Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

WOB-verzoeken m.b.t. verkeersovertredingen van derden. Wpg laat verstrekking niet toe

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 11/486, 11/607, 11/632, 11/633, 11/644, 11/646, 11/665, 11/668, 11/710, 11/711, 11/712, 11/713, 11/714, 11/715, 11/716, 11/737, 11/738, 11/740, 11/775, 11/785, 11/859, 11/1096 en 11/498, 11/645, 11/667, 11/749, 11/750, 11/773, 11/774, 11/800, 11/801, 11/802, 11/803, 11/816, 11/863, 11/875, 11/895, 11/897, 11/905, 11/1019

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2012 in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiser,

gemachtigde: mr. H. van Drunen,

en

1.

de korpsbeheerders van de regiopolitie

Zeeland

Drenthe

Hollands Midden

Noordoost Gelderland

Rotterdam

Limburg-Noord

Utrecht

Flevoland

IJselland

Brabant Noord

Brabant Zuid Oost

Gooi- en Vechtstreek

Amsterdam

Groningen

Gelderland Midden

Gelderland Zuid

Midden West Brabant

Friesland

2.

de korpsbeheerders van de regiopolitie

Haaglanden

Twente

Zuid-Holland Zuid

3.

de korpsbeheerder van de regiopolitie Noord-Holland Noord

verweerders.

gemachtigde: mr. L.W.H. van den Berg

Procesverloop

Eiser heeft bij de bevoegde rechtbanken beroep ingesteld tegen negenendertig besluiten van verweerders onder 1 en 2 (de bestreden besluiten). Daarnaast heeft eiser op 17 augustus 2011 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen door verweerder onder 3. Op 12 september 2011 heeft deze verweerder alsnog een besluit genomen, dat in het reeds ingestelde beroep is betrokken, en daarnaast is door verweerder onder 3 aan eiser een bedrag van € 1.260 aan dwangsommen wegens niet-tijdig beslissen vergoed.

De verschillende rechtbanken hebben de zaken verwezen naar de rechtbank Middelburg.

De beroepen zijn op 14 februari 2012 gevoegd ter zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde en door mr. B. Gossen, beiden werkzaam bij de regiopolitie Zeeland.

Overwegingen

1. Eiser heeft verweerders gevraagd hem afschriften te verstrekken van alle stukken die betrekking hebben op verkeersovertredingen vanaf 1 januari 2008, van twintig door hem genoemde natuurlijke personen (primaire verzoeken). Daarbij heeft hij aangegeven dat het hem gaat om alle gegevens die op deze overtredingen betrekking hebben, zoals foto’s, filmbeelden en processen-verbaal. Verweerders hebben deze verzoeken bij eensluidende besluiten afgewezen. De daartegen gemaakte bezwaren zijn bij de bestreden besluiten ongegrond verklaard, onder de overweging dat de op de verzoeken toepasselijke Wet politiegegevens (Wpg) zich verzet tegen het verstrekken van de gevraagde informatie.

(AWB 11/486, 11/607, 11/632, 11/633, 11/644, 11/646, 11/665, 11/668, 11/710, 11/711, 11/712, 11/713, 11/714, 11/715, 11/716, 11/737, 11/738, 11/740, 11/775, 11/785, 11/859 en 11/1069).

In een reeks vervolgverzoeken heeft eiser aan verweerders onder 1 gevraagd om afschriften van de vijf meest recent ingediende verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van burgers over verkeersovertredingen waarvoor zij zijn bekeurd en alle naar aanleiding daarvan door verweerders overgelegde stukken. Alle verweerders onder 1 hebben deze verzoeken gedeeltelijk ingewilligd. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij de bestreden besluiten door deze verweerders ongegrond verklaard, met uitzondering van de korpsbeheerder van de regiopolitie IJsselland, die het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond heeft bevonden. De verweerders onder 1 hebben daarbij overwogen dat de Wpg en de Wob zich verzetten tegen het volledig inwilligen van de verzoeken. (AWB 11/498, 11/645, 11/667, 11/749, 11/750, 11/773, 11/774, 11/800, 11/801, 11/802, 11/803, 11/816, 11/863, 11/875, 11/895, 11/897, 11/905 en 11/1019)

2. Eiser heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat de bestreden besluiten dienen te worden vernietigd, omdat volgens hem uitsluitend de Wob van toepassing is op zijn verzoeken. Daarbij heeft eiser aangevoerd dat op vergelijkbare verzoeken in de praktijk wordt beslist met verwijzing naar de Wob en dat nergens blijkt van beslissingen op grond van de Wpg. Met toepassing van de Wob heeft eerder niet-geanonimiseerde verstrekking van gegevens aan derden plaatsgevonden, hetgeen niet is toegestaan onder de Wpg. De Wpg voorziet evenmin in de mogelijkheid om afschriften te verstrekken. Verder heeft de Minister van Binnenlandse Zaken er in zijn brief van 31 mei 2011 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (kenmerk 2011-200224719) blijk van gegeven dat in de praktijk verzoeken om informatie naar aanleiding van verkeersboetes op basis van de Wob worden beoordeeld. Ter ondersteuning van zijn stelling heeft eiser stukken overgelegd en heeft hij verwezen naar rechtspraak van diverse rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser is daarbij van mening dat hem ten onrechte stukken zijn onthouden, waarvan ook verweerders erkennen dat ze onder de Wob vallen, zoals ijkrapporten, aanstellingsbesluiten en bevoegdheidscertificaten.

Voor wat betreft de verzoeken om afschriften van de vijf meest recent bij verweerders onder 1 ingediende Wob-verzoeken aangaande verkeersovertredingen van individuele burgers en de naar aanleiding daarvan verstrekte stukken, heeft eiser nog aangevoerd dat hij, vanwege de algemene openbaarheid onder de Wob, recht heeft op verstrekking van de informatie die eerder aan de desbetreffende verzoekers is verstrekt.

3. Verweerders hebben zich in beroep op het standpunt gesteld dat de beroepen ongegrond dienen te worden verklaard. Daarbij hebben zij aangevoerd dat de primaire verzoeken van eiser zien op verstrekking van gegevens betreffende geïdentificeerde natuurlijke personen die in het kader van de uitvoering van de politietaak zijn verwerkt. Deze verzoeken kunnen naar aard en strekking niet anders worden gezien dan een verzoek om verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg . Nu onomstreden is dat eiser niet behoort tot de categorie van personen aan wie verstrekking of kennisname van deze politiegegevens is toegestaan, zijn de verzoeken terecht geweigerd. Gedeeltelijke inwilliging van de verzoeken is niet mogelijk, aangezien reeds een mededeling dat een persoon voorkomt in de politieregisters neerkomt op de verstrekking van een politiegegeven.

Bij de beoordeling van eisers verzoeken om afschriften van de vijf meest recent bij verweerders ingediende Wob-verzoeken aangaande verkeersovertredingen van individuele burgers en de naar aanleiding daarvan verstrekte stukken, hebben verweerders onder 1 een nader onderscheid gemaakt. Enerzijds is er het verzoek van de betrokken burger, de reactie daarop van het bestuursorgaan en de daarbij verstrekte algemene stukken, waarop volgens deze verweerders de Wob van toepassing is, en anderzijds betreft het de aan de betrokkene verstrekte specifieke stukken, die onderdeel uitmaken van bestanden die door de politie in het kader van de uitoefening van haar taak worden verwerkt. Deze laatste stukken vallen volgens deze verweerders onder de Wpg, voor zover zij persoonsgegevens bevatten. Eisers stelling dat nergens blijkt van toepassing van de Wpg of dat eerdere verstrekkingen in strijd zijn met de Wpg, doet volgens deze verweerders aan de toepasselijkheid van de Wpg niet af. Voor zover het gaat om stukken die onder de Wob vallen, is geen sprake van eerdere openbaarmaking van die stukken op grond van de Wob. Deze stukken zijn op grond van artikel 10 van de Wob geanonimiseerd aan eiser verstrekt. De andere stukken zijn verstrekt met weglating van de daarin opgenomen politiegegevens. Eiser is niet gerechtigd tot kennisname van de politiegegevens van de betrokken derden. Eiser heeft niet aangetoond dat hij in dezelfde positie verkeert als degene wier verzoek om kennisneming is gehonoreerd en eiser kan zich daarnaast niet beroepen op eventuele onzorgvuldigheden bij eerdere verstrekking van gegevens aan anderen. Verweerders zijn niet gehouden deze te herhalen.

De rechtbank overweegt als volgt.

4. Ingevolge artikel 2 van de Wpg is deze wet van toepassing op de verwerking van politiegegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn daarin te worden opgenomen. Verwerking van politiegegevens ten behoeve van activiteiten met uitsluitend persoonlijke doeleinden en ten behoeve van de interne bedrijfsvoering vallen buiten de werkingssfeer van de wet. In artikel 2 van de Wpg wordt onder bestand verstaan: elk gestructureerd geheel van politiegegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd of verspreid is op een functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen.

In paragraaf 3 van de Wpg is de verstrekking van politiegegevens aan anderen dan politie en Koninklijke marechaussee geregeld. In paragraaf 4 zijn de rechten van de betrokkene vastgelegd, waaronder het recht om schriftelijk te verzoeken om kennisneming van hem of haar betreffende politiegegevens.

Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wpg wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:

a. politiegegeven: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

b. politietaak: de taken, bedoeld in de artikelen 2 en 6, eerste lid, van de Politiewet 1993 ;

c. verwerken van politiegegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot politiegegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vergelijken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van politiegegevens;

d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;

e. ter beschikking stellen van politiegegevens: het verstrekken van politiegegevens aan personen die overeenkomstig deze wet zijn geautoriseerd voor het verwerken van politiegegevens;

f. […]

g. betrokkene: degene op wie een politiegegeven betrekking heeft;

[…].

5. Het toezien op de naleving van verkeersregels en het verzamelen van gegevens betreffende overtreding van die regels valt onder de in artikel 2 van de Politiewet genoemde handhaving van de rechtsorde. Eiser heeft in zijn primaire verzoeken gevraagd om alle gegevens met betrekking tot eventuele verkeersovertredingen van vooraf geïdentificeerde natuurlijke personen. Gelet op de begrippenomschrijvingen in artikel 1, eerste lid, van de Wpg , heeft eiser aldus verweerders gevraagd om politiegegevens te verstrekken. Dit geldt ook voor gegevens die als zodanig van algemene aard zijn, zoals ijkrapporten, aanstellingsbesluiten en bevoegdheidscertificaten, maar die specifiek worden gevraagd in relatie tot een verkeersovertreding van een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Naar het oordeel van de rechtbank dient iedere informatie die de opname van gegevens over geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen in bestanden van de politie bevestigt als politiegegeven te worden aangemerkt.

6. Verzoeken om kennisneming - in welke vorm dan ook - van deze gegevens, moeten worden getoetst aan de daarvoor geldende bepalingen uit de Wpg. In dit geval is niet in geschil dat eiser niet behoort tot een categorie van personen of instanties bedoeld in paragraaf 3 van de Wpg die geautoriseerd zijn om politiegegevens verstrekt te krijgen. Verder staat vast dat de door eiser gevraagde gegevens niet op hem betrekking hebben en hij dus geen recht heeft op kennisneming onder paragraaf 4 van de Wpg. Verdere mogelijkheden tot verstrekking van de in geding zijnde gegevens biedt de Wpg niet.

7. Nu niet is gebleken dat de gevraagde gegevens eerder openbaar zijn gemaakt, hebben verweerders dan ook terecht geweigerd om eisers primaire verzoeken in te willigen. De gronden van beroep leiden niet tot een ander oordeel, omdat deze niet afdoen aan de toepasselijkheid van de Wpg in dit geval. De desbetreffende beroepen zijn ongegrond.

8. Met betrekking tot de verzoeken om afschriften van de vijf meest recent bij verweerders onder 1 ingediende Wob-verzoeken aangaande verkeersovertredingen van individuele burgers en de stukken die verweerders onder 1 naar aanleiding daarvan hebben verstrekt, stelt de rechtbank vast dat de gevraagde stukken aan eiser zijn verstrekt in dezelfde vorm als die waarin zij aan de betrokkenen zijn verstrekt, met uitzondering van de in de stukken opgenomen identificerende gegevens, die volgens verweerders onder 1 als politiegegevens dienen te worden aangemerkt. Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, hebben verweerders onder 1 terecht geoordeeld dat de tot geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke personen herleidbare gegevens over door die personen gepleegde verkeersovertredingen onder de werking van de Wpg vallen. Verstrekking van die gegevens op basis van de Wob is derhalve niet mogelijk en verweerders onder 1 hebben die verstrekking dan ook terecht geweigerd. De desbetreffende beroepen zijn derhalve ongegrond.

9. Er is in zoverre geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

10 In het beroep tegen verweerder onder 3. heeft verweerder de wegens niet-tijdig beslissen op het bezwaar verschuldigde dwangsommen vergoed. Er is geen belang bij een verdere beoordeling van dit beroep. Wel ziet de rechtbank hierin aanleiding om verweerder te veroordelen in de met dit beroep gemaakte proceskosten, uitgaande van een factor 0,25.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep onder nummer AWB 11/1096 tegen het niet-tijdig beslissen door verweerder onder 3 niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van dit beroep tot een bedrag van

€ 109,25, te betalen aan eiser;

- verklaart de overige beroepen ongegrond.

Aldus gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzitter en mrs. T. Peters en J.C.K.W. Bartel, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Bezemer-Kralt, griffier, en uitgesproken in het openbaar

op 22 maart 2012.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op: 22 maart 2012

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken week na de verzending ervan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature