Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Verdeling

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/176203 / KG ZA 15-300

Vonnis in kort geding van 11 november 2015

in de zaak van

[eiseres],

wonende op een geheim adres,

eiseres,

advocaat mr. S.J.M. Masselink te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M. Tijken te Oldenzaal.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding

de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij vonnis van 28 januari 2015 van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo met zaaknummer C/08/147532/HA ZA 13-720, zijn aan [gedaagde] toegescheiden de echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] en de hypotheek bij [A] onder nummer [0] en is [gedaagde] veroordeeld om, zodra [eiseres] ontslagen is uit de hoofdelijke aansprakelijkheid terzake de hypotheek, aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 21.210,00.

Voorts is [gedaagde] veroordeeld om ervoor zorg te dragen dat [eiseres] binnen maximaal zes maanden na betekening van het vonnis wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert, samengevat:

Primair:

I. De man te veroordelen om binnen een week na betekening van het te wijzen

vonnis er zorg voor te dragen dat de woning aan de [adres] te [woonplaats]

op naam van de man wordt gesteld, de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid is ontslagen en aan de vrouw een bedrag ad € 21.210,00 is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 augustus 2015 tot de dag der algehele voldoening, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per dag dat de man hieraan niet zal voldoen;

II. De man te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure;

Subsidiair:

III. De vrouw te machtigen tot het te gelde maken van de woning aan de

[adres] te [woonplaats] en de vrouw te machtigen om alles te doen wat redelijkerwijs noodzakelijk is voor deze verkoop, met inachtneming van een door de in te schakelen makelaar geadviseerde verkoopprijs met als uitgangspunt een verkoop binnen een maand, en daarbij te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring van de man voor het in verkoop geven van de woning bij een makelaar en te bepalen dat het te wijzen vonnis in de plaats komt van de voor eigendomsoverdracht en levering van de woning noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van de man;

IV. De man te veroordelen om er zorg voor te dragen dat de door de vrouw in te

schakelen makelaar telkens op eerste verzoek, met inachtneming van een termijn

van een dag, de woning kan betreden voor het maken van foto’s, het houden van

bezichtigingen en al hetgeen voor een spoedige verkoop noodzakelijk is, zulks

op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per keer dat de man hieraan niet zal

voldoen;

V. De man te veroordelen om er zorg voor te dragen dat, telkens als de makelaar

de woning zal betreden, de woning opgeruimd en netjes is, zulks op straffe van

een dwangsom van € 2.500,00 per keer dat de man hieraan niet zal voldoen;

VI. De man zal veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

[eiseres] stelt dat ondanks toezeggingen van [gedaagde] nog geen sprake is geweest van de situatie dat hij de woning heeft overgenomen. Ook heeft hij [eiseres] niet doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en heeft hij niet € 21.210,00 aan haar betaald.

Het vonnis van 28 januari 2015 is op 12 februari 2015 aan [gedaagde] betekend. Nu [gedaagde] de zes maanden die hij heeft gekregen om tot ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van [eiseres] en uitbetaling van € 21.210,00 te komen, voorbij heeft laten gaan, is [eiseres] van mening dat zij per 12 augustus 2015 een opeisbare vordering op [gedaagde] heeft en [gedaagde] per die datum de wettelijke rente over € 21.210,00 verschuldigd is. [eiseres] heeft tot op heden slechts een offerte gezien maar heeft geen bewijs gezien dat de bank de aanvraag van [gedaagde] in behandeling heeft genomen en wat de status is van die aanvraag. [gedaagde] kan niet een bedrag van € 21.210,00 aan [eiseres] betalen. [eiseres] wil zekerheid dat zij dit bedrag betaald krijgt.

[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening aangezien zij nog steeds mede-eigenaar is van de woning, [gedaagde] in de woning vernielingen heeft aangebracht en de onverdeeldheid van partijen nadelige financiële consequenties heeft voor [eiseres] .

3.2.

[gedaagde] voert verweer en heeft daartoe, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. [gedaagde] betwist nadrukkelijk dat hij vernielingen in de woning heeft aangebracht. Dat [eiseres] nog niet is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt (mede) veroorzaakt door haar eigen opstelling. Zij weigert haar handtekening te zetten terwijl dat wel een voorwaarde is voor het uitbetalen van de levensverzekering en om uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te worden ontslagen. De hypotheek is gekoppeld aan een levensverzekering en voor het beëindigen van de levensverzekering is de handtekening van [eiseres] nodig. [gedaagde] heeft stappen ondernomen om te voldoen aan de veroordeling als verwoord in het vonnis van 28 januari 2015. Ook heeft hij diverse voorstellen gedaan. Echter [eiseres] weigerde mee te werken.

[gedaagde] heeft op 31 juli 2015 een offerte ontvangen en kan de hypotheek voor hetzelfde bedrag omzetten. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat de offerte nog steeds geldig is. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij bereid is om een bedrag van € 10.000,00 te storten op een derdenrekening bij een notaris en hij wil bewerkstelligen dat [eiseres] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De voorzieningenrechter overweegt dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Immers zij is na meer dan zes maanden na het vonnis van 28 januari 2015 nog niet ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Zij heeft een spoedeisend belang om uit de onverdeeldheid te geraken.

4.2

De voorzieningenrechter overweegt dat uitvoering dient te worden gegeven aan het vonnis van 28 januari 2015. Bij dat vonnis is, kort samengevat, [gedaagde] veroordeeld om binnen een termijn van zes maanden te bewerkstelligen dat [eiseres] ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en aan haar wordt uitgekeerd een bedrag van € 21.210,00.

4.3

De voorzieningenrechter is desalniettemin van oordeel dat de vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen.

4.4

[gedaagde] heeft gemotiveerd aangevoerd dat voor ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid de medewerking van mevrouw [eiseres] is vereist. Haar handtekening is vereist om tot uitkering van de polis van de levensverzekering die gekoppeld is aan de hypotheek te komen, waarna hij kan bewerkstellingen dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. [eiseres] heeft dit niet weersproken. Derhalve is aannemelijk dat vanwege het ontbreken van een handtekening van [eiseres] [gedaagde] niet in staat is om uitvoering te geven aan het vonnis.

4.5

Ter zitting heeft [eiseres] , kort samengevat, aangevoerd dat zij niet heeft getekend omdat zij de vrees heeft dat als de gelden aan [gedaagde] worden uitgekeerd zij deze vervolgens niet zal ontvangen. Zij mist het vertrouwen in de heer [gedaagde] . [gedaagde] heeft slechts een offerte laten zien. Onduidelijk is wat de status is van de aanvraag van [gedaagde] bij de bank. Ook heeft zij aangevoerd dat zij geen machtiging behoeft te verstrekken, omdat de polissen niet verdeeld zijn.

4.6

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] niet aannemelijk gemaakt dat indien zij haar handtekening zet en gelden worden uitgekeerd zij vervolgens niet die gelden zal ontvangen waar zij op grond van het vonnis van 28 januari 2015 recht op heeft. Haar weigering lijkt vooral te zijn ingegeven door het wantrouwen dat zij heeft jegens [gedaagde] , maar dit wantrouwen vormt op zich geen reden om [gedaagde] in afwijking van het vonnis gehouden te achten om [eiseres] reeds vóór ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid een bedrag van € 21.210,00 te laten betalen. Partijen zullen zelf afspraken moeten maken over de verdeling van de polissen, maar dat staat er niet aan in de weg dat [gedaagde] uitvoering moet geven aan het vonnis en [eiseres] hem dat mogelijk moet maken.

4.7

De afwijzing van de primaire vordering brengt met zich mee dat ook het subsidiair gevorderde dient te worden afgewezen.

4.8

De voorzieningenrechter ziet aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren nu partijen ex-partners zijn.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1

Wijst de vordering van [eiseres] af.

5.2

Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. H.J.H. van Meegen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.

type:

coll:


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature