Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Huisvredebreuk. Rechterlijke overtuiging.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

Parketnummer: 12/180953-10

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van de politierechter op 6 april 2011

mr. Nomes, politierechter,

mr. Rammeloo, officier van justitie, en

Wisse, griffier.

De politierechter doet de zaak tegen de verdachte uitroepen.

De verdachte is aanwezig en antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn:

[verdachte],

geboren te [1949],

wonende te [adres].

Als raadsman van verdachte is aanwezig mr. Van der Want, advocaat te Middelburg.

Tevens is aanwezig de aangeefster [aangeefster] en haar zoon [zoon aangeefster].

Het onderzoek in de zaak wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter zitting van 7 maart 2011 bevond.

De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De officier van justitie draagt de zaak voor en deelt mede dat er geen nadere gegevens omtrent het telefoongebruik kunnen worden overlegd zoals bij de zitting van 7 maart 2011 besproken.

De politierechter deelt mee de korte inhoud van:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van verdachte van 2 december 2010;

- het proces-verbaal nr. PL 1940 2010043003-1 van regiopolitie Zeeland, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen en daarbij behorende stukken;

- het proces-verbaal van de zitting van 7 maart 2011;

- het proces-verbaal van 18 maart 2011 van de rechter-commissaris, waarin opgenomen de op 18 maart 2011 afgenomen verhoren van [aangeefster] en [zoon aangeefster];

- het faxbericht van 24 maart 2011 van mr. R.T.K. Davidse met als bijlagen twee mailberichten van 11 januari 2011 en 1 maart 2011 van verdachte aan [aangeefster];

- de overige zich in het dossier bevindende stukken.

De verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-:

Ik word droevig van de verklaringen die zijn afgelegd bij de rechter-commissaris. Deze zijn ook niet geheel juist. Mijn terugkomst van vakantie is niet juist weergegeven. Ik was eerder terug dan gepland. Omstreeks 02.00 of 02.30 kwam ik thuis. De deur werd open gedaan door mijn ex. Zij deelde mij even later mee dat zij een andere woning had. We zaten op dat moment overigens nog in therapie. De sleutels die ik heb terug gebracht, lagen onder een matras. Dit was door haar gedaan in verband met eventuele bedreigingen waardoor zij in dat geval weg kon gaan. Zij had deze sleutels ontvangen in de tijd dat ik met vakantie was. Wat zij hierover heeft verklaard bij de rechter-commissaris, klopt dus niet. De brief van Delta zegt mij niks. Zij is zelf weggegaan later die nacht. Ik heb later de sleutels gevonden onder een matras evenals haar paspoort.

Ik wil mijn zoon wel zien. Wat hij heeft verklaard, daar ben ik aan een kant dus blij mee. Het klopt wel dat er een ontmoeting bij een bushalte heeft plaats gevonden. Ik heb haar toen gevraagd om sleutels maar die had zij niet bij zich en ik ben toen verder gegaan.

Aan de sleutels zat geen label. Ik heb de sleutels alleen afgegeven evenals haar paspoort. Ik vind niet dat er met echte stemverheffing is gesproken. Ik herken de overlegde mails en ben van mening dat dit zakelijke mails zijn.

Ik blijf bij de door mij afgelegde verklaring bij de politie waarin ik heb verklaard over de aangifte van mijn zoon.

Hetgeen de verbalisant schrijft in het proces-verbaal bevindingen klopt deels. Ik wilde mijn ex nog bedanken, maar de vrouwelijke agent was het hier niet helemaal mee eens en zij ging tegen de deur duwen. Met bedanken bedoel ik dat ik iets cynisch tegen mijn ex wilde zeggen.

In een van de stukken staat vermeld dat ik zwaarmoedig zou zijn, dit is absoluut niet het geval. Ik ben een gezond en optimistisch mens.

De officier van justitie voert aan -zakelijk weergegeven-:

Dit is een bijzondere zaak aangezien dit soort zaken meestal sneller worden verwerkt. De kern van het verhaal is dat verdachte bij de woning is geweest. Op welke wijze? Er zijn twee verklaringen tegenover die van verdachte. Er is een partij die liegt in deze zaak. We hebben de aangifte, de verklaring van de zoon en het proces-verbaal van bevindingen. Een aantal details is van belang: verdachte zegt in de val gelokt te zijn. Dit acht ik niet aannemelijk. De aangifte is ook niet aangedikt door aangeefster of haar zoon. Er was ook geen tijd voor het opzetten van een dergelijke val. Het telefoongesprek is door de zoon verbroken en hij heeft direct de politie gebeld. Er kan ook geen plan beraamd zijn omdat men niet wist dat verdachte de sleutels had van de woning. De zoon heeft ook geen bel gehoord tijdens het telefonisch contact met zijn moeder. Verdachte beschikte over de sleutels, hetgeen ik overigens ook raar vind. Aangeefster zegt de sleutels te hebben mee genomen. Zij kan niet exact verklaren omtrent de sleutels. De brief van de zoon aan mr. Köller werpt eveneens licht op de zaak. De nadere verhoren bij de rechter-commissaris geven mij nog meer de overtuiging. Er was sprake van een scherp verhoor bij de rechter-commissaris. Volgens mij was er sprake van meer dan enige emotie. Ik acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen, mede gezien het geheel dat boven water is gekomen. Ik vorder dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 240,00, subsidiair 4 dagen hechtenis.

De officier van justitie legt de vordering aan de politierechter over.

De raadsman voert aan -zakelijk weergegeven-:

Er is sprake van een vrij uitvoerige behandeling voor een dergelijk feit. Integrale vrijspraak dient te volgen. De overtuiging mist sowieso. Meerdere bestanddelen zijn niet te bewijzen. Zijn er objectieve punten aan te geven? Mijn cliënt heeft vanaf het begin ontkend. Hij bracht alleen de sleutels en een paspoort. Aangeefster erkent dit ook, ook dat zij zijn sleutels heeft terug gegeven. In de mutatie wordt een ander verhaal verteld omtrent de sleutels door de aangeefster. Dit is anders dan de mening van de officier van justitie. Uit de stukken blijkt dat er telefonisch contact is geweest. De aangeefster zegt niks over het eerdere lange telefoongesprek. Mijn cliënt zegt gewoon te zijn binnen gelaten nadat hij had aangebeld. Binnen is er daarna gewoon de sleutelruil geweest. Mijn cliënt wilde daarna weg maar werd terug geroepen door aangeefster. Indien er echt sprake is van huisvredebreuk dan roep je iemand niet terug. Het is niet vast te stellen of er wel of niet is aangebeld. De zoon heeft zichzelf aangemeld als getuige bij de politie. De zoon schrijft in zijn brief aan de officier van justitie dat dit de kans is om zijn vader aan te pakken. Aangeefster had geen telefoon in de hand toen zij de deur open deed en zegt in eerste instantie niets over bedreigingen. Bij nader verhoor door de rechter-commissaris kenden de getuigen het dossier en ze waren ook bij de vorige zitting geweest. De zoon heeft niets verklaard over de huisbel.

Waarom doet iemand aangifte zoals in dit geval? Het is duidelijk hoe aangeefster denkt over mijn cliënt. Zij zit vol wrok. Mijn cliënt heeft geen documentatie. Aangeefster vroeg aan mijn cliënt om weg te gaan en dat deed hij ook. De echtscheiding verloopt niet goed. De vraag is of hier nu wel of niet een misdrijf is gepleegd.

Repliek officier van justitie:

De geldboete dient te zijn € 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis. Dit is gelijk aan het transactiebedrag. Is de verdachte wel of niet zonder bellen binnen gekomen? Het gaat ook om de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Verdachte stond binnen en hij had ook de sleutels buiten de woning kunnen overhandigen. In de aangifte staat heel iets anders dan in de mutatie. Ik ga ervan uit dat de mutatie verkeerd is opgemaakt en zie dan ook geen aanleiding voor nader onderzoek. Aangeefster had al een nieuw paspoort. Ik persisteer voor het overige.

Dupliek raadsman:

Interpretatie alleen is onvoldoende om tot bewijs te kunnen komen. Ik vind dit een hellend vlak.

De verdachte krijgt het laatste woord en verklaart:

Aangeefster heeft drie verklaringen afgelegd omtrent de sleutels. Ik heb de waarheid gezegd. Ik wist niet dat zij een nieuw paspoort had aangevraagd. Ik vind het betoog van de officier van justitie flinterdun. Waarom zou ik een woning binnen willen dringen? Ik wilde alleen iets afgeven. Als ik dit allemaal had geweten, had ik het gewoon weggegooid.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en doet meteen mondeling uitspraak.

aantekening van het mondeling vonnis van 6 april 2011

1 De tenlastelegging

Overeenkomstig de dagvaarding.

2 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De politierechter is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 De bewijsmiddelen

1. Het dossier van Regiopolitie Zeeland, dossiernummer PL 1940 2010043003-1 van 8 juni 2010, bevattende processen-verbaal, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant], brigadier, en andere daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit dossier bevat onder meer de navolgende processen-verbaal en bijlagen:

2. het proces-verbaal van aangifte van Regiopolitie Zeeland, mutatienummer PL 1940 2010043003-3, dat op ambtseed is opgemaakt en op 3 juni 2010 is ondertekend door [verbalisant], brigadier, en dat onder meer inhoudt -zakelijk weergegeven-:

- als de op 3 juni 2010 tegenover die verbalisant afgelegde verklaring van aangever [aangeefster], geboren op [geboortedatum]:

Ik doe aangifte van huisvredebreuk. Ik ben sinds september 2009 weg bij mijn man. Ik heb toen een eigen woning betrokken aan [adres aangeefster]. Gisteren, 2 juni 2010, was ik thuis in mijn woning. Ik had de voordeur dicht maar niet slotvast. Ik had op dat moment met mijn zoon aan de telefoon. Terwijl ik met hem in gesprek was stond opeens mijn ex-man in de woonkamer. Ik schrok hier erg van en ik zei direct tegen mijn zoon dat mijn ex in de woning stond. [zoon aangeefster] heeft toen direct de verbinding verbroken en is de politie gaan bellen. Ik vroeg aan mijn ex wat hij in mijn woning deed en ik zei tegen hem dat hij weg moest wezen. Hij zei tegen mij dat hij enkel sleutels en mijn paspoort kwam brengen. Hij was gewoon met een sleutel, waar ik het bestaan niet van wist, mijn woning binnen gedrongen. Ik kreeg de sleutel en het paspoort als ik de sleutel van mijn oude woning aan hem gaf zodat ik niet in zijn woning kon komen. Ik heb deze sleutel aan hem gegeven en hij gaf mij mijn sleutels. Hoe hij daar aangekomen is, weet ik niet. Ik zei dat hij weg moest gaan en dit deed hij.

3. het proces-verbaal van verhoor van Regiopolitie Zeeland, mutatienummer PL 194B 2010043003-4, dat op ambtseed is opgemaakt en op 3 juni 2010 is ondertekend door [verbalisant 2], hoofdagent, en dat onder meer inhoudt -zakelijk weergegeven-:

- als de op 3 juni 2010 tegenover die verbalisant afgelegde verklaring van [zoon aangeefster], geboren op [geboortedatum]:

Mijn vader en moeder liggen in scheiding. Mijn moeder is in een andere woning gaan wonen. Mijn vader heeft daar nooit gewoond en heeft daar dan ook geen sleutel van. Gisteren, 2 juni 2010, had ik mijn moeder aan de telefoon. Plotseling onderbreekt mijn moeder het gesprek. Ik hoor haar zeggen: “Hij staat in de woonkamer”. Ik begreep dat het mijn vader was die in de woonkamer stond. Ik hoorde vervolgens ook de stem van mijn vader. Ik hoorde dat hij zei, het ligt onder je bed, of woorden van gelijke strekking. Hij schreeuwde dit. Ik heb toen de hoorn erop gegooid en vervolgens 112 gebeld. Ik snap ook niet hoe hij in de woning kon komen omdat mijn moeder de deur niet heeft open gedaan want zij was met mij aan de telefoon en was in de keuken bezig met eten klaar maken. Ik hoorde dit allemaal en heb ook geen deurbel gehoord.

4. de ter terechtzitting van 7 maart 2011 door de verdachte afgelegde verklaring inhoudende:

Ik ben op 2 juni 2010 in de woning van mijn ex geweest. De sleutels heb ik afgegeven.

3.2 De bewijsoverwegingen

Het wettige bewijs bestaat uit de aangifte, de verklaring van verdachte over zijn aanwezigheid in de woning waarbij hij de sleutels van de woning in zijn bezit had en de verklaring van [zoon aangeefster] (een zoon van verdachte en aangeefster). Het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, wordt aangenomen aangezien de politierechter uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen ook de overtuiging heeft bekomen. In dit verband wordt het volgende overwogen.

Uit de stukken kan worden afgeleid dat tussen aangeefster en verdachte sprake is van een gecompliceerde echtscheiding met een lange voorgeschiedenis. Er is bijvoorbeeld een periode geweest waarin het contact tussen aangeefster en verdachte uitsluitend via advocaten plaats heeft gevonden. De politierechter heeft voorts kennis genomen van twee mailberichten (van 11 januari 2011 en 1 maart 2011) van verdachte aan aangeefster. Gelet op de inhoud van de mailberichten is aannemelijk te achten dat deze door aangeefster als intimiderend zijn ervaren. Op basis van de afgelegde verklaringen is ook aannemelijk dat een keer bij een bushalte een incident tussen verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden. Het staat vast dat verdachte en aangeefster, kort voorafgaand aan de komst van verdachte naar en het betreden van de woning van aangeefster op 2 juni 2010, gedurende langere tijd telefonisch contact hebben gehad. Op basis van de verklaringen van aangeefster en [zoon aangeefster], afgelegd op 18 maart 2011 ten overstaan van de politierechter in hoedanigheid van rechter-commissaris, is aannemelijk dat dit telefoongesprek is geëscaleerd waarna aangeefster aansluitend telefonisch met [zoon aangeefster] heeft gesproken. In dit gesprek heeft aangeefster op enig moment melding gemaakt van het feit dat verdachte plotseling in de woning stond. Gelet op deze feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de politierechter niet aannemelijk dat aangeefster verdachte op 2 juni 2010 in haar woning heeft toegelaten. Daarvoor waren de verhoudingen, gelet op het voorgaande, te verstoord. De politierechter acht dan ook aannemelijk dat verdachte zich zelfstandig met de sleutels, die hij van de woning van aangeefster had, toegang tot de woning van aangeefster heeft verschaft. In dit verband komt ook betekenis toe aan het feit dat verdachte zich, gelet op de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van Regiopolitie Zeeland, dossiernummer: PL 1900 201043003-7 van 24 maart 2011, met als bijlage een mutatierapport PL 1952 2010043003-1, na de komst van de politie dwingend heeft opgesteld, tegen een deur heeft geduwd, en zonodig, zoals hij ter terechtzitting van 6 april 2011 heeft verklaard, nog iets cynisch tegen aangeefster heeft willen zeggen. Voorts komt betekenis toe aan het gegeven dat [zoon aangeefster] in de opmerkingen van aangeefster tijdens het telefoongesprek met haar over de plotselinge aanwezigheid van verdachte in de woning, aanleiding heeft gezien om direct de politie te bellen en vanuit Arnhem naar Middelburg af te reizen. Die gang van zaken draagt ook bij aan de overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en past niet binnen de opvatting van verdachte dat aangeefster en [zoon aangeefster] een hetze tegen hem zouden voeren en dat de aangifte daar een voorbeeld van is. De overtuiging van de politierechter is ook gevormd door de door hem op 18 maart 2011 als rechter-commissaris afgenomen verhoren van aangeefster en [zoon aangeefster]. Beiden hebben toen genuanceerd en, naar het oordeel van de politierechter, geloofwaardig verklaard over de gang van zaken op 2 juni 2010 en de geschiedenis die daar aan vooraf is gegaan. Genoemde verhoren, waarin aangeefster aanvankelijk ook heeft geweigerd om de hiervoor genoemde mails te overleggen omdat zij verdachte, zoals zij heeft verklaard, niet onnodig zwart wil maken, hebben geen steun gegeven aan de stelling van de verdediging dat aangeefster en [zoon aangeefster] uit wrok en haatgevoelens jegens verdachte zouden hebben gehandeld en verklaard.

3.3 De bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 2 juni 2010, in de gemeente Middelburg, wederrechtelijk is binnen gedrongen in een woning gelegen aan de [adres aangeefster] en in gebruik bij [aangeefster].

De politierechter acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

Alles afwegend komt de politierechter tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24, 24c en 138 van het Wetboek van Strafrecht.

7 De beslissing

De politierechter:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

In de woning, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 200,=;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 dagen.

De politierechter deelt mee dat tegen dit vonnis binnen veertien dagen hoger beroep kan worden ingesteld en dat verdachte van dit recht afstand kan doen.

De politierechter deelt mee dat deze zaak bij het instellen van hoger beroep onder een bijzondere procedure valt, het zogeheten verlofstelsel.

Dit proces-verbaal is door de politierechter en de griffier vastgesteld en ondertekend.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature