Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Proceskostenzekerheid (cautio iudicatum solvi). Bermuda. Geen verplichting tot zekerheidsstelling indien voldaan is aan bepaalde in art. III Aanvullend Verdrag rechtsgedingen Nederland-Verenigd Koninkrijk dat eiseres in de hoofdzaak naar het recht van Bermuda is opgericht of erkend. Rechtbank is van oordeel dat aan dit vereiste is voldaan vanwege de in het geding gebrachte “Certificate of compliance” van de supervisor of Registration van de Registrar of Companies van Bermuda.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 380346 / HA ZA 11-1408

Vonnis in incident van 21 maart 2012

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van de plaats harer vestiging

PRODUCT TRANSPORT CORPORATION LTD.,

gevestigd te Bermuda,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. B.S. Janssen,

tegen

[gedaagde],

gevestigd te Schiedam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. B.R. Kleij.

Partijen zullen hierna PTC en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 21 december 2011 (hierna: het tussenvonnis) en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- de akte van PTC;

- de antwoordakte van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Zoals reeds overwogen in het tussenvonnis is PTC in beginsel verplicht tot het stellen van zekerheid voor proceskosten door het instellen van de vordering in de hoofdzaak, doordat zij geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van artikel III van het Aanvullend Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende rechtsgedingen (Trb 1967, 196; Trb 1971, 97, hierna: het Verdrag) is zij hiertoe echter niet verplicht indien zij naar het recht van Bermuda is opgericht of erkend. Partijen twisten over de vraag of PTC daadwerkelijk naar het recht van Bermuda is opgericht of erkend.

2.2. De rechtbank overweegt als volgt. PTC heeft een aantal stukken in het geding gebracht, waarvan de juistheid op zichzelf door [gedaagde] niet is betwist:

? “Certificate of incorporation” van 11 augustus 1988;

? “Certificate of incorporation on change of name” van 13 december 1988;

? “Register of Directors & Officers” van 4 januari 2011;

? “Certificate of compliance” van 10 januari 2012.

2.3. In het “Certificate of compliance” van 10 januari 2012 staat onder meer:

“I, [persoon 1], supervisor of Registration, of the Registrar of Companies, in the Islands of Bermuda, do hereby certify that Product Transport Corporation LTD. is a company duly incorporated under the laws of Bermuda en is at the date of this Cerificate, in good standing under the Companies Act 1981.”

De rechtbank leidt hieruit af dat PTC valt onder en erkend is door het recht van Bermuda. De stelling van [gedaagde] dat hieruit slechts blijkt dat PTC actief is vanuit Bermuda en aldaar geregistreerd is, kan de rechtbank niet volgen. Nu [gedaagde] deze stelling verder niet heeft onderbouwd, zal de rechtbank hieraan voorbij gaan. [gedaagde] heeft verder slechts blote betwistingen en geen inhoudelijke verweren opgeworpen, zodat de rechtbank ervan uit zal gaan dat PTC (in ieder geval) is erkend door het recht van Bermuda. Op grond van artikel III van het Verdrag is PTC daarmee niet verplicht tot het stellen van zekerheid voor proceskosten bij het instellen van een vordering. De incidentele vordering zal worden afgewezen.

2.4. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PTC worden begroot op € 678,-- (1,5 punt ? tarief € 452,--).

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van PTC tot op heden begroot op € 678,--;

3.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

3.4. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 18 april 2012 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2012.?

2057/1980


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature