.

2.6. Nuon heeft Ballast Nedam bij brief van 21 januari 2000 aansprakelijk gesteld voor de veroorzaakte schade.

2.7. In opdracht van Ballast Nedam heeft een expertisebureau onderzoek gedaan naar de schade. Overleg tussen het expertisebureau en Nuon heeft geresulteerd in overeenstemming over de omvang van de kabelschade en de milieuschade. De schade beloopt in totaal een bedrag van € 122.360,--.

2.8. Ballast Nedam heeft op 9 juni 2004 een bedrag betaald van € 14.736,-- ter vergoeding van de schade aan de kabel.

3. Het geschil

3.1. Na vermindering van eis vordert Nuon bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Ballast Nedam te veroordelen tot betaling van € 157.507,--, vermeerderd met de wettelijke rente over de (gecumuleerde) hoofdsom van € 155.917,-- vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, onder verwijzing van Ballast Nedam in de kosten van de procedure.

3.2. Aan haar vordering legt Nuon het volgende betoog ten grondslag. Ballast Nedam heeft onrechtmatig gehandeld zowel ten opzichte van Nuon als van de provincie. Ballast Nedam is aansprakelijk voor de schade aan de kabel en voor de door de provincie geleden milieuschade. Voor deze laatste schade is Nuon als leidingbeheerder jegens de provincie op grond van artikel 6:174 BW naast Ballast Nedam hoofdelijk aansprakelijk. Nuon heeft deze schade aan de provincie vergoed. Zij kan regres nemen op Ballast Nedam. In de onderlinge verhouding met Ballast Nedam behoort de schade geheel door Ballast Nedam te worden gedragen.

3.3. Ballast Nedam voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In de kern gaat het in deze procedure om de vraag of Ballast Nedam gehouden is de kosten die Nuon heeft gemaakt in verband met de sanering van de grond, geheel of gedeeltelijk aan Nuon te vergoeden.

4.2. Ter afwering van de vordering van Nuon heeft Ballast Nedam allereerst aangevoerd dat zij niet onrechtmatig jegens Nuon en de provincie heeft gehandeld. Eerst zal worden ingegaan op het door Nuon gestelde onrechtmatig handelen van Ballast Nedam jegens de provincie. Dat de provincie in deze procedure geen partij is, zoals Ballast Nedam heeft aangevoerd, betekent nog niet dat de vraag naar de aansprakelijkheid van Ballast Nedam ten opzichte van de provincie niet in deze procedure aan de orde zou kunnen komen. De beantwoording van die vraag is immers van belang voor de door Nuon gestelde hoofdelijke aansprakelijkheid van haarzelf en Ballast Nedam voor de ontstane schade.

4.3. Ballast Nedam heeft erkend dat zij op enig moment - over de precieze datum bestaat tussen partijen geen overeenstemming - de kabel van Nuon heeft beschadigd. Ballast Nedam, op wie een onderzoeksplicht rust in verband met de te verrichten grondwerkzaamheden, waartoe behoort dat zij voor aanvang van de werkzaamheden een zogenaamde KLIC-melding doet, heeft niet betwist de stelling van Nuon dat zij het doen van een dergelijke melding heeft nagelaten. Daarmee staat vast dat Ballast Nedam in haar onderzoeksplicht is tekortgeschoten, hetgeen haar kan worden toegerekend. Reeds om die reden is haar handelen als onrechtmatig aan te merken. De vraag is vervolgens of de schade ook door deze tekortkoming is veroorzaakt, anders gezegd of er sprake is van causaal verband. Ballast Nedam heeft zulks betwist. Zij stelt - overigens zonder dit nader te onderbouwen - dat de milieuschade niet het redelijkerwijs te verwachten gevolg van de beschadiging van een kabel is. Dat betoog faalt. Wie zonder voorafgaand onderzoek grondwerkzaamheden verricht, kan - gelet ook op de hoge kabel- en leidingdichtheid in Nederland - redelijkerwijs voorzien dat daardoor een beschadiging aan kabels of leidingen kan optreden. Dat daarbij voorts schade aan het milieu zou kunnen ontstaan is eveneens redelijkerwijs voorzienbaar omdat van algemene bekendheid is dat door dergelijke kabels en leidingen ook voor het milieu schadelijke stoffen getransporteerd plegen te worden. Ballast Nedam heeft verder nog gesteld dat niet vaststaat dat de milieuschade geheel is ontstaan door de beschadiging van de kabel. Zij heeft daarbij gewezen op de mogelijkheid dat de betreffende kabel is gaan "zweten", waardoor de omliggende grond ook vervuild heeft kunnen raken. Nuon heeft deze stelling betwist en Ballast Nedam heeft die stelling vervolgens niet nader gemotiveerd, zodat dit verweer wordt gepasseerd. De geschonden norm dat geen grondwerkzaamheden worden verricht zonder voorafgaand onderzoek aan de ligging van kabels en leidingen in de grond strekt ten slotte mede tot bescherming van de provincie in haar belangen als eigenaar van de grond. Dit alles betekent dat Ballast Nedam in ieder geval ten opzichte van de provincie aansprakelijk is voor de milieuschade uit hoofde van onrechtmatige daad. Of Ballast Nedam daarnaast onrechtmatig heeft gehandeld jegens Nuon kan in het midden blijven omdat de schade aan de kabel zelf is vergoed en in deze procedure alleen nog de milieuschade twistpunt is.

4.4. Ballast Nedam heeft verder het verweer gevoerd dat Nuon niet gehouden was tot sanering van de grond. Daartoe heeft zij aangevoerd dat Nuon geen eigenaar is van de grond en niet door de provincie aansprakelijk is gesteld. Dat is op zichzelf juist, maar betekent nog niet dat Nuon de vervuilde grond onverplicht heeft gesaneerd. Zoals hierna zal blijken rust op Nuon als leidingbeheerder voor als gevolg van een gebrekkige leiding ontstane schade een risico-aansprakelijkheid. Die aansprakelijkheid is blijkens de stellingen van Nuon de aanleiding geweest de schade aan de provincie te vergoeden, hier in de vorm van sanering van de vervuilde grond. De stelling dat de sanering ingevolge de Wet bodembescherming/Wet milieubeheer door de provincie had dienen te geschieden, welke stelling overigens niet verder is onderbouwd, kan niet worden gevolgd. Uit de Wet bodembescherming volgt nu juist dat personen die handelingen in de bodem verrichten, zoals nutsbedrijven, en die weten dat de bodem door die handelingen is verontreinigd, verplicht zijn de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Nuon heeft dan ook juist gehandeld door de vervuilde grond voor haar rekening te saneren.

4.5. Ballast Nedam stelt zich op het standpunt dat Nuon jegens de provincie niet kwalitatief aansprakelijk is in de zin van artikel 6:174 lid 1 BW . Ook uit dien hoofde bestond er, aldus Ballast Nedam, geen verplichting tot sanering van de grond. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Ballast Nedam aangevoerd dat de kabel ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis niet gebrekkig was in de zin van artikel 6:174 lid 1 BW . Voor zover dat wel het geval zou zijn, zo voert Ballast Nedam aan, zou een beroep op de "tenzij-formule" aan aansprakelijkheid van Nuon in de weg hebben gestaan.

4.6. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Voor aansprakelijkheid van Nuon als leidingbeheerder is vereist dat de schade is veroorzaakt doordat de kabel niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, ofwel gebrekkig is, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, en dit gevaar zich vervolgens ook verwezenlijkt. In de onderhavige zaak geldt dat in ieder geval vanaf het moment dat de kabel door Ballast Nedam werd beschadigd, deze niet langer voldeed aan de eisen die daaraan mochten worden gesteld, daardoor gevaar opleverde voor personen of zaken, welk gevaar zich ook heeft verwezenlijkt. Het staat vast dat de milieuschade door het gebrek in de kabel is veroorzaakt. Het feit dat het ontstaan van dat gebrek het gevolg is van een onrechtmatige gedraging van Ballast Nedam doet aan de toepasselijkheid van artikel 6:174 BW niet af. Voor dat oordeel is bepalend dat in het onderhavige geval de ingetreden schade, i.e. de bodemverontreiniging, niet volledig samenvalt met het tijdstip van het veroorzaken van het gebrek in de kabel. Partijen verschillen immers niet van mening over het feit dat vanaf het tijdstip van het gebrekkig worden van de kabel, gedurende enige tijd - Nuon stelt 28 dagen, Ballast Nedam gaat uit van 3 dagen, olie uit de kabel is gaan lekken. Daaruit volgt dat het gebrek enige tijd heeft bestaan voordat in ieder geval een aanzienlijk deel van de schade, namelijk die schade die op dat moment nog niet was ingetreden, is ontstaan. Daarmee is de kwalitatieve aansprakelijkheid van Nuon als leidingbeheerder gegeven.

4.7. Anders dan Ballast Nedam aanvoert, zou een beroep van Nuon op de "tenzij-formule" van artikel 6:174 lid 1 BW ter afwering van aansprakelijkheid haar niet baten. Deze formule houdt in dat, indien aansprakelijkheid op grond van - kort gezegd - onrechtmatige daad zou hebben ontbroken indien, in dit geval, de leidingbeheerder het gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend, de aansprakelijkheid van artikel 6:174 BW niet geldt. Nuon heeft in dit verband terecht gesteld dat, ook indien zij het gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend, zij niettemin onrechtmatig jegens de provincie zou hebben gehandeld indien zij niet zou hebben ingegrepen en noodmaatregelen zou hebben getroffen om verder intreden van vervuiling van de grond te voorkomen of te beperken. Een beroep op overmacht had Nuon in dat geval niet kunnen baten.

4.8. Ballast Nedam heeft ten slotte nog gesteld dat artikel 6:174 BW toepassing mist omdat het lekken van olie uit de kabel geen gevaar voor zaken oplevert, zoals bedoeld in het artikel. Dit verweer gaat niet op. Niet valt in te zien, en Ballast Nedam heeft dit ook niet nader toegelicht, waarom de door het lekken van olie uit de kabel veroorzaakte bodemverontreiniging niet zou moeten worden aangemerkt als het opleveren van gevaar voor zaken, zoals hier de bodem.

4.9. De tussenconclusie is dat Nuon kwalitatief aansprakelijk is jegens de provincie. Nuon heeft op goede grond geoordeeld dat zij uit hoofde van haar aansprakelijkheid verplicht was de milieuschade aan de provincie te vergoeden, aan welke verplichting zij heeft voldaan door het saneren van de verontreinigde grond. Ballast Nedam, zo is hiervoor in r.o. 4.3 vastgesteld, is jegens de provincie aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatige daad. Aldus zijn Nuon en Ballast Nedam op grond van artikel 6:102 BW jo. artikel 6:10 BW hoofdelijk aansprakelijk voor de schade. Het andersluidende betoog van Ballast Nedam op dit punt, te weten dat - kort gezegd - van hoofdelijkheid geen sprake is, wordt verworpen. Dit verweer is immers slechts gegrond op de stelling dat er geen aansprakelijkheid van Nuon en/of Ballast Nedam jegens de provincie bestaat, welke stelling hiervoor reeds is verworpen.

4.10. Thans wordt toegekomen aan het verweer van Ballast Nedam dat Nuon in de onderlinge verhouding de schade geheel, althans grotendeels, voor haar rekening dient te nemen. Daartoe stelt Ballast Nedam in de eerste plaats dat de risico-aansprakelijkheid van Nuon moet worden meegewogen als eigen schuld van Nuon in de zin van artikel 6:101 BW , nu die risico-aansprakelijkheid volgens Ballast Nedam reflexwerking heeft. Het in de grond aanwezig zijn van een oliegevulde kabel heeft het gevaar voor milieuschade (mede) in het leven geroepen en geldt als een gevaar/schadeverhogende factor die aan Nuon moet worden toegerekend, aldus Ballast Nedam.

4.11. Nuon heeft dit standpunt bestreden. Zij heeft erop gewezen dat de risico-aansprakelijkheid van Nuon niet is een risico-aansprakelijkheid wegens gevaarzetting. Bovendien, zo betoogt Nuon, zelfs als aangenomen zou worden dat van een dergelijke aansprakelijkheid sprake zou zijn, dan nog geldt dat het moet gaan om eigen schade van de gelaedeerde. Die situatie doet zich hier niet voor, aldus Nuon, omdat het hier niet gaat om schade van Nuon, maar om die van de provincie voor welke schade Nuon kwalitatief aansprakelijk is. Ook indien wel aan de voorwaarden van gevaarzetting en eigen schade zou zijn voldaan, zo voert Nuon aan, dan geldt toch dat de draagplicht geheel aan Ballast Nedam moet worden toebedeeld, nu zij de schade actief heeft veroorzaakt.

4.12. De rechtbank is van oordeel dat in een situatie als de onderhavige, waarbij er sprake is van zowel een schuldaansprakelijkheid van de ene schuldenaar als een risico-aansprakelijkheid van de andere schuldenaar, en beide schuldenaren hoofdelijk verbonden zijn voor schade van een derde, waarbij aan de risico-aansprakelijke schuldenaar geen enkele directe causale bijdrage aan de veroorzaking van de schade kan worden toegerekend, toepassing van de causaliteitsmaatstaf er in beginsel toe leidt dat de risico-aansprakelijke geheel vrij van draagplicht is, tenzij wet of overeenkomst tot een andere verdeling nopen. Nuon heeft terecht aangevoerd dat de reflexwerking waarop Ballast Nedam het oog heeft, zich slechts voordoet in gevaarzettende situaties, zoals in de rechtspraak bijvoorbeeld is aangenomen bij aansprakelijkheid voor motorrijtuigen in de zin van artikel 185 Wegenverkeerswet. Een dergelijke situatie doet zich hier niet voor. De kabel van Nuon was niet intrinsiek gevaarlijk. Artikel 6:174 BW vestigt slechts aansprakelijkheid voor de toestand van een bepaalde zaak, niet voor het enkele bezit daarvan. Dit volgt ook uit het eerste lid van voornoemd artikel, waarin is neergelegd dat de bezitter van een opstal aansprakelijk is indien de opstal niet voldoet "aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen". Dat niet voldoen, of anders gezegd het gebrekkig zijn van de kabel, is in casu geheel toe te rekenen aan de beschadiging door Ballast Nedam. Onder die omstandigheden, mede gelet op het feit dat Nuon niet is benadeeld althans de ontstane milieuschade niet kan worden aangemerkt als eigen schade van Nuon, heeft het enkele bestaan van risico-aansprakelijkheid geen reflexwerking in die zin dat die kwaliteit zou gelden als eigen schuld aan de zijde van Nuon, zodanig dat zij in de interne draagplicht de schade (deels) zou hebben te dragen.

4.13. Ter onderbouwing van haar standpunt dat Nuon de schade deels dient te dragen, heeft Ballast Nedam in de tweede plaats aangevoerd dat de door Nuon op de kabel aangebrachte veiligheidsvoorziening niet deugdelijk is geweest. Indien de veiligheidsvoorziening adequaat had gewerkt, en Nuon eerder bekend was geworden met de ontstane beschadiging, was de schade beperkter gebleven, aldus Ballast Nedam. Dat betoog faalt. De op de kabel aangebrachte veiligheidsvoorziening heeft, zoals Nuon terecht naar voren heeft gebracht, niet tot doel het ontstaan van olielekkages als gevolg van een van buitenkomende oorzaak te signaleren, maar om de elektrische eigenschappen van de kabel te waarborgen. Het verdere betoog van Ballast Nedam dat - gelet ook op de stelling van Nuon dat zich wel vaker schades aan oliegevulde kabels voordoen - Nuon zorg had moeten dragen voor een systeem dat wél waarschuwt voor beschadiging van de kabel, faalt evenzeer. Juist vanwege het risico op beschadiging van kabels, bestaat er voor de grondroerder de verplichting een KLIC-melding te doen. Indien men dit - zoals Ballast Nedam - nalaat, kan men zich er vervolgens niet met succes op beroepen dat de leidingbeheerder maar maatregelen dient te nemen die het weglekken van gevaarlijke- of milieuverontreinigende stoffen tijdig signaleert zodat het intreden van schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

4.14. Ten slotte faalt ook het betoog dat het gevaar van milieuschade steeds aanwezig is geweest, onafhankelijk van het handelen van Ballast Nedam. Daartoe geldt dat Nuon onbestreden heeft gesteld dat de olie zich slechts in de binnenste mantel van de leiding bevindt, terwijl - kort gezegd - de leiding uit een veelheid van gewapende en waterdichte buitenmantels bestaat, zodanig dat de kabel onder normale omstandigheden geen enkel risico vormt en vele tientallen jaren in de grond kan liggen zonder gebrekkig te raken. Gelet daarop is het zodanig weinig waarschijnlijk dat het gevaar van milieuschade ook uit andere hoofden aanwezig is geweest, dat die omstandigheid niet aan Nuon als eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW kan worden toegerekend.

4.15. Hetgeen Ballast Nedam verder nog heeft aangevoerd stuit af op het voorgaande.

4.16. Ballast Nedam heeft de omvang van de schade erkend, behalve voor zover het de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten betreft. Terzake de wettelijke rente heeft Ballast Nedam aangevoerd dat de door Nuon gehanteerde ingangsdatum onjuist is. Blijkens haar renteberekening heeft Nuon ook ten aanzien van de milieuschade rente berekend vanaf 27 december 1999, zijnde de datum waarop volgens Nuon de schade aan de kabel is ontstaan. Ballast Nedam heeft echter gesteld dat Nuon eerst in de loop van 2000/2001 saneringskosten heeft gemaakt. Nuon heeft haar renteberekening terzake onvoldoende gemotiveerd zodat in het midden blijft wanneer de saneringskosten zijn gemaakt. Onder die omstandigheden houdt de rechtbank vast aan de voor Ballast Nedam meest gunstige situatie, zodat de rente over de milieuschade ten bedrage van (€ 122.360,-- - € 14.736,-- = ) € 107.624,-- eerst toewijsbaar is vanaf 1 januari 2001. Tot 9 juni 2004 beloopt de rente een bedrag van € 24.748,11.

De wettelijke rente over de schade aan de kabel ten bedrage van € 14.736,-- is in ieder geval toewijsbaar vanaf 17 januari 2000. De rechtbank houdt aan deze datum vast, nu de stelling van Ballast Nedam dat de schade op deze datum is ontstaan niet door Nuon is weersproken, terwijl uit de door Ballast Nedam als productie 1 in het geding gebrachte brief van Nuon van 21 januari 2000, ook volgt dat Nuon van die datum is uitgegaan. Tot 9 juni 2004, de dag waarop Ballast Nedam de kabelschade aan Nuon heeft betaald, bedraagt de wettelijke rente over dit bedrag € 4.234,05. Aldus bedraagt de wettelijke rente:

hoofdsom: € 122.360,00

wettelijke rente over € 107.624,00 vanaf 01-01-01 t/m 08-06-04: € 24.748,11

wettelijke rente over € 14.736,00 vanaf 17-01-00 t/m 08-06-04: € 4.234,05

-------------------

€ 151.342,16

-/- betaling Ballast Nedam d.d. 09-06-04: € 14.736,00

-------------------

subtotaal € 136.606,16

wettelijke rente over € 136.606,16 vanaf 09-06-04 t/m 08-09-05: € 6.833,11

-------------------

totaal € 143.439,27

4.17. Nuon heeft een bedrag van € 2.500,- gevorderd terzake buitengerechtelijke incassokosten. Ballast Nedam heeft betwist dat Nuon buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt in de zin van het rapport Voorwerk II en betwist voorts de omvang daarvan, terwijl Nuon haar vordering vervolgens niet nader heeft gespecificeerd. De vordering terzake buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook als zijnde onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.18. Ballast Nedam zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nuon worden begroot op:

- dagvaarding € 71,93

- vast recht 3.505,00

- salaris procureur 2.842,00 (2,0 punt × tarief € 1.421,00)

-------------

Totaal € 6.418,93

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Ballast Nedam om aan Nuon te betalen een bedrag van € 143.439,27 (honderd drieënveertig duizend vierhonderd negenendertig euro en zevenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat telkens na afloop van een jaar het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, wordt vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente,

5.2. veroordeelt Ballast Nedam in de proceskosten, aan de zijde van Nuon tot op heden begroot op € 6.418,93,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2007


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature