Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Relatiebeding

Uitspraak



RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 205135 \ CV EXPL 08-30

Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 13 mei 2008

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A & A Accountants en Adviseurs B.V., gevestigd te Roermond,

eiseres,

gemachtigde: mr. P.J.A. Hoogeveen,

tegen:

[gedaagde], wonende te [adres],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J.W. van Mens.

Partijen worden hierna A&A en [gedaagde] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het navolgende:

- de inleidende dagvaarding met producties

- de conclusie van antwoord met productie

- het tussenvonnis van 26 februari 2008

- de op 9 april 2008 gehouden mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:

[gedaagde] en A&A hebben op 17 april 1998 een arbeidsovereenkomst gesloten. Onderdeel van de arbeidsovereenkomst is een “Verklaring betreffende konkurrentiebeding” gedateerd 7 september 1998. De arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde] en A&A is per 1 november 2007 op verzoek van [gedaagde] beëindigd.

3. Het geschil

3.1. A&A heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening, verklaring voor recht en veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan A&A van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. A&A stelt dat [gedaagde] het overeengekomen concurrentiebeding, hetwelk moet worden aangemerkt als een relatiebeding heeft geschonden, nu hij in dienst van het concurrerend accountants en advieskantoor ABAB werkzaamheden heeft verricht voor een cliënt van A&A te weten [naam]. A&A vordert bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] te verbieden contacten te zoeken/onderhouden met cliënten van A&A die onder het relatiebeding vallen, op straffe van een dwangsom van EUR 4.537,80. In de hoofdzaak vordert A&A voor recht te verklaren dat [gedaagde] het relatiebeding overtreedt; [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de verbeurde boete vermeerderd met de wettelijke rente; [gedaagde] te veroordelen in de verletkosten van A&A en het salaris en verschotten van de gemachtigde van A&A en voor recht te verklaren dat [gedaagde] onrechtmatig handelt.

4.2. [gedaagde] stelt zich primair op het standpunt dat het overeengekomen relatiebeding nietig is nu naar de letterlijke tekst van het tussen partijen gesloten beding geen relatiebeding is overeengekomen. Subsidiair bestrijdt [gedaagde] gehandeld te hebben in strijd met het relatiebeding en onrechtmatig te hebben gehandeld ten opzichte van A&A. Nog meer subsidiair stelt [gedaagde] dat de gevorderde boete niet toegekend dient te worden dan wel aanzienlijk gematigd nu [gedaagde] in deze niets valt te verwijten en hij onevenredig zou worden benadeeld door het toekennen van de boete. Tenslotte betwist [gedaagde] de spoedeisendheid van de gevorderde voorlopige voorziening.

relatiebeding

4.3. [gedaagde] is van mening dat het overeengekomen relatiebeding nietig is nu naar de letterlijke tekst van het tussen partijen gesloten beding een concurrentiebeding is overeengekomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer geen hout snijdt. In het tussen partijen overeengekomen en op 7 september 1998 opgemaakte beding is onder artikel 2 de strekking van het geen tussen partijen is overeengekomen duidelijk verwoord. Uit deze tekst blijkt ondubbelzinnig dat partijen een relatiebeding zijn overeengekomen. Dat in de kop en de aanhef van het opgemaakte stuk (ten onrechte) wordt gesproken over een “konkurrentiebeding” doet aan de werking van het overeengekomen beding niet af. Het relatiebeding op zich is door partijen niet ter discussie gesteld, nog daargelaten tot hoelang dit beding zijn geldigheid zou moeten behouden. Van de geldigheid van het beding op 13 november 2007 zal in elk geval worden uitgegaan. Een opdracht tot nadere bewijslevering komt niet aan de orde nu het in deze procedure feitelijk draait om het door [gedaagde] gevorderde telefoontje met de Sociale Verzekeringsbank.

onrechtmatig handelen

4.4. In deze spitst de zaak zich toe op de vraag of [gedaagde] met het telefoontje naar de Sociale Verzekeringsbank dat [gedaagde] voerde op verzoek van mevrouw [naam] een handeling heeft gepleegd die in strijd is met het overeengekomen relatiebeding. [gedaagde] heeft op 13 november 2007 op verzoek van mevrouw [naam] telefonisch uitstel verzocht bij de Sociale Verzekeringsbank. Vast staat dat [naam] op 13 november 2007 een cliënt van A&A was. De stelling van A&A dat het door [gedaagde] op 13 november 2007 verzochte uitstel een handeling betreft die tot de werkzaamheden van A&A behoort wordt niet weersproken. Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat [gedaagde] op 13 november 2007 in strijd met het relatiebeding heeft gehandeld.

de boete

4.5. [gedaagde] stelt dat hem in deze niets valt te verwijten en hij onevenredig zou worden benadeeld door het toekennen van de boete. [gedaagde] is van mening dat slechts sprake is van een vriendendienst. Ter geruststelling van mevrouw [naam], welke tijdens zijn dienstverband met A&A tot de cliënten behoorde die [gedaagde] bediende, heeft hij op dringend verzoek van mevrouw [naam] uitstel verzocht bij de SVB voor de termijn van indiening van stukken, welke termijn A&A voorbij had laten gaan. Behoudens het telefonisch uitstelverzoek dat slechts luttele minuten duurde stelt [gedaagde] geen werkzaamheden te hebben verricht en er is ook niets in rekening gebracht voor zijn bemoeienis.

4.6. A&A vordert de contractuele boete van EUR 4.537,80. De kantonrechter is van oordeel dat de gepleegde overtreding van het relatiebeding van een dusdanige geringe importantie is dat de gevorderde boete buiten proportioneel is. Het belang van A&A bij het overeengekomen relatiebeding afgezet tegen de aard van de overtreding is de kantonrechter van oordeel dat de boete dient te worden gematigd tot een bedrag van EUR 400,00. De door de heer [W] van A&A uitgesproken vermoedens dat meerdere klanten van A&A door toedoen van [gedaagde] zijn overgestapt naar ABAB, de nieuwe werkgever van [gedaagde] en concurrent van A&A, zijn ongefundeerd gebleven.

voorlopige voorziening

4.7. A&A vordert bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] te verbieden contacten te zoeken/onderhouden met cliënten van A&A die onder het relatiebeding vallen, op straffe van een dwangsom van EUR 4.537,80. Dit verbod betreft een specialis van het verbod zoals opgenomen in het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft A&A geen belang bij de gevraagde voorziening. De vordering zal daarom worden afgewezen.

conclusie

4.8. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat beslist dient te worden zoals hierna te bepalen. Nu partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld zal de kantonrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De door A&A gevorderde veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de verletkosten van A&A wordt afgewezen.

4.9. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5. De beslissing

5.1. Verklaart voor recht dat [gedaagde] op 13 november 2007 het tussen partijen overeengekomen relatiebeding heeft overtreden en daarmede onrechtmatig heeft gehandeld.

5.2. Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan A&A te betalen een bedrag van EUR 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2007 tot aan de dag van voldoening.

5.3. Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5.4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.F. van Dooren, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 13 mei 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature