Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Wsw - doelgroep sociale werkvoorziening

Uitspraak



RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 10/597

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2010 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres], wonende te Leeuwarden,

eiseres (hierna: [eiseres]),

gemachtigde: mr. J.J. Achterveld, advocaat te Leeuwarden,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (hierna: het Uwv),

gemachtigde: R. Stapert, werkzaam bij het Uwv te Zoetermeer.

Procesverloop

Bij brief van 8 maart 2010 heeft het Uwv [eiseres] mededeling gedaan van zijn besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw).

Tegen dit besluit heeft [eiseres] beroep ingesteld.

De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 6 september 2010. [eiseres] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens het Uwv is voornoemde gemachtigde verschenen.

Motivering

Feiten

1.1 Bij besluit van 5 oktober 2009 heeft het Uwv een verzoek van [eiseres] om te bepalen dat zij behoort tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening afgewezen. Het Uwv heeft dit besluit gebaseerd op de overwegingen dat [eiseres] in staat is arbeid te verrichten op de reguliere arbeidsmarkt met behulp van noodzakelijke aanpassingen, die buiten de Wsw gerealiseerd kunnen worden in een overigens normale werkomgeving.

1.2 Bij het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar van [eiseres] tegen het besluit van 5 oktober 2009 ongegrond verklaard.

Geschil

2.1 [eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij wel behoort tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. Zij heeft aangevoerd dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid, gelet op het feit dat het Uwv geen aanleiding heeft gezien onderzoek te laten verrichten door een verzekeringsarts. Daartoe bestond aanleiding, gezien de aard van de discussie en de door [eiseres] in het geding gebrachte medische informatie. Voorts heeft [eiseres] aangevoerd dat zij sinds 1997, ondanks veelvuldige contacten met re-integratiebedrijven, geen regulier arbeid op structurele basis heeft kunnen verrichten en dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden haar bij besluit van 26 juli 2006 ontheffing heeft verleend van een aantal met name genoemde arbeidsverplichtingen. Volgens [eiseres] heeft de arbeidsdeskundige ten onrechte enkel dossieronderzoek gedaan.

2.2 Het Uwv handhaaft het bestreden besluit. Het Uwv stelt zich op het standpunt dat geen aanleiding bestond om nader medisch onderzoek te (laten) verrichten, omdat de artsen [X] en [Y] op 20 november 2008 de arbeidsgeschiktheid en het belastbaarheidsprofiel van [eiseres] hebben vastgesteld en advies hebben uitgebracht. Zij waren ten tijde van hun onderzoek bekend met de ziektegeschiedenis van [eiseres] en haar beperkingen. Het Uwv ziet geen aanleiding de objectiviteit en betrouwbaarheid van hun bevindingen en conclusies in twijfel te trekken en is van mening dat niet is gebleken dat deze artsen de beperkingen van [eiseres] hebben onderschat of haar arbeidsmogelijkheden hebben overschat. Voorts wijst het Uwv erop dat [eiseres] geen contra-expertise heeft laten verrichten. Volgens het Uwv zijn voormelde onderzoeksgegevens voldoende actueel, aangezien in Wsw-indicatieprocedures het uitgangspunt geldt dat medische gegevens niet ouder mogen zijn dan twee jaar. Bovendien is niet gebleken dat de gezondheidstoestand van [eiseres] in de periode tussen 20 november 2008 en de datum van het bestreden besluit zodanig is verslechterd, dat om die reden een nieuw medisch onderzoek geboden was. Volgens het Uwv bestaat er geen bezwaar tegen dat de arbeidsdeskundige enkel dossieronderzoek verricht. Bovendien is het standpunt van de arbeidsdeskundige bevestigd door de bezwaararbeidsdeskundige.

Beoordeling van het geschil

3.1 Ingevolge artikel 11, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsw stelt het Uwv van personen, die daartoe een aanvraag hebben ingediend, bij beschikking vast of deze behoren tot de doelgroep. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wsw wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder doelgroep verstaan: personen, die nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zijn.

3.2 Het Uwv heeft zijn beslissing dat [eiseres] niet behoort tot de doelgroep van de Wsw met name gebaseerd op een rapport van arbeidsdeskundige A. Postma van 6 augustus 2009 en een rapport van arbeidsdeskundige M. de Vries van 5 maart 2010. Ten aanzien van de medische toestand van [eiseres] hebben de arbeidsdeskundigen zich gebaseerd op een rapport van de artsen [X] en [Y], beiden werkzaam bij Ardyn, van 20 november 2008. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv dit rapport, voor wat betreft de medische situatie van [eiseres] op de datum in geding, als uitgangspunt heeft kunnen nemen voor zijn besluitvorming omdat het rapport dateert van minder dan een jaar voor de datum in geding, [eiseres] de inhoud van het rapport niet heeft bestreden en gesteld noch gebleken is dat de medische toestand van [eiseres] na het opstellen van het rapport is verslechterd. Om dezelfde redenen is de rechtbank van oordeel dat het Uwv terecht geen aanleiding heeft gezien om (nader) medisch onderzoek te (laten) doen.

3.3 Naar aanleiding van de in het rapport van [X] en [Y] vastgestelde beperkingen heeft De Vries geconcludeerd dat een noodzaak bestaat tot een aantal aanpassingen, maar dat deze in een normale arbeidsomgeving zonder Wsw-subisidie kunnen worden gerealiseerd. Deze aanpassingen houden in dat sprake moet zijn van fysiek licht werk, waarbij [eiseres] regelmatig van houding kan wisselen, van werk waarbij de armen gering belast worden, werk waarbij niet lang achtereen boven schouderhoogte gewerkt hoeft te worden of repeterende bewegingen verricht hoeven te worden en van een omgeving onder goede klimatologische condities en zonder tocht, rook, dampen en gassen. Voorts dienen de werktijden in die zin te zijn aangepast dat maximaal 4 uren per dag en maximaal 20 uren per week wordt gewerkt.

3.4 De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat de arbeidskundigen niet konden volstaan met het doen van dossieronderzoek en zij ziet evenmin aanleiding te twijfelen aan de conclusies van de arbeidsdeskundigen.

3.5 [eiseres] heeft haar standpunt dat zij wel behoort tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening onder meer gebaseerd op de conclusie van [X] en [Y] dat er een grote afstand is tot de reguliere arbeidsmarkt, dat dit (de rechtbank begrijpt: "werken op de reguliere arbeidsmarkt") dan ook niet meer gaat lukken en dat [eiseres] is aangewezen op gesubsidieerde arbeid. Hoewel de rechtbank het begrijpelijk acht dat [eiseres] hieruit de conclusie heeft getrokken dat zij tot de doelgroep van de Wsw behoort, is zij van oordeel dat het Uwv door middel van de rapporten van de beide arbeidsdeskundigen voldoende heeft gemotiveerd, waarom dit desondanks toch niet het geval is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het niet tot de deskundigheid van een arts behoort om te beoordelen of een persoon al dan niet is aangewezen op gesubsidieerde arbeid. Naar het oordeel van de rechtbank behoort dit bij uitstek tot de deskundigheid van een arbeidskundige. Om die reden weegt het standpunt van de arbeidsdeskundigen in dit opzicht zwaarder dan het standpunt van [X] en [Y]. Daarnaast overweegt de rechtbank dat [X] en [Y] weliswaar bij een groot aantal aspecten beperkingen hebben vastgesteld, maar dat bij geen van deze aspecten sprake is van een uiterst geringe capaciteit of belastbaarheid (zeer grote beperkingen). Daarnaast geldt dat geen sprake is van verstandelijke, psychische, sociale of communicatieve beperkingen. Op een groot aantal lichamelijke aspecten is weliswaar sprake van een geringe capaciteit of belastbaarheid (aanzienlijke beperkingen), maar dit behoeft naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie te leiden dat [eiseres] is aangewezen op arbeid in Wsw-verband. De rechtbank acht de conclusie van De Vries dat de aanpassingen die ten gevolge van deze beperkingen noodzakelijk zijn, in een normale arbeidsomgeving zonder Wsw-subsidie gerealiseerd kunnen worden, niet onaannemelijk.

3.6 Ten aanzien van het betoog van [eiseres] dat zij, ondanks contacten met meerdere re-integratiebedrijven, al geruime tijd niet op structurele basis reguliere arbeid heeft verricht, overweegt de rechtbank dat hieruit blijkt dat [eiseres] een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit vormt een werkloosheidsprobleem en betekent niet dat [eiseres] uitsluitend onder aangepaste omstandigheden tot regelmatige arbeid in staat zou zijn en daarom tot de Wsw-doelgroep behoort. De rechtbank verwijst in dit kader opnieuw naar de voormelde uitspraak van de CRvB van 6 mei 2010. Ook het feit dat [eiseres] in het kader van de Wet werk en bijstand is vrijgesteld van de arbeidsplicht, leidt niet tot de conclusie dat zij onder de Wsw-doelgroep valt, aangezien de WWB een ander toetsingskader kent dan de Wsw.

3.7 Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep ongegrond is.

Proceskosten

4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.H. de Groot, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Emst als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2010.

w.g. C.H. de Groot

w.g. F.F. van Emst

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb .

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature