Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Aanbesteding. Ongeldige inschrijving.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: 110792 / KG ZA 15-122

Vonnis in kort geding van 26 augustus 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OOSTERHOF HOLMAN BETON- EN WATERBOUW B.V.,

gevestigd te Harlingen,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. F.W.K. Rameau te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ASSEN,

zetelende te Assen,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. W.M. Ritsema van Eck te Leiden,

waarin als tussenkomende partij deelneemt:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN HATTUM EN BLANKEVOORT B.V.,

gevestigd te Beverwijk,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. S.G. Tichelaar te Rotterdam.

Partijen worden hierna "Oosterhof Holman", "de gemeente" en "VHB" genoemd.

1 De procedure

1.1.

Oosterhof Holman heeft de gemeente in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare terechtzitting van 12 augustus 2015.

1.2.

Oosterhof Holman heeft toen op de bij dagvaarding vermelde gronden gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. de gemeente verbiedt de opdracht op basis van het voorlopige gunningsvoornemen van 19 juni 2015 definitief te gunnen aan VHB;

II. de gemeente gebiedt de inschrijving van Oosterhof Holman geldig te verklaren en de gemeente gebiedt, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, de opdracht aan Oosterhof Holman te gunnen;

subsidiair:

III. de gemeente gebiedt een heraanbesteding uit te voeren, indien de gemeente de opdracht alsnog wenst te gunnen;

primair en subsidiair:

IV. alles op straffe van een aan Oosterhof Holman te verbeuren dwangsom van

€ 100.000,-, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom, voor iedere dag dat de gemeente hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft;

V. de gemeente veroordeelt in de kosten van het geding;

VI. de gemeente veroordeelt in de nakosten, ten bedrage van € 131,- zonder betekening en ten bedrage van € 199,- met betekening, laatstbedoeld bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover de gemeente niet binnen (de wettelijke termijn van) twee dagen, althans een door de voorzieningenrechter redelijk geachte termijn, na betekening van het in dezen te wijzen vonnis heeft voldaan.

1.3.

VHB heeft een incidentele conclusie tot (primair) tussenkomst c.q. (subsidiar) voeging genomen, waarin zij vordert dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

in het incident:

primair: VHB toestaat tussen te komen in het geding tussen Oosterhof Holman en de gemeente, subsidiair: VHB toestaat zich te voegen aan de zijde van de gemeente in het geding tussen Oosterhof Holman en de gemeente;

in de hoofdzaak:

1. Oosterhof Holman niet ontvankelijk verklaart in haar vorderingen, althans deze afwijst;

2. de gemeente verbiedt de opdracht aan een ander te gunnen dan VHB, voor zover de gemeente de opdracht nog wenst te vergeven, en Oosterhof Holman, voor zover nodig, gebiedt te gehengen en te gedogen dat de opdracht aan VHB wordt gegund;

zowel in het incident als in de hoofdzaak:

Oosterhof Holman veroordeelt in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten ten

bedrage van € 131,- zonder betekening en € 199,- met betekening van het in dezen te wijzen

vonnis, onder bepaling dat als niet binnen twee weken na datum vonnis aan de

proceskostenveroordeling is voldaan, daarover de wettelijke rente verschuldigd is;

1.4.

Ter terechtzitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, waarbij de advocaten van partijen gebruik hebben gemaakt van pleitaantekeningen. De gemeente concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Oosterhof Holman, met veroordeling van Oosterhof Holman in de kosten van het geding. De gemeente refereert zich ten aanzien van de vordering van VHB strekkende tot tussenkomst/voeging.

1.5.

De voorzieningenrechter heeft VHB ter zitting toegestaan om tussen te komen in de procedure in de hoofdzaak.

1.6.

Het vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

De gemeente heeft een onderhandse aanbestedingsprocedure conform Hoofdstuk 7 van het ARW 2012 uitgeschreven voor de opdracht tot het ontwerpen, realiseren en meerjarig onderhouden van een sluis, een stuw en een riool, waarbij tevens de openbare ruimte dient te worden heringericht en het Havenkanaal te Assen deels dient te worden gebaggerd. Het te realiseren Werk, Sluis Havenkwartier, alsmede herinrichting Openbare Ruimte betreft een onderdeel van het project 'De Blauwe As'.

2.2.

De gemeente heeft ten behoeve van de aanbestedingsprocedure door middel van verloting een vijftal (potentiële) inschrijvers geselecteerd, waaronder Oosterhof Holman en VHB. De notaris heeft ten behoeve van de verloting een - aan het proces-verbaal van verloting d.d. 29 januari 2015 - aangehechte startlijst van gelijke datum opgesteld, waarop als nummer 10 is vermeld: Van Hattum en Blankevoort bv / KWS Infra bv. Op de eveneens aan dit proces-verbaal gehechte eindlijst verloting is als nummer 2 vermeld: Van Hattum en Blankevoort.

2.3.

De gemeente heeft een Inschrijvingsleidraad opgesteld, waarin - voor zover van belang - is vermeld:

(…)

Doel aanbesteding

Doel van de aanbesteding is het verkrijgen van de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) voor de realisatie van het Werk en het Meerjarig Onderhoud.

(…)

2.2.

Globale beschrijving van het Werk

De vraagspecificatie bevat een meer gedetailleerde omschrijving van het werk en de achtergronden. Binnen de scope vallen o.a.:

 Het uitwerken/ontwerpen van het aanbiedingsontwerp tot een definitief ontwerp.

 Het uitwerken/ontwerpen van het definitief ontwerp tot een uitvoeringsontwerp.

 Het uitwerken/ontwerpen van het Schetsontwerp/Aanbiedingsontwerp van de herinrichting van een deel van de Van Hobokenstraat en de Havenkade.

(…)

2.4.

Tijdsbesteding

De uitvoering van het Werk, inclusief voorbereiding, is gepland van juni 2015 t/m december 2016. Het Meerjarig onderhoud eindigt in 2036, 20 jaar na datum van de oplevering van het werk.

(…)

3.5.

Beoordeling inschrijvingen

De inschrijvingen worden beoordeeld op het aspect "Economisch Meest Voordelige Inschrijving" (EMVI). Ten behoeve hiervan worden eerst de kwalitatieve aspecten van de inschrijving beoordeeld aan de hand van het door de Inschrijvers in te dienen projectvoorstel. Beoordeling vindt plaats in de weken 17 en 18 door een commissie bestaande uit 5 personen. De commissie zal aan de inschrijvingen waarderingen toekennen op de wijze zoals beschreven in hoofdstuk 4.

(…)

4. Beoordelingsmethodiek en gunning

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de beoordeling van de ingediende stukken en de beoordelingsmethodiek om te komen tot de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI).

4.1.

Toets op volledigheid, geldigheid en juistheid

De door de Inschrijvers ingediende stukken worden getoetst op volledigheid, geldigheid en juistheid. (…)

4.3.

Projectvoorstel

Voor het onderdeel kwaliteit kan in totaal een fictieve korting worden behaald van € 1.800.000,-. Van elke inschrijver wordt een projectvoorstel verlangd. Het projectvoorstel dient maximaal uit 15 pagina's (A4) te bestaan exclusief eventuele bijlagen. Het aantal pagina's in de bijlagen dient maximaal 10 te zijn. Het projectvoorstel dient te bestaan uit de onder par. 4.4. genoemde aspecten A, B en C.

Voor het onderdeel A: Ontwerp Sluis Havenkwartier dienen de volgende stukken te worden aangeleverd:

 Ontwerp van Sluis Havenkwartier vanuit 4 gezichtspunten. De exacte locaties staan in bijlage 3 waarbij voor elk gezichtspunt geldt dat zowel de dag- als avond/nachtsituatie (incl verlichting) moet worden weergegeven.

 Sfeer- of referentiebeelden van beeldbepalende details (o.a. leuningen, balustrade, bewegingswerk, verlichting).

 Tekeningen inpassing Sluis in omgeving 1:100.

 Tekeningen Sluisontwerp schaal 1:50 op overzichtsblad A1/A0 formaat.

 Schetsontwerp principeoplossing omloopriool 1:100.

 Schetsontwerp principeoplossing Stuw 1:100.

 Schetsontwerp principeoplossing HWA-riool 1:100.

 Bestandsformaat: pdf.

(…)

4.4.

EMVI-criteria

De beoordeling van de kwaliteit vindt plaats op basis van de volgende aspecten:

A. Het ontwerp van de Sluis Havenkwartier

In het projectvoorstel dient de visie van de Inschrijver, en de wijze waarop in het ontwerp invulling wordt gegeven aan de beeldkwaliteit zoals beschreven in het Ambitiedocument Sluis Havenkwartier, te worden beschreven. Alsmede een beschrijving van de wijze waarop de Inschrijver het eigen proces en organisatie inricht, teneinde de ambitie van de gemeente als geformuleerd in het Ambitiedocument te bereiken.

Hierbij moet ruim inzicht worden gegeven, over de door de Inschrijver aan te bieden beeldkwaliteit.

Het projectvoorstel omvat eveneens:

 Een beschrijving van de wijze waarop de eisen, randvoorwaarden en ambities van de opdrachtgever op het gebied van vormgeving zijn geïnterpreteerd en vertaald in het ontwerp;

 Een onderbouwing dat het voorontwerp voldoet (en/of gaat voldoen) aan de functionele en technische eisen van de opdrachtgever;

 Een beschrijving van de bediening van de sluis;

 Een beschrijving van de wijze waarop de sluis zal worden gerealiseerd;

 Een omschrijving van de toe te passen materialen;

 Een (globale) planning van het totale werk;

De beoordeling van het ingediende ontwerp vindt plaats op de volgende aspecten, zoals deze ook worden beschreven en nader toegelicht in het Ambitiedocument Sluis Havenkwartier (inpassing in omgeving en beeldkwaliteit).

 Identiteit van de Havenkom; sub-aspecten zijn hierbij de genoemde aspecten in het Ambitiedocument (o.a. mate van havenstedelijke sfeer (zuidzijde) en "ontspannen havensfeer noordzijde").

 Ruimtelijk beeld: sub-aspecten zijn hierbij de genoemde aspecten in het Ambitiedocument (o.a. mate van inpassing Sluis en open ruimtelijk beeld).

 Elementen: sub-aspecten zijn hierbij de genoemde aspecten in het Ambitiedocument (o.a. mate van integratie van elementen en bedieningsobject/besturingskast).

Al deze aspecten wegen als onderdeel van de beoordeling even zwaar mee en de beoordelingscommissie zal op basis van consensus tot de volgende cijfers voor een kwaliteitsscore komen:

 Een 6 voor een aanbieding die matig overeenstemt (net voldoende) met het gevraagde en het Ambitiedocument;

 Een 7 voor een aanbieding die voldoende overeenstemt met het gevraagde en het Ambitiedocument;

 Een 8 voor een aanbieding die goed overeenstemt met het gevraagde en het Ambitiedocument;

 Een 9 voor een aanbieding die zeer goed overeenstemt met het gevraagde en het Ambitiedocument;

 Een 10 voor een aanbieding die onderscheidend en uitstekend overeenstemt met het gevraagde en het Ambitiedocument.

B. Beheersing planningsrisico's

(…)

C. Kosten Meerjarig Onderhoud

(…)

4.5.

Criteria

Voor het onderdeel kwaliteit kunnen in totaal 100 punten worden behaald. Eén kwaliteitspunt staat gelijk aan € 18.000,-. Voor de kwaliteitsscore zal de beoordelingscommissie het bij inschrijving in te dienen projectvoorstel beoordelen op de aspecten A, B en C.

Aan de voorstellen worden per aspect hele cijfers toegekend vanaf de waardering 6 t/m 10.

2.4.

De gemeente heeft ten behoeve van de aanbestedingsprocedure tevens een Vraagspecificatie opgesteld, bevattende de eisen die de gemeente als Opdrachtgever aan het Werk en het Meerjarig Onderhoud stelt. In dit document is - voor zover van belang - vermeld:

1. Projectomschrijving

1.1.

Identificatie

Het betreft een UAV-GC-contract voor de Blauwe As, Sluis Havenkwartier te Assen, overeenkomstnummer 2014-05. Het gaat daarbij om het uitwerken van een Voorlopig Ontwerp (VO) tot een definitief ontwerp tot een uitvoering gereed ontwerp, het aanleggen van de nieuwe schutsluis, het aanpassen van het rioolstelsel en de herinrichting van de openbare ruimte binnen de systeemgrens. Tevens dient er Meerjarig Onderhoud voor de subsystemen Sluis Havenkwartier en Riool te worden uitgevoerd.

(…)

1.2.2.

Gewenste situatie

In de gewenste situatie van het project "De Blauwe As" is Het Kanaal vanaf het Havenkwartier tot aan de Vaart met bruggen en sluizen bevaarbaar gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om het centrum van de stad te bereiken met een rondvaartboot en kan een recreatievaarder die met een recreatieve motorboot de binnenstad aandoet ook door Assen heen gaan varen. Op die manier zijn de functionele en historische betekenissen van Het Kanaal in de stad weer teruggebracht.

(...)

Om de juiste handvatten te geven aan het eindbeeld heeft de Opdrachtgever o.a. een ambitiedocument "Sluis Havenkwartier, Blauwe As, Inpassing in omgeving en beeldkwaliteit" opgesteld. Dit document omschrijft het eindbeeld van het Werk op de juiste wijze. Het ontwerp dient te passen in de visie van deze documenten.

(…)

Om een beeld te geven van de te realiseren gewenste situatie van het Werk zijn in onderstaande tabel de hoofdmaatregelen in het kort weergegeven.

Maatregelen

Beschrijving maatregel

Realiseren sluis

Aan te brengen sluis en benodigde voorzieningen om de sluis te laten functioneren (zoals aandrijvings- en bewegingswerken, bedienings- en besturingssystemen) en om de veiligheid van de gebruikers + passanten te borgen (zoals constructieve veiligheid, veiligheidsvoorzieningen op en aan de sluis, aanstuurmogelijkheden voor de gebruikers).

Verrichten wegaanpassingen

Benodigde wegaanpassingen, inclusief voorzieningen, inpasbaar te maken in de weginfrastructuur, waarbij het comfort en de veiligheid van de weggebruiker geborgd is.

Herinrichten van de openbare ruimte

Benodigde herinrichting van de noordzijde en de zuidzijde van het Havenkanaal, zoals weergegeven in het Voorlopig Ontwerp volgens bijlage 01.

Verrichten vaarwegaanpassingen

Benodigde vaarwegaanpassingen om de Sluis, inclusief voorzieningen inpasbaar te maken in de vaarweginfrastructuur, waarbij het comfort en de veiligheid van de vaarweggebruiker geborgd is.

Riolering

Benodigde aanpassingen aan Riolering, waaronder het verlengen van het bestaande rioolstelsel aan de zuidzijde van het Havenkanaal tot voorbij de sluis en een aansluiting realiseren van het rioolstelsel aan het bergbezinkbassin, inclusief afsluiting- en inspectiemogelijkheden.

Sanering

Benodigde sanering ter plaatse van oliespots langs de Havenkade.

Groeninpassing

Bermen en taluds zijn aangepast en ingericht volgens de bij deze vraagspecificatie behorende bijlagen. Handboek Openbare Ruimte (bijlage 05) en PVE Groen (bijlage 06).

(…)

1.4.

Scope van het werk

De opdrachtnemer dient het ambitiedocument "Sluis Havenkwartier", Blauwe As, Inpassing in omgeving en beeldkwaliteit", in combinatie met het Voorlopig Ontwerp openbare ruimte voor Sluis Havenkwartier, ten behoeve van de Sluis tot een Definitief Ontwerp, een Uitvoeringsontwerp en deze vervolgens uit te voeren, zodat de hiervoor beschreven gewenste situatie, paragraaf 1.2.2. (gewenste situatie) is gerealiseerd.

(…)

Binnen de scope vallen:

1. Het maken van een schetsontwerp van de nieuw te bouwen sluis tijdens de aanbiedingsfase;

2. Het uitwerken van het Aanbiedingsontwerp of Voorontwerp tot een Definitief Ontwerp voor Vaar infra, Weg infra (Openbare Ruimte), Bodem en de Sluis;

3. Het Definitief Ontwerp uitwerken tot een Uitvoeringsontwerp voor Vaar infra, Weg infra (Openbare Ruimte), Bodem en de Sluis;

4. Het realiseren van Vaar infra, Weg infra (Openbare Ruimte), Bodem en de Sluis.

(…)

1.5.

Bijzonderheden

Het Werk "Blauwe As "Sluis Havenkwartier" is om meerdere redenen bijzonder te noemen:

Het Werk maakt onderdeel uit van een groter geheel, namelijk het project De Blauwe As. Dit houdt in dat er eenheid moet zijn tussen de verschillende "deelwerken" die het project De Blauwe As" kent. De eenheid die de Opdrachtgever wenst, wordt omschreven in het ambitiedocument.

Dit Werk zal deels gelijktijdig in uitvoering zijn met de overige "deelwerken" van het project De Blauwe As. Dit vergt voor alle partijen de nodige afstemming.

Mede doordat er zowel realisatie als Meerjarig Onderhoud in dit Werk verwerkt zijn, zijn er veel ontwerpvrijheden voor de Sluis met al haar functionaliteiten. Hierdoor worden er veel ontwerpkeuzen, maar ook risico's bij de Opdrachtnemer neergelegd.

De crisis- en herstelwet is van toepassing op dit werk, zie bijlage 07.

(…)

1.6.2.

BIJLAGEN BIJ DE VRAAGSPECIFICATIE

De Opdrachtgever stelt de bijlagen beschikbaar. Bijlagen die betrekking hebben op:

Documenten met eisen

De producten en realisatie daarvan dienen te voldoen aan deze eisen. De Opdrachtgever gebruikt deze Documenten om producten te toetsen.

Documenten met referentie-eisen

Afwijking van deze eisen is toegestaan, mits afdoende is aangetoond dat de ontwerpkeuze minimaal Technisch gelijkwaardig is en de gevolgen binnen de gestelde waarden blijven.

Documenten met informatie

De Opdrachtnemer mag deze gegevens voor eigen rekening en risico gebruiken. De Opdrachtnemer Blijft verantwoordelijk voor het verkrijgen van de benodigde gegevens.

Onderstaand overzicht zijn de bij de Vraagspecificatie gevoegde bijlagen weergegeven. Voor een aantal documenten is de relevantie beschreven.

Titel

Datum/versie

Bijlage

Relevantie

Ambitiedocument "Sluis Havenkwartier"

Oktober 2014

01

1

(…)

(…)

(…)

(…)

Voorlopig Ontwerp (VO) Havenkwartier

03-02-2015

09

1

(…)

Toelichting op de relevantie van de documenten:

1. Document met eisen.

2. Document met referentie-eisen.

3. Document met informatie.

(…)

2.1.

Systeem

2.1.1.

Systeemgrenzen

Het Werk Sluis Havenkwartier wordt het "Systeem Havenkwartier" genoemd. (…)

2.4.

O0 Systeem Havenkwartier

(…)

Nummer Objecteisen

(…)

O0.Ob7 Het Systeem dient dusdanig ontworpen te worden, dat wordt voldaan aan het ambitiedocument volgens bijlage 01 en het Voorlopig Ontwerp openbare ruimte volgens bijlage 09.

2.5.1.

Object O11 Oevervoorzieningen

(…)

Nummer Objecteisen

(…)

O11.Ob5 De nieuw te realiseren oevervoorziening dient ontworpen te worden conform bijlagen 01, 09, 10, 11 en 12

(…)

2.6.

Subsysteem O2 weg infra

(…)

Nummer Objecteisen

O2.Ob1 Alle weginfra dient te worden ontworpen en gerealiseerd conform het Voorlopig Ontwerp conform bijlage 09 en 10.

(…)

2.8.

Subsysteem O4 Sluis Havenkwartier

(…)

Nummer Objecteisen

(…)

O4.Ob10 De inrichting van de openbare ruimte rondom de sluis dient te voldoen aan het VO conform bijlage 01 en 09.

(…)

2.5.

Er is een aantal Nota's van Inlichtingen verschenen, waarbij de gemeente op vragen van inschrijvers is ingegaan.

- 2 e Nota van inlichtingen, vraag 7:

Vraag: Op pagina 7 van de Vraagspecificatie wordt gevraagd:

"De opdrachtnemer dient het ambitiedocument "Sluis Havenkwartier", Blauwe As, Inpassing in omgeving en beeldkwaliteit" in combinatie met het Voorlopig Ontwerp openbare ruimte voor Sluis Havenkwartier, ten behoeve van de Sluis tot een Definitief Ontwerp, een Uitvoeringsontwerp en deze vervolgens uit te voeren, zodat de hiervoor beschreven gewenste situatie, paragraaf 1.2.2 (gewenste situatie) is gerealiseerd". Deze gewenste situatie voor de openbare ruimte wordt een pagina eerder als volgt omschreven: 'Benodigde herinrichting van de noordzijde en de zuidzijde van het Havenkanaal, zoals weergegeven in het Voorlopig Ontwerp volgens bijlage 01'.

Is het toegestaan om beargumenteerd af te wijken van het Voorlopig Ontwerp uit bijlage 01, en zo ja, onder welke voorwaarden?

Antwoord: Nee, de inschrijving dient te worden afgestemd op de verstrekte bijlagen. Indien de ON na opdrachtverlening tot een optimalisatie kan komen, dan dient dit conform de UAV-GC, door middel van een verzoek tot wijziging tot stand te komen.

Voor het voorlopig ontwerp volgens bijlage 01 dient te worden gelezen schetsontwerp conform bijlage 09.

- 2 e Nota van Inlichtingen, vraag 45:

Vraag: Bijlage 9 t/m 12 hebben relevantiecode 1. In de eerste alinea wordt gesteld dat de producten en realisaties dienen te voldoen aan deze bijlagen. Kan OG toelichten welke ontwerpvrijheden zij ziet?

Antwoord: Het nader op te stellen DO dient minimaal te voldoen aan het gestelde in de vraagspecificatie. De ontwerpvrijheid is omschreven in paragraaf 4.3. van de inschrijvingsleidraad. Indien Opdrachtnemer (inschrijver) nog een optimalisatie kan realiseren, dient zij dit via haar inschrijving (o.a. het EMVI-aspect A 'Ontwerp sluis Havenkwartier') kenbaar te maken en is het gestelde in lid 2 van artikel 3 uit de Basisovereenkomst van toepassing.

- 2 e Nota van Inlichtingen, vraag 124:

Vraag: Aan weerszijden van de sluis staan 'witte vlakken' aangegeven. Deze komen niet terug in de legenda. Hebben wij voor deze 'witte vlakken' volledige ontwerpvrijheid?

Antwoord: Voor zover er wordt voldaan aan de eisen uit het contract heeft de ON hier een ontwerpvrijheid.

- 2 e Nota van Inlichtingen, vraag 144:

Vraag: Bijlage 9 heeft als benaming schetsontwerp. In de Vraagspecificatie heeft (blz. 11) het de benaming Voorlopig Ontwerp. Welke benaming is leidend? Of anders wat is het verschil?

Antwoord: Bijlage 9 (schetsontwerp). Moet qua maatvoering voldoen aan het gestelde in de Vraagspecificatie. De overige maatvoering te herleiden uit het schetsontwerp is ondergeschikt aan het DO van de ON.

- 2 e Nota van Inlichtingen, vraag 145:

Vraag: Op welke wijze zijn de eisen uit de Vraagspecificatie en geldende regelgeving geverifieerd in het beschikbaar gestelde VO van bijlage 9 t/m 12. Kunnen we de resultaten van de verificatie ontvangen?

Antwoord: De ON dient haar in te dienen ontwerp te verifiëren aan de vigerende normen en richtlijnen, deze slag is nog niet gemaakt in het voorgelegde VO.

- 3 e Nota van Inlichtingen, vraag 7:

Vraag: Hoe dienen wij "Een onderbouwing dat….van de opdrachtgever" aan te geven? Als een verificatiematrix waarin wij aantonen dat aan alle eisen wordt voldaan?

Antwoord: Het is niet de bedoeling dat de ON in dit stadium al compleet uitvoering geeft aan de "verificatie" zoals geëist in de vraagspecificatie. OG wil wel graag inzicht in en/of beschrijving van, hoe de ON is gekomen tot zijn aanbiedingsontwerp en hoe dit ontwerp voldoet en/of gaat voldoen aan de gestelde eisen in het contract.

2.6.

De gemeente heeft een basisovereenkomst voor het Werk opgesteld. In artikel 5 van de ze basisovereenkomst, onder het kopje "Ontwerpwerkzaamheden" is vermeld:

1. De Vraagspecificatie bestaat uit het programma van eisen.

2. In het kader van deze Overeenkomst dient de Opdrachtnemer de volgende Ontwerpwerkzaamheden te verrichten:

3. het uitwerken van het programma van eisen tot een voorlopig ontwerp, definitief ontwerp en een uitvoeringsontwerp.

2.7.

De gemeente heeft bij de aanbestedingsstukken (als bijlage 09) het volgende Schetsontwerp gevoegd.

2.8.

Bij het Ambitiedocument (bijlage 01) was de volgende tekening gevoegd (op pagina 10):

2.9.

Op 6 mei 2015 heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is een proces-verbaal van aanbesteding opgesteld. Hierin is - deels verkort weergegeven - de volgende staat opgenomen:

Inschrijver

Ingediende inschrijvingssom

Behaalde kwaliteitspunten

Behaalde kwaliteit obv

€ 18.000/punt

Evaluatieprijs

Ranking obv evaluatieprijs

Van den Herik

€ 5.524.000,-

50

€ 900.000,-

€ 4.624.000,-

5

Van Hattum en Blankevoort/KWS Infra bv

€ 5.400.000,-

85

€ 1.530.000,-

€ 3.870.000,-

2

Oosterhof-Holman Beton- en Waterbouw bv

€ 4.875.000,-

70

€ 1.260.000,-

€ 3.615.000,-

1

Jansen Venneboer

€ 5.450.000,-

60

€ 1.080.000,-

€ 4.370.000,-

4

Roelofs Beheer/J.C. Krans

€ 5.177.000,-

50

€ 900.000,-

€ 4.277.000,-

3

Ter zake de inschrijving van Oosterhof Holman is daarbij vermeld:

- Visie op inpassing en beeldkwaliteit stemt goed overeen met het gevraagde in het Ambitiedocument

- Camperplaatsen goed ingepast

- Verschil noord- en zuidzijde komt onvoldoende naar voren. Oost-West (overgangspunt) wel een duidelijke en goede keuze.

- Integratie elementen (hekverdeling en verlichting) is matig.

- Beschrijving visie minder goed verwoord echter ontwerp is onderscheidend en passend in het Ambitiedocument.

2.10.

De gemeente heeft Oosterhof Holman bij brief van 11 mei 2015 medegedeeld dat de door haar ingediende inschrijving, op basis van EMVI, heeft geleid tot de laagste evaluatieprijs en dat de gemeente daarom voornemens is om de opdracht aan Oosterhof Holman te gunnen.

2.11.

Op 30 mei 2015 heeft de gemeente van één van de inschrijvers, VHB, een dagvaarding ontvangen, met daarin - onder meer - de klacht dat de inschrijving van Oosterhof Holman niet zou voldoen aan de gestelde eisen. Naar aanleiding van deze klacht heeft de gemeente de inschrijvingen opnieuw getoetst aan de gestelde eisen. Uit deze hertoetsing is de gemeente gebleken dat de inschrijving van Oosterhof Holman niet voldoet en alsnog ongeldig moet worden verklaard. In het verlengde hiervan heeft de gemeente op 18 juni 2015 een nieuw proces-verbaal van aanbesteding opgesteld, waaruit volgt dat VHB de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Oosterhof Holman is in dit proces-verbaal niet meer als inschrijver vermeld.

2.12.

De gemeente heeft Oosterhof Holman vervolgens bij brief van 19 juni 2015 medegedeeld:

"(…) Op 30 mei 2015 ontvingen wij een dagvaarding van één van de andere inschrijvers, met (onder meer) de klacht dat uw ontwerp niet voldoet aan de gestelde eisen. Naar aanleiding van deze klacht hebben wij de inschrijving opnieuw getoetst aan de gestelde eisen, specifiek de eis dat wordt voldaan aan het Voorlopig Ontwerp (VO) dat als bijlage 09 bij de Vraagspecificatie was gevoegd (onder andere Objecteis O0.Ob7.).

(…)

Uit de toets aan het Voorlopig Ontwerp blijkt dat uw ontwerp niet voldoet aan het Voorlopig Ontwerp. Uw inschrijving is derhalve ongeldig.

Dat het ingediende ontwerp dient te voldoen aan het Voorlopig Ontwerp van Bijlage 09 van de Vraagspecificatie volgt in ieder geval uit de volgende passages uit de Vraagspecificatie:

 Vraagspecificatie, Objecteisen, paragraaf 2.4 O0 Systeem Havenkwartier

O0.Ob7: Het systeem dient dusdanig ontworpen te worden, dat wordt voldaan aan het ambitiedocument volgens bijlage 1 en het Voorlopig Ontwerp volgens bijlage 09.

 Vraagspecificatie, Objecteisen, paragraaf 2.6. Subsysteem 02 Weg Infra:

O2.Ob1: alle weginfra dient ontworpen en gerealiseerd conform het Voorlopig Ontwerp conform bijlage 09 en 10.

 Hoofdstuk 1, Projectomschrijving, paragraaf 1.1.:

(…)

 Hoofdstuk 1, Scope van het werk, paragraaf 1.4.:

(…)

 In de Nota van Inlichtingen 2 is over deze passage een vraag gesteld:

(…)

 Paragraaf 1.6.2. BIJLAGEN BIJ DE VRAAGSPECIFICATIE

(…)

Op de bijgevoegde tekening is uw ontwerp geprojecteerd op het op het Voorlopig Ontwerp. Deze projectie maakt direct duidelijk dat het ingediende ontwerp niet voldoet aan de eisen in het Voorlopig Ontwerp. Voor alle afwijkingen verwijzen wij u kortheidshalve naar de bijgevoegde tekening, waarop een en ander visueel inzichtelijk is gemaakt.

Wij trekken hierbij dan ook ons gunningsvoornemen van 11 mei 2015 aan uw onderneming Oosterhof Holman Beton- en Waterbouw BV in.

Wij zijn thans voornemens de opdracht te gunnen aan Van Hattum en Blankevoort bv uit Woerden. (…)"

De hiervoor bedoelde - door de gemeente genoemde - projectietekening, is als volgt:

3 Het standpunt van Oosterhof Holman

in de hoofdzaak

3.1.

De inschrijving van Oosterhof Holman is door de gemeente ten onrechte ongeldig verklaard. De gemeente legt de aanbestedingsstukken te beperkt uit door te stellen dat het Schetsontwerp maatgevend is voor het in te dienen Aanbiedingsontwerp en dat elke afwijking daarvan leidt tot een ongeldige inschrijving. Uit de Vraagspecificatie blijkt juist dat aan inschrijvers ontwerpvrijheid toekomt. Volgens Oosterhof Holman blijkt uit de Vraagspecificatie voorts dat het door de inschrijvers in te dienen Aanbiedingsontwerp alleen wordt getoetst aan de Vraagspecificatie en het als Bijlage 01 verstrekte Ambitiedocument en niet (ook) aan het als Bijlage 09 verstrekte Schetsontwerp van de gemeente. Ook uit de antwoorden die de gemeente heeft gegeven op vragen die in het kader van de Nota's van Inlichtingen zijn gesteld, blijkt dat aan inschrijvers wel degelijk een bepaalde mate van ontwerpvrijheid toekwam en dat van voormeld Schetsontwerp mocht worden afgeweken. Uit het antwoord van de gemeente op vraag 145 Nota van Inlichtingen II kan worden afgeleid dat de eisen uit de Vraagspecificatie leidend zijn en dat derhalve van het Schetsontwerp mag worden afgeweken, mits de eisen uit de Vraagspecificatie worden gerespecteerd. Voorts heeft naar de mening van Oosterhof Holman te gelden dat pas na gunning en ten tijde van het Definitief Ontwerp aan alle vereisten uit de Vraagspecificatie dient te worden voldaan. In het Projectvoorstel moesten de inschrijvers onderbouwen of het Aanbiedingsontwerp voldoet of gaat voldoen aan de functionele en technische eisen van de opdrachtgever. Hieruit volgt dat van inschrijvers niet werd geëist dat hun Aanbiedingsontwerp al volledig zou voldoen aan alle eisen. Het schetsontwerp als harde eis hanteren is bovendien onverenigbaar met de uitvraag van een eigen visie op de inpassing van de sluis in de omgeving op basis van het Ambitiedocument.

3.2.

Indien geoordeeld zou worden dat bij het Aanbiedingsontwerp op geen enkele wijze van het Schetsontwerp mocht worden afgeweken en dat bij inschrijving reeds aan alle eisen van de Vraagspecificatie en het Schetsontwerp moest worden voldaan, dan meent Oosterhof Holman dat zulks niet op heldere en eenvoudige wijze uit de aanbestedingsstukken en de nota's van inlichtingen blijkt, waardoor de inschrijvers de juiste draagwijdte van de eisen uit deze documenten niet hebben kunnen begrijpen, althans die anders hebben kunnen interpreteren. De eisen uit het Ambitiedocument wijken op een aantal onderdelen af van het Schetsontwerp, terwijl in de aanbestedingsstukken geen rangorde tussen de beide documenten is bepaald. Aldus is het door de gemeente als aanbesteder in acht te nemen transparantiebeginsel geschonden. Daarmee ligt een heraanbesteding in de rede.

in het incident

3.3.

Oosterhof Holman stelt dat de vordering tot tussenkomst/voeging van VHB niet toewijsbaar is. Daartoe voert zij het volgende aan. Uit het door de notaris opgestelde proces-verbaal van verloting blijkt dat de combinatie VHB/KWS Infra zich heeft aangemeld en dat deze combinatie uiteindelijk is ingeloot, zodat de combinatie op de aanbesteding heeft mogen inschrijven. Ook uit het proces-verbaal van aanbesteding blijkt dat de combinatie VHB/KWS heeft ingeschreven. De vordering tot tussenkomst/voeging is door VHB echter op eigen naam en niet door de combinatie ingesteld. VHB kan zélf, los van KWS Infra, geen aanspraak maken op gunning van de opdracht. Er bestaat daarom geen rechtens te respecteren belang voor VHB bij de gevorderde tussenkomst/voeging. VHB dient daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4 Het standpunt van de gemeente

in de hoofdzaak

4.1.

Onderdeel van de inschrijving was het indienen voor een Aanbiedingsontwerp voor de sluis. Dit Aanbiedingsontwerp diende te voldoen aan de eisen in de Vraagspecificatie en de daarbij behorende Bijlagen, waaronder het door de gemeente opgestelde Schetsontwerp. Dit Schetsontwerp had uitdrukkelijk de status van 'eis'. Er is slechts een beperkt gedeelte, een wit vlak, met ontwerpvrijheid. Onder andere de watergang, de oeverconstructies, de locatie van de damwanden, de sluiskolk en de stopstrepen in de sluis zijn allemaal reeds vastgelegd in het Schetsontwerp. Ook de locatie van de sluis als zodanig staat vast. Het door Oosterhof Holman ingediende Aanbiedingsontwerp wijkt echter aanzienlijk af van het voorgeschreven Schetsontwerp. Oosterhof Holman heeft de sluis op een andere locatie - meer naar het noordwesten - geplaatst. De sluiskolk en de stopstrepen in het Aanbiedingsontwerp komen in het geheel niet overeen met het Schetsontwerp. Ook wijkt de vorm van de toegang naar de sluis aan beide zijden af; aan de westkant is het een trechter en aan de oostkant een soort halve cirkel. Oosterhof Holman heeft hier het kanaal versmald en volgt niet de damwandlijnen die in het Schetsontwerp zijn voorgeschreven. De passage in artikel 1.5. van de Inschrijvingsleidraad over "veel ontwerpvrijheden voor de sluis met al haar functionaliteiten" gaat expliciet over het ontwerp van de sluis zelf en niet over bijvoorbeeld de locatie van de sluis, de breedte van de toevaart aan beide kanten of de sluiskolk en de stopstrepen. Het argument van Oosterhof Holman dat het Ambitiedocument en het Schetsontwerp voor haar niet duidelijk waren, dient te worden verworpen omdat Oosterhof Holman daarmee te laat komt. Uit artikel 3.2.1. van de Inschrijvingsleidraad vloeit voort dat onduidelijkheden en /of tegenstrijdigheden uiterlijk voor de datum van het stellen van vragen schriftelijk en gemotiveerd kenbaar moeten worden gemaakt, op straffe van verval van recht. Dat heeft Oosterhof Holman echter niet gedaan. Zij heeft aldus haar recht verwerkt om eventuele onduidelijkheden nu nog aan de kaak te stellen.

4.2.

Gelet op het voorgaande voldoet het Aanbiedingsontwerp van Oosterhof Holman niet aan de in de Vraagspecificatie en de daarbij behorende Bijlagen gestelde eisen. Dit Aanbiedingsontwerp is door de gemeente dan ook terecht (alsnog) ongeldig verklaard.

in het incident

4.3.

De uitnodiging van de gemeente voor inschrijving op de aanbesteding was gericht aan VHB. Deze vennootschap heeft zich ook aangemeld voor de aanbesteding en heeft bij de notaris mee geloot. De inschrijving door VHB is eveneens (slechts) gedaan door deze vennootschap. Ten onrechte stelt Oosterhof Holman dan ook dat VHB in combinatie met KWS Infra zou hebben ingeschreven. KWS Infra is alleen maar vermeld omdat VHB in het kader van haar aanmelding een beroep heeft gedaan op KWS Infra als derde, in het kader van een van de kerncompetenties. Dat doet er echter niet aan af dat de aanmelding enkel door VHB is gedaan en dat VHB vervolgens ook zelf heeft ingeschreven.

5 Het standpunt van VHB

in de hoofdzaak

5.1.

VHB stelt zich kort samengevat, in navolging van de gemeente, op het standpunt dat het Aanbiedingsontwerp van Oosterhof Holman niet aan de eisen voldoet zoals die zijn gesteld in de Vraagspecificatie en de daarbij behorende Bijlagen. De inschrijving van Oosterhof Holman is mitsdien terecht ongeldig verklaard. De gemeente dient de opdracht, voor zover zij nog steeds tot gunning daarvan wenst over te gaan, dan ook aan VHB als hoogst geëindigde inschrijver te gunnen.

in het incident

5.2.

VHB heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de hoofdzaak, aangezien haar belangen in het geding zijn. Oosterhof Holman heeft immers de voorlopige gunning van de opdracht aan VHB ter discussie gesteld. Het is voor VHB belangrijk om zeker te stellen dat de opdracht definitief aan haar zal worden gegund. Aldus heeft VHB recht en belang bij tussenkomst. Voor zover de vordering tot tussenkomst zou worden afgewezen, wenst VHB zich in de hoofdzaak te voegen aan de zijde van de gemeente. Ten aanzien van het door Oosterhof Holman opgeworpen ontvankelijkheidsverweer in het incident stelt VHB dat zij, anders dan Oosterhof Holman meent, niet tezamen met KWS Infra heeft ingeschreven in de aanbestedingsprocedure.

6 De beoordeling van het geschil

in het incident

6.1.

Bij de beoordeling van de gevorderde tussenkomst stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Een partij kan op de voet van artikel 217 Rv in een aanhangig geding vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden (vgl. Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768). Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld. Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan.

6.2.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft VHB voldoende belang bij tussenkomst in de hoofdzaak, nu Oosterhof Holman in de hoofdzaak de ongeldigverklaring van haar inschrijving door de gemeente en de daaropvolgende voorlopige gunning van de opdracht aan VHB aanvecht. Hierdoor dreigt een mogelijk verlies van recht aan de zijde van VHB. De eisen van de goede procesorde verzetten zich niet tegen de gevorderde tussenkomst.

6.3.

Het door Oosterhof Holman opgeworpen ontvankelijkheidsverweer faalt. Oosterhof Holman betoogt terecht dat indien een combinatie aan een aanbesteding deelneemt, vervolgens niet één der combinanten op eigen naam, los van de andere combinant(en), een vordering in rechte kan instellen (vgl. gerechtshof Leeuwarden, 22 maart 2011, ECLI:GHLEE:2011:BQ0523 en de daarmee samenhangende uitspraak van de rechtbank Leeuwarden, 29 juli 2010, ECLI:NL:RBLEE:BN2970). Van een dergelijke situatie is naar het oordeel van de voorzieningenrechter hier evenwel geen sprake. Niet aannemelijk geworden is dat VHB zich samen met KWS Infra als combinatie voor de aanbesteding heeft aangemeld en ingeschreven. De enkele vermelding door de notaris in de startlijst voor de verloting van 'Van Hattum en Blankevoort/KWS Infra' acht de voorzieningenrechter daartoe onvoldoende aanwijzing, te meer nu in de eindlijst van de verloting alleen 'Van Hattum en Blankevoort' is vermeld én de gemeente uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft gesteld dat zij alleen VHB en niet VHB/KWS Infra voor de aanbesteding heeft uitgenodigd en dat alleen VHB zich vervolgens heeft aangemeld en ingeschreven voor de aanbesteding, alsmede dat VHB enkel een beroep heeft gedaan op de ervaring van KWS Infra als derde, in het kader van één van de kerncompetenties. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan dit betoog van de gemeente te twijfelen. Tegen deze achtergrond kan het Oosterhof Holman evenmin baten dat in het proces-verbaal van aanbesteding de aanduiding Oosterhof Holman/KWS Infra is gebruikt.

6.4.

De proceskosten in het incident zullen worden gecompenseerd.

in de hoofdzaak

6.5.

Het spoedeisend belang bij het gevorderde wordt voldoende aanwezig geacht, nu Oosterhof Holman slechts via dit kort geding kan opkomen tegen de (herziene) voorlopige gunningsbeslissing van de gemeente.

6.6.

In geschil is of de gemeente op goede gronden de inschrijving van Oosterhof Holman (alsnog) ongeldig heeft verklaard, omdat het door Oosterhof Holman ingediende Aanbiedingsontwerp afwijkt van de in de Vraagspecificatie gestelde eisen.

6.7.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het hier een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure conform hoofdstuk 7 van het ARW 2012 betreft. Aanbestedende diensten die onderhandse aanbestedingsprocedures organiseren zijn gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de werking van de redelijkheid en billijkheid in precontractuele verhoudingen. In dat kader dienen zij ook het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel jegens de inschrijvers op de opdracht in acht te nemen. Uit het door de aanbestedende dienst in acht te nemen transparantiebeginsel vloeit voort dat de voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze in de uitnodiging tot inschrijving en de overige daarop gebaseerde aanbestedingsstukken dienen te worden vermeld, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om daadwerkelijk na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt mede, dat de inschrijvers vooraf een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt (zie HvJ EU 29 april 2004, zaak C-496/99, Succhi de Frutta). Het gelijkheidsbeginsel laat het niet toe dat een opdracht wordt gegund aan een inschrijver die een ongeldige inschrijving heeft gedaan. Indien – zoals in deze zaak – de (vermeende) ongeldigheid pas na de (voorlopige) gunningsbeslissing door de aanbestedende dienst wordt opgemerkt, kan de aanbestedende dienst deze gunningbeslissing intrekken en een nieuwe gunningsbeslissing nemen.

6.8.

De vraag waar het blijkens de hiervoor weergegeven rechtspraak primair om gaat is of de gemeente de in de aanbestedingsstukken gestelde eisen op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze heeft geformuleerd, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte daarvan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren. Deze vraag zal bevestigend kunnen worden beantwoord wanneer het mogelijk is – door middel van uitleg van een eis – vast te stellen hoe alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers die eis zouden interpreteren. Eisen uit de Vraagspecificatie moeten worden uitgelegd aan de hand van de "CAO-norm" (zie onder meer gerechtshof Leeuwarden, 20 november 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3635 en gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 juli 2014: ECLI:NL:GHARL:2014:5273) waarbij het transparantiebeginsel de grenzen van de uitleg bepaalt. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de aankondiging van opdracht en het bestek zijn gesteld. Bij die uitleg kan tevens worden gekeken naar de elders in de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen.

6.9.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de inschrijvers het door de gemeente beschikbaar gestelde Schetsontwerp (ook wel genoemd: Voorlopig Ontwerp) dienden uit te werken tot een Aanbiedingsontwerp. Onderdeel daarvan was het indienen door de inschrijvers van een Aanbiedingsontwerp voor de Sluis. Tussen partijen is in debat aan welke eisen uit de Vraagspecificatie (bevattende het Programma van Eisen) het in te dienen Aanbiedingsontwerp dient te voldoen.

6.10.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de Vraagspecificatie duidelijk en ondubbelzinnig dat het Aanbiedingsontwerp diende te voldoen aan bijlage 01 (het Ambitiedocument) en bijlage 09 (het Schetsontwerp).

6.10.1.

Daarbij kan gewezen worden op de volgende eisen uit de Vraagspecificatie:

- Eis O0.Ob7: het Systeem dient dusdanig ontworpen te worden, dat wordt voldaan aan het ambitiedocument volgens bijlage 1 en het Voorlopig Ontwerp openbare ruimte volgens bijlage 09.

(het Systeem is het gehele Werk, zie paragraaf 2.1.1. van de Vraagspecificatie)

- Eis O2.Ob1: Alle weginfra dient te worden ontworpen en gerealiseerd conform het Voorlopig Ontwerp conform bijlage 09 en 10.

- Eis O11.Ob5: De nieuw te realiseren oevervoorziening dient ontworpen te worden conform bijlagen 01, 09, 10, 11 en 12.

- Eis O0.Ob10: de inrichting van de openbare ruimte rondom de sluis dient te voldoen aan VO conform bijlage 01 en 09.

- Hoofdstuk 1, projectomschrijving, paragraaf 1.1.: Het gaat daarbij om het uitwerken van een Voorlopig Ontwerp (VO) tot een uitvoering gereed ontwerp (…)

- Hoofdstuk 1, Scope van het werk, paragraaf 1.4: De opdrachtnemer dient het ambitiedocument "Sluis Havenkwartier, Blauwe As, Inpassing in omgeving en beeldkwaliteit", in combinatie met het Voorlopig Ontwerp openbare ruimte voor Sluis Havenkwartier, ten behoeve van de Sluis tot een Definitief Ontwerp, een Uitvoeringsontwerp en deze vervolgens uit te voeren.

Binnen de scope vallen:

1) Het maken van een schetsontwerp van de nieuw te bouwen sluis tijdens de aanbiedingsfase;

2) Het uitwerken van het Aanbiedingsontwerp of Voorontwerp tot een Definitief Ontwerp voor Vaar Infra, Weg Infra (Openbare Ruimte), Bodem en de Sluis.

6.10.2.

Bovendien is in paragraaf 1.6.2. van de Vraagspecificatie vermeld dat de Opdrachtgever bijlagen bij de Vraagspecificatie beschikbaar stelt, waaronder documenten met eisen. Ten aanzien van die categorie documenten is vermeld dat de producten en de realisatie daarvan dienen te voldoen aan deze eisen. Uit het bijgevoegde overzicht van bij de Vraagspecificatie gevoegde Bijlagen volgt dat het ter beschikking gestelde Ambitiedocument (bijlage 01) en het Schetsontwerp (bijlage 09) als een document met eisen moet worden gezien.

6.10.3.

Op grond van het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat reeds op grond van de Vraagspecificatie Oosterhof Holman als normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijver had dienen te begrijpen dat haar Aanbiedingsontwerp diende te voldoen aan de bij de Vraagspecificatie behorende Bijlagen 01 (Ambitiedocument) en 09 (Schetsontwerp).

6.11.

Daarnaast is in de 2e nota van Inlichtingen een vraag (nr. 7) gesteld of het toegestaan is om beargumenteerd af te wijken van het Schetsontwerp. Die vraag is door de gemeente ontkennend beantwoord. Volgens de gemeente dient de inschrijving te worden afgestemd op de verstrekte Bijlagen. Ook op grond daarvan had het Oosterhof Holman duidelijk moeten zijn dat het Aanbiedingsontwerp (al) diende te voldoen aan de eisen van het Ambitiedocument en het Schetsontwerp.

6.12.

Aan Oosterhof Holman kan worden toegegeven dat de gemeente onder paragraaf 1.5. van de Vraagspecificatie heeft vermeld dat er veel ontwerpkeuzes voor de Sluis met al haar functionaliteiten zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter betreft dit het ontwerp van de Sluis als zodanig. In de 2e Nota van Inlichtingen is een vraag gesteld over de ontwerpvrijheden voor de inschrijver. Daarop heeft de gemeente geantwoord dat het ontwerp dient te voldoen aan de eisen van de Vraagspecificatie. Zoals hiervoor reeds vastgesteld, vallen daaronder naar het oordeel van de voorzieningenrechter óók de Bijlagen 01 en 09. Hooguit is er na opdrachtverlening nog ruimte voor optimalisatie.

6.13.

Uit het Schetsontwerp en het Ambitiedocument volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat de inschrijvers slechts ontwerpvrijheid hadden voor de sluis en de stuw, zoals aangegeven in de witte vlakken op het Schetsontwerp (zie ook het antwoord op vraag 124 van de 2e Nota van Inlichtingen).

6.14.

De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord, is of het door Oosterhof Holman ingediende Aanbiedingsontwerp, onder meer voor de Sluis, aan de Vraagspecificatie en bijbehorende Bijlagen 01 en 09 voldoet. Die vraag moet naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontkennend worden beantwoord. Daartoe wordt het volgende overwogen.

6.15.

Uit de door de gemeente opgestelde - en door Oosterhof Holman als zodanig niet weersproken - projectie van het Aanbiedingsontwerp van Oosterhof Holman blijkt naar voorlopig oordeel dat dit Aanbiedingsontwerp op meerdere punten afwijkt van het Schetsontwerp:

( i) De Sluis van Oosterhof Holman ligt op een andere locatie dan de Sluis in het Schetsontwerp, namelijk meer naar het noordwesten/links.

(ii) De toegang naar de Sluis wijkt aan beide zijden af van het Schetsontwerp. Aan de westzijde/linkerzijde is het een trechter en aan de oostzijde/rechterzijde is het een soort halve cirkel, hierbij worden niet de damwandlijnen gevolgd uit het Schetsontwerp. De sluiskolk en de stopstrepen komen niet overeen.

(iii) In het Aanbiedingsontwerp laat Oosterhof Holman de kade doorlopen naar de Sluis, waardoor het witte vlak niet meer haaks op de kade staat. In tegenstelling tot het Schetsontwerp maakt de kade in het Aanbiedingsontwerp geen haakse hoek, maar een hoek van 45 graden.

(iv) Door het laten doorlopen van de kade naar de sluis, en het toevoegen van een haag en een gazon buiten de witte vlakken, voldoet het Aanbiedingsontwerp van Oosterhof Holman niet aan eis O4.Ob.10 dat de inrichting van de openbare ruimte rondom de Sluis dient te voldoen aan bijlagen 01 en 09.

( v) In het Aanbiedingsontwerp heeft Oosterhof Holman de camperplaatsen recht onder de Sluis geprojecteerd, terwijl deze in het Schetsontwerp achter de Sluis zijn geprojecteerd.

6.16.

Het argument van Oosterhof Holman dat zij pas bij het Definitief Ontwerp aan alle

in de Vraagspecificatie gestelde eisen hoefde te voldoen, kan in het licht van het vorenstaande

geen hout snijden. Het had Oosterhof Holman als normaal oplettend en behoorlijk geïnformeerde inschrijver op grond van de Vraagspecificatie duidelijk moeten zijn dat zij een Aanbiedingsontwerp bij de gemeente moest inleveren dat in elk geval reeds volledig aan het Ambitiedocument en het Schetsontwerp diende te voldoen.

6.17.

Nu het Aanbiedingsontwerp van Oosterhof Holman niet aan de Vraagspecificatie

voldoet, heeft de gemeente de inschrijving van Oosterhof Holman op goede gronden (alsnog)

ongeldig verklaard, gelet op artikel 7.16 ARW 2012. Dat brengt mee dat Oosterhof Holman

niet voor gunning van de opdracht (meer) in aanmerking kan komen. De daartoe strekkende

vorderingen van Oosterhof Holman zullen dan ook worden afgewezen.

6.18.

De voorzieningenrechter passeert het betoog van Oosterhof Holman dat de eisen van het Ambitiedocument afweken van een aantal onderdelen van het Schetsontwerp, waardoor het voor haar niet duidelijk was waaraan zij precies moest voldoen. Nog daargelaten dat Oosterhof Holman onvoldoende heeft onderbouwd waaruit deze onderlinge afwijkingen bestonden, hadden eventuele onduidelijkheden en/of tegenstrijdigheden, op grond van paragraaf 3.2.1. van de Inschrijvingsleidraad, uiterlijk vóór de datum van het stellen van vragen kenbaar moeten worden gemaakt, op straffe van verval van recht. Oosterhof Holman heeft dat klaarblijkelijk niet gedaan en heeft daarmee haar recht verwerkt om eventuele onduidelijkheden en/of tegenstrijdigheden alsnog aan de kaak te stellen.

6.19.

Voor een bevel tot heraanbesteding bestaat in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding. Ook die vordering van Oosterhof Holman dient te worden afgewezen.

6.20.

Daarmee kan de voorlopige gunning van de opdracht aan VHB als hoogst geëindigde inschrijver in stand blijven. Voor zover de gemeente de opdracht definitief wenst te gunnen, dient zij deze aan VHB te gunnen. De daartoe strekkende vordering van VHB als tussenkomende partij kan dan ook worden toegewezen.

6.21.

VHB heeft tevens gevorderd dat Oosterhof Holman wordt veroordeeld om te gehengen en te gedogen dat de opdracht aan VHB wordt gegund. Die vordering is door VHB niet concreet onderbouwd en ligt reeds daarom voor afwijzing gereed.

6.22.

Oosterhof Holman zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

6.22.1.

De proceskosten aan de zijde van de gemeente worden vastgesteld op:

- vast recht € 613,00

- salaris advocaat € 1.224,00

-------------

€ 1.837,00

6.22.2.

De proceskosten aan de zijde van VHB worden vastgesteld op:

- vast recht € 613,00

- salaris advocaat € 1.224,00

-------------

€ 1.837,00

6.23.

De gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als hierna in het dictum te melden, evenals de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten.

BESLISSING

De voorzieningenrechter:

in het incident

1. staat VHB toe om in de hoofdzaak tussen te komen;

2. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

in de hoofdzaak

3. wijst de vorderingen van Oosterhof Holman af,

en:

4. verbiedt de gemeente om, voor zover zij de opdracht definitief wenst te gunnen, deze aan een ander dan VHB te gunnen;

5. veroordeelt Oosterhof Holman in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente vastgesteld op € 1.837,00 en aan de zijde van VHB vastgesteld op € 1.837,00;

6. veroordeelt Oosterhof Holman in de nakosten aan de zijde van de gemeente, vastgesteld op € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening van dit vonnis, alsmede in de nakosten aan de zijde van VHB, vastgesteld op € 131,00 zonder betekening en € 199,00 met betekening van dit vonnis;

7. veroordeelt Oosterhof Holman tot betaling van de wettelijke rente over voornoemde proceskosten, indien zij deze proceskosten niet binnen twee weken na heden heeft voldaan, vanaf het verstrijken van de termijn voor voldoening tot de dag der algehele betaling;

8. verklaart het vonnis voor wat betreft de onderdelen 4 tot en met 7 van het dictum uitvoerbaar bij voorraad;

9. wijst af al hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. van Weringh, bijgestaan door de griffier

mr. M. Postma en in het openbaar uitgesproken door mr. H. Wolthuis op 26 augustus 2015.[concipiënt_initialen]

343/MP


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature