Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Aansprakelijkheid bewindvoerder.

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : C/08/150654 HA ZA 14-42

Uitspraak : 14 januari 2015

Vonnis in de (hoofd)zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij, hierna [eiseres] te noemen,

vertegenwoordigd door [H], in haar hoedanigheid van bewindvoerder,

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

advocaat: mr. S.L. Geeraths, gevestigd te Almelo,

tegen

1 [gedaagde 1],

in zijn hoedanigheid van voormalig bewindvoerder over het vermogen van [eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats 2],

gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde 1],

procesadvocaat: mr. D. Knottenbelt, gevestigd te Rotterdam,

behandeld advocaat: mr. E.A.L. van Emden, gevestigd te Den Haag,

en

2 [gedaagde 2],

in haar hoedanigheid van voormalig mentor van [eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats 1],

gedaagde partij, verder te noemen [gedaagde 2],

advocaat: mr. H. Versluis, gevestigd te Almelo.

1 De procedure

Deze blijkt uit het navolgende:

- de dagvaarding van 13 januari 2014;

- de conclusie van antwoord van 30 april 2014 aan de zijde van [gedaagde 1];

- de conclusie van antwoord van 30 april 2014 aan de zijde van [gedaagde 2];

- het tussenvonnis van 11 juni 2014 ter bepaling van een comparitie na antwoord;

- het proces-verbaal van de comparitie na antwoord, gehouden op 17 november 2014.

Vervolgens hebben partijen vonnis gevraagd.

2 De feiten

De navolgende feiten, die enerzijds zijn gesteld en anderzijds zijn erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken, worden als vaststaand aangenomen.

2.1

Het vermogen van [eiseres], geboren op [1964] te [geboorteplaats], is bij beschikking van de kantonrechter te Almelo van 4 mei 2000 onder bewind gesteld, met aanstelling van [gedaagde 1] als bewindvoerder.

2.2

Bij beschikking van de kantonrechter te Almelo van 16 juli 2007 is ten behoeve van [eiseres] een mentor aangesteld, te weten [gedaagde 2].

2.3

De ouders van [eiseres] zijn overleden in respectievelijk 1997 en 2000. Vanaf 2000 heeft [eiseres] zelfstandig gewoond in de voormalige ouderlijke huurwoning te [plaats].

De buurman van [eiseres], wijlen de heer [J], heeft tot zijn overlijden de nodige ondersteuning geboden, naast ambulante zorgverleners van de Stichting Philadelphia. Daarnaast heeft [eiseres] tot ca. 2003 werkzaamheden bij Soweco (sociale werkvoorziening) verricht, en is zij, nadat zij bij Soweco na bedreiging van haar leidinggevende was ontslagen, naar de dagopvang van de Twentse Zorgcentra, De Leemhorst gegaan.

2.4

Bij brief van 18 juni 2008 heeft [gedaagde 1], mede namens [gedaagde 2], onder meer het navolgende aan de rechtbank Almelo, sector kanton, ter attentie van het Bewindsbureau geschreven:

"[…]

Mede namens de mentor, mevrouw [gedaagde 2], van rechthebbende [eiseres] berichten wij u als volgt.

Wij verwijzen ook naar de toelichting in de "aanvraag instelling van mentorschap" de dato 2 juli 2007.

[eiseres] heeft altijd bij haar ouders gewoond. Sinds de dood van haar moeder woont zij zelfstandig.

Zij heeft vanaf ongeveer haar zeventiende jaar gewerkt bij SOWECO.

Vanaf 1985 vertoont zij in toenemende mate agressief en gewelddadig gedrag hetgeen in 2003, ondanks bemoeienis van de bewindvoerder, tot ontslag bij SOWECO leidde.

[eiseres] wordt begeleid door diverse vrijwilligsters, heeft huishoudelijke hulp en ontvangt ook begeleiding van Philadelphia. Sinds enige tijd bezoekt ze ook Dagactiviteitencentrum "De Leemhorst".

In juli 2007 is mevrouw [gedaagde 2], in verband met de noodzakelijke intensivering van de begeleiding op lichamelijk en geestelijk gebied, benoemd tot mentor. Zij was voordien al jaren vrijwillig begeleidster van [eiseres].

De agressiviteit van [eiseres] lijkt alleen maar toe te nemen. Deze is de laatste tijd fysiek tot uiting gekomen in onder andere het schoppen van haar mentor, het kapotslaan van de voorruit van de auto van de buurman, ten kantore van de bewindvoerder spullen van een bureau gooien, vuilnis over de schutting van de buren gooien, etc. Ook op het dagactiviteiten centrum heeft zich een incident voorgedaan maar de toegang is haar niet ontzegd.

[eiseres] heeft gedreigd een baby te zullen stelen, dit in verband met de door haar gekoesterde kinderwens. Ook heeft zij gedreigd, uit boosheid over het afsluiten van haar telefoon nadat zij voor honderden euro's informatienummers had gebeld, zich gewapend met een keukenmes naar het kantoor van de bewindvoerder te zullen begeven.

Bovendien pleegt [eiseres] zich nog wel eens in het openbaar gedeeltelijk uit te kleden als een discussie niet de door haar gewenste uitkomst heeft. Zij is zich kennelijk ervan bewust dat zulks een vervelende situatie voor haar omgeving veroorzaakt.

Ondanks alle begeleiding blijft er natuurlijk vrij veel tijd over die [eiseres] alleen in huis doorbrengt. De indruk bestaat, dat dan in toenemende mate bij haar de verveling toeslaat.

Gezien het vorenstaande zijn mentor, begeleiders en de bewindvoerder van mening dat het zelfstandig wonen van [eiseres], zowel voor haarzelf als haar omgeving, niet meer verantwoord is.

De mentor heeft daarom gezocht naar een beschermde woonomgeving waar meer toezicht en afleiding voor [eiseres] aanwezig is. Zij heeft daarvoor naar haar mening een geschikte locatie gevonden in een appartement in Erve Holland te Delden.

[eiseres] wil absoluut niet verhuizen. Erover overleggen is door haar geringe geestelijke vermogens onmogelijk en zou zonder twijfel tot weer een woede-uitbarsting leiden.

Om [eiseres] toch daar te krijgen waar zij beter op haar plaats is, wil de mentor, zulks na overleg met de huisarts en de bewindvoerder, als volgt te werk gaan.

[eiseres] lijdt al enige tijd aan een […]. Dit gaat onder andere gepaard met hevige en langdurige […]. De mentor heeft samen met [eiseres] een [specialist, rechtbank] bezocht. Deze acht een operatie noodzakelijk waarbij de […] en waarschijnlijk ook de [….] zullen worden verwijderd.

De mentor is nu voornemens, na de operatie die binnen enkele maanden zou dienen plaats te vinden, [eiseres] (mede) ter herstel in voornoemd appartement onder te brengen in de hoop en verwachting dat zij daar door meer zorg, toezicht, aandacht en afleiding beter zal aarden.

Voor het geval [eiseres], om welke reden dan ook, beslist niet kan blijven wonen in Delden heeft de mentor nog de mogelijkheid haar op de wachtlijst te zetten van een vergelijkbaar woonzorgcomplex van de J. van der Bent stichting in [plaats], dat naar verwachting in januari 2010 zal worden opgeleverd.

In financieel opzicht kan het vorenstaande zonder bezwaar worden verwezenlijkt op voorwaarde, dat het CIZ de indicatie afgeeft dat de huur van het appartement uit de AWBZ kan worden betaald. Verhuiskosten en eigen bijdrage zullen zonder meer uit [eiseres] vermogen respectievelijk inkomen kunnen worden bekostigd.

Mentor en bewindvoerder verzoeken de Kantonrechter zijn toestemming te verlenen voor, voor zover vereist, de medische ingreep alsmede de geplande verhuizing naar een meer beschermde omgeving en de wijze waarop deze verhuizing kan plaatsvinden.

Ter informatie zenden wij u nog een kopie van een functioneringsprofiel volgens de methode Heykoop dat is opgesteld in aanwezigheid van een aantal direct bij [eiseres] betrokkenen.

[…]"

De kantonrechter heeft getekend onder vermelding van ' toegestaan als verzocht'.

2.5

Het in de brief van 18 juni 2008 genoemde rapport met functioneringsprofiel is volgens de methode Heykoop op 25 februari 2008 opgesteld door de heer G. Peters, zorgconsulent bij de Stichting Philadelphia, in bijzijn van: mevrouw [P], persoonlijk begeleidster van [eiseres], [gedaagde 2], de heer [J] (wijlen buurman van [eiseres]), mevrouw [N] (begeleidster van [eiseres]), mevrouw [O] (coördinator ambulant) en mevrouw [L] (orthopedagoog).

Uit het rapport blijkt dat [eiseres] ter zake van schoolse vaardigheden functioneert conform de leeftijd van 6-7 jaar, algemene vaardigheden conform de leeftijd van 10 jaar, haar taalgebruik ligt op het niveau van een 4-jarige, haar taalbesef ligt op het niveau van een 4-jarige, haar sociaal en emotioneel functioneren plaatsvindt op het niveau van een 4-jarige en haar 'besef' ligt op het niveau van 2-3-jarige.

2.6

Mevrouw Knotter, orthopedagoog, werkzaam bij De Leemhorst (dagopvangcentrum van de Stichting Twentse Zorgcentra) heeft op 29 juli 2008 een psychologisch onderzoek gedaan en daarvan rapport opgemaakt. Daarin staat onder meer het navolgende beschreven:

"[…]

Reden aanmelding

Voor gerichte ondersteuning op zowel haar werk als thuis is meer kennis nodig over de cognitieve capaciteiten van [eiseres] evenals inzicht in haar persoonlijkheid en sociale redzaamheid. [eiseres] moet binnenkort een ingrijpende operatie ondergaan en gaat verhuizen naar een beschermde woonvorm. Adviezen voor begeleiding en ondersteuning hierbij zijn noodzakelijk.

Onderzoeksvragen

Op welk cognitief ontwikkelingsniveau functioneert [eiseres]?

Wat is haar niveau van functioneren op sociaal niveau?

Wat zijn kenmerken van haar temperament?

Wat is de mate en frequentie van storend gedrag?

Wat is haar niveau van functioneren op sociaal emotioneel niveau?

Onderzoeksresultaten

[…]

[eiseres] haalt op deze test in vergelijking met haar leeftijdsgenoten een totaal IQ van 54, hetgeen op een intelligentieniveau duidt liggend op de grens tussen een laag en matig verstandelijk beperkt niveau. Haar performale vaardigheden zijn ongeveer even goed ontwikkeld als haar verbale vaardigheden. Er is dus sprake van een harmonisch intelligentieprofiel.

[…]

Conclusie:

Samenvattend kan het volgende worden opgemerkt.

Op welk cognitief ontwikkelingsniveau functioneert [eiseres]?

[eiseres] functioneert cognitief op het niveau van een licht tot matig verstandelijk beperkt in vergelijking met haar leeftijdsgenoten. Er is sprake van een harmonisch ontwikkelingsprofiel.

Wat is haar niveau van functioneren op sociaal niveau?

[eiseres] functioneert op sociaal niveau op het niveau van licht tot matig verstandelijk beperkt in vergelijking met haar leeftijds-/niveaugenoten.

Wat zijn kenmerken van haar temperament?

[eiseres] heeft een moeilijk temperament wat voorkomt uit de moeite wat het haar kost om zich aan te passen aan de omgeving, een ongelukkige, depressieve stemming en moeite om haar af te leiden als ze ergens intens op reageert. Wat betreft de gerichtheid op haar omgeving valt op te merken dat ze voornamelijk wat lauw kan reageren, wat meer op zichzelf is wat betreft prikkels uit haar omgeving en redelijk de toenadering zoekt naar met name voor haar onbekende mensen in een vreemde omgeving. Deze gerichtheid op de omgeving is aan de ene kant positief te noemen aan de andere kant kan dit doorslaan in het negatieve als de toenadering wat te direct is en beklemmend kan overkomen.

Wat is de mate en frequentie van storend gedrag?

[eiseres] laat over het algemeen veel storend gedrag zien in vergelijking met haar leeftijds/niveaugenoten. De score is hoog op de agressieve schaal en de verbale schaal, waarbij met name gedragingen als het knijpen van groepsleden en pesterige opmerkingen maken hoog werd gescoord. Thuis scoorde ze met name op de gemengde schaal de gedragingen zeuren en niet ingaan op een verzoek en/of opdracht hoog.

Wat is haar niveau van functioneren op sociaal emotioneel niveau?

[eiseres] scoort twee fasen hoog. Wat betreft sociale vaardigheden en gerichtheid op de omgeving scoort [eiseres] op fase 5, de realiteitsbewustwording in de ontwikkelingsleeftijd van 7-12 jaar. Haar emotionele vaardigheden zitten lager zo rond fase 3, de eerste individuatie met de ontwikkelingsleeftijd tussen de 18 en 36 maanden.

Advies voor ondersteuning:

[eiseres] is een vrouw waarbij haar leeftijd (44 jaar) en opgedane levenservaring in discrepantie staan met haar cognitieve vaardigheden (ontwikkelingsleeftijd van 7 jaar) en vaardigheden op sociaal en emotioneel gebied (ontwikkelingsleeftijd tussen de 3 en 7 jaar). Hierdoor is de kans op overvraging reëel. Daarnaast heeft ze een moeilijk temperament dat maakt dat zij niet makkelijk te ondersteunen is. Hiervoor is een goede afgestemde op maat gemaakte begeleidingsstijl noodzakelijk.

[…] "

2.7

In augustus 2008 heeft [eiseres] een buikoperatie ondergaan. Nadat zij het ziekenhuis was ontslagen heeft de mentor haar medegedeeld dat zij, om te herstellen, tijdelijk bij Erve Holland in Delden zou verblijven. [eiseres] heeft zich tegen die plaatsing verzet. Zij voelde zich ongelukkig, bood forse weerstand, liep weg en bracht schade toe aan haar appartement in Erve Holland.

2.8

In verband met gewenningsproblematiek van [eiseres] bij Erve Holland heeft de psychiater, mevrouw S. Schmitz-Kooy, verbonden aan Mediant, een instelling voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ), op verzoek van de behandelend psychiater de heer H. Borghorst, onderzoek gedaan naar en een advies, gedateerd 18 november 2008, uitgebracht. Dat advies was met name gericht op de vraag of eventueel opname in het kader van de BOPZ diende plaats te vinden en/of hoe om te gaan met [eiseres] bij Erve Holland. Daarin staat, voor zover hier van belang, onder meer het navolgende:

"[…]

Overwegingen:

Er is sprake van een zwakbegaafdheid bij een 34 [de rechtbank leest: 44] -jarige alleenstaande vrouw, die om die reden een mentor en een bewindvoerder toegewezen gekregen heeft. Verder is sprake van impulscontroleproblemen en een verlaagde frustratie tolerantie. Dit past niet zozeer in het kader van een psychiatrische stoornis, maar bij haar functionele leeftijdsniveau. Patiënte is op verzoek van haar mentor en met gerechtelijke toestemming (zij het niet op specifiek voor deze exacte woonlocatie, zoals uit de beschikbare papieren valt op te maken) in een beschermde woonvorm geplaatst. Zij heeft het hier best

naar haar zin, maar mist haar oude omgeving. Zij uit dit door te zeggen weg te willen en ook af en toe daadwerkelijk weg te gaan. Zij verzet zich verbaal en fysiek tegen vasthouden of separatie. Gesproken is over de mogelijkheid het verblijf te laten voortduren in het kader van artikel 60 van de Wet BOPZ .

Tijdens de beoordeling en ook na bestudering van de stukken en literatuur op dit gebied heb ik onvoldoende grond gevonden om een geneeskundige verklaring af te geven. Ten eerste is geen sprake van een psychiatrische toestandsbeeld. Ten tweede heeft patiënte zowel een mentor als een bewindvoerder. Feitelijk is haar situatie dus vergelijkbaar met die van een patiënt onder curatele. Daar zowel mentor als bewindvoerder akkoord zijn met een door de instelling gevoerd beleid - gericht op het in bescherming nemen van patiënte tegen zichzelf en tegen de maatschappij middels tegenhouden of separeren en extra medicatie toedienen -,

is er geen reden een juridisch kader te scheppen. De rechtspositie van patiënte is immers door middel van deze juridisch vastgelegde belangenbehartiging gewaarborgd. De behandelend psychiater is verder uiteraard de eindverantwoordelijke voor de medische behandeling.

Verder blijkt uit overleg met betrokkenen (coll. Borghorst en mw. [gedaagde 2], mentor) dat bejegening naar patiënte nu niet eenduidig is vanwege onzekerheid omtrent haar juridische status. Het is juist deze bejegening die veel verbetering kan brengen in het gedrag van patiënte en haar kan helpen wennen aan haar nieuwe omgeving.

Conclusie:

Gedragsproblemen bij de 34 (de rechtbank leest: 44)- jarige zwakbegaafde vrouw die erg moeten wennen aan haar nieuwe woonomgeving. Er bestaan m.i. geen gronden voor een voorwaardelijke machtiging. Bovendien zou een juridisch kader de problemen van patiënte niet oplossen; deze zijn van orthopedagogische aard.

Advies:

In overleg met orthopedagoog een bejegeningsplan voor patiënte maken waarbij aandacht is voor haar rouwproces van het verhuizen, begrip voor moeten wennen aan haar nieuwe woonomgeving en waarin tegelijkertijd consequent voldoende veiligheid en begrenzing wordt geboden. Hierbij kan het nodig zijn patiënte tijdelijk te separeren of extra te mediceren."

2.9

In verband met de plaatsing van [eiseres] in Erve Holland heeft de bewindvoerder de huurovereenkomst van haar woning in [plaats] opgezegd tegen eind oktober 2008.

2.10

Betrokkenen uit de voormalige woonomgeving van [eiseres] in [plaats], te weten haar voormalig, wijlen, huisarts [B], haar voormalig, wijlen, buurman [J] en anderen hebben de mentor, bewindvoerder en kantonrechter meermaals verzocht [eiseres] te laten terugkeren naar haar voormalige huurwoning, althans naar [plaats].

Zij hebben [eiseres] meermaals in Erve Holland bezocht en opgehaald voor, onder meer, kerkbezoek in [plaats]. De huur van haar woning hebben derden voortgezet.

2.11

[eiseres] heeft bij verzoek van 24 juli 2009 aan de kantonrechter te Almelo verzocht [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te ontslaan uit hun functie van bewindvoerder respectievelijk mentor. Bij beschikking van de kantonrechter te Almelo van 29 juli 2010 zijn deze verzoeken afgewezen. Tegen deze beschikking is door [eiseres] hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van het gerechtshof te Arnhem van 1 maart 2011 is [gedaagde 1] ontslagen uit zijn functie van bewindvoerder en [gedaagde 2] ontslagen uit haar functie van mentor, onder benoeming van

mr. [H] tot bewindvoerder en mevrouw [E] tot mentor.

2.12

Het gerechtshof heeft bij voormelde beschikking, voor zover hier van belang, het navolgende overwogen:

"4.10 Het laat zich aanzien dat de verstoorde verhouding een gevolg is van de plaatsing door verweerders van de vrouw van haar woning in [plaats], waar de vrouw van 2000 tot 11 augustus 2008 zelfstandig heeft gewoond, naar de woonvorm Erve Holland te Delden.

Weliswaar is aannemelijk dat het op dat moment de juiste beslissing van verweerders was om de vrouw in Delden te laten herstellen van een operatie, maar de uitvoering is niet goed verlopen. De vrouw was onvoldoende voorbereid op de verhuizing en zij verkeerde in de veronderstelling dat haar verblijf in Delden drie weken zou duren. Toen de vrouw enige tijd in Delden verbleef heeft de bewindvoerder haar in de zomer van 2008 medegedeeld dat zij gedurende langere tijd in Delden moest blijven terwijl zij reeds hersteld was van de operatie.

Dit was het laatste persoonlijke contact tussen de vrouw en de bewindvoerder. Vast staat dat de vrouw diep ongelukkig is in Delden, dat ze regelmatig wegloopt en dat zij dan soms in [plaats] blijkt te zijn. Het hof acht het aannemelijk dat dit gedrag voortkomt uit haar heimwee naar [plaats] en uit de wijze waarop haar verhuizing heeft plaatsgevonden. De verhuizing heeft een zodanige vertrouwensbreuk tussen de vrouw en de mentor opgeleverd dat niet langer sprake is van een werkbare situatie. Ook tussen de vrouw en de bewindvoerder is naar het oordeel van het hof niet langer sprake van een werkbare situatie.

Enerzijds omdat er een nauwe samenwerking de is tussen de bewindvoerder en de mentor en omdat zij één lijn trekken in de uitvoering van het bewind een mentorschap. Anderzijds omdat de bewindvoerder zijn taak niet heeft uitgeoefend zoals dit van een zorgvuldig bewindvoerder mag worden verwacht. Zo heeft de bewindvoerder zonder goede grond uitgaven voor persoonlijke verzorging van de vrouw geheel of gedeeltelijk geweigerd, zoals de kapper, de schoonheidsspecialiste en een laserbehandeling voor overbeharing in het gelaat van de vrouw. Onbestreden is dat de vrouw hieraan groot belang hecht en dat zij hiervoor voldoende middelen heeft gelet op haar inkomen en vermogen.

Het hof is dan ook van oordeel dat zowel de mentor als de bewindvoerder dient te worden ontslagen.

[…]

4.11

Het verzoek van de vrouw tot onmiddellijke terugkeer zal het hof afwijzen. […] ."

2.13

[eiseres] woont sinds juli 2011 met behulp van intensieve zorg weer in haar vroegere huurwoning in [plaats].

2.14

De huidig bewindvoerder, [H], heeft in verband met de declaraties van [gedaagde 1] ter zake van zijn werkzaamheden als bewindvoerder, welke uit het vermogen van [eiseres] zijn voldaan, bij schrijven van 31 maart 2011 aan de kantonrechter onder meer het volgende geschreven:

"[…]

Na inzage op de website van de Rijksoverheid (zie bijlage) is mij gebleken dat de bewindvoerder maximaal € 934,00 per jaar, exclusief BTW (mits hij een professional is en aangesloten is bij de branchevereniging voor professionele bewindvoerders en inkomensbeheerders) als beloning mag verkrijgen.

Voor een mentor geldt een vergoedingsbedrag van maximaal € 273,00 per jaar, respectievelijk € 814,00 per jaar, inclusief onkostenvergoeding, als vrijwillige mentor respectievelijk professionele mentor.

Onlangs heb ik de bankafschriften van mevrouw [eiseres] van de heer [gedaagde 1] mogen ontvangen. Een overzicht van de bedragen die de heer [gedaagde 1] in de jaren 2009 tot en met 2011 in rekening zijn gebracht heb ik opgesteld en treft u als bijlage aan.

Hierbij merk ik op dat het bewindvoerderschap van de heer [gedaagde 1] reeds vanaf 4 mei 2000 en het mentorschap reeds vanaf 16 juli 2007 is ingesteld (zie bijgevoegde beschikking van de rechtbank).

Graag verneem ik van u of de heer [gedaagde 1] de in rekening gebrachte kosten inderdaad in rekening mocht brengen, of dat voornoemd maximum als vergoeding geldt (ook voor de eerdere jaren). […]"

Hierbij merk ik voorts nog het volgende op.

[…]

Zoals mij blijkt uit bankafschriften heeft de heer [gedaagde 1] de gemaakte kosten voor zijn verweer in deze procedure [rechtbank: bedoeld is de procedure tot ontslag als bewindvoeder] van de privé rekening van mevrouw [eiseres] afgeschreven, te weten:

12-01-2011 Seelen en Versluis Advoc. Fact 10109 € 3.612,00

23-02-2011 Seelen en Versluis Advoc. Fact 10189 €1.014.35

25-02-2011 Seelen en Versluis Advoc. Fact 10182 € 1.715,58

Is het gebruikelijk dat de bewindvoerder de kosten van zijn eigen advocaat in rekening mag brengen bij de onder bewindgestelde, nu deze uitgerekend om het ontslag heeft verzocht?

[…]."

Uit de aan de brief gehechte bijlage blijkt dat aan kosten over de periode van 2009 tot en met 2011 een bedrag van € 23.006,28 door [gedaagde 1] is gedeclareerd ten behoeve van door hem en de mentor verrichte werkzaamheden. Daarin zijn de kosten van de advocaat van [gedaagde 1], te weten de drie facturen van Seelen en Versluis Advocaten, niet inbegrepen.

2.15

De kantonrechter reageert op bovengenoemd verzoek bij beschikking van 14 december 2011 (zaaknummer 371461 EJ VERZ 11-2433) waarin, voor zover hier van belang, het navolgende is opgenomen:

" Overweegt:

De gelden en goederen die aan [eiseres] (zullen) toebehoren staan sedert 4 mei 2000 onder bewind. Bij beschikking van die datum is [gedaagde 1] benoemd tot bewindvoerder.

Sedert medio 2008 zijn er problemen gerezen met en rondom [eiseres]. Zonder in details te vervallen moet gezegd worden dat [eiseres] ook op een weinig chique manier is overgebracht naar Erve Holland te Delden om daar te moeten bemerken dat ze niet meer terug zou keren naar haar woning in [plaats].

Met medeweten en goedkeuring van de kantonrechter heeft die actie plaatsgevonden. Het gevolg daarvan is geweest dat de werkzaamheden van de bewindvoerder en de mentor enorm zijn toegenomen: het protest tegen die overplaatsing was enorm. Beide functionarissen hebben ongetwijfeld zeer veel uren gemaakt om te trachten alles in goede banen te leiden.

Uit het dossier moet geconcludeerd worden dat er met de gewezen bewindvoerder [gedaagde 1], geen afspraken zijn gemaakt om af te wijken van de gebruikelijke kosten.

Desondanks moet erop worden vastgesteld dat de declaraties van de voormalige bewindvoerder vanaf maart 2009 tot en met februari 2011 het immense bedrag van

€ 23.006,28 bedragen.

Dit bedrag acht de kantonrechter onacceptabel.

Een sterk complicerende factor in deze is dat door de wijze van declareren, telkens over enkele maanden, of wel zelfs per maand, de bedragen beperkt bleven en versluierd bleef dat het totaalbedrag de pan uit rees. Op die wijze heeft het dan ook kunnen gebeuren dat de kantonrechter de rekening en verantwoording van de gewezen bewindvoerder "voor gezien" heeft verklaard, daarmee aangevend dat hij akkoord ging met die rekening en verantwoordingen.

Indien er sprake zou zijn geweest van een jaarlijks bedrag, dan zou het daarmee gepaard gaande bedrag ongetwijfeld aanleiding zijn geweest tot nader overleg en wellicht afspraken voor de toekomst, doch die situatie is thans niet meer terug te draaien.

Ondanks het feit dat de kantonrechter het enorme bedrag is ontgaan en derhalve "voor gezien" heeft verklaard zal toch besloten worden dat van dat bedrag een fors deel teruggestort moet worden op de rekening van [eiseres].

In ieder geval dient de declaratie van 3 februari 2011 teruggestort te worden, al was het alleen maar omdat dat bedrag nog niet "voor gezien" is verklaard en daar mee min of meer akkoord is bevonden.

Daarnaast zal de kantonrechter bepalen dat het door de voormalige bewindvoerder aangeboden bedrag van € 2.988,- aan [eiseres] terug moet worden betaald.

Het grootste deel van de gelden zal ongetwijfeld gegaan zijn naar de wijze waarop een en ander zich heeft voorgedaan. Mr. […] en diens kantoorgenoot mr. […] hebben een verzoek ingediend bij de rechtbank teneinde te kunnen bewerkstelligen dat [eiseres] weer in haar huis in [plaats] zou kunnen wonen. Het spreekt voor zich dat de voormalige bewindvoerder en de mentor zich tegen dat verzoek hebben moeten verweren en dat daar kosten aan zijn verbonden, dit acht de kantonrechter tenminste reëel.

Indien daarvoor aan de kantonrechter een verzoek zou zijn gedaan om die extra kosten in rekening te brengen, dan zou dat verzoek waarschijnlijk wel gehonoreerd zijn. Het totale bedrag omvat, zo begrijpt de kantonrechter, ook de bedragen aan de gewezen mentor.

Wat nog resteert, is de kwestie van de facturen van zowel de advocaat [eiseres] als advocaat voormalig bewindvoerder.

[…].

Beslissende:

Bepaalt dat [gedaagde 1] in totaal een bedrag van € 5.808,30 zal terugstorten op de rekening voor [eiseres] [eiseres].

Verleent mr. [H] machtiging om alle declaraties van het advocatenkantoor Spoor en Hoekman inzake [eiseres] [eiseres] te betalen tot een bedrag van € 10.000.

Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

[…]"

2.16

[gedaagde 1] en [eiseres] hebben beiden tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van het gerechtshof te Arnhem van 6 september 2012 heeft het hof, voor zover van belang, de beschikking van 14 december 2011 gewezen door de kantonrechter vernietigd.

Het hof heeft daartoe, voor zover hier van belang, het navolgende overwogen:

"[…]

De "rechtsgang" ten overstaan van de kantonrechter naar aanleiding van de voornoemde brief van [H] van 31 maart 2011 - waarin [H] met betrekking tot de declaraties van [gedaagde 1] slechts om inlichtingen had verzocht en niet om een beslissing van de kantonrechter tot betaling van enig bedrag - is niet een dergelijke rechtsgang. Niet kan worden ingezien op welke grond de kantonrechter naar aanleiding van die brief van [H] heeft kunnen beslissen dat [gedaagde 1] enig bedrag zal terugstorten op de rekening van [eiseres].

De partijen zullen, indien zij het over de eventuele verplichting van [gedaagde 1] tot terugbetaling van enig bedrag niet eens kunnen worden, het geschil in een dagvaardingsprocedure aan de rechtbank kunnen voorleggen.

[…].".

2.17

Op verzoek van [eiseres], althans haar voormalig huisarts, wijlen [B], heeft de heer R.M.F. Sorel, psychiater in Almelo, na verwijzing door haar voormalige huisarts, de heer [B], in april 2009 onderzoek gedaan.

In de rapportage is voor zover hier van belang onder meer het navolgende opgenomen:

"Reden verwijzing

Beoordeling in kader van al dan niet zelfstandig kunnen wonen.

Hulpvraag

Kan ik zelfstandig en uiteraard met begeleiding, zelfstandig wonen in [plaats].

Anamnese

Wil terug naar haar huis in [plaats].

Ze had in het ziekenhuis gelegen en toen is ze aan haar buik geopereerd. Daarna zou ze voor een paar weekjes elders aansterken. Dat had de bewindvoerder geregeld. Ze hebben toen al haar meubels uit haar huis gehaald en ze mocht niet meer terug naar [plaats]. Dat was in augustus. Woonde voorheen alleen thuis. Had hulp van de thuiszorg die soms kwam helpen met de huishouding. Ze kwam maar een keer in de week. Voor de rest had ze geen hulp. De buurman die vaak kwam hield een oogje in het zeil. Ze kookte wel eens voor hem. [….].

Medicatie

Speciale anamnese

Is wel eens somber; dan mist ze haar ouders, of als ze aan [plaats] denkt.

De eetlust is goed.

Slaapt 's nachts goed.

Hetero anamnese afgenomen gegeven van [J], de buurvrouw

Hetero anamnese

Ze krijgt een bedrag in de week en daarvan kan ze pinnen en ze houdt wekelijks geld over om te sparen.

Het stotteren is erger geworden sedert haar verblijf in Delden.

Rookt: niet

Drinkt: geen alcohol

Drugsgebruik: niet

Somatische anamnese

[…]

Psychiatrische voorgeschiedenis

Blanco

Psychiatrische familieanamnese

Blanco

Biografische informatie

[…]

Relaties

[….]

Hobby's

[…]

Psychiatrisch onderzoek

Algemeen beschrijving psychiatrisch onderzoek:

Patiënte is een stevig gebouwde vrouw, die stottert. Zij wordt vergezeld van de buurvrouw.

Het bewustzijn is helder, de oriëntatie ongestoord in tijd, plaats en persoon, de aandacht is normaal bewegelijk het denken is qua beloop, vorm en inhoud ongestoord. Het niveau ligt beneden het gemiddelde. De waarneming is ongestoord. De stemming is normofoor, het affect adequaat.

Diagnose

Geen evidente psychopathologie, ten hoogste heimwee naar [plaats], bij een benedengemiddeld intelligente vrouw.

Classificatie:

AsI: V71.09 Geen diagnose of aandoening op ASI

As II: 317. Zwakbegaafdheid

As III: 799.90 GEEN DIAGNOSE

As IV: Problemen met huisvesting

As V: 80

Samenvatting en conclusie

Samenvatting

Deze minder begaafde vrouw, heeft ruim 8 jaar zelfstandig gewoond en kunnen wonen. Zij heeft zich binnen de mogelijkheden en met adequate hulp goed staande kunnen houden. Na een operatieve ingreep […] is zij naar haar idee tijdelijk naar een andere instelling gegaan, waar zij drie weken zou aansterken. In die periode zijn haar spullen verdwenen, en beschikt zij niet meer over haar woning. Op grond van de bevindingen zijn er geen aanwijzingen gevonden op grond waarvan gesteld kan worden dat er voorafgaand aan de operatie sprake zou zijn van een onhoudbare situatie om zich op de wijze te handhaven in [plaats] zoals zij dat al de laatste 8 jaar gedaan heeft. Ook nadien zijn er geen veranderingen opgetreden, waardoor terugkeer naar haar eigen woonomgeving in [plaats] niet mogelijk zou zijn.

Conclusie:

Er zijn geen redenen om terugkeer van betrokkene naar [plaats] tegen te houden op psychische gronden."

2.18

Bij e-mail van 20 oktober 2009 schrijft [gedaagde 2] aan de behandelend psychiater van [eiseres], de heer Borghorst het navolgende:

" Beste Harrie,

Hierdoor bevestig ik ons telefoongesprek van afgelopen vrijdag 16 oktober. We hebben afgesproken dat ik deze bevestiging eventueel aan de rechtbank zal overleggen.

Je hebt bevestigd dat je een telefonisch onderhoud hebt gehad met de heer Spoor en hem het rapport van mevrouw Schmitz-Kooy hebt toegezonden.

Je onderschrijft evenwel niet de conclusies die de heer Spoor trekt uit zowel bovengenoemd rapport als het gesprek met jou. Sterker nog: je zegt dat [eiseres] volledig op haar plaats is op Erve Holland, dat ze het momenteel heel goed doet. Je zou het jammer vinden haar nu weer te verplaatsen, ook als dat naar de Van den Bent Stichting in [plaats] zou zijn.

Verplaatsen geeft hoe dan ook, nieuwe onrust.

Jij zegt het rapport van mevrouw Schmitz-Kooy volledig te onderschrijven. Ook voor wat betreft haar conclusie dat [eiseres]'s problemen van orthopedagogische aard zijn, en dat haar intelligentieniveau imponeert als dat van een kind van vier jaar.

Ook was dit rapport niet bedoeld als second opinion, zoals de heer Spoor beweert, maar is het door mevrouw Schmitz opgesteld naar aanleiding van haar onderzoek op 31 oktober 2008 of er een BOPZ maatregel moest komen voor [eiseres].

Nergens in het rapport is er sprake van dat zij de plaatsing ter discussie stelt. Eerder het tegendeel.

Je bent het volledig eens met mij, dat het rapport van Drs. M. Knotter, orthopedagoog, veel gedetailleerder en uitvoeriger is dan bovengenoemd rapport. Een belangrijk gegeven uit het orthopedagogisch rapport is dat [eiseres] een IQ heeft van 54 heeft. Dat dit veel te laag is om zelfstandig te wonen, wordt door jou beaamt."

2.19

[gedaagde 2] heeft [eiseres] in oktober 2009 aangemeld op de wachtlijst bij de J.P. van der Bent stichting voor plaatsing in een beschermde woonomgeving in [plaats], waar zij op z'n vroegst in 2010 geplaatst kon worden.

3 Het geschil

3.1

De vordering

[eiseres] vordert, op de gronden zoals bij dagvaarding gesteld, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen, des de één betalend de ander zal zijn gekweten, een bedrag van € 117.248,10 ter zake van schadevergoeding, te vermeerderen met de vervallen wettelijke rente, tot en met de datum dagvaarding een bedrag van € 3.360,72, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede ter zake van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

€ 1.547, - althans een zodanig vonnis te wijzen als de rechtbank in goede justitie vermeend te behoren, één en ander met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

De door [eiseres] aan haar vordering ten grondslag gelegde stellingen zullen hierna, bij de beoordeling, worden besproken.

3.2

Het verweer

[gedaagde 1] heeft verweer gevoerd op de gronden als vermeld bij conclusie van antwoord en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen onder, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure, daaronder begrepen de proceskosten.

[gedaagde 2] heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vordering, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

4 De beoordeling

[eiseres] legt aan haar vordering jegens de voormalig bewindvoerder, [gedaagde 1], ten grondslag dat hij, gelet op hetgeen het hof in rechtsoverweging 4.10 van de beschikking van

1 maart 2011 heeft overwogen, niet als goed bewindvoerder, zoals bedoeld in artikel 1: 444 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft gehandeld, althans jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, op grond waarvan zij schadevergoeding vordert, zoals bij dagvaarding nader gespecificeerd en onderbouwd.

[eiseres] legt aan haar vordering jegens de voormalig mentor, [gedaagde 2], ten grondslag dat het hof, bij beschikking van 1 maart 2011 heeft vastgesteld dat de verhuizing van [eiseres] niet voldoende zorgvuldig is geschied. [gedaagde 2] heeft, ondanks dat het haar duidelijk was dat in augustus 2008 reeds sprake was van een vertrouwensbreuk met [eiseres], daaraan geen gevolgen verbonden door zich als mentor terug te trekken c.q. zich neer te leggen bij het verzoek van [eiseres] tot haar ontslag als mentor. [gedaagde 2] wist, althans had moeten weten, dat het voortzetten van het mentorschap over [eiseres] niet in diens belang was. Aldus heeft zij gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 1:454 lid 1 BW , althans heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres], weshalve zij schadeplichtig is. [eiseres] heeft haar vordering tot schadevergoeding bij dagvaarding nader gespecificeerd en onderbouwd.

4.1

Ter zake van de vorderingen jegens de voormalig bewindvoeder, [gedaagde 1], wordt als volgt overwogen:

4.1.1

Het gerechtshof te Arnhem heeft bij beschikking van 1 maart 2011 in rechtsoverweging 4.10 onder meer overwogen dat "de bewindvoerder zijn taak niet heeft uitgevoerd zoals dit van een zorgvuldig bewindvoerder mag worden verwacht. Zo heeft de bewindvoerder zonder goede grond uitgaven voor persoonlijke verzorging van de vrouw geheel of gedeeltelijk geweigerd, zoals de kapper, de schoonheidsspecialiste en een laserbehandeling voor overbeharing in het gelaat van de vrouw. Onbestreden is dat de vrouw hieraan groot belang hecht en dat zij hiervoor voldoende middelen heeft gelet op haar inkomen en vermogen.

Het hof is dan ook van oordeel dat […] de bewindvoerder dient te worden ontslagen."

Anders dan door [eiseres] is betoogd, kan uit deze beschikking, die inmiddels gezag van gewijsde heeft gekregen en op welke beschikking [eiseres] zich nadrukkelijk heeft beroepen, niet de conclusie worden getrokken dat, op grond van de overweging van het hof dat 'de bewindvoerder zijn taak niet heeft uitgevoerd zoals het van een zorgvuldig bewindvoerder mag worden verwacht', [gedaagde 1] voor de door [eiseres] gestelde schade aansprakelijk is. Het hof heeft immers het tekortschieten van [gedaagde 1] gespecificeerd door te wijzen op het 'weigeren van uitgaven voor persoonlijke verzorging'. Het hof heeft in het midden gelaten of er al dan niet (ook) op andere gronden sprake is van handelen of nalaten van [gedaagde 1] dat dient te leiden tot de conclusie dat hij in de uitoefening van zijn taak als bewindvoerder tekortgeschoten is. Derhalve is enkel op grond van de beschikking van 1 maart 2011 van het hof de causaliteit tussen het door het hof benoemde tekortschieten van [gedaagde 1] en de thans door [eiseres] opgevoerde schadeposten niet gegeven.

4.1.2

Met genoemde beschikking van het hof is wel komen vast te staan dat [gedaagde 1] tekort is geschoten door [eiseres] niet in de gelegenheid te stellen uitgaven voor persoonlijke verzorging te voldoen. Voorts heeft het hof overwogen dat - onbetwist - vaststaat dat [eiseres] aan die persoonlijk verzorging groot belang hecht(te).

Deze beschikking heeft gezag van gewijsde. Derhalve hebben de overwegingen van het hof die de rechtsbetrekking in het geschil betreffen, ingevolge het bepaalde in artikel 236 lid 1 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bindende kracht tussen partijen. Het ter comparitie na antwoord door de gemachtigde van [gedaagde 1] gevoerde verweer dat [gedaagde 1] in de beschikking van het hof een andere 'hoedanigheid' (namelijk die q.q.) had dan in de onderhavige procedure en derhalve aan de beschikking van het hof geen enkele betekenis toekomst, wordt verworpen. Zowel in de procedure tot ontslag van [gedaagde 1] als bewindvoerder, als in de onderhavige procedure, is hij persoonlijk partij en niet 'q.q.'

Derhalve staat het tekortschieten van [gedaagde 1], voor zover het gaat om het aan [eiseres] onthouden van geld voor persoonlijke verzorging alsmede het belang dat [eiseres] aan die persoonlijke verzorging hecht, vast. Derhalve is ook het causaal verband tussen het tekortschieten van [gedaagde 1] en de door [eiseres] beweerdelijk geleden immateriële schade door het niet kunnen genieten van die persoonlijke verzorging gegeven. Het betreft hier immateriële schade die naar oordeel van de rechtbank voor vergoeding in aanmerking komt. In dit geval waar het een geestelijk beperkte rechthebbende gaat die voor (de financiën ten behoeve van) deze persoonlijke verzorging volledig afhankelijk was van [gedaagde 1], levert het onthouden van deze zorg een aantasting van de persoon op als bedoeld in artikel

6: 106 lid 1 sub b BW. [gedaagde 1] zal tot betaling van de immateriële schade veroordeeld worden. De rechtbank zal die vaststellen op een bedrag van € 1.500,-. [gedaagde 1] zal tot betaling van dat bedrag worden veroordeeld. Voor hoofdelijke veroordeling is geen plaats nu niet voldoen onderbouwd is gesteld dat [gedaagde 2] als mentor aansprakelijk kan worden gehouden. De wettelijke rente zal - zoals gevorderd blijkens randnummer 16 laatste alinea dagvaarding - worden toegewezen vanaf 13 september 2012.

4.1.3

Vervolgens dient beoordeeld te worden of [gedaagde 1], door de plaatsing van [eiseres] in Erve Holland, is tekort geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld.

Vooropgesteld dient te worden dat [gedaagde 1] geen rol had bij de beoordeling van de vraag of plaatsing an sich geïndiceerd was. Die taak was voorbehouden aan de mentor. Dat [gedaagde 1] zich bij brief van 18 juni 2008 mede namens de mentor tot de kantonrechter heeft gewend maakt zulks niet anders.

[gedaagde 1] had wel een rol als bewindvoerder, namelijk om te toetsen of de plaatsing, voor zover daaraan kosten waren verbonden, verantwoord was. Gesteld noch gebleken is dat, gelet op het inkomen en vermogen van [eiseres], sprake was van een onverantwoorde beslissing.

De enkele omstandigheid dat [gedaagde 1], mede namens [gedaagde 2], de mentor, de brief schreef en daarbij aangaf (ook) van mening te zijn dat 'langer zelfstandig wonen voor [eiseres] niet langer verantwoord was', levert noch handelen in strijd met hetgeen van een zorgvuldig handelend bewindvoerder mag worden verwacht, noch onrechtmatig handelen van [gedaagde 1] op, nu, zoals hierna bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van de mentor zal blijken, het besluit tot het laten verhuizen van [eiseres] naar Erve Holland aanvaardbaar was.

De vorderingen tot vergoeding van de schade voortvloeiend uit de 'enkele' verhuizing van [eiseres] van [plaats] naar Erve Holland dienen derhalve te worden afgewezen. Het gaat om afwijzing van de vorderingen tot vergoeding van (gestelde) schade ter zake van verhuiskosten, stoffering en meubilering van de woning, de herinrichting van de tuin en de kosten verband houden met herstel van het door [eiseres] beschadigde appartement in Erve Holland. Ook de gevorderde vergoeding van huurtermijnen die, tijdens de periode dat [eiseres] in Erve Holland verbleef, en door derden zijn voldaan, dienen te worden afgewezen.

4.1.4

De beslissing om het verblijf van [eiseres] in Erve Holland voort te zetten ondanks dat zij daar niet leek te (kunnen) wennen is een beslissing die niet tot het domein van de bewindvoerder behoort. Voor eventueel door dat (voortdurende) verblijf geleden schade kan [gedaagde 1] niet aansprakelijk gehouden worden.

4.1.5

[eiseres] vordert voorts vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden doordat [gedaagde 1] ter zake van zijn werkzaamheden, waarvan de omvang overigens niet wordt betwist, meer heeft gedeclareerd dan het (thans) geldende LOVCK-tarief of eerder geleden 'vaste' tarieven.

De huidig bewindvoerder, [H], heeft de kantonrechter bij brief van 31 maart 2011 verzocht haar te informeren of [gedaagde 1] de, door haar gespecificeerde kosten, in rekening mocht brengen, of dat het door haar in haar brief genoemde maximum conform de richtlijnen van de rijksoverheid als vergoeding geldt.

Bij beschikking van 14 december 2011 heeft de kantonrechter overwogen dat 'geen afspraken zijn gemaakt om af te wijken van de gebruikelijke kosten.'

[eiseres] leidt daaruit af dat voor zover [gedaagde 1] meer heeft gedeclareerd dan het LOVCK- tarief (of eerdere geldende tarieven) zulks ten onrechte is geschied en zij schade heeft geleden overeenkomstig hetgeen door [gedaagde 1] boven het LOVCK-tarief (of eerder geldende tarieven) is gedeclareerd.

[gedaagde 1] heeft verweer gevoerd en gesteld dat er in 2000, toen hij tot bewindvoerder werd benoemd, geen richtlijnen met tarieven bekend waren, hetgeen tijdens de comparitie na antwoord door de gemachtigde van [eiseres] is bevestigd.

[gedaagde 1] stelt dat hij met de kantonrechter in Almelo (mondelinge) afspraken heeft gemaakt, inhoudend dat hij zijn uurtarief kan declareren en waar mogelijk zijn medewerker inzet, welke tegen een lager uurtarief werkzaamheden verricht.

De vraag welke tarieven [gedaagde 1] in rekening mocht brengen, alsook de vraag of hij de uren welke hij (zelf) heeft besteed aan zijn verweer in het kader van de procedures ter zake van het door [eiseres] verzochte ontslag van hem als bewindvoerder, alsook vraag of alle door hem gedeclareerde uren wel betrekking hebben op zijn eigenlijke taak als bewindvoerder en niet deels op (ondersteunende) werkzaamheden die hij voor dan wel op verzoek van de mentor heeft verricht kan onbeantwoord worden gelaten, nu de declaraties doorlopend door de kantonrechter zijn geaccordeerd en ook de jaarlijkse rekening en verantwoording telkens door de kantonrechter voor gezien is getekend en daarmee telkens (impliciet) is goedgekeurd. De kantonrechter heeft gelet op het bepaalde in artikel 1:447 BW de bevoegdheid het salaris vast te stellen. Onder de genoemde omstandigheden kan thans niet gesteld worden dat [gedaagde 1] in zijn handelen als bewindvoerder is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Zulks zou alleen dan anders zijn indien [gedaagde 1] de kantonrechter onjuist zou hebben voorgelicht omtrent de aard en omvang van de aan die declaraties ten grondslag liggende werkzaamheden. Zulks is gesteld noch gebleken.

4.1.6

Uit de brief van 31 maart 2011 van mr. [H], de huidig bewindvoerder, blijkt dat er voor een bedrag van € 6.341,93 door [gedaagde 1] van de rekening van [eiseres] is afgeschreven ter zake van door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand in het kader van het door hem gevoerde verweer tegen het verzoek van [eiseres] tot zijn ontslag als bewindvoeder. Uit de specificatie van kosten van [gedaagde 1] blijkt uit de bijlage bij de brief van 31 maart 2011 van [H] dat deze kosten niet in het bedrag van € 23.006,28 zijn begrepen. Ook uit productie 9 bij de dagvaarding, een overzicht van de declaraties van door [gedaagde 1] gemaakte ‘uren’ zijn deze kosten niet opgenomen. Ook blijkt niet, bijvoorbeeld uit de beschikking van de kantonrechter van 14 december 2011, dat voor deze specifieke kosten vooraf door [gedaagde 1] toestemming is gevraagd, noch dat daarvoor achteraf toestemming is verleend. Voor zover ook deze kosten, evenals andere kosten, zo blijkt uit de beschikking van de kantonrechter van 14 december 2011, min of meer door de maandelijkse indiening daarvan zijn geaccordeerd kan [gedaagde 1] zich daar voor wat betreft deze kosten niet achter verschuilen. Dit zijn kosten waarvan het niet gebruikelijk is dat die in een bewindvoering gemaakt moeten worden en, als ze al gemaakt moeten worden, kunnen deze niet zonder instemming van de rechthebbende en/of de kantonrechter ten laste van het vermogen van de rechthebbende, [eiseres], worden gebracht (zie artikel 1: 438 BW). Nu noch [eiseres] zelf (naast de bewindvoerder), noch de kantonrechter ermee heeft ingestemd dat de kosten ten laste van het vermogen van [eiseres] zouden worden gebracht, dient het ervoor te worden gehouden dat [gedaagde 1] ter zake heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een zorgvuldig handelen bewindvoerder verwacht mag worden. [gedaagde 1] zal veroordeeld worden de als gevolg daarvan door [eiseres] geleden schade, zijnde € 6.341,93 te vergoeden. De wettelijke rente over dit bedrag zal - zoals gevorderd blijkens randnummer 16 laatste alinea dagvaarding - vanaf 13 september 2012 worden toegewezen. Voor hoofdelijke veroordeling is geen plaats nu [gedaagde 2] hiervoor niet aansprakelijk gehouden kan worden.

4.2

Ter zake van de vorderingen jegens de voormalig mentor, [gedaagde 2], wordt als volgt overwogen:

4.2.1

Het (voormalig) gerechtshof te Arnhem heeft bij beschikking van 1 maart 2011 in rechtsoverweging 4.10 onder meer overwogen:

"De verhuizing heeft een zodanige vertrouwensbreuk tussen de vrouw en de mentor opgeleverd dat niet langer sprake is van een werkbare situatie." Het hof heeft ter onderbouwing daarvan overwogen: "Weliswaar is aannemelijk dat het op dat moment de juiste beslissing van verweerders was om de vrouw in Delden te laten herstellen van een operatie, maar de uitvoering is niet goed verlopen. De vrouw was onvoldoende voorbereid op de verhuizing en zij verkeerde in de veronderstelling dat haar verblijf in Delden drie weken zou duren. Toen de vrouw enige tijd in Delden verbleef heeft de bewindvoerder haar in de zomer van 2008 medegedeeld dat zij gedurende langere tijd in Delden moest blijven terwijl zij reeds hersteld was van de operatie."

Anders dan door [eiseres] is betoogd, kan uit deze beschikking, die inmiddels gezag van gewijsde heeft gekregen, en op welke beschikking [eiseres] zich nadrukkelijk heeft beroepen, niet worden afgeleid dat [gedaagde 2] voor de door [eiseres] gestelde materiele schade, verband houdend met haar plaatsing in Erve Holland, aansprakelijk is. Weliswaar heeft het hof overwogen dat de uitvoering van de (voorbereiding van de) verhuizing niet goed is verlopen, doch daaruit is geen materiële schade voortgevloeid. In het kader van de hierna te bespreken immateriële schade speelt dit wel een rol. Daarop wordt hierna nog teruggekomen.

4.2.2

De rechtbank zal in de onderhavige procedure moeten beoordelen of [gedaagde 2] in de zorg van een goed mentor tekort is geschoten als bedoeld in artikel 1: 454 lid 2 BW , dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door tot plaatsing van [eiseres] in Erve Holland over te gaan.

Daarvan zal eerst dan sprake zijn als [gedaagde 2] als redelijk handelend mentor niet tot die plaatsing heeft kunnen overgaan. Ter zake wordt als volgt overwogen.

Gelet op de verschillende ernstige incidenten die zich rondom [eiseres] hebben voorgedaan toen zij zelfstandig (tot 11 augustus 2008) in haar huurwoning in [plaats] woonde, de rapportage van de heer Peters (Philadelphia) opgesteld volgens de methode Heykoop, het rapport van mevrouw Knotter en de door het CIZ afgegeven indicatie voor zorg gedurende zeven etmalen per week met verblijf, heeft [gedaagde 2] in redelijkheid tot plaatsing van [eiseres] in Erve Holland te Delden kunnen overgaan. Het gaat er bij die toets niet om of, zoals door de gemachtigde van [eiseres] tijdens de comparitie na antwoord is bepleit, een andere oplossing óók tot de mogelijkheden behoorde, bijvoorbeeld verblijf in de huurwoning met 24 uurszorg, maar nogmaals, of [gedaagde 2] als mentor in redelijkheid tot door haar genomen beslissing heeft kunnen komen. Dat laatste is het geval. Derhalve dienen zowel de vorderingen tot vergoeding van de materiële schade die volgens [eiseres] is voortgevloeid uit de verhuizing naar Erve Holland, waaronder de kosten van herinrichting/stoffering, aanpassing tuin e.d., alsook de gevorderde immateriële schade als gevolg van de plaatsing te worden afgewezen. Op de beoordeling van de vordering tot vergoeding van immateriële schade wegens voortgezet verblijf in Erve Holland en de wijze waarop de verhuizing door en/of namens [gedaagde 2] is begeleid, wordt hierna nog separaat ingegaan.

4.2.3

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of [gedaagde 2] op enig moment tot het besluit had moeten komen [eiseres] niet langer in Erve Holland te laten verblijven en haar terug te laten gaan naar haar voormalige woning/woonomgeving in [plaats].

Beantwoording van deze vraag is voor de gevorderde materiële schadevergoeding niet van belang wegens het ontbreken van enig causaal verband. Alle gevorderde materiële schadeposten (waaronder de kosten van herinrichting, stoffering etc.) zijn immers gerelateerd aan de plaatsing van [eiseres] in Erve Holland en de daarmee samenhangende beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van haar woning in [plaats].

Voor de beoordeling van de vordering ter zake van immateriële schade wegens het voortgezette verblijf van [eiseres] in Erve Holland is de beoordeling van voornoemde vraag wel van belang.

In verband met de aanhoudende gewenningsproblematiek van [eiseres] en de vraag of een machtiging voor opname diende te worden afgegeven, heeft mevrouw Schmitz, psychiater, op 18 november 2008 rapport uitgebracht. Schmitz concludeert dat voor gedwongen opname geen noodzaak bestaat en geeft voor het advies om 'In overleg met orthopedagoog een reguleringsplan voor patiënte maken waarbij aandacht is voor haar rouwproces van het verhuizen, begrip voor moeten wennen aan haar nieuwe woonomgeving en waarin tegelijkertijd consequent voldoende veiligheid en begrenzing wordt geboden. Hierbij kan het nodig zijn patiënte tijdelijk te separeren of extra te mediceren.'

Door Schmitz wordt geen - ongevraagd, terugkeer naar [plaats] was immers geen specifieke onderzoeksvraag - signaal afgegeven dat gestreefd zou moeten worden naar beëindiging van het verblijf van [eiseres] aldaar en naar terugkeer van [eiseres] naar [plaats].

Weliswaar concludeert Sorel, psychiater, op verzoek van wijlen huisarts [B], in zijn rapportage van 17 april 2009, dat er terugkeer van [eiseres] naar [plaats] met begeleiding mogelijk is, doch die rapportage hoefde voor de mentor niet leidend te zijn nu die rapportage niet voldoet aan de vereisten die in het algemeen aan een onafhankelijke rapportage gesteld worden. Uit de rapportage blijkt niet dat Sorel kennis heeft genomen van de informatie die ten grondslag heeft gelegen aan de plaatsing van [eiseres] in Erve Holland, zoals de rapportage van de heer Peters en/of de rapportage van mevrouw Knotter. Evenmin blijkt dat informatie is opgevraagd aan de behandelaars in Erve Holland, waaronder de heer Borghorst, psychiater van [eiseres], en/of kennis is genomen van de rapportage van mevrouw Schmitz. Tot slot blijkt niet dat Sorel gesproken heeft met [gedaagde 2], de mentor, hetgeen de meest aangewezene was om naast [eiseres] 'gehoord' te worden. Daardoor lijkt relevante informatie, die teneinde tot een gefundeerde afweging te komen, te ontbreken. Zo maakt de rapportage evenmin melding van bijvoorbeeld de incidenten die zich rondom [eiseres] hebben voorgedaan toen zij nog zelfstandig in [plaats] woonde. Kortom; de rapportage voldoet gelet op de wijze waarop die tot stand is gekomen, niet aan de eisen die daaraan in redelijkheid gesteld mogen worden. Deze rapportage kon voor [gedaagde 2] dan ook niet leidend zijn als het gaat om de vraag of de plaatsing van [eiseres] in Erve Holland beëindigd diende te worden.

4.2.4

Uitgaande van de destijds (tijdens het voortgezette verblijf van [eiseres] in Erve Holland) beschikbare informatie kan niet geoordeeld worden dat [gedaagde 2] het verblijf van [eiseres] in Erve Holland had moeten beëindigen en haar had moeten terug te laten keren naar haar huurwoning in [plaats], althans dat [gedaagde 2] in redelijkheid niet heeft kunnen besluiten [eiseres] langer in Erve Holland te laten verblijven. Dat inmiddels is gebleken dat [eiseres] met intensieve zorg en dagopvang wel weer in haar voormalige huurwoning verblijft, maakt zulks niet anders nu getoetst moet worden aan de hand van de informatie die de mentor destijds beschikbaar had. Indachtig de toen noodzakelijk althans zeer verdedigbare beslissing om [eiseres] niet langer thuis te laten wonen en de rapportage van Schmitz, de informatie van Borghorst en het (niet voldoende onderbouwde) rapport van Sorel was er geen dan wel onvoldoende aanleiding daarop terug te komen.

[gedaagde 2] heeft overigens wel, indachtig de aanhoudende gewenningsproblemen van [eiseres] en de druk van haar (toenmalige) advocaat wijlen mr. Spoor, haar voormalig huisarts en enkele andere betrokkenen uit [plaats], onderzocht of er mogelijkheden waren [eiseres] in [plaats] bij een wooncentrum van de J.P. van der Bent Stichting te plaatsen. Zij heeft [eiseres] aldaar ingeschreven, waarna [eiseres] op de wachtlijst is geplaatst. Plaatsing kon op z'n vroegst in 2010 verwacht worden.

4.2.5

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan niet geoordeeld worden dat [gedaagde 2] niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend mentor verwacht mag worden door [eiseres] in Erve Holland te laten blijven en haar niet terug naar haar woning in [plaats] te laten gaan. Derhalve is ook van enig onrechtmatig handelen geen sprake.

Ook de vordering tot toekenning van immateriële schade wegens het voortgezette verblijf in Erve Holland dient te worden afgewezen.

4.2.6

Wel is er grond voor toekenning van immateriële schadevergoeding nu de wijze waarop de verhuizing van [eiseres] is georganiseerd en de wijze waarop zij op die verhuizing is voorbereid, feitelijk onder 'valse' voorwendselen is geschied door het verblijf als 'tijdelijk' te doen voorkomen in verband met herstel van de operatie, waar een langdurig (min of meer blijvend) verblijf beoogd was.

Het hof heeft in zijn beschikking van 1 maart 2011 in rechtsoverweging 4.10 overwogen:”[…] Weliswaar is aannemelijk dat het op dat moment een juiste beslissing van verweerders was om de vrouw in Delden te laten herstellen van een operatie, maar de uitvoering is niet goed verlopen. De vrouw was onvoldoende voorbereid op de verhuizing en zij verkeerde in de veronderstelling dat haar verblijf in Delden drie weken zou duren. Toen de vrouw enige tijd in Delden verbleef heeft de bewindvoerder haar in de zomer van 2008 medegedeeld dat zij gedurende langere tijd in Delden moest verblijven terwijl zijn reeds hersteld was van de operatie. Vast staat dat de vrouw diep ongelukkig is in Delden, dat zij regelmatig wegloopt en dat zij dan soms in [plaats] blijkt te zijn. Het hof acht het aannemelijk dat dit gedrag voortkomt uit heimwee naar [plaats] en uit de wijze waarop de haar verhuizing heeft plaatsgevonden."

Deze beschikking heeft gezag van gewijsde. Derhalve hebben de overwegingen van het hof die de rechtsbetrekking in het geschil betreffen, ingevolge het bepaalde in artikel 236 lid 1 Rv , bindende kracht tussen partijen. Derhalve dient als vaststaand aangenomen te worden dat de wijze waarop de verhuizing heeft plaatsgevonden en waarbij [eiseres] niet direct is verteld dat zij voor lange tijd bij Erve Holland zou wonen en haar huurwoning zou worden opgezegd en ontruimd, niet goed is geweest en zulks mede heeft geleid tot de vertrouwensbreuk tussen [gedaagde 2] en [eiseres]. Ondanks de pogingen van [gedaagde 2], zoals die ook uit het door haar overgelegde 'dagboek' blijken om [eiseres] op de verhuizing voor te bereiden, is de gekozen weg, onder het voorwendsel van verblijf in verband met herstel van de operatie, niet juist en in strijd met hetgeen van een goed handelend mentor mag worden verwacht. [gedaagde 2] is door Knotter voor deze handelswijze ook nadrukkelijk en meermaals per e-mail gewaarschuwd. De omstandigheid dat de bewindvoerder ook achter deze handelswijze stond en de kantonrechter daarvoor - een niet vereist - akkoord heeft gegeven, ontneemt aan de mentor ter zake niet haar verantwoordelijkheid. De daaruit voortvloeiende schade zal [gedaagde 2] dienen te vergoeden nu de schade naar het oordeel van de kantonrechter valt onder aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6: 106 lid 1 sub b BW. De rechtbank zal de immateri ële schade begroten op een bedrag van € 1.500,-.

Hoofdelijke veroordeling wordt afgewezen nu het niet de verantwoordelijkheid van [gedaagde 1] was te bepalen hoe de verhuizing zou plaatsvinden en zou worden voorbereid. Dat hij zich, mede op verzoek van [gedaagde 2] daarmee akkoord heeft verklaard en zich daarmee heeft bemoeid, maakt zulks niet anders.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 13 september 2012.

Dat als gevolg van de wijze waarop de verhuizing heeft plaatsgevonden ook materiële schade is geleden, is niet dan wel onvoldoende onderbouwd. Deze vordering wordt afgewezen.

4.2.7

Anders dan door [eiseres] is gesteld heeft [gedaagde 2] niet, door niet in het verzoek tot ontslag uit haar taak als mentor te berusten, gehandeld in strijd met hetgeen van een redelijk handelend mentor verwacht mag worden, laat staan onrechtmatig gehandeld. Het stond [gedaagde 2] vrij om zich tegen het ingediende verzoek tot ontslag uit haar functie van mentor te verweren. De omstandigheid dat [eiseres] en haar advocaat, als ook enige andere betrokkenen uit [plaats] sterk tegen het mentorschap van [gedaagde 2] waren gekant, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Omdat ook lang niet altijd de onder- bewindgestelde zelf in staat is daar een juiste afweging in te maken is het aan de kantonrechter en in beroep aan het hof voorbehouden ter zake, in een daartoe strekkende procedure, een afweging te maken en een beslissing te nemen. Ook het enkele feit dat het hof de beschikking van de kantonrechter ter zake heeft vernietigd, brengt evenmin mee dat het [gedaagde 2] duidelijk had moeten zijn dat zij in het ontslag diende te berusten en het niet berusten in strijd zou zijn met het handelen als goed mentor.

4.2.8

De declaraties van kosten van [gedaagde 2] zijn door de bewindvoerder voldaan en zijn derhalve ook in de rekening- en verantwoordingen meegenomen en door de kantonrechter voor gezien getekend. De enkele algemene stelling van [eiseres] dat niet is gebleken dat de kosten die door haar in rekening zijn gebrachte kosten uitgaven betreffen die daadwerkelijk ten behoeve van [eiseres] zijn gemaakt, is niet voldoende om te concluderen dat [gedaagde 2] daarin is tekortgeschoten en derhalve onrechtmatig heeft gehandeld. [eiseres] dient daartoe gespecificeerd en onderbouwd te stellen - en bij betwisting te bewijzen - welke kosten ten onrechte ten laste van haar vermogen zijn gebracht. Nu ter zake niet meer dan in algemene woorden twijfel is gezaaid omtrent de juistheid van de aan de declaratie ten grondslag liggende kosten, is dat onvoldoende en wordt aan een bewijsopdracht niet toegekomen. De vordering ter zake zal moeten worden afgewezen.

4.2.9

De vordering ter zake van de vordering kosten rechtsbijstand jegens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wordt afgewezen. Het betreft een vordering ter zake van rechtsbijstand van [eiseres] in de 'ontslagzaken ' in eerste aanleg en in appel. Zoals hiervoor overwogen, hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich tegen hun ontslag mogen verweren. Van misbruik van recht of onrechtmatig handelen dat tot een vergoeding naast de proceskostenveroordeling zoals die in die procedures aan de orde is geweest, dient te leiden, is geen plaats.

4.2.10

De buitengerechtelijke incassokosten zullen, na matiging en conform de staffel Besluit Vergoeding Buitengerechtelijke Incassokosten tot een bedrag van € 918,41worden toegewezen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen hoofdelijk tot betaling daarvan worden veroordeeld.

4.2.11

De rechtbank ziet aanleiding om, nu beide partijen deels in het (on-)gelijk zijn gesteld aanleiding de kosten te compenseren in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De beslissing

De rechtbank:

I. Veroordeelt [gedaagde 1] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, ter zake van schadevergoeding aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 7.841,93

(€ 6.341,93 en € 1.500,-), vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 13 september 2012 tot de dag der algehele voldoening;

II. Veroordeelt [gedaagde 2] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, ter zake van schadevergoeding aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 13 september 2012 tot de dag der algehele voldoening;

III. Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des de één betalende de ander zal zijn bevrijd om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiseres] te voldoen, ter zake van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 918,41.

IV. Compenseert de kosten in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

V. Wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

VI. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. E.W. de Groot en op 14 januari 2015 in het openbaar uitgesproken door mr. M.M. Lorist in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature