Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Zie ook: ECLI:NL:RBNNE:2016:1913

Ontslag op staande voet wegens nevenactiviteiten en belangenverstrengeling.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 4737116 AR VERZ 16-5

beschikking van de kantonrechter ex artikel 7:671b lid 1 BW van 20 april 2016

CRH STRUCTURAL CONCRETE B.V.

gevestigd te Veenoord,

verzoekende partij,

gemachtigden: mrs. J. Kalisvaart en I. Staps-Geenen,

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats verweerder] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mrs. W.W.J. Ribbers en S.J.E. van Bergen.

Partijen zullen hierna CRH en [verweerder] worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

CRH heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk te ontbinden, ingekomen ter griffie op 11 januari 2016. [verweerder] heeft op 19 februari 2016 een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 4 april 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De zaak is gelijktijdig behandeld met het door [verweerder] ingediende verzoek ex artikel 7:681 BW met nevenvorderingen (zaaknummers: 4792733 AR 16-27 e.v.). Partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen overigens ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen bij brieven van 29 maart 2016, 31 maart 2016 en 1 april 2016 nog nadere stukken toegezonden.

1.3.

De beschikking is daarna bepaald op vandaag.

1.4.

Bij brief van 5 april 2016 heeft mr. Van Bergen zijdens [verweerder] naar aanleiding

van de door CRH op 1 april 2016 ingediende producties 27 en 28 geschreven dat uit navraag

en onderzoek op kantoor na de zitting is gebleken dat zij deze producties niet ontvangen

heeft. Zij overlegt een e-mail van 4 april 2016 van mr. Staps aan haar die schrijft abusievelijk de producties niet te hebben verzonden.

2 De feiten

2.1.

CRH exploiteert een onderneming in Veenoord die zich toelegt op het vervaardigen

van en de handel in producten voor de bouw in de breedste zin. De zogeheten Buigcentrale is

een bedrijfsonderdeel van CRH.

2.2.

De heer [broer 1] was productieleider van de Buigcentrale. Zijn broer [broer 2] was daar de accountmanager (beiden met ingang van 1 oktober 2011). [broer 1] en [broer 2] zijn samen eigenaar van de besloten vennootschap [bedrijf broers]

In de loop van 2014/2015 hebben CRH en de [broers] overleg gevoerd over de

overname van de Buigcentrale. Deze gesprekken hebben uiteindelijk niet tot dit resultaat

geleid en CRH heeft de arbeidsovereenkomsten van de [broers] op 10 december

2015 met onmiddellijke ingang opgezegd. Op 14 januari 2016 heeft de behandeling van de in

dit verband door CRH en de [broers] ingediende verzoeken c.q. vorderingen bij de

kantonrechter van deze rechtbank plaatsgevonden (zaaknummers 4693787 AR VERZ 15-59

e.v.). De kantonrechter heeft in die procedure de zaken aangehouden voor bewijslevering

waarbij CRH kort gezegd is toegelaten tot het bewijs dat de [broers] betrokken zijn

geweest bij het, buiten medeweten van CRH, beneden de marktprijs doorverkopen van aan

CRH geleverde rollen staal aan Kropp Stahl. De door de [broers] in dit verband

ingediende voorlopige voorzieningen tot doorbetaling van het loon zijn toegewezen.

2.3.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum verweerder] 1965, is op 1 april 2008 in dienst getreden bij CRH.

De laatste functie die hij bij CRH vervulde, is die van Plantmanager, met een salaris van

6.511,24 bruto, exclusief emolumenten. Uit hoofde van zijn functie was [verweerder] ook eindverantwoordelijk voor de Buigcentrale. De heer [leidinggevende] (hierna: [leidinggevende] ) - tot 31 augustus 2015 algemeen directeur van CRH - was de leidinggevende van [verweerder] tot

laatstgenoemde datum.

2.4.

In de arbeidsovereenkomst van [verweerder] staat in artikel 10 opgenomen:

“Nevenactiviteiten: De werknemer zal geen gehonoreerde nevenactiviteiten verrichten, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever. De werknemer zal geen gelden of andere beloningen van derden aannemen in verband met zijn

werkzaamheden voor de werkgever en/of met hem gelieerde rechtspersonen.”

2.5.

In 2011 is het uitzendbureau Concrete People ingeschreven bij de Kamer van

Koophandel. In het onderstaande schema staan de aandeelhouders van Concrete People

weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat [verweerder] aanvankelijk samen met zijn partner (hierna ook te noemen: zijn vrouw), [partner verweerder] , aandeelhouder/eigenaar was van de besloten vennootschap HACO B.V., maar dat hij zich in 2012 als aandeelhouder uit deze vennootschap heeft laten uitschrijven.

[afbeelding 1]

2.6.

Concrete People heeft [leidinggevende] toestemming gevraagd om mensen in te huren voor

de Buigcentrale. [leidinggevende] heeft hier namens CRH aanvankelijk toestemming voor gegeven

voor de periode van een half jaar. CRH heeft deze toestemming in 2012 ingetrokken wegens

een mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling. Er is toen afgesproken dat CRH geen

zaken meer zou doen met Concrete People, maar uitzenduren zou inkopen bij uitzendbureau

Tempo Team. Het stond Tempo Team daarbij in beginsel vrij om een aanvraag te verleggen

naar Concrete People.

2.7.

Tegenover de locatie van de Buigcentrale, aan de overzijde van de weg, bevindt zich

een zogenoemde Hal E op het adres aan de Boerdijk 29 te Veenoord. Aan de achterzijde van deze hal zit een kantoorgebouw. Voor dat kantoorgebouw staat een bord waarop de naam BMN staat. De besloten vennootschap Noordelijk Vlechtbedrijf B.V. (hierna: NVB) is enig aandeelhouder en bestuurder van BMN. In onderstaand linker schema zijn de belangen en de zeggenschap in NVB/BMN/Hal E weergegeven. In het rechter schema staat aangegeven hoe de werkzaamheden voor de Buigcentrale door NVB/NBM/Hal E worden gedaan.

[afbeelding 2]

2.8.

In verband met een vermoeden van onregelmatigheden in de Buigcentrale en Hal E en de mogelijke doorverkoop van een partij staat afkomstig van CRH aan Krop Stahl door de [bedrijf broers] , heeft CRH eind november 2015 Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld. Hoffmann Bedrijfsrecherche is eind november 2015 een onderzoek gestart en heeft in dat verband met [verweerder] op 19 november 2015 een gesprek gevoerd. Van dit gesprek is een verslag opgemaakt dat [verweerder] heeft ondertekend.

In dit verslag staat als verklaring van [verweerder] onder meer het volgende opgenomen:

"(…) U vraagt mij naar Hal E. [broer 2] koopt wapening in die hij vervolgens verkoopt namens CRH. (…) In Hal E zit het Noorderlijk Vlechtbedrijf en dat is een van de bedrijven waar [broer 2] inkoopt en verkoopt. (…) [broer 2] bepaalde zo ongeveer zelfstandig wat hij inkocht en tegen welke prijzen. Hij legde dat niet aan mij voor. (…) Het Noorderlijk Vlechtbedrijf factureert aan CRH en die facturen werden gecontroleerd door [broer 1] en [broer 2] . Ik keek er vervolgens ook nog een keer overheen. (…) Vanuit de buigcentrale werd er inderdaad werk uitbesteed. (…) Op Hal E staat inderdaad BMN. Ik heb geen idee wat de relatie is tussen dit bedrijf en het Noordelijk Vlechtbedrijf. Ik heb geen idee wie er achter beide bedrijven zitten. Ik heb gehoord dat er medewerkers in onze kleding rondliepen. (…) We hebben inderdaad heel veel signalen ontvangen over de buigcentrale. De centrale is eigenlijk altijd een zorgenkindje geweest. (…) U vraagt mij bij wie de medewerkers van BMN of het Noorderlijk Vlechtbedrijf in dienst zijn. Ik heb geen idee, daar kan ik dus niets over zeggen. Er staat bij BMN inderdaad weleens een Alfa Romeo. Ik heb geen idee van wie die auto is. (…) Concrete People is in 2010 of 2011 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven door [broer 2] en/of [zwager verweerder] . [zwager verweerder] is de broer van mijn vriendin [partner verweerder] . [broer 2] en [broer 1] hadden samen 50%, [zwager verweerder] had 25% en ik had ook 25%. Vervolgens hebben we aan [leidinggevende] toestemming gevraagd om via Concrete People mensen in te huren voor de buigcentrale. Dat mocht en heeft ongeveer een half jaar geduurd. Daarna kwamen er vanuit de OR vragen over belangenverstrengeling en daar was eigenlijk ook wel sprake van. Het inhuren via Concrete People is daarna dus gestopt. Ik ben uit Concrete People gestapt en heb mijn aandelen in het bedrijf overgedragen aan [zwager verweerder] , en de [broers] . Ik heb daar niets voor ontvangen. Of de samenstelling van de aandeelhouders later nog is gewijzigd weet ik niet. Ik heb wel begrepen dat het best wel goed gaat met het bedrijf. Ik verwacht niet dat Concrete People mensen levert aan het Noordelijk Vlechtbedrijf of aan BMN. Het zou kunnen, maar ik verwacht het niet. Op die rode Alfa staat inderdaad een vermelding van Concrete People, dat klopt. Ik trek daar geen conclusies uit. (…) Ik heb geen idee wat ze daar doen. Als jullie het mij formeel vragen, zeg ik dat ik niet denk dat Concrete People daar mensen levert. Ik denk niet dat BMN en het Noordelijk Vlechtbedrijf mensen inhuurt via Concrete People, schrijf dat maar op. (…) Ik weet niet wie er buiten de [broers] en [zwager verweerder] een belang hebben in Concrete People. [partner verweerder] , mijn vriendin, heeft samen met [zwager verweerder] , haar broer een belang in een assurantiebedrijf. [partner verweerder] zit in meerdere BV's, ik weet niet precies hoeveel en welke. (…) De naam HACO zegt mij inderdaad wel wat. Dat is een BV die door mij is opgericht in 2010 of 2011. HACO staat voor [verweerder] en [partner verweerder] . Ik was voor 100% eigenaar van deze BV. Ik denk tot 2012 of 2013. Ik heb mij toen laten uitschrijven en ik heb de aandelen terug gedaan aan de overige aandeelhouders. Dat waren [zwager verweerder] , [broer 2] en [broer 1] . [partner verweerder] zat er niet in en heeft er nooit in gezeten.

Ik ben inderdaad niet helemaal eerlijk geweest. Ik wil daar nu open in zijn. Mijn aandelen in HACO heb ik overgedragen aan de aandeelhouders, de [broers] en [zwager verweerder] en zij hebben die aandelen op hun beurt overgedragen aan [partner verweerder] , mijn vriendin. Jullie vragen mij of ik weet of Concrete People mensen heeft geleverd aan het Noordelijk Vlechtbedrijf of BMN. Dat weet ik niet. Ik heb wel meermalen tegen [broer 2] gezegd dat hij dat niet moet doen, want dat is belangenverstrengeling.

Ik weet niet of hij zich daaraan heeft gehouden. Ik heb aanvankelijk niet aan jullie gemeld dat [partner verweerder] mijn aandelen in HACO heeft overgenomen, omdat ik nog altijd hoop dat er wat geld aan verdiend kan worden. Wij krijgen nu ieder kwartaal een fee overgemaakt van € 750,-. Concrete People maakt dat geld over naar HACO, [bedrijf broers] en [bedrijf zwager] . (…) Ook het Noordelijk Vlechtbedrijf bestaat uit HACO BV, de [bedrijf broers] en [zwager verweerder] met een van zijn B.V. Bij mijn weten heeft [katvanger] ( [achternaam katvanger] - ktr) de B.V. ingeschreven. (…) Ik denk dat de taakverdeling ieder 33% is. [katvanger] heeft geen aandelen. Hij is inderdaad een soort van katvanger (…) Het is opgericht voor extern vlechtwerk. [broer 2] heeft inderdaad namens CRH werk uitbesteed aan zijn eigen bedrijf, te weten het Noordelijk Vlechtbedrijf. (…) De fee van het Noordelijk Vlechtbedrijf is begonnen op € 250,- per kwartaal en het is nu € 350,- per kwartaal. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat er geld werd verdiend aan het werk dat werd uitbesteed. (…) Met BMN hebben we dezelfde constructie toegepast. Het klopt inderdaad dat het Noordelijk Vlechtbedrijf de enige aandeelhouder is van BMN. Ik wist niet precies hoe dat zat. Ik denk niet dat er bij het Noordelijk Vlechtbedrijf onder het KOMO-label wordt gewerkt. Dat is voor het CHR inderdaad wel een vereiste. (…) Ik heb mij nooit willen verrijken ten koste van CRH. Mijn rol is gewoon niet goed. Of er sprake is van belangenverstrengeling? Ja, inderdaad, maar ik heb er niet veel aan verdiend. Al met al heeft HACO met al die BV's niet meer dan € 2.000,- verdiend. Binnen CRH weet buiten [broer 1] , [broer 2] en ikzelf niemand dat wij bij die BV's betrokken zijn. Jullie hebben mij een spiegel voorgehouden. Het was moeilijk, maar ik ben nu wel eerlijk geweest. (…)".

2.9.

Bij brief van 26 november 2015 aan CRH heeft de gemachtigde van [verweerder]

kanttekeningen bij voornoemd gespreksverslag gemaakt. De gemachtigde schrijft dat [verweerder] op een zeer intimiderende manier is ondervraagd, dat hem woorden in de mond zijn gelegd en dat hij is gedwongen het gespreksverslag te ondertekenen.

2.10.

Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft van 27 november 2015 tot 4 december 2015

aanvullend verschillende (ingeleende) medewerkers van CRH gehoord en nader onderzoek

gedaan. Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft van dit onderzoek een definitieve rapportage

opgemaakt (Hoffmann I). Ten aanzien van [verweerder] staat als conclusie in deze rapportage

onder meer vermeld:

"Gebleken is dat de partner van de heer [verweerder] , mevrouw [partner verweerder] , als enig aandeelhouder van HACO B.V. aandeelhouder is van NVB/BMN. Ook is tijdens het onderzoek vastgesteld dat de heer [verweerder] actief betrokken is bij NVB, BMN en Concrete People. (…) Vastgesteld is dat er sprake is van ongeoorloofde nevenactiviteiten en belangenverstrengeling. Dit is in strijd met de binnen CRH geldende en Zakelijke Gedragscode en de arbeidsovereenkomst van de heer [verweerder] . Tijdens het onderzoek werd bekend dat de heer [verweerder] op de hoogte was van de werkzaamheden die door de heren [broers] werden uitbesteed aan hal E. Mede gezien het facturatieproces waarin de heren [broers] en de heer [verweerder] een (eind) controle functie vervulden maar ook blijkens de gesprekresultaten werd duidelijk dat de heer [verweerder] op de hoogte was van het feit dat NVB/BMN in hal E de werkzaamheden voor de buigcentrale uitvoerden. (…)".

2.11.

Verder staan in bijlage 32 van dit rapport onder meer de volgende WhatsApp

berichten, uit een WhatsApp groep bestaand uit de [broers] , de heer [zwager verweerder] (hierna: [zwager verweerder] ) en [verweerder] , vermeld:

"1-3-2015: 17:08 uur: [verweerder] :

Morgen ook graag overleg om auto van [A] in 1 keer te betalen. Dan zien [A] en [katvanger] ook de noodzaak om nog actiever te worden.

1-3-2015: 17:39: [broer 2] :

We moeten wel "speelruimte" houden

1-3-2015: 18:38: [verweerder] :

Snap ik..Maar het zijn wel schulden en de uren zitten nu ronde de 700 uur die de boys wegzetten. We kunnen ons ook geen verrassingen veroorloven. Betaald is betaald Zeg maar.

1-3-2015: 18:43: [zwager verweerder] :

Half 10 vergadering?

1-3-2015: 18:43: [verweerder] :

Ik kan niet aanwezig zijn [broer 2] [B] zijn er wel.

9-3-2015: 17:57: [zwager verweerder] :

Klinkt veel

9-3-2015:19:35: [verweerder] :

Is mooi ordertje ik denk 100ton staal

9-3-2015: 20:47: [zwager verweerder] :

Mooi overzicht in de mail [verweerder] . Heb wel toelichting nodig. X op groot scherm? Brainstormen?

9-3-2015: 20:50: [verweerder] :

Deze week lukt niet meer. Begin volgende week op een avond in le garage?

9-3-2015: 21:00: [zwager verweerder] :

Ja wat mij betreft oke

1-4-2015: 10:00: [broer 2] :

Morgen afspraak met [leidinggevende]

1-4-2015: 10:01: [verweerder] :

Spannend

1-4-2015: 10:01: [verweerder] :

Ff bedenktijd kopen he? En waar?

1-4-2015: 10:02: [broer 2] :

Veenoord, tijdens de lunch

2-4-2015:18:56: [verweerder] :

Wat zei accountant? Mooi voorstel?

2-4-2015: 18.56: [broer 2] :

Die werkt een voorstel uit.

2-4-2015: 18:57: [verweerder] :

Voor CRH of voor ons

2-4-2015: 18:58: [broer 2] :

Voor ons

20-4-2015: 6:41: [zwager verweerder] :

Mooi

14-6-2015: 8:01: [verweerder] (met een ander telefoonnummer eindigend op 794 - ktr)

En vrijdag om 15.00 uur de buigcentrale actielijst doornemen?

1-7-2015: 12.51 [zwager verweerder] :

Kunnen jullie mij voorkant en achterkant van jullie id pas of rijbewijs appen? Ben bezig met compagnons verzekering.

1-7-2015: 20:25: [zwager verweerder] :

Management fee nota klaar maken jongens!

1-7-2015: 20:25: [verweerder] :

Zelfde bedrag? Cp en Nvb?

1-7-2015: 21:01: [zwager verweerder] :

Ja de verhoogde

2-7-2015: 4:29: [verweerder] :

Oke komp goed

7-7-2015: 4:33: [verweerder] :

En bij crh ben ik altijd de laatste die goedkeurt in de rij. Dat doe ik dagelijks

7-7-2015: 20:22: [zwager verweerder] :

Aangepaste debi credi staan in dropbox

7-7-2015: 20:23: [zwager verweerder] :

Voortaan actueel in dropbox

8-7-2015: 12:55: [verweerder] :

Top

10-7-2015: 13:54: [zwager verweerder] :

Zat gisteren te bedenken dat Bmn alle energie kosten betaald en nvb niet. Zullen we 75% van de nota door nvb laten betalen? En 2014 verrekenen met de financiering? (…)

10-7-2015: 9:55: [verweerder] :

Scherp ja accoord

13-7-2015: 15:12: [verweerder] :

Allemaal 2500 erbij?

13-7-2015: 15:26: [broer 2] :

Overgemaakt

13-7-2015: 16:01: [verweerder] :

Snel ja Ik vanavond

13-7-2015: 20:10: [zwager verweerder] :

Overgemaakt"

2.12.

In bijlage 33 van Hoffmann 1 staan verder nog onder meer de volgende WhatsApp

berichten uit die groep vermeld:

"12-2-2015:13:24: [zwager verweerder] :

Deze nota's had ik niet ontvangen in de nvb.

12-2-2015: 13:32: [verweerder] :

Gaat weer lekker

13-3-2015: 7:50: [A] :

Aanstaande donderdag gaat [C] mee naar BNI om BMN te introduceren. Daarna hebben [C] en ik een gesprek met Hemmes en Langeland over de montage van 10.000 zonnepanelen op Schiphol.

13-3-2015: 7:53: [verweerder] :

Oke goed bezig

20-4-2015: 4:02: [verweerder] :

Hoi allemaal Zullen we dinsdagmiddag 17:00 vergaderen onderwerp [afnemer] [broer 1] kan niet deze avond.

20-4-2015:4:04: [broer 2] :

Voor mij akkoord

20-4-2015:4:04: [verweerder] :

En voortaan donderdag om de 14 dagen vergadering CP met een hapje daarbij. Om 17.00 uur Start as donderdag de 23ste.

20-4-2015: 5:20: [broer 1] :

Een week later past mij beter

20-4-2015:5:22: [verweerder] :

We hoeven er niet altijd bij te zijn hoor als het maar regelmatig is.

27-4-2015: 19:14: [verweerder] :

Hallo allemaal Dit weekend heb ik zoals beloofd een berekening gemaakt. De highlight zijn. Kosten [A] [katvanger] auto telefoons 100k (oa uurloon € 13,00 x 1,65)

Kostprijs tarief 1,59 gerekend met een gemiddeld tarief 1,85 met een gemiddeld uurloon van € 11,00 zijn we incl alle kosten 1300 uur per week nodig, om breakeven te draaien. Ik stuur morgen het excelbestand. Al met al zijn we op de goede weg met elkaar. Als we zo doorgaan zitten we vanaf juli op 2000 uur. Laten we deze koers uitzetten! Succes deze week."

2.13.

CRH heeft naar aanleiding van het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche besloten

[verweerder] te schorsen. Op 19 november 2015 is dit [verweerder] mondeling medegedeeld en bij brief

van 20 november 2015 is dit schriftelijk bevestigd. CRH heeft hierbij aangegeven dat [verweerder]

gedurende deze schorsing conform de personeelsregeling disciplinaire maatregelen geen

loon ontvangt.

2.14.

Bij brief van 8 december 2015 heeft CRH [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 10 december 2015 in het bijzijn van mevrouw [medewerker bedrijfsrecherche 1] en de heer [medewerker bedrijfsrecherche 2] van Hoffmann Bedrijfsrecherche. In de brief staat, voorzover van belang:

"Op 19 november jl. hebben we u geschorst voor de duur van het ingestelde onderzoek. Er zijn de nodige zaken aan het licht gekomen, die ons vooralsnog zeer ernstig voorkomen en die maken dat wij ons beraden over de te nemen arbeidsrechtelijke maatregelen.

Voordat we tot een definitief besluit komen, willen we u in de gelegenheid stellen te reageren. Wij nodigen u daarom uit voor een vervolggesprek (…)

Het staat u uiteraard vrij uw advocaat mee te nemen naar dit gesprek."

Na een op verzoek van de gemachtigde [verweerder] verleend uitstel en verdere correspondentie met de gemachtigde van [verweerder] heeft dit gesprek op de nader bepaalde dag van 15 december 2015 uiteindelijk niet plaatsgevonden. CRH heeft voorafgaand aan een eventueel gesprek niet de resultaten van Hoffmann Bedrijfsrecherche aan [verweerder] willen afgeven.

2.15.

Bij brief van 15 december 2015 heeft CRH [verweerder] daarop op staande voet

ontslagen. Zijdens [verweerder] is hier bij brieven van 18 en 28 december 2015 tegen

geprotesteerd.

2.16.

Hoffmann Bedrijfsrecherche heeft op verzoek van CRH in maart 2016 nader onderzoek verricht. Op 21 maart 2016 heeft CRH een aanvullend rapport ontvangen (Hoffmann II). Hoffmann Bedrijfsrecherche concludeert in dit rapport:

"Ook is tijdens dit onderzoek vastgesteld dat [verweerder] actief betrokken is bij NVB, BMN en Concrete People (…) De onderzoeksbevindingen uit het aanvullende digitaal onderzoek bevestigen de voorgaande conclusies. Uit de Whats-app berichten uit dit aanvullende onderzoek wordt wederom duidelijk dat er sprake was van belangenverstrengeling en dat de heer [verweerder] en de heren [broers] ongeoorloofde nevenactiviteiten hebben verricht."

2.17.

In bijlagen 24 en 25 van dit rapport staan onder meer de volgende WhatsApp

berichten - van de groep [broer 2] , [broer 1] , [zwager verweerder] en [verweerder] -

vermeld:

"11-8-2013: 17:44: [verweerder] :

Heej laten we maar gas geven op vlechtbedrijf

11-8-2013: 17:44: [verweerder] :

En zorgen dat buig en vlechtbedrijf onz toekomst wordt

11-8-2013: 17:44: [verweerder] :

Links of rechtsom

11-8-2013: 17:45: [verweerder] :

Kunnen we de dingen doen die we willen

11-8-2013: 17:45: [verweerder] :

En ons ondernemerschap nog beter benutten

26-3-2014: 10:13: [verweerder] :

[medewerker CRH] (hoofd productie CRH - ktr )mist [broer 1] hij heeft info dat hij met jou weg is. [broer 1] moet goede reden bedenken. [medewerker CRH] wil weten waar zijn personeel zit. Bedenk maar iets van familie aangelegenheid fam. [broers] .

18-5-2014: 9:29: [verweerder] :

Ha die [broer 2] (…) We moeten daarnaasst [katvanger] wel wat korter gaan houden. Ij heb het geviel dat hij een beetje brutaal wordt. Hij had [zwager verweerder] aangesproken volgend [partner verweerder] op een nigal brutale manier. (…)

18-5-2014: 9:30: [verweerder] :

Laten we maar niets meer delen met hem. kan altijd tegen ons gebruikt worden.

18-5-2014: 9:31: [verweerder] :

En als BMN onder noordelijk vlechtbedrijf hangt is dat altijd te herleiden. Ik denk dat het een aparte bv moet zijn en met geen [katvanger] als baas.

6-2-2014: 8:31: [zwager verweerder] :

Noordelijk.nl Nvb-staal.nl Nvb-vlecht.nl Vlechter.nl Debeste.nl Iron.nl (…) Namen voor onze site (…) Deze zijn beschikbaar (…) Welke heeft voorkeur

6-2-2014: 12:36: [verweerder] :

NVB VLECHT?

16-2-2014: 10:35: [verweerder] :

Heren ik ben erg ontevreden hoe [katvanger] zijn rol invult. (…) Geen gezicht voor CP (komt niet over).

8-3-2014:9:35: [verweerder] :

[broer 2] ? Extern werk uitbesteden naar nvb? Daardoor minder uitzenders nodig bij crh.

15-3-2014:11:33: [verweerder] :

Dinsdag 09.00 uur? Hal bespreking? Plaats Buigcentrale veenoord?

18-3-2014:8:00: [verweerder] :

Zullen we bij vd valk afspreken om 9.00 uur. Dat is veiliger (…)Je weet nooit wie langs komt

22-4-2014: 9:19: [zwager verweerder] :

[verweerder] , vrijdag morgen even bakkie doen bij vd valk? Even over [katvanger] kletsen.

22-4-2014: 9:51: [zwager verweerder] :

Half 11?

22-5-2014:19:27: [verweerder] :

Allemaal gefeliciteerd met dit resultaat, 2011 klein begonnen en kijk waar we nu staan

3-7-2014: 15:31: [verweerder] :

Post [katvanger] niet vanuit veenoord nvb. Als crh accepteer ik geen rekening vanuit boerdijk 29 haha.

12-7-2014: 8:04: [zwager verweerder] :

Morguh Is het niet verstandog om voor Bmn en voor nvb ieder 1 laptop of een eenvoudige pc te kopen? Dat is wel de beste manier om alles "gescheiden" te houden (…)

12-7-2014: [verweerder] :

Dat is denk een goed idee (…) structuur aanleggen.

12-7-2014: [zwager verweerder] :

En niet rommelen op pc met meerdere bedrijven.

13-8-2014: 9:47: [zwager verweerder] :

Notaris gebeld.Bv moet een bestuurder houden.(..) maar als Bmn nu nvb als bestuurder krijgt als bestuurder en Visa Versa?

13-8-2014:10:27: [verweerder] :

Okee"

2.18.

In bijlage 26 van rapport Hoffmann II staan WhatsApp berichten vermeld waarin de [broers] , [zwager verweerder] en [verweerder] het hebben over de naamgeving van NVB/BMN.

Van [verweerder] staan hierbij onder meer de volgende WhatsApp berichten weergegeven:

"16-8-2013:5:35: Mooie naam NVB bv goed bedacht [broer 1] (…) NVB lijkt altijd een vertrouwde bij relaties (…) En is het natuurlijk ook (…) Succes allemaal met de nieuwe uitdaging".

[verweerder] doet in deze berichten ook het voorstel om het later genoemde BMN, "Bouwbedrijf de kast" te noemen (WhatsApp bericht van 15-5-2014: 16:41) naar "k [zwager verweerder] a [broer 1] en [broer 2] st van [verweerder] ". Over de uiteindelijk gekozen naam BMN geeft [verweerder] in deze WhatsApp berichten aan (WhatsApp bericht van 16-5-2014):

"BMN BV Bouw en montagebedrijf Noord (…) Vindt ik het meest duidelijk naar de klanten."

3 Het verzoek

3.1.

CRH verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voorwaardelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met primair artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW dan wel onderdeel h BW, met veroordeling van [verweerder] tot betaling van de proceskosten.

3.2.

Onder verwijzing naar de resultaten van Hoffmann Bedrijfsrecherche stelt CRH dat voortzetting van het dienstverband met [verweerder] van haar redelijkerwijs niet meer gevergd kan worden. CRH stelt dat primair sprake is van verwijtbaar handelen van [verweerder] ex artikel 7:669 lid 3 sub e BW en subsidiair van andere omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub h BW.

3.3.

CRH wijst er - samengevat weergegeven - op dat:

- [verweerder] (stiekem) actief betrokken is geweest bij NVB, BMN en Concrete People, terwijl de arbeidsovereenkomst een verbod tot het verrichten van nevenactiviteiten bevat en daarmee sprake is van onethisch gedrag en belangenverstrengeling;

- er in het algemeen en in Hal E onder leiding en toezicht van [verweerder] (al dan niet tezamen met de [broers] ) onrechtmatige gedragingen c.q. onregelmatigheden jegens CRH hebben plaatsgevonden die [verweerder] nagelaten heeft te melden;

- [verweerder] in het kader van het onderzoek door Hoffmann Bedrijfsrecherche onwaarheden heeft verteld en heeft nagelaten volledige openheid van zaken te geven.

Deze omstandigheden maken naar stelling van CRH dat zij het vertrouwen in [verweerder] volledig verloren heeft en sprake is van een volstrekt onhoudbare arbeidssituatie. Zij merkt daarbij op dat juist van een medewerker die het boegbeeld was en is voor de plant in Veenoord onberispelijk voorbeeldgedrag mag worden verwacht en [verweerder] dit volstrekt niet heeft waargemaakt.

3.4.

Gelet op de (ernstige) verwijtbaarheid van [verweerder] is er voor toekenning van enig bedrag aan vergoeding naar stelling van CRH geen plaats. Mocht de kantonrechter wel tot toekenning van een vergoeding over gaan, verzoekt CRH die vergoeding niet eerder opeisbaar te verklaren dan nadat onherroepelijk in rechte is komen vast te staan dat van een rechtsgeldig ontslag op staande voet geen sprake is. Ook verzoekt CRH bij de (voorwaardelijke) ontbinding conform artikel 7:671b lid 8 sub b BW geen rekening te houden met de geldende opzegtermijn.

4 Het verweer

4.1.

[verweerder] doet primair een beroep op niet-ontvankelijkheid van het voorwaardelijk verzoek en stelt daarbij dat een voorwaardelijke ontbinding niet (langer) in het systeem van de wet past. [verweerder] concludeert subsidiair tot afwijzing van het verzoek. Bij toewijzing verzoekt [verweerder] meer subsidiair rekening te houden met de opzegtermijn en CRH te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding, een en ander met een veroordeling van CRH tot de reële proceskosten van € 25.000,00.

4.2.

[verweerder] voert - samengevat weergegeven - aan dat bij CRH sprake is van slecht werkgeverschap en zij hem ten onrechte neerzet als een crimineel. [verweerder] is daarentegen altijd een positief en integere aan CRH loyale werknemer geweest. [verweerder] betwist de door CRH gemaakte verwijten en betwist in het algemeen dat hij verwijtbaar heeft gehandeld.

4.3.

[verweerder] stelt dat hij - tot de komst van het rapport Hoffmann I - niets wist van de aan de [broers] gemaakte verwijten omtrent de staaltransacties dan wel dat hij hiermee enige bemoeienis heeft gehad. [verweerder] maakt verder bezwaar tegen het door Hoffmann Bedrijfsrecherche gevoerde onderzoek en stelt dat het gesprek op 19 november 2015 voor hem aanvoelde als een intimiderend verhoor waarbij de door hem gedane uitlatingen tendentieus zijn vastgelegd en hij gedwongen werd om het verslag direct te tekenen. De in het rapport opgenomen verklaringen van hem kloppen naar stelling van [verweerder] niet en hij wijst daarbij tevens op het gebrek aan hoor en wederhoor. [verweerder] merkt hierbij ook op dat CRH zijn aanbod heeft geweigerd om na dit verhoor volledige openheid van zaken te geven.

4.4.

[verweerder] erkent dat hij wist dat [broer 2] werkzaamheden voor de Buigcentrale, een bedrijfsonderdeel van CRH, uitbesteedde aan de tegenover de locatie van de Buigcentrale gelegen zogenoemde Hal E. Dit betrof met name werk dat gedaan werd door NVB. Met deze werkzaamheden was er wat [verweerder] betreft echter geen sprake van ongeoorloofde (neven) activiteiten noch belangenverstrengeling aan zijn kant en evenmin sprake van onregelmatigheden. De uitbesteding van werk moet naar stelling van [verweerder] enkel geplaatst worden in het licht van enerzijds de beoogde overname van de Buigcentrale door de [broers] en anderzijds het feit dat de Buigcentrale al het werk dat zij in opdracht kreeg niet zelf kon uitvoeren. Dit betrof aldus [verweerder] dan met name externe werken. Toen bleek dat voor intern gebruik bewapening aan NVB werd geleverd, heeft hij (i.v.m. het gebrek aan KOMO-certificering) ingegrepen.

4.5.

[verweerder] stelt verder dat zijn partner en niet hij (direct) betrokken is bij HACO en hij al zijn aandelen in Concrete People heeft overgedragen aan zijn partner. Hij heeft geen enkel financieel belang meer in Concrete People. Nog los van het feit dat CRH voor de activiteiten van Concrete People toestemming heeft verleend, is zijn bemoeienis dan wel betrokkenheid (bij de aandeelhouders) volgens [verweerder] hoe dan ook niet aan te merken als verboden betaalde nevenactiviteiten. Dat hij actief betrokken zou zijn bij NVB of BMN blijkt volgens [verweerder] niet uit het onderzoek van Hoffmann Bedrijfsrecherche.

4.6.

Hoewel [verweerder] betwist dat hij toestemming heeft gegeven voor de kennisname van de WhatsApp berichten, blijkt uit deze berichten niet van onregelmatigheden waarmee het belang van CRH te kort is gedaan.

5 De beoordeling

5.1.

Op de (verdere) stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hieronder nader ingegaan.

5.2.

De kantonrechter heeft zich er van vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

5.3.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen (voorwaardelijk) moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671 b BW. De voorwaarde heeft CRH omschreven in het verzoekschrift in de aanhef en in onderdeel 20. CRH stelt belang te hebben bij de door haar gevraagde ontbinding voor het geval in rechte onherroepelijk mocht komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door het ontslag op staande voet.

5.4.

In het kader van het inmiddels vervallen artikel 7:685 BW is aanvaard dat een werkgever, nadat een werknemer de nietigheid van een ontslag op staande voet heeft ingeroepen, een gerechtvaardigd belang kan hebben bij voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, namelijk voor het geval de arbeidsovereenkomst blijkt niet te zijn geëindigd door dat ontslag (zie: HR 21 oktober 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4670; NJ 1984/296). De kantonrechter ziet geen reden om voor de verzochte ontbinding met toepassing van artikel 7:671b BW tot een ander oordeel te komen. Bij beschikking van vandaag (zaaknummers: 4729733 AR VERZ 16-27 e.v.) heeft de kantonrechter geoordeeld dat het door CRH aan [verweerder] op 15 december 2015 op staande voet gegeven ontslag rechtsgeldig is geweest. Aangezien [verweerder] de mogelijkheid heeft om rechtsmiddelen aan te wenden tegen laatstgenoemde beschikking, heeft CRH belang bij haar onderhavige verzoek omdat na hoger beroep, cassatie en verwijzing na cassatie kan komen vast te staan dat het ontslag op staande voet van 15 december 2015 niet terecht is geweest. CRH heeft belang om nu - en niet pas wanneer het geschil oud en belegen is geworden en na toepassing van artikel 7:683 lid 3 en 4 BW - een oordeel van de kantonrechter te krijgen over het geschil onder wegdenking van het ontslag op staande voet.

De kantonrechter passeert daarom het primaire verweer van [verweerder] en gaat over tot de inhoudelijke behandeling van het verzoek van CRH.

5.5.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling van het verzoek voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat uit artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW, door CRH primair aan haar verzoek ten grondslag gelegd, volgt dat van de hierin genoemde "redelijke grond" voor een ontbinding slechts sprake kan zijn indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer dat zodanig is dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter bestaat er een redelijke grond voor ontbinding, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e BW, om welke reden herplaatsing van [verweerder] niet in de rede ligt. Als in de beschikking van vandaag (zaaknummers: 4729733 AR VERZ 16-27 e.v.) ten aanzien van de dringende reden in het kader van het ontslag op staande voet is overwogen, valt naar het oordeel van de kantonrechter ook in dit verzoek uit de vaststaande feiten af te leiden dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] . Voor de verdere motivering verwijst de kantonrechter naar wat in die beschikking is overwogen, meer in het bijzonder de rechtsoverwegingen 5.5 tot en met 5.8.

5.7.

De slotsom is dat de kantonrechter het (voorwaardelijk) verzoek van CRH op de primaire grondslag zal toewijzen. Omdat naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [verweerder] , zal de kantonrechter overeenkomstig het verzoek van CRH met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, de ontbindingsdatum bepalen op 1 mei 2016. Vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] ziet de kantonrechter geen aanleiding om aan [verweerder] de transitievergoeding, laat staan een billijke vergoeding, toe te kennen. Zijn meer subsidiaire verzoeken in de onderhavige zaak zullen worden afgewezen.

5.8.

Omdat aan de ontbinding geen vergoeding zal worden ontbonden, hoeft CRH geen gelegenheid te krijgen haar (voorwaardelijk) verzoek in te trekken.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van [verweerder] , omdat hij ongelijk krijgt.

Deze worden aan de zijde van CRH conform de gebruikelijke tarieven vastgesteld op

griffierecht € 117,00

salaris gemachtigde € 500,00

---------------

€ 617,00

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk, voor het geval in rechte onherroepelijk mocht komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd door het ontslag op staande voet, met ingang van 1 mei 2016;

6.2.

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de CRH vastgesteld op € 617,00;

6.3.

wijst de overige verzoeken af.

Aldus gegeven te Assen en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2016 door

mr. R. Tj. Terpstra, kantonrechter.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature