Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Aanwezig hebben harddrugs in woning.

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummers: 03/700113-12 en 03/500446-09 (VTVV)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 juli 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 22 mei 2012 en 27 juni 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met (een) ander(en) 2.278 gram heroïne en 155 gram cocaïne in zijn bezit heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte door de politie in de woning werd aangetroffen waar zich ook de verdovende middelen bevonden. Gelet op de verklaringen van medeverdachte [naam medeverdachte] en diens vriendin [naam vriendin medeverdachte] verbleef verdachte al een tijdje in de betreffende woning. In verschillende vertrekken van de woning zijn gebruikersattributen aangetroffen. Verdachte had toegang tot alle ruimtes. Ook heeft de vriendin van verdachte bij de politie verklaard dat hij in verdovende middelen handelde.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft tot vrijspraak geconcludeerd. Hij stelt voorop dat verdachte een ontkennende verklaring heeft afgelegd. Ook wil hij erop wijzen dat verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld in het kader van de Opiumwet en dat hij dus de schijn behoorlijk tegen heeft. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van [naam vriendin verdachte], de vriendin van verdachte, niet als bewijs gebruikt kan worden, nu zij enkel heeft verklaard dat verdachte in het verleden drugs heeft verhandeld.

De raadsman heeft tevens naar voren gebracht dat het bewijs tegen verdachte enkel bestaat uit de verklaringen van medeverdachte [naam medeverdachte], zijn vriendin [naam vriendin medeverdachte] en de getuige [getuige 1]. De verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte] komt overeen met die van verdachte, in die zin dat verdachte in de woning van [naam vriendin medeverdachte] mocht verblijven. De verklaring van [naam vriendin medeverdachte] vindt de raadsman onbetrouwbaar, nu zij volgens haar moeder een verstandelijke beperking heeft en zeer tegenstrijdig heeft verklaard omtrent de identiteit van verdachte. Daardoor wordt niet duidelijk dat zij met de naam “[naam 1]” verdachte bedoelt. De getuige [getuige 1] heeft zeer wisselend verklaard over het verhuizen van de kluis, waardoor zijn verklaringen teveel twijfel oproepen om als belastend voor verdachte te worden gezien. [getuige 1] heeft onder meer verklaard dat hij “de Marokkaan” een keer gezien heeft. Ter terechtzitting heeft hij echter verklaard verdachte nog nooit gezien te hebben. Hieruit kan geconcludeerd worden dat verdachte niet de Marokkaan is die [getuige 1] in de woning heeft gezien. Met betrekking tot het in de woning aangetroffen huurcontract voor het busje merkt de raadsman op dat er sprake moet zijn van een vergissing ten aanzien van de ingevulde contractdatum. Ook brengt de raadsman naar voren dat de verklaring van verdachte over het steeds overgaan van de in de woning aanwezige mobiele telefoon zou kunnen kloppen, nu waarschijnlijk zijn vriendin steeds belde, die hem niet kon bereiken omdat verdachte de telefoon niet opnam. Bij dit alles komt nog dat de kluis met de verdovende middelen niet is aangetroffen in de kamer waarin verdachte verbleef.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 14 februari 2012 betraden verbalisanten de woning aan de [G.straat] te Maastricht, met toestemming van de rechtmatige huurder, [naam vriendin medeverdachte]. Op de overloop van de eerste verdieping stond verdachte. In de slaapkamer was een ruimte ingericht met attributen die gebruikt worden bij het versnijden, verpakken en verkopen van verdovende middelen. In een tweede slaapkamer lag een leeg luchtbed op de grond. In de woning stonden verder een stoel, een bankje en een tafel. Op de tafel stonden een waterpijp en een kartonnen doos. In deze doos werden onder andere diverse verpakkingsmaterialen, een mes, een weegschaaltje, een huurcontract voor een huurauto op naam van verdachte en een zakje met op heroïne gelijkend poeder aangetroffen. In een muurkast op de overloop van de eerste verdieping werd een grijze kluis aangetroffen. In deze kluis zaten acht bruine blokken en twee zakjes met wit poeder. Onderzoek wees uit dat de blokken, totaal 2.278 gram, heroïne bevatten en de zakjes, totaal 155 gram, cocaïne.

De huurster van de woning aan de [G.straat], [naam vriendin medeverdachte], heeft verklaard dat zij deze woning huurt van Woonpunt, maar dat zij sinds 5 januari 2012 verhuisd is naar de woning van haar vriend [naam medeverdachte]. Zij mocht van [naam medeverdachte] niet meer in de woning aan de [G.straat] komen. Hij had haar verteld dat hij de sleutels al had ingeleverd bij Woonpunt. Verder heeft [naam vriendin medeverdachte] verklaard dat zij het vermoeden had dat er drugs in de woning van [naam medeverdachte] lagen en dat hij die drugs nu in haar woning aan de [G.straat] had opgeslagen en aldaar verhandelde. Zij hoorde van mensen uit de straat dat er steeds Marokkanen in en uit haar woning liepen, die in het gezelschap waren van personen die uit auto’s met Belgische en Franse kentekens stapten en ook de woning ingingen. Tevens heeft zij verklaard dat [naam medeverdachte] veel geld had en veel nieuwe spullen kocht. Verder heeft ze aangegeven dat verdachte “[naam 1]” werd genoemd en drugs dealde. Over de kluis heeft [naam vriendin medeverdachte] verklaard dat deze eerst in de woning van [naam medeverdachte] stond en dat hij die samen met tafeltjes en bankjes in een busje naar de [G.straat] heeft verhuisd.

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat de Marokkaan die in de woning aan de [G.straat] verbleef door hem “[naam 2]” werd genoemd en dat hij hem daar onderdak heeft verschaft omdat hij op straat zwierf. Over de kluis heeft hij verklaard dat deze van de Marokkaan was en eerst in zijn woning aan de [T.straat] stond. De Marokkaan vroeg hem een paar maanden geleden of hij zijn woning mocht gebruiken om mensen te helpen. [naam medeverdachte] heeft verder verklaard dat hij wel een vermoeden had dat de Marokkaan zijn woning zou gebruiken om te dealen. Deze nam ook wel eens Franstalige mensen mee naar zijn woning. Op verzoek van de Marokkaan verhuisde [naam medeverdachte] de kluis een paar dagen geleden naar de woning aan [G.straat]. [naam medeverdachte] heeft verder verklaard dat hij wel een vermoeden had dat er drugs in de kluis lagen.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning aan de [G.straat] verbleef om te slapen en dat hij daar een kleine hoeveelheid heroïne aan het gebruiken was.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met medeverdachte [naam medeverdachte], 2.278 gram heroïne en 155 gram cocaïne in zijn bezit heeft gehad. Zij overweegt daartoe dat verdachte, gelet op de verklaringen van [naam medeverdachte] en [naam vriendin medeverdachte], al minstens enkele dagen met toestemming van [naam medeverdachte] verbleef in de woning aan de [G.straat] te Maastricht. Dat betekent dat de verdovende middelen die op 14 februari 2012 in deze woning zijn aangetroffen, zich bevonden in de machtssfeer van verdachte. Voorts kan hij geacht worden wetenschap te hebben van hetgeen daar aanwezig was. Verdachte kon immers vrijelijk in alle vertrekken van de woning komen. In verschillende ruimtes zijn verpakkingsmaterialen en gebruikersattributen aangetroffen. Ook werd in een kartonnen doos een huurcontract voor een busje aangetroffen dat op naam van verdachte stond. De verklaring die verdachte met betrekking tot het gehuurde busje heeft gegeven, te weten dat dat gebruikt zou zijn voor de verhuizing van het meubilair, strookt niet met de data waarop die verhuizing heeft plaatsgevonden en evenmin met de data genoemd op het huurcontract.

In diezelfde kartonnen doos werden tevens heroïne, een weegschaaltje en een mes gevonden. Daarbij komt dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij in de woning heroïne aan het gebruiken was.

De mening van de raadsman, dat de verklaring van [naam vriendin medeverdachte] als onbetrouwbaar moet worden aangemerkt, deelt de rechtbank niet. Haar verklaring komt immers op cruciale punten overeen met de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte]. Zij hebben beiden verklaard dat verdachte in verdovende middelen handelde en dat de kluis van hem was en naar de [G.straat] is gebracht. De verklaring van [naam vriendin medeverdachte] dat zij van [naam medeverdachte] niet meer in haar woning aan de [G.straat] mocht komen en dat [naam medeverdachte] de beschikking had over veel geld, overtuigt de rechtbank ervan dat verdachte de verdovende middelen samen met [naam medeverdachte] in de woning aan de [G.straat] aanwezig had.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 14 februari 2012 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad 2.278 gram van een materiaal bevattende heroïne en 155 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Ondanks de grote vraagtekens die de officier van justitie plaatst bij het opleggen van een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht, heeft hij toch de hoop dat verdachte, gelet op zijn jonge leeftijd, voor een toekomst buiten de drugsscene zal kiezen.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht, indien nodig, bij vervroeging uitspraak te doen. Indien de rechtbank echter het tenlastegelegde wel wettig en overtuigend bewezen acht, heeft hij verzocht bij het bepalen van de strafmaat de oriëntatiepunten en de gangbare jurisprudentie te volgen. In het voordeel van verdachte heeft hij daarnaast verzocht rekening te houden met zijn jonge leeftijd en het feit dat zijn vriendin voor verdachte de drijfveer vormt om voor een ander leven te kiezen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met een ander 2.278 gram heroïne en 155 gram cocaïne in zijn bezit gehad. Het gebruik van harddrugs brengt schade toe aan de volksgezondheid. Harddrugs leveren immers, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren op voor de gezondheid van die gebruikers. Verslaafden nemen daarbij vaak hun toevlucht tot criminele activiteiten om hun gebruik te kunnen bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Verdachte heeft daaraan een bijdrage geleverd.

Als uitgangspunt voor het bepalen van de op te leggen straf zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS ter zake van de invoer van harddrugs (artikel 2 onder A van de Opiumwet), die bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf in dit soort zaken doorgaans als uitgangspunt worden gehanteerd, en de in de vaste jurisprudentie van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch naar aanleiding daarvan vastgestelde rekenmodus wanneer het gaat om het bezit (artikel 2 onder C van de Opiumwet) van harddrugs. Gelet hierop neemt de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf van 12 tot 15 maanden (categorie standaard).

De rechtbank ziet in de aangetroffen hoeveelheid en in het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij reeds meermalen ter zake van de Opiumwet is veroordeeld, aanleiding de bovengrens als uitgangspunt te hanteren.

De rechtbank heeft het omtrent de persoon van verdachte opgestelde reclasseringsrapport in aanmerking genomen, waarin wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De rechtbank hecht eraan op te merken dat, gelet op het strafblad van verdachte en de tevens aan de orde zijnde vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, normaliter een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht een gepasseerd station is. In de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn ter terechtzitting uitgesproken wens op een toekomst met zijn vriendin buiten het drugscircuit, ziet de rechtbank evenwel nog aanleiding hem een laatste kans te bieden.

Alles overwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, een passende straf. Dit reclasseringstoezicht omvat ook een meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining, behandeling voor middelengebruik bij de Forensische Poli van Mondriaan of een soortgelijke instelling en een drugsverbod.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

Ter terechtzitting is gelijktijdig behandeld de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging alsnog van een gevangenisstraf van twee maanden, aan verdachte opgelegd bij onherroepelijk vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 10 maart 2010, gewezen onder parketnummer 03/500446-09. De vordering voldoet aan de bij de wet gestelde eisen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Bijzondere omstandigheden die aan de gevorderde tenuitvoerlegging in de weg zouden staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit dan wel het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook als dat inhoudt dat hij zich moet houden aan een meldingsgebod, deel moet nemen aan een cognitieve vaardigheidstraining, zich moet laten behandelen voor middelengebruik door de Forensische Poli van Mondriaan te Maastricht of een soortgelijke instelling, voor zover en zolang de reclassering dat gedurende de proeftijd nodig acht, en dat hij zich moet houden aan een drugsverbod;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 10 maart 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 03/500446-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van twee maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. M.E. Kramer en

mr. C.M.W. Nobis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 juli 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 14 februari 2012 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2278 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 155 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature