Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Aanranding

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/657283-12 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 februari 2013.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [1977],

wonende te [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman, mr. D. Gürses, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], die niet in staat is haar wil ten aanzien van de seksuele handelingen te bepalen en subsidiair die [slachtoffer] heeft aangerand.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van oordeel dat gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en op de bekennende verklaring van verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is. Zij acht onvoldoende duidelijk of verdachte, mede gelet op de taalbarrière – verdachte beheerst de Nederlandse taal niet of nauwelijks– wist dat [slachtoffer] niet in staat was om haar wil ten aanzien van de seksuele handelingen te bepalen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Met betrekking tot het primair ten laste gelegde is de verdediging van mening dat onvoldoende is komen vast te staan dat het slachtoffer niet of onvoldoende in staat was haar wil ten aanzien van de seksuele handelingen te bepalen en dat verdachte daar geen specifieke wetenschap van had. Met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde voert de verdediging aan dat voor aanranding van enig geweld sprake moet zijn geweest. Dit was niet het geval, verdachte heeft niemand bedreigd en hij mocht in de kamer van het meisje komen om daar schoon te maken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is het volgende komen vast te staan:

Verdachte is afkomstig uit Tunesië en woont sinds eind 2010 met zijn Nederlandse vrouw in Nederland. In het voorjaar van 2011 is hij via een uitzendbureau als schoonmaker gaan werken in De Amerpoort in Bosch en Duin, gemeente Zeist. Verdachte wist dat dit een instelling was voor geestelijk gehandicapten. Verdachte kwam daar, zoals hij heeft gezegd, jonge meisjes tegen van 14/15 jaar, die zich vreemd gedroegen, onder andere door naakt rond te lopen. Op 1 augustus 2011 liep verdachte de kamer binnen van het dan 17 jarige meisje [slachtoffer] om te gaan schoonmaken. [slachtoffer] zat aan een tafeltje in haar kamer. Verdachte heeft vervolgens in een opwelling het [slachtoffer] omhoog gedaan, haar borsten betast en haar op de zijkant van een borst gekust. Daarna heeft hij zich snel teruggetrokken. Verdachte heeft dit bij de politie verklaard en ter terechtzitting bevestigd . [slachtoffer] is, nadat verdachte klaar was met de schoonmaak, de kamer uitgelopen. Zij kwam in de gang een medewerker tegen aan wie zij vertelde dat de schoonmaker aan haar borsten had gezeten en geprobeerd had haar te kussen. Deze medewerker heeft [slachtoffer] doorverwezen naar haar begeleidster [A], tegen wie [slachtoffer] hetzelfde heeft gezegd.

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij aan haar tafel zat, en dat verdachte naast haar kwam staan. Hij ging over haar kleding wrijven en deed haar T-shirt omhoog tot boven haar BH. Hij deed toen haar BH over haar borst heen. Toen ging hij haar borst kussen en wrijven over haar borst. Ze zei dat ze wilde weglopen maar dat niet heeft gedaan. Ze weet niet waarom ze niet weggelopen was. [slachtoffer] is aangifte gedaan door [A]. Kort nadat het feit had plaatsgevonden hoorde zij [slachtoffer] tegen haar zeggen dat de schoonmaker aan haar borsten had gezeten. Zij zag dat [slachtoffer] verbaasd was, dat het niet de bedoeling was dat het gebeurd was.

Door de Amerpoort is een rapport overgelegd waaruit blijkt dat [slachtoffer] intellectueel functioneert op zeer moeilijk lerend niveau (IQ minder dan 55) en cognitief functioneert op een leeftijd van 6,5 jaar.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Bewijsoverweging:

De rechtbank is het niet eens met de raadsman dat enige vorm van geweld bewezen moet worden geacht om het subsidiaire, te weten aanranding, bewezen te verklaren. Vereist is dat de ander wordt gedwongen door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid. Vast is komen staan dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer], die hem niet anders kende dan als de persoon die haar kamer kwam schoonmaken, onverhoeds heeft aangeraakt, door welke onverhoedsheid zij zich niet aan de handelingen heeft kunnen onttrekken.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte wist dat [slachtoffer] niet in staat was om haar wil ten aanzien van de seksuele handelingen voldoende te bepalen. Om die reden zal verdachte van het primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. subsidiair

op 01 augustus 2011 te Bosch en Duin, gemeente Zeist, door een feitelijkheid [slachtoffer] heeft

gedwongen tot of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

immers heeft hij:

- de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] betast en over de (ontblote)

borst(en) van die [slachtoffer] gewreven en

- de (ontblote) borst van die [slachtoffer] gekust

bestaande die feitelijkheid hierin dat hij

- onverhoeds het shirt en de bh van die [slachtoffer] omhoog heeft

gedaan en/of geschoven

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht, met een meldingsgebod en een behandelverplichting. Voorts een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 uur hechtenis.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte nog dagelijks last heeft van hetgeen hij heeft gedaan. Dit is onvoldoende in het reclasseringsrapport belicht. Verdachte schaamt zich diep en gebruikt antidepressiva. Gelet daarop en op het tijdsverloop is verzocht een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van de straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte wist dat hij ging schoonmaken in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Het slachtoffer is een jong meisje van 17 jaar dat moet tolereren dat een vreemde man haar kamer in komt om daar schoon te maken. Dat verdachte die situatie heeft misbruikt om onverhoeds haar shirt en bh omhoog te doen om haar borsten te betasten en kussen, wordt hem zwaar aangerekend. Dergelijke extra kwetsbare kinderen worden geacht veilig te zijn in de gezinsvervangende omgeving. Verdachte heeft niet alleen afbreuk gedaan aan het gevoel van veiligheid in het tehuis maar ook het vertrouwen van zijn werkgever geschonden en de naam van de instelling aangetast.

In het voordeel van verdachte spreekt dat hij een blanco strafblad heeft en dat hij van meet af aan openheid van zaken heeft gegeven en zijn medewerking aan de reclassering heeft verleend.

In het reclasseringsadvies van F. van der Groep d.d. 14 november 2012 wordt geadviseerd als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod op te leggen en een verplichting om zich te laten behandelen door De Waag of door een soortgelijke ambulante forensische instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering.

De rechtbank zal dit advies van de reclassering volgen. Zij acht het passend deze bijzondere voorwaarden te verbinden aan een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist, te weten 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 246 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) weken.

Beveelt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich binnen tien werkdagen na de betekening van het vonnis tijdens kantooruren meldt bij de Reclassering op het adres [adres] te [woonplaats] en zich hierna zal melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

* dat verdachte gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland blijft en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen zal gedragen, zolang deze instelling dat nodig vindt.

* dat verdachte zich ambulant zal laten behandelen door De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 80 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter,

mrs. J.R. Krol en M.A.E.Somsen, rechters,

in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2013.

Mr. Severeijns is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1. primair

hij op of omstreeks 01 augustus 2011 te Bosch en Duin, gemeente Zeist, met

[slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van

bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan

wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van

zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was

zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen

weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit:

- het kussen van die [slachtoffer] en/of

- het betasten en/of wrijven over en/of kussen van de borst(en) van die [slachtoffer];

art. 247 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

subsidiair

hij op of omstreeks 01 augustus 2011 te Bosch en Duin, gemeente Zeist, althans

Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft

gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

immers heeft hij:

- de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of over de (ontblote)

borst(en) van die [slachtoffer] gewreven en/of

- de (ontblote) borst(en) van die [slachtoffer] gekust

bestaande dat geweld/die feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een

andere feitelijkheid hierin dat hij

- de kamer van de [slachtoffer] is binnengegaan en/of

- (onverhoeds) de haren van die [slachtoffer] heeft betast en/of gekust en/of

- ( onverhoeds) het shirt en/of de bh en/of kleding van die [slachtoffer] omhoog heeft

gedaan en/of opzij heeft geschoven

art 246 Wetboek van Strafrecht


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature