Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Concurrentiebeding

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 4856831 VV EXPL 16-15

Vonnis in kort geding van 24 maart 2016

in de zaak van

[A] ,

wonende te Hengelo (Gld),

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen [A] ,

gemachtigde mr. S.H.O. Schaapherder,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE INSIDE B.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen The Inside,

gemachtigde mr. A. Inden.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

De namens [A] betekende dagvaarding van 3 maart 2016, waarbij [A] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en The Inside heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2.

[A] heeft ter voorbereiding van de mondelinge behandeling nog een productie in het geding gebracht en The Inside heeft onder overlegging van stukken een eis inreconventie ingesteld.

1.3.

De vordering is behandeld ter zitting van 11 maart 2016. Beide partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden.

1.4.

Nadat partijen hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen hebben toegelicht, is de zitting geschorst voor schikkingsonderhandelingen. Bij brieven van 16 maart 2016 hebben partijen de kantonrechter bericht dat geen oplossing voor het geschil is bereikt en gevraagd om in de zaak vonnis te wijzen.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

The Inside houdt zich bezig met stand- en interieurbouw.

2.2.

[A] is op 1 februari 2008 bij The Inside in functie van projectmanager in dienst getreden. [A] vervulde laatstelijk de functie van senior projectmanager tegen een salaris van € 3.874,08 bruto per maand, exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten.

2.3.

In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst van [A] is onder het opschrift“concurrentie” opgenomen:

Het is werknemer verboden om gedurende twee jaar na het einde van het dienstverband in enigerlei vorm een zaak, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever, te vestigen, te drijven of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang te hebben of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, dan wel daarin enig aandeel van welke aard dan ook te hebben in een straal van 25 kilometer van waar werkgever is gevestigd, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 500,- en tevens € 250,- per iedere dag dat hij in overtreding is, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vragen.

2.4.

Bij brief van 31 december 2015 heeft [A] zijn dienstverband bij The Inside per 1 maart 2016 opgezegd. In die brief staat voor zover van belang:

Hierbij dien ik mijn ontslag in per 1 Maart aanstaande.

Ik zal dan bij [Y] beginnen als projectmanager. Ik heb hier goed over nagedacht en ben mij bewust van ons getekende arbeidsovereenkomst. Daarom heb ik dit juridisch grondig laten uitzoeken.

Benoemd wordt een straal van 25 km, dit zijn er 19,2.

Om de volgende redenen blijken een beding en een benoemde straal niet relevant,

- Klanten van zowel [Y] als The Inside zijn landelijk en internationaal gevestigd. Regionale dienstverlening is niet actueel binnen onze branche.

- Mijn functie binnen The Inside was slecht projectmanagement, geen MT lid, Sales functie, dan wel financieel.

- [X] is al een aantal jaren werkzaam bij [Y] en heb je zelf aanbevolen bij […] nadat ze ontslagen was door de reorganisatie vanwege economische redenen. [X] deed financiële werkzaamheden bij The Inside.

- Ik zeg je bij deze toe, dat ten aanzien van vertrouwelijkheid rondom projecten en klanten, ik deze zal handhaven en op geen enkele wijze misbruik daarvan zal maken.

2.5.

Partijen hebben in januari en februari 2016 vergeefs onderhandeld over het laten vervallen of aanpassen van artikel 11 voormeld.

2.6.

Per 1 maart 2016 is [A] als projectmanager in dienst getreden bij [Y] . Per die datum is hij ook feitelijk voor [Y] werkzaam geworden.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[A] heeft primair gevorderd de schorsing van het concurrentiebeding en subsidiair de betaling van een voorschot op een schadevergoeding van € 3.000,00 per maand, onder de veroordeling van The Inside in de proces- en nakosten.

3.2.

The Inside heeft verweer gevoerd en tot afwijzing van de vorderingen geconcludeerd.

In reconventie

3.3.

The Inside heeft, kort samengevat, gevorderd de veroordeling van [A] tot betaling van de verbeurde boetes van € 500,00, te vermeerderen met € 250,00 per dag vanaf1 maart 2016, althans vanaf de dag van overtreding van het concurrentiebeding. Voorts vordert zij de veroordeling van [A] tot nakoming van het concurrentiebeding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00, alsmede 5.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt. Dit alles onder de veroordeling van [A] in de proces- en nakosten.

3.4.

[A] heeft verweer gevoerd en tot afwijzing van de vorderingen geconcludeerd.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de verwevenheid van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

4.2.

Niet in geding is dat de vorderingen naar hun aard spoedeisend zijn.

4.3.

Onbetwist is voorts dat [Y] zich evenals The Inside richt op stand- en interieurbouw, waardoor het er vooralsnog voor moet worden gehouden dat de indiensttreding van [A] bij [Y] strijdig is met het concurrentiebeding.

4.4.

Aan de orde is de vraag of er de redenen zijn om het concurrentiebeding te schorsen, zoals door [A] is gevorderd. De ter zake daarvan gevraagde voorziening kan worden gegeven indien voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter het concurrentiebeding conform artikel 7:653, lid 2, BW (oud) geheel, althans gedeeltelijk, zal vernietigen op de grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Daarom dient op basis van alle relevante omstandigheden van het geval een afweging te worden gemaakt tussen de belangen van [A] bij schorsing van het beding en de belangen van The Inside bij onverkorte handhaving daarvan.

4.5.

Gebleken is dat The Inside niet voornemens was om het dienstverband met [A] te beëindigen. Het initiatief daartoe is van [A] afkomstig. [A] heeft in dit verband naar voren gebracht dat hem in de loop van zijn dienstverband in toenemende mate duidelijk is geworden dat zijn toekomst niet bij The Inside ligt. Hoewel de grote en intensieve projecten die The Inside realiseert zijn interesse hebben, trekken deze wegens de daarmee gepaard gaande stress en hoge werkdruk een zware wissel op zijn gezondheid en zorgen deze voor een spanningsveld tussen werk en privé, aldus [A] . Daarbij speelt mee dat de door The Inside gehanteerde bedrijfsvoering niet goed bij hem past. The Inside kan immers niet tegemoet komen aan zijn wensen wat betreft flexibel werken. [Y] daarentegen, kan hem volgens zijn stellingen wel bieden wat hij in een werkgever zoekt. Zo heeft [Y] een projectenportefeuille die beter bij hem past en kent zij wegens het hanteren van het concept van het Nieuwe Werken een flexibele werkcultuur. Bovendien biedt [Y] hem een arbeidsovereenkomst voor minder uren tegen een hoger loon, aldus [A] .

4.6.

Dat het vinden van een evenwicht tussen werk en privé voor [A] een punt van voortdurende aandacht is geweest bij partijen is in voldoende mate uit het verhandelde ter zitting en de stukken, waaronder de door The Inside ingebrachte gespreksverslagen van functioneringsgesprekken, naar voren gekomen. Hoewel is gebleken dat The Inside zich in zekere zin voor een goede werk-privé balans van [A] heeft ingezet, zo heeft zij [A] gewezen op het opnemen van ouderschapsverlof en zijn er afspraken gemaakt over beperkt aangepaste werktijden, moet het er vooralsnog voor worden gehouden dat zij niet heeft kunnen voorzien in de door [A] gewenste flexibiliteit, waaronder flexibele werktijden en een papa-dag/structureel vrije uren. Dat [Y] [A] die flexibiliteit wel kan bieden is voldoende aannemelijk, nu die stelling onvoldoende gemotiveerd is weersproken. Dit geldt ook voor de stelling van [A] dat hij bij [Y] kan worden ingezet op minder intensieve en kleinere projecten. Het standpunt van The Inside dat ook zij de werkdruk voor [A] kan verlagen, is door [A] betwist en wordt bij gebrek aan een nadere onderbouwing vooralsnog gepasseerd.

4.7.

Voorts heeft The Inside naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter haar standpunt dat voor [A] andere alternatieven dan een indiensttreding bij [Y] voorhanden zijn niet aannemelijk weten te maken. In dit verband is van belang dat [A] ten aanzien van de door The Inside ter onderbouwing van haar standpunt ingebrachte vacatures gemotiveerd heeft aangevoerd dat deze onder meer wegens de reisafstand, het niveau en de branche geen reële opties voor hem zijn. Daarbij komt dat [A] onweersproken naar voren heeft gebracht dat [Y] wat betreft de door haar gehanteerde bedrijfsvoering en mogelijkheden in projecten een uitzondering is in de branche. De stelling van The Inside dat [A] niet gebonden is aan de standbouw branche, omdat hij alvorens zijn indiensttreding bij The Inside in de marketing branche werkzaam was, wordt overigens niet aannemelijk bevonden. Inmiddels is [A] acht jaar werkzaam in de standbouw branche en wordt zijn standpunt dat hij aanzienlijk meer kans heeft op het vinden van een passende baan binnen die branche dan in de marketing branche voorlopig gevolgd. Al met al is de kantonrechter voorshands van oordeel dat [A] een aanmerkelijk belang heeft bij schorsing van het concurrentiebeding.

4.8.

The Inside heeft tegenover het belang van [A] bij zijn vrije arbeidskeuze de vrees gesteld dat [Y] zal profiteren van de kennis die [A] heeft van haar onderneming. Volgens haar betreft dit vertrouwelijke bedrijfsinformatie, waaronder klantgegevens, prijsafspraken, margebepalingen alsmede specifiek door The Inside gehanteerde inkoop- en verkoopprocessen, bedrijfsprocessen, marketingstrategieën en technieken, die, wanneer ingezet bij [Y] , een risico vormt voor haar bedrijfsvoering. Voorts brengt The Inside naar voren dat [A] zijn kennis van de standbouw bij The Inside heeft opgedaan.

4.9.

De kantonrechter gaat er gelet op de standpunten van partijen van uit dat [A] op het moment van indiensttreding bij The Inside geen kennis had van de standbouw. Vooralsnog wordt aangenomen dat hij die kennis heeft verkregen door coaching en training ‘on the job’. Niet is gebleken immers dat The Inside in belangrijke mate heeft geïnvesteerd in een opleiding en de deskundigheid van [A] . Voorts heeft [A] gemotiveerd betwist dat het belang van The Inside bij handhaving van het concurrentiebeding is gelegen in de bescherming van haar bedrijfsdebiet, stellende dat de kennis die hij binnen The Inside heeft opgedaan en haar werkwijze van beperkte waarde zijn voor [Y] , omdat [Y] een andere structuur en werkprocessen hanteert en hij bovendien aan het tussen partijen overeengekomen geheimhoudingsbeding is gehouden. Daarnaast heeft [A] erop gewezen dat in het recente verleden drie voormalige werknemers van The Inside naar [Y] zijn overgestapt. Belangrijker nog is evenwel dat het er voorlopig voor moet worden gehouden dat de inhoud en strekking van het concurrentiebeding in onvoldoende mate tegemoet komen aan de door The Inside gestelde belangen. Zo wordt het [A] blijkens het concurrentiebeding verboden om in dienst te treden bij een concurrent die is gevestigd in een straal van 25 kilometer van waar The Inside is gevestigd. Dit verdraagt zich niet goed met de erkenning van The Inside ter zitting dat een werkgever buiten die straal niet onder het verbod valt, terwijl zowel in het ene als het andere geval het werkgebied zich uitstrekt over geheel Nederland en daarbuiten. Het belang om niet geconfronteerd te worden met concurrentie door een ex-werknemer moet dan ook in aanmerkelijke mate worden gerelativeerd. The Inside heeft desgevraagd aangevoerd dat de begrenzing in het beding is terug te voeren op de omstandigheid dat haar werknemers slechts binnen die reikwijdte een andere passende baan trachten te vinden en dat zodoende een indiensttreding bij twee concurrenten wordt voorkomen. Dat mag zo zijn, dit laat onverlet dat het er voorshands voor moet worden gehouden dat bij The Inside een voldoende gerechtvaardigd belang voor handhaving van een in geografisch opzicht bepalend concurrentiebeding ontbreekt.

4.10.

Wel is voldoende aannemelijk geworden dat The Inside er een redelijk belang bij heeft dat [A] zich na afloop van het dienstverband gedurende twee jaar onthoudt van het verrichten van werkzaamheden bij of ten behoeve van klanten van The Inside die tijdens het dienstverband tussen The Inside en [A] tot de klantenkring van The Inside behoorden. In dit verband is van belang dat is gebleken dat [A] als senior projectmanager intensief contact heeft onderhouden met de klanten van The Inside en hij aldus kennis heeft van concurrentiegevoelige informatie, waaronder de financiële gegevens van klanten en hun werkwijze. Nu bovendien onbetwist is dat de klanten van [Y] evenals de klanten van The Inside landelijk en internationaal zijn gevestigd, moet het er vooralsnog voor worden gehouden dat sprake is van belangen van The Inside die bescherming behoeven. Overigens wordt dit ook wel door [A] ingezien. Hij heeft zich immers bereid verklaard om in plaats van het concurrentiebeding een relatiebeding met The Inside overeen te komen.

4.11.

De slotsom is dat het concurrentiebeding zal worden teruggebracht tot en relatiebeding van twee jaar met een gelijkluidende boeteclausule. De door [A] gevorderde schorsing van het concurrentiebeding is dan ook in zoverre toewijsbaar. De kantonrechter bepaalt de aanvangsdatum van de schorsing vooralsnog op de datum van de zitting, te weten 11 maart 2016. Redengevend daarvoor is het volgende. Gebleken is dat [A] zonder enig voorafgaand overleg met The Inside ontslag heeft genomen, onder de mededeling dat hij bij haar concurrent [Y] als projectmanager in dienst zal treden. Dit terwijl hij wist dat die indiensttreding wegens het concurrentiebeding hem niet was toegestaan. The Inside had blijkens het verhandelde ter zitting immers al eerder, namelijk in 2013, afwijzend gereageerd op een eventuele overstap van [A] naar [Y] . Dat [A] zich ervan bewust was dat een indiensttreding bij [Y] strijdig is met het concurrentiebeding blijkt overigens ook uit zijn ontslagbrief, waarin hij beargumenteert waarom The Inside hem niet aan het beding zou mogen houden. Voorts is mede gelet op de door The Inside overgelegde correspondentie tussen partijen voldoende aannemelijk dat [A] ook na zijn ontslagname in eerste instantie geen initiatief heeft genomen om de mogelijkheden van een eventuele verzachting van het concurrentiebeding te verkennen en tot een oplossing te komen. Integendeel, [A] heeft een afwachtende houding aangenomen. Zo reageerde hij niet dan wel laat op voorstellen van The Inside om over de ontstane situatie in gesprek te gaan en heeft hij zich verder weinig meedenkend en constructief opgesteld. Als partijen het vervolgens niet eens kunnen worden over de voorwaarden waaronder het [A] wordt toegestaan om een dienstverband met [Y] aan te gaan, treedt [A] ondanks de uitdrukkelijke mededeling van The Inside dat zij het concurrentiebeding onverkort zal handhaven en zonder een beslissing van de rechter af te wachten op 1 maart 2016 bij [Y] in dienst en is hij vervolgens feitelijk werkzaamheden gaan verrichten. Daarmee heeft [A] willens en wetens het risico genomen dat hij de op een overtreding van het concurrentiebeding gestelde boetes zal verbeuren. Dat risico komt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voor zijn rekening.

4.12.

Volgens het concurrentiebeding verbeurt [A] bij overtreding van het beding een direct opeisbare boete van € 500,00 en € 250,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt. De kantonrechter gaat er vooralsnog vanuit dat met dag “werkdag” is bedoeld. Dit betekent dat het er voorlopig voor wordt gehouden dat [A] gedurende de periode 1 maart tot 11 maart 2016 een boete van in totaal (€ 500,00 + 8 x € 250,00) € 2.500,00 heeft verbeurd. De door The Inside gevorderde betaling van verbeurde boetes zal in zoverre worden toegewezen.

4.13.

De door The Inside in reconventie gevorderde nakoming van het concurrentiebeding met de daaraan gekoppelde dwangsom komt gelet op de toewijsbaarheid van de door [A] gevorderde schorsing van het beding niet voor toewijzing in aanmerking.

4.14.

Nu beide partijen op belangrijke onderdelen in het ongelijk gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing in kort geding

De kantonrechter

In conventie en reconventie

5.1.

schorst het tussen partijen geldende concurrentiebeding, in de zin dat het [A] is verboden gedurende een periode van twee jaar, te rekenen vanaf 11 maart 2016, werkzaamheden te verrichten bij of ten behoeve van klanten van The Inside die tijdens het dienstverband tussen The Inside en [A] tot de klantenkring van The Inside behoorden en/of direct of indirect met hen contact te leggen en/of te onderhouden, zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van € 500,00, vermeerderd met € 250,00 per iedere dag dat de overtreding voortduurt, te betalen aan The Inside, onverminderd het recht van The Inside om volledige schadevergoeding te vragen;

5.2.

veroordeelt [A] tegen bewijs van kwijting te betalen aan The Inside een bedrag van € 2.500,00 ter zake van verbeurde boetes;

5.3.

compenseert de kosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2016. (MvH)


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature