Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Aanbesteding. Geen ongeldige inschrijving.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/435366 / KG ZA 13-1086

Vonnis in kort geding van 22 november 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

advocaat mr. H.S. Memelink te Etten-Leur,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. M.C. de Vries te Den Haag.

en met als partij die tussenkomst, subsidiair voeging vordert

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONE B.V.

gevestigd te Voorburg,

advocaten mr. N.A. Keus-Goldberg en mr. ING. M.A. Leppers te Den Haag.

Partijen zullen hierna TKL, de gemeente Rotterdam en Kone genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de overgelegde producties

de vordering van Kone tot tussenkomst, subsidiair voeging, inclusief eiswijziging ter zitting

de mondelinge behandeling de dato 7 november 2013

de pleitnota van TKL inzake de vordering tot tussenkomst/voeging van Kone

de pleitnota van TKL inzake haar vordering tegen de gemeente Rotterdam

de pleitnota van de gemeente Rotterdam

de pleitnota van Kone.

1.2.

Ter zitting heeft TKL zich, anders dan de gemeente Rotterdam, verzet tegen de vordering van Kone tot tussenkomst, subsidiair voeging. De voorzieningenrechter heeft de vordering ter zitting toegewezen, met dien verstande dat het oordeel of hier sprake is van een tussenkomst, dan wel van een voeging, niet ter zitting zou worden gegeven maar (pas) in het vonnis.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente Rotterdam heeft op 14 februari 2013, in een aanbesteding op basis van het “Bestek nr. 1-504-12” voor het restaureren en reviseren van 2 x 2 verkeersroltrappen in de toegangsgebouwen van het Maastunnelcomplex in Rotterdam, aan de inschrijvers medegedeeld dat alle inschrijvingen ongeldig werden verklaard. TKL was één van de twee inschrijvers op deze aanbesteding. De andere inschrijver was Kone.

2.2.

TKL heeft op 28 februari 2013 de gemeente Rotterdam gedagvaard in kort geding omdat TKL zich niet kon vinden in de ongeldigverklaring van haar inschrijving. TKL heeft deze procedure ingetrokken.

2.3.

De gemeente Rotterdam heeft TKL en Kone uitgenodigd voor het indienen van een nieuwe aanbieding, op basis van een (nieuw) “Bestek nr.1-504-12 OP.” De uitnodiging aan TKL is gedaan bij brief van de gemeente Rotterdam van 7 juni 2013. In deze brief staat dat het om een niet openbare aanbesteding gaat.

2.4.

In het (nieuwe) bestek staat sub 2, aanhef:

“Voorafgaand aan dit bestek heeft een Europees selectieprocedure plaats gevonden. De ontvanger van dit bestek heeft zich geconformeerd aan de Europese procedure met voorselectie (de zogenaamde niet-openbare procedure) in overeenstemming met het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 20012), hoofdstuk 3.”

2.5.

Gunningcriterium is volgens onderdeel 2.13.1 van het bestek de economisch meest voordelige inschrijving, waarbij de subcriteria zijn:

-Inschrijvingssom

-Kwaliteit zoals beschreven in het Werkplan.

2.6.

In haar (nieuwe) inschrijving duidt TKL haar Werkplan aan als “Plan van Aanpak.”

2.7.

Het bestek bepaalt onder 2.13.2 onder meer:

“2.13.2 Beoordelingscriteria

De aanbieding wordt beoordeeld op de onderstaande 2 onderdelen:

1 Inschrijfsom voor de restauratie/revisie;

Op basis van de ingediende prijzen wordt per inschrijver de Gewogen Som bepaald op de

volgende wijze:

Gewogen Som = Inschrijfsom Restauratie/Revisie x 50

2 Werkplan

Het werkplan wordt beoordeeld op de volgende 7 deelaspecten

Max. score

- volledigheid 5 *1)

- uitvoeringstijd 5 *1)

- uren/opslagen 3 *2)

- bereidheid tot werken buiten gebruikelijke

arbeidsuren (7:00 - 18:00 uur) 3 *2)

- aantal eigen medewerkers inzetbaar

bij project 3 *2)

- beoordeling toeleveranciers 3 *2)

- toe te passen materialen / hergebruik 3 *2)

Werkplan totaal 25

Gesprek

De aannemer wordt in de gelegenheid gesteld om het werkplan toe te lichten. Na de toelichting zal de commissie in de gelegenheid gesteld worden om vragen aan de aannemer te stellen die betrekking hebben op het ingediende werkplan. Wijzigingen of aanvullingen op het werkplan die de interpretatie van het werkplan wijzigen zijn niet toegestaan. Het gesprek zal worden vastgelegd in een verslag wat door zowel de aannemer als de opdrachtgever getekend dient te worden.

Het werkplan zal worden beoordeeld volgens onderstaande score.

*1) De score wordt als volgt bepaald:

zeer slecht: 0 punten

slecht: 1 punt

matig: 2 punten

voldoende: 3 punten

goed: 4 punten

uitstekend: 5 punten

*2) De score wordt als volgt bepaald:

zeer slecht: 0 punten

matig: 1 punt

voldoende: 2 punten

goed: 3 punten

Voor het subcriterium “Werkplan” dient een minimale score behaald te worden van 15 punten. Een inschrijving met een lagere score, komt niet voor gunning in aanmerking (knock-out criterium).”

“Aspecten te verwerken in het werkplan en de toelichting

- volledigheid

De in het bestek aangegeven punten komen hier naar voren:

• Mogelijkheden tot inzet Social Return

• Detaillering aannemersbegroting

• Het in- en uithuisplan van materialen in relatie toe de vloerbelasting

• De aan te brengen beschermingen en afzettingen

• De uitwerking zoals gevraagd in 8.1 .2 betreffende roltrap 5

• Hoe de aannemer omgaat met de randvoorwaarden en uitgangspunten genoemd in

8.1.6

- uitvoeringstijd

-Een duidelijke en gedetailleerde planning met daarin aangegeven tijstip aanlevering van geëngineerde ontwerpen

· E-kasten

·kamplaat

·inloopbeveiliging

·te bestellen materialen

·in/ uitbouw periode

·aanraakbeveiliging.”

2.8.

Als bijlage bij de 2e nota van inlichtingen van de gemeente Rotterdam is gevoegd een geschrift “Beantwoording van vragen van de aannemers Bestek 1-504-12 OP” (hierna te noemen: de Vragenlijst). Over vraag 103 is in de Vragenlijst het volgende opgenomen:

vraag:

“In paragraaf 2.14 wordt gesteld dat de aannemersbegroting “desgevraagd”dient te worden aangeleverd, in paragraaf 2.13.2.4 wordt vermeld dat de inschrijving mede op deze begroting zal worden beoordeeld. Welke eis is leidend?

antwoord:

“De inschrijvingsbegroting moet bij de indiening worden meegestuurd, volgens eisen in bestek cq. Nota’s. Onderdeel van de beoordeling van het werkplan is de detaillering inschrijvingsbegroting, met name voldoet de inschrijvingsbegroting aan de gestelde eisen. Voor een hoge score is een gedetailleerde begroting benodigd.”

2.9.

Bij brief van 13 september 2013 heeft de gemeente Rotterdam aan TKL onder meer medegedeeld:

“Naar aanleiding van de op 9 juli 2013 door u ingediende inschrijving voor de restauratie van 2x2 verkeersroltrappen in de Maastunnel in de gemeente Rotterdam, overeenkomstig Bestek nr. 1-504-12 OP (“het Bestek”) en op grond van de op 11 juli 2013 door u gegeven toelichting op het Werkplan delen wij u het volgende mede.

De gemeente Rotterdam heeft in totaal twee inschrijvingen ontvangen. Helaas hebben wij bij de beoordeling van de inschrijvingen moeten constateren dat -wederom- beide inschrijvingen ongeldigheden bevatten.

Hierbij berichten wij u dan ook dat wij de onderhavige aanbestedingsprocedure wensen te vervolgen met een (nieuwe) onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking als genoemd in hoofdstuk 5 (artikel 5.3.1)van het toepasselijke ARW 2012.

Ongeldigheden in uw inschrijving

Aannemersbegroting

In paragraaf 2.14 ‘Aannemersbegroting’ van het Bestek is bepaald waaraan de indeling van deze begroting moet voldoen.

‘2.14 Aannemersbegroting

De inschrijver verplicht zich desgevraagd de aannemersbegroting van het werk aan de directie over te leggen.

Indeling van de aannemersbegroting:

De aannemersbegroting moet overeenkomstig het bestek zijn ingedeeld en gespecificeerd per bestekspost en per bouwdeel.

In deze aannemersbegroting (= open begroting) dienen van elke bestekspost de navolgende zaken te worden aangegeven:

-uitsplitsing naar uren arbeid, uren materieel, leveranties (hierbij tevens aangegeven met welk personeel en welk type materieel is gerekend, incl. de daarbij behorende ‘kale’ eenheidsprijzen);

-uitsplitsing van onderaannemingprijzen die in de begroting zijn verwerkt waarbij

dezelfde uitsplitsing wordt gevraagd als hierboven vermeld;

- een gespecificeerde opgave van de eenmalige kosten;

- een gespecificeerde opgave van de uitvoeringskosten;

- een gespecificeerde opgave van de algemene kosten;

- een gespecificeerde opgave van winst en risico;

- vermelding van stelpostenbedragen.

De inschrijver dient een gedetailleerde opbouw van de door hem ontvangen

prijsopgaven van de in te schakelen onderaannemers en leveranciers te overleggen.

Verschillen in de begroting en de bepalingen van het bestek kunnen geen aanleiding zijn voor verrekening.

Voorts is bij de 2e Nota van Inlichtingen d.d. 25 juni 2013 aangegeven dat de in paragraaf 2.14 van het Bestek vereiste aannemersbegroting bij inschrijving moest worden ingediend. Dit volgt uit het antwoord op vraag 103 bij de als bijlage bij deze nota gevoegde “Samenvatting van vragen en antwoorden uit de aanbesteding van 29 oktober 2012”.

‘Vraag 103: In paragraaf 2.14 wordt gesteld dat de aannemersbegroting

“desgevraagd” dient te worden aangeleverd, in paragraaf 2.13.2.4 wordt vermeld dat de inschrijving mede op deze begroting zal worden beoordeeld. Welke eis is

leidend?

Antwoord: De inschrijvingsbegroting moet bij de indiening worden meegestuurd,

volgens eisen in bestek c.q. Nota’s. Onderdeel van de beoordeling van het werkplan is de detaillering inschrijvingsbegroting, met name voldoet de inschrijvingsbegroting aan de gestelde eisen. Voor een hoge score is een gedetailleerde begroting benodigd.’

De door u ingediende aannemingsbegroting is echter niet conform paragraaf 2.1.4 van het

Bestek ingedeeld overeenkomstig het bestek en gespecificeerd per bestekspost en per

bouwdeel.

- Zo ontbreekt de gevraagde uitsplitsing per bestekspost naar uren arbeid, uren

materieel en leveranties;

- Daarnaast is geen uitsplitsing gegeven van de onderaannemingsprijzen

(inclusief de gevraagde uitsplitsing van deze prijzen) die in de begroting zijn

verwerkt;

- De stelpostenbedragen ontbreken in de aannemersbegroting.

Bovendien heeft u op 13 augustus 2013 telefonisch aangegeven dat u bewust niet een

dergelijke gedetailleerde begroting heeft ingediend, maar een begroting op hoofdlijnen.

Planning

In paragraaf 2.13.2 van het Bestek is bepaald dat inschrijvers een Werkplan moeten indienen. Dit Werkplan is voorts beoordeeld op zeven deelaspecten. Eén van deze aspecten is de uitvoeringstijd. Van inschrijvers werd verwacht dat zij een duidelijke gedetailleerde planning zouden indienen met daarin in ieder geval het aangegeven tijdstip van geëngineerde ontwerpen.

Zie: paragraaf 2.13.2 Bestek:

‘Aspecten te verwerken in het werkplan en de toelichting

(…)

- uitvoeringstijd

Een duidelijke gedetailleerde planning met daarin aangegeven tijdstip aanlevering

van geëngineerde ontwerpen

• E-kasten

• Kamplaat

• Inloopbeveiliging

• te bestellen materialen

• in / uitbouw periode

• aanraak beveiliging”

Als Bijlage M bij uw Werkplan heeft u een concept uitvoeringsplanning ingediend. In deze

planning worden verschillende in 2.13.2 van het Bestek vereiste ontwerpen niet genoemd.

Om te beginnen zijn de ‘E-kasten” niet expliciet in de planning opgenomen. Daarnaast

ontbreken de “te bestellen materialen” in de planning. Uit de planning volgt nu dus niet wat de levertijden zijn. Ook is het onderscheid tussen “in / uitbouwperiode” van bepaalde onderdelen van de roltrap niet in de planning terug te vinden. Tenslotte is de “aanraak beveiliging” evenmin expliciet in de planning opgenomen. Daarmee voldoet uw inschrijving niet aan de in het Bestek gestelde eisen.

Uurtarieven

In paragraaf 2.13.2 van het Bestek wordt eveneens van inschrijvers verwacht dat zij in hun

Werkplan en toelichting daarop verschillende uren/opslagen verwerken, waaronder het

uurtarief van de in te schakelen toeleveranciers.

‘Aspecten te verwerken in het werkplan en de toelichting

(…)

- uren / opslagen

• het uurtarief van de projectleider

• het uurtarief van de monteurs

• het uurtarief van de toeleveranciers

• de toeslagpercentages voor werkzaamheden buiten de gebruikelijke

arbeidstijden’

In het door u ingediende Werkplan zijn in hoofdstuk 11 de uurtarieven opgenomen. Hierbij ontbreekt echter het gevraagde uurtarief van de toeleveranciers, terwijl u in (onder meer hoofdstuk 9 van) uw Werkplan wel aangeeft gebruik te maken van toeleveranciers.

Dit betekent dat uw inschrijving ook op dit punt niet voldoet aan de in paragraaf 2.13.2 van het Bestek gestelde eisen.

Inschrijfsom

Gezien de hoogte van de door u bij inschrijving ingediende inschrijfsom in relatie te het

beschikbare budget, kan de gemeente Rotterdam overigens hoe dan ook niet tot gunning van

de opdracht aan u overgaan. Overigens merken wij op dat de door u in uw bij inschrijving

ingediende aannemersbegroting gehanteerde opslagen van 44 % ons uitzonderlijk hoog

voorkomen.

Kortom, gelet op het voorgaande bestaan meerdere afzonderlijke gronden om uw inschrijving ongeldig te verklaren, terwijl voorts uw inschrijfsom (veel) te hoog is in relatie tot ons budget.

Inrichting onderhandelingsprocedure

Nu ook de andere ontvangen inschrijving ongeldig is, nodigen wij u en de andere inschrijver uit tot de volgende onderhandelingsprocedure. Deze onderhandelingsprocedure wordt als volgt ingericht. …”

2.10.

De gemeente Rotterdam heeft ook Kone schriftelijk medegedeeld dat haar inschrijving ongeldig was.

3 Het geschil

3.1.

TKL vordert om als voorlopige voorziening uitvoerbaar bij voorraad,

Primair:

(I) de gemeente Rotterdam primair te gebieden de inschrijving van TKL geldig te verklaren en de gemeente te gebieden binnen 21 dagen na datum uitspraak de inschrijving van TKL te herbeoordelen op straffe van de verbeurte van een direct opeisbare eenmalige dwangsom van € 500.000,-- bij overtreding van deze geboden;

(II) de gemeente Rotterdam te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de advocaatkosten.

Subsidiair:

(I) de gemeente Rotterdam subsidiair te veroordelen wegens schending van het motiveringsbeginsel de inschrijving van TKL te herbeoordelen op straffe van de verbeurte van een direct opeisbare eenmalige dwangsom van € 500.000,-- bij overtreding van deze geboden;

(II) de gemeente Rotterdam te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de advocaatkosten.

Meer Subsidiair:

(I) de gemeente Rotterdam meer subsidiair te gebieden elke andere voorlopige

voorziening na te komen die de voorzieningenrechter passend acht;

(II) de gemeente Rotterdam te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de advocaatkosten.

TKL stelt daartoe het volgende.

aannemersbegroting

3.2.

Volgens de gemeente Rotterdam is de door TKL ingediende aannemersbegroting niet conform paragraaf 2.14 van het Bestek ingedeeld en gespecificeerd per bestekpost en per bouwdeel. Dit is onjuist. Het bestek bepaalt slechts dat desgevraagd de aannemersbegroting over moet worden gelegd, en niet om deze begroting ongevraagd reeds bij inschrijving over te leggen. Bij inschrijving behoefde slechts een open begroting (“inschrijvingsbegroting”) te worden overgelegd en aan die eis heeft TKL voldaan. De gemeente Rotterdam haalt de begrippen “inschrijvingsbegroting” en “aannemersbegroting” door elkaar.

planning

3.3.

Ten onrechte verwijt de gemeente Rotterdam aan TKL dat haar concept uitvoeringsplanning op vier onderdelen niet voldoet aan het bestek omdat deze ontbreken. Ten algemene betwist TKL dat deze vier onderdelen in haar planning zouden ontbreken. In haar Plan van Aanpak en haar Planning zijn volgens TKL alle onderwerpen behandeld en de beoordelingscommissie heeft hierover ook geen specifieke vragen gesteld aan TKL.

TKL stelt voorts dat zij op dit onderdeel in de vorige aanbesteding nog 24 van de 25 punten kreeg van de gemeente Rotterdam, op basis van (op dit onderdeel) hetzelfde bestek.

Subsidiair stelt TKL dat zij hoogstens minder punten toegekend had mogen krijgen, maar niet dat haar inschrijving ongeldig mocht worden verklaard.

uurtarieven

3.4.

De gemeente Rotterdam verwijt ten onrechte aan TKL dat de uurtarieven van de toeleveranciers niet zijn opgenomen in de planning van TKL. Deze tarieven zijn op TKL niet van toepassing omdat de toeleveranciers van TKL een product of dienst leveren voor een vaste prijs. Inzicht in het uurtarief is dan ook irrelevant. Overigens heeft TKL wel de uurtarieven van de projectleider en monteurs vermeld.

inschrijfsom

3.5.

Een budget is geen gunningcriterium. TKL realiseert zich dat het werk haar niet gegund zal worden in geval zij te duur wordt bevonden. Formeel speelt het budget van de gemeente Rotterdam echter nog geen rol bij de beoordeling van de geldigheid van de inschrijving.

3.6.

De gemeente Rotterdam voert verweer. Volgens de gemeente Rotterdam heeft TKL geen belang bij haar vordering. Indien de inschrijving van TKL alsnog geldig mocht worden bevonden, dan nog zal de gemeente Rotterdam met TKL geen overeenkomst aangaan, nu TKL in de visie van de gemeente Rotterdam te duur is. Ook overigens zijn de stellingen van TKL gemotiveerd weersproken.

3.7.

Kone vordert, samengevat, dat de vordering van TKL wordt afgewezen.

3.8.

Op de verdere stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in het incident

4.1.

Over de vordering tot tussenkomst, subsidiair voeging, wordt als volgt geoordeeld. Deels schaart Kone zich aan de zijde van de gemeente Rotterdam, namelijk voor zover Kone, met eigen argumenten, primair, na eiswijziging ter zitting, vordert dat de vordering van TKL wordt afgewezen om reden dat de inschrijving van TKL terecht ongeldig is verklaard. Subsidiair vordert Kone, na eiswijziging ter zitting: “de Gemeente te gebieden over te gaan tot heraanbesteding van de Opdracht, voor zover de gemeente dat nog wenst.” Voor zover hierin een vordering jegens de gemeente Rotterdam mag worden gelezen, is sprake van tussenkomst. Om die reden zal de gevorderde tussenkomst worden toegewezen.

in de hoofdzaak

4.2.

TKL heeft, ook als de gemeente Rotterdam geen overeenkomst met haar zal sluiten, voldoende belang bij het voeren van de onderhavige procedure. Dit belang bestaat uit de beantwoording van de vraag of haar inschrijving terecht ongeldig is verklaard. Aldus is TKL er bij een eventuele heraanbesteding van op de hoogte of zij haar inschrijving op dit onderdeel dient te corrigeren. Voorts kan niet uitgesloten worden dat de positie van TKL, indien haar inschrijving geldig mocht worden bevonden, anders is dan de situatie waarin sprake is van een ongeldige inschrijving.

4.3.

Over de redenen waarom de gemeente Rotterdam de inschrijving van TKL ongeldig heeft verklaard, wordt als volgt geoordeeld.

4.4.

Naar voorlopig oordeel heeft de gemeente Rotterdam de inschrijving van TKL ten onrechte ongeldig verklaard. Het desbetreffende standpunt van de gemeente Rotterdam is in strijd met de bewoordingen in, en systematiek van, haar eigen bestek. Als uitgangspunt geldt dat de gemeente Rotterdam zich bij de beoordeling van de inschrijving -onder meer- moet laten leiden door de inhoud van het bestek en -hier relevant- in het bijzonder het bepaalde in artikel 2.13. 2. In dat artikel wordt bepaald dat er maximaal 25 punten behaald kunnen worden behaald met een inschrijving, waaronder maximaal 5 punten voor “volledigheid.” De verwijten die de gemeente Rotterdam TKL maakt betreffen steeds het aspect “volledigheid”: volgens de gemeente Rotterdam is de (open) begroting van TKL niet gespecificeerd genoeg, is de planning van TKL evenmin volledig genoeg en ontbreken in het onderdeel “uren/opslagen” de uurtarieven van de onderaannemers van TKL. De aan TKL verweten onvolledigheid noopt volgens het bestek hoogstens tot een lagere score van TKL, niet tot ongeldigverklaring van de inschrijving.

4.5.

In het licht van het arrest HvJ EG van 22 juni 1993 in de zaak C-243/89 (Storebaelt) moet worden aangenomen dat onvolledige inschrijvingen niet in aanmerking mogen worden genomen. Echter, deze onvolledigheid moet zien op een fundamenteel voorschrift van het bestek (vgl. rov. 40 en 42 van dit arrest), zodat niet iedere onvolledigheid zonder meer dient te leiden tot ongeldigverklaring van de inschrijving. Niet valt in te zien waarom in onderhavig geval sprake is van schending van een fundamenteel voorschrift. De gemeente Rotterdam heeft over dit fundamentele karakter van hetgeen zij stelt te missen in de inschrijving van TKL in deze procedure niets (relevants) gesteld. In haar bestek verbindt de gemeente Rotterdam aan een eventuele mindere volledigheid slechts de consequentie van een lagere score, niet die van ongeldigheid. Pas als er minder dan 15 punten worden behaald met een inschrijving, verbindt het bestek daaraan een verdergaande consequentie. In onderdeel 2.13.2 van het bestek is bepaald dat er alsdan niet tot gunning zal worden overgegaan. In het bestek wordt dit aangeduid als “een knock-out criterium”.

4.6.

Of aan TKL minstens 15 punten toekomt is geen onderwerp geweest van debat tussen partijen. Daarover kan derhalve niet worden geoordeeld. Daarom zal de primaire vordering -om de inschrijving geldig te verklaren- worden afgewezen.

4.7.

Wel volgt uit het vorenoverwogene dat de gemeente Rotterdam de inschrijving van TKL alsnog zal hebben te beoordelen en daarbij te bezien of aan TKL minstens 15 punten toekomen. De -daartoe strekkende- subsidiaire vordering zal worden toegewezen.

4.8.

Een dwangsom wordt niet nodig geacht nu de voorzieningenrechter er van uit gaat dat de gemeente Rotterdam, als publiekrechtelijke rechtspersoon, het vonnis vrijwillig zal nakomen.

4.9.

De gemeente Rotterdam en Kone zullen als de jegens TKL in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van TKL. De proceskosten van TKL worden in de procedure tegen de gemeente Rotterdam begroot op € 1.110,50 (€ 816.- aan salaris advocaat + de helft van het door TKL betaalde griffierecht ad € 589,-, zijnde € 294,50). Ook Kone zal aan TKL een bedrag van € 1.110,50 aan proceskosten moeten vergoeden, om dezelfde redenen.

De kosten in het incident worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

5.1.

staat tussenkomst van Kone toe;

5.2.

compenseert de proceskosten;

in de hoofdzaak

5.3.

veroordeelt de gemeente Rotterdam de inschrijving van TKL te herbeoordelen;

5.4.

veroordeelt de gemeente Rotterdam in de proceskosten van TKL, tot op heden begroot op € 1.110,50;

5.5.

veroordeelt Kone in de proceskosten van TKL, tot op heden begroot op

€ 1.110,50;

5.6.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op

22 november 2013.

2517/676


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature