Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Heraanbesteding. Ondeugdelijk systeem van puntentoekenning

Uitspraak



Rechtbank Leeuwarden

Sector civiel recht

afdeling handelsrecht

Korte Gedingen

Uitspraak: 21 januari 2005

Kort-geding-nummer: 67575 KG ZA 04-340

VONNIS

van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Leeuwarden, in het kort geding van:

de besloten vennootschap

VAN DER WIEL INFRA & MILIEU B.V.,

gevestigd te Drachten,

eiseres,

procureur: mrs. Th. Dankert en H. Doornbosch,

tegen

de publieke rechtspersoon

DE GEMEENTE WESTSTELLINGWERF,

zetelend te Wolvega,

gedaagde,

procureur: mr. W.H.C. Bulthuis.

PROCESGANG

Van der Wiel heeft de gemeente in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare zitting van 7 januari 2005.

Ter zitting heeft Van der Wiel haar -ten opzichte van de aankondiging in de dagvaarding gewijzigde- eis aldus geformuleerd dat de rechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad :

primair:

- de gemeente zal verbieden om het werk aan Heijmans te gunnen;

- de gemeente zal veroordelen om bij gunning het werk aan Van der Wiel te gunnen;

- de gemeente zal veroordelen om met in achtneming van dit vonnis de inschrijvingen op prijsniveau opnieuw te beoordelen;

- de gemeente zal veroordelen om met inachtneming van dit vonnis de inschrijvingen op kwaliteitsaspecten opnieuw te beoordelen;

subsidiair:

- de gemeente zal veroordelen om opnieuw aan te besteden;

meer subsidiair:

- de gemeente zal veroordelen haar voornemen tot gunning nader te motiveren door overlegging van de inschrijving van Heijmans;

zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:

- de gemeente zal veroordelen in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen hun standpunten nader doen toelichten door hun procureurs, die mede aan de hand van pleitnotities het woord hebben gevoerd. De gemeente heeft daarbij geconcludeerd Van der Wiel niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van Van der Wiel in de kosten van het geding.

Partijen hebben met wederzijds goedvinden producties in het geding gebracht.

Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd. De rechter doet heden uitspraak.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten

In dit kort geding gelden onder meer de navolgende feiten als vaststaand.

1.1. De gemeente heeft via een openbare aanbestedingsprocedure het werk "Lindewijk" te Wolvega aanbesteed. Het werk betreft het bouw- en woonrijp maken, inclusief ontwerp en RAW-bestek, van Lindewijk deelplan 1 ten behoeve van woningbouw waaronder de realisatie van waterpartijen, wegen, geluidwerende voorzieningen en waterbouwkundige werken onder een UAV-GC overeenkomst.

1.2. In de "aankondiging van opdracht" -welke op 7 oktober 2004 is verzonden- is onder meer vermeld dat het werk bestaat uit twee percelen.

Perceel I "Natuur en water" bestaat onder meer uit de werkzaamheden ten behoeve van het grondverzet, de waterpartijen en de geluidwerende constructie.

Perceel II "Bouw- en woonrijp maken deelplan 1" bestaat onder meer uit het bouw- en woonrijp maken en de realisatie van een aantal bruggen.

Voorts is vermeld dat het gunningscriterium "de economisch meest voordelige aanbieding" is, gelet op de criteria prijs en kwalitatieve aspecten, waarbij wat deze laatste aspecten betreft is verwezen naar de aanbestedingsdocumentatie. Ook is vermeld dat op deze aanbestedingsprocedure het Aanbestedingsreglement Werken 2004 (hierna: ARW) van toepassing is.

1.3. Op 8 oktober 2004 heeft Tauw B.V. in opdracht van de gemeente een "technisch plan realisatie Lindewijk te Wolvega" en een zogenoemde "vraagspecificatie" opgesteld. In dit plan zijn de eisen en randvoorwaarden die worden gesteld aan de door de opdrachtnemer op te stellen bestekken en de bijbehorende tekeningen vastgelegd.

In dit plan is onder meer het volgende vermeld:

3.4. Aanbesteding

(...)

3. De volgende documenten dient de gegadigde bij zijn inschrijving in te dienen:

(...)

b. document kwalitatieve aspecten (maximaal 10 A4-pagina's in totaal) met beschrijving voorziene aanpak op hoofdlijnen ten aanzien van:

i.) de logistiek van het grondwerk en verwerking categorie-I-gronden van opdrachtgever (perceel I);

ii.) de waarborging van de functionele eisen gesteld aan de geluidwerende voorzieningen (perceel I);

iii.) de doorspoelvoorziening voor de watergangen die waarborgt dat te allen tijde het (open)water binnen het plangebied op de gewenste waterkwaliteit blijft (perceel I);

iv.) de logistiek van aan- en afvoer ten behoeve van het bouwrijp maken van clusters terwijl andere clusters reeds bewoonbaar zijn (perceel II);

v.) de opbouw van de wegen in de bouwrijpfase om overlast te beperken voor de omgeving (perceel II);

vi.) de opbouw van de wegen in de woonrijpfase (perceel II).

Voor de selectie van de meest gunstige economische inschrijving verkrijgt iedere inschrijver, na positieve toetsing op de inschrijvingsvereisten, een puntenwaardering voor het prijsniveau en de hiervoor beschreven kwalitatieve aspecten. De opbouw van de puntenwaardering is als volgt:

Inschrijfsom: De laagste prijs krijgt 85 punten, de navolgende 80 punten, tot iedere plaats 5 punten lager enzovoort;

Kwalitatieve aspecten: De selectiecommissie zal de kwalitatieve aspecten per perceel per aspect beoordelen op een schaal van 0 tot en met 5 punten (onvoldoende tot en met uitstekend).

Aldus kan maximaal 100 punten per perceel verkregen worden. Bij gecombineerde inschrijvingen voor beide percelen vindt rangschikking plaats van het totaal van de hoogste waarderingen per perceel en van de gecombineerde inschrijvingen.

1.4. De "1e nota van inlichtingen aanbesteding Lindewijk" dateert van 1 november 2004. Deze nota is in opdracht van de gemeente opgesteld door OBM B.V. In deze nota is onder meer het volgende vermeld:

4. Ten aanzien van de puntenwaardering zoals genoemd in de vraagspecificatie bij de beoordeling van de kwalitatieve aspecten wordt de volgende toelichting gegeven:

I) Logistiek grondwerk en verwerking Cat1-gronden: Een hogere score indien de omgeving minder belast wordt met grondtransportbewegingen, zowel in het projectgebied als de aanvoer er naar toe.

II) Waarborging functionele eisen geluidwerende voorziening: Om aan de eis van 15 jaar te voldoen moet een beschrijving gegeven worden van de voorziene constructie en handhavingsvoorzieningen. Een solide gefundeerde constructie met periodieke inmeting scoort hier hoger dan een driejaarlijks te vernieuwen houten constructie.

III) Doorspoelvoorziening watergangen ten behoeve van de waterkwaliteit: De score is afhankelijk van de voorziene oplossing en maatregelen om de waterkwaliteit te waarborgen. Referentie is de oplossing uit de vraagspecificatie. Mindere oplossingen scoren lager, betere oplossingen scoren hoger.

IV) Logistiek grondwerk: Een hogere score indien de omgeving minder belast wordt met grondtransportbewegingen, zowel in het projectgebied als de aanvoer er naar toe. Het aangeven van adequate oplossingen voor de fase waarin reeds in cluster A gewoond wordt en de overige gebieden bouwrijp worden gemaakt verhoogd de score. Geen aandacht hiervoor betekent geen score.

V) Opbouw van de wegen in de bouwrijpfase: Een puinbaan scoort zeer laag in vergelijking met een oplossing zoals aangegeven in de vraagspecificatie of gelijkwaardig.

VI) Opbouw van de wegen in de woonrijpfase: Indien de inschrijver één op één de voorbeeldconstructie overneemt uit de vraagspecificatie is een gemiddelde score verzekerd. Een niet onderbouwde en/of onacceptabele oplossing scoort lager, terwijl oplossingen met een hoger (beeld)kwaliteitsniveau hoger scoren.

In het in deze nota opgenomen "overzicht vragen aanbesteding Lindewijk, Wolvega" is onder meer het volgende vermeld:

3.4. Kunt u aangeven hoe de puntenwaardering werkt, in onze voorlopige berekening komen wij maximaal op 95 punten in plaats van de maximaal 100 te behalen score volgens de vraagspecificatie.

* uit de puntenwaardering valt op te maken dat op drie kwalitatieve aspecten per perceel wordt beoordeeld. Welke drie aspecten zijn dit?

* kunt u de wijze van rangschikken zoals omschreven in de 4e alinea toelichten.

* de puntenwaardering van de inschrijfsom is in verhouding tot de totale waardering erg hoog. In praktijk betekent dit dat de derde en volgende partijen op inschrijfsom zelfs met een heel goed plan van aanpak nagenoeg geen kans hebben het werk gegund te krijgen, terwijl het verschil in inschrijfsom met de laagste inschrijver minimaal kan zijn. Een procentueel score ten opzichte van de laagste inschrijver, afgeleid van het verschil in inschrijfsom, en/of een groter aandeel van de kwalitatieve beoordeling in de totaalscore, zijn te overwegen.

Het gegeven antwoord op deze vragen luidt als volgt:

Prijs is maximaal 85 punten, indien de hoogste waardering voor de kwalitatieve aspecten wordt behaald bedraagt dit 15 punten. Tezamen is dit 100 punten per perceel.

1.5. De "2e nota van inlichtingen aanbesteding Lindewijk" -eveneens opgesteld door OBM- dateert van 15 november 2004. In het in deze nota opgenomen "overzicht vragen aanbesteding Lindewijk, Wolvega" is onder meer vermeld:

De puntentelling 85 punten + maximaal 15 punten is ons niet duidelijk wanneer in massa gegund wordt en wanneer als per perceel. Kunt u dit aan de hand van een voorbeeld uitleggen? en wat is de procedure bij gelijk aantal punten per perceel of in massa?

Hieromtrent is in deze nota het volgende vermeld:

3. Zoals in de vraagspecificatie is aangegeven wordt de hoogste puntenwaardering van perceel 1 opgeteld met de hoogste puntenwaardering van perceel 2 vergeleken met de samengestelde aanbieding voor perceel 1 en 2 in massa met de hoogste puntenwaardering. De puntentelling voor het prijsniveau bedraagt bij de samengestelde inschrijvingen in massa ten hoogste 170 punten voor de laagste, 160 punten voor de navolgende etc. Voor de kwalitatieve aspecten zijn 6 onderdelen, van 5 punten elk, aan de orde. Deze vergelijking (maximale score 200 punten) levert de gegadigde(n) op welke uitgenodigd word(t)(en) om tot ondertekening van de basisovereenkomst(en) te komen. Bij een gelijke puntenwaardering wordt de gegadigde met een samengestelde inschrijving uitgenodigd. Bij eventuele afbreking van het proces om tot ondertekening van de basisovereenkomst te komen vindt een hernieuwde vergelijking van inschrijvingen plaats als beschreven hiervoor.

1.6. Op 1 december 2004 heeft Van der Wiel haar inschrijvingsbiljet met een toelichting ten aanzien van de kwalitatieve aspecten ingezonden.

1.7. Naar aanleiding van de toelichting van Van der Wiel op het vijfde kwaliteitsaspect ("opbouw van wegen in de bouwrijpfase") heeft OBM Van der Wiel bij faxbericht van 3 december 2004 gevraagd wat wordt bedoeld met "daar waar nodig" in de zin "Ter plaatse van de klinkerverhardingen wordt tijdens de bouwrijpfase een funderingslaag van 25 cm menggranulaat 0/40 aangebracht op zand ter plaatse van de hoofdbanen en daar waar nodig wordt een laag van 6 cm STAB aangebracht".

1.8. Van der Wiel heeft bij (per gewone post verzonden) brief van 3 december 2004 -kort samengevat- geantwoord, dat "daar waar nodig" betekent "daar waar overlast optreedt".

1.9. Bij brief van 6 december 2004 heeft OBM namens de gemeente de voorgenomen gunning aan Heijmans Infrastructuur B.V. te Rosmalen voor de percelen 1 en 2 bekend gemaakt. Aangegeven is dat de rangschikking van de drie bedrijven met de meeste punten als volgt is:

Gecombineerde inschrijving percelen 1 en 2 door Heijmans Infrastructuur B.V. 186 punten

Perceel 1 door Van der Wiel Infra & Milieu B.V. + perceel 2 door Ballast Nedam

Infra B.V. 185 punten

Gecombineerde inschrijving percelen 1 en 2 door Van der Wiel Infra & Milieu B.V. 184 punten

1.10. Op verzoek van Van der Wiel heeft OBM Van der Wiel bij faxbericht van 8 december 2004 het proces-verbaal van aanbesteding, de puntentelling, alsmede de "conclusies beoordeling offertes bouw- en woonrijpmaken Lindewijk" van de Beoordelingscommissie d.d. 3 december 2004 toegezonden. Blijkens het proces-verbaal van aanbesteding zijn de inschrijvingsbiljetten op 1 december 2004 geopend. In dit proces-verbaal zijn de namen van de tien inschrijvers opgenomen, alsmede hun inschrijvingen op de percelen 1 en 2 en/of perceel 1+2 gezamenlijk. De laagste inschrijvingen betreffen:

Op perceel 1: * Van der Wiel 1.577.000,00 euro

Op perceel 2: * Ballast Nedam 5.600.000,00 euro

Op perceel 1 + 2: * Van der Wiel 7.173.000,00 euro

* Heijmans 7.227.000,00 euro

Ten aanzien van de sub 1.9 genoemde punten (186, 185 en 184 punten), blijkt uit de puntentelling onder meer het volgende:

- Van der Wiel heeft ten aanzien van perceel 1 91 punten gekregen, waarvan 85 punten op het aspect prijs en 6 punten (2 + 2 + 2) ter zake van de kwaliteit;

- Ballast Nedam heeft ten aanzien van perceel 2 94 punten gekregen, waarvan 85 op het aspect prijs en 9 punten (0 + 4 + 5) ter zake van de kwaliteit;

- De combinatie Van der Wiel ten aanzien van perceel 1 en Ballast Nedam ten aanzien van perceel 2 levert dus (91 + 94 =) 185 punten op;

- De gecombineerde inschrijving van Van der Wiel op de percelen 1 + 2 heeft 184 punten opgeleverd, te weten (85 + 85 =) 170 ter zake van de prijs en 14 ( 2 + 2 + 2 + 0 + 3 + 5) ter zake van de kwaliteit;

- De gecombineerde inschrijving van Heijmans op de percelen 1 + 2 heeft 186 punten opgeleverd, te weten (80 + 80 =) 160 ter zake van de prijs en 26 (5 + 5 + 3 + 3 + 5 + 5) ter zake van de kwaliteit.

Voorts is in de "conclusies beoordeling offertes bouw- en woonrijpmaken Lindewijk" onder meer het volgende opgenomen:

(...) De aanbieding van v.d. Wiel is op een wezenlijk onderdeel onduidelijk, te weten de opbouw van de wegen in de bouwrijpfase (aspect 5). De onduidelijkheid bestaat hierin dat "waar nodig" bouwwegen zullen worden geasfalteerd. In onze beoordeling hebben we deze onduidelijkheid geïnterpreteerd als "V.d Wiel bepaalt wat nodig is." Er zullen dan niet overal bouwwegen worden geasfalteerd. Als v.d. Wiel zou melden dat de opdrachtgever bepaalt wat in deze nodig is zonder prijsverhoging, dan zou de kwaliteitsbeoordeling van v.d. Wiel met twee punten kunnen stijgen. In dat geval zou de situatie ontstaan van twee gelijkwaardige aanbiedingen.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1. Van der Wiel heeft aangevoerd dat haar inschrijving kennelijk onjuist is beoordeeld ten aanzien van zowel het aspect prijs als ten aanzien van de kwaliteitsaspecten. Bij een juiste puntentoekenning op het aspect prijs en/of op (één van) de kwaliteitsaspecten, zou Van der Wiel -die in totaal slechts 2 punten minder toegekend heeft gekregen dan de "winnende" inschrijving van Heijmans- het hoogste aantal punten gekregen hebben, aldus Van der Wiel.

2.2. Ten aanzien van het prijsaspect heeft Van der Wiel aangevoerd dat bij een juiste lezing van de vraagspecificatie in combinatie met de nadere toelichting van de 2e nota van inlichtingen, door de gemeente een onjuist puntenaantal is toegekend aan de diverse inschrijvingen. Bij een juiste lezing had Van der Wiel 170 punten en Heijmans 140 punten (in plaats van 160 punten) ten aanzien van het prijsaspect toegekend moeten krijgen, aldus Van der Wiel. Primair is Van der Wiel dan ook van mening dat een herwaardering van de inschrijvingen op prijsniveau dient plaats te vinden, hetgeen tot de conclusie zal leiden dat het werk aan Van der Wiel gegund zal moeten worden.

2.3. Subsidiair heeft Van der Wiel een heraanbesteding gevorderd. Hiertoe heeft Van der Wiel aangevoerd, dat de puntenwaardering zoals door de gemeente is gehanteerd in ieder geval niet juist kan zijn en bovendien ongeloofwaardig is. Dit systeem van puntentoekenning leidt er volgens Van der Wiel toe dat bijvoorbeeld twee in prijs van elkaar verschillende inschrijvers ten aan zien van het aspect prijs een gelijk aantal punten verkrijgen. Ook zou dit systeem er toe kunnen leiden dat van twee inschrijvingen met exact dezelfde kwaliteit, de duurdere inschrijving de meeste punten zou verkrijgen. Een dergelijke systeem van puntentoekenning is dan ook ondeugdelijk, aldus Van der Wiel. Het strookt immers niet met het belang dat de gemeente hecht aan het prijsniveau en leidt er bovendien toe dat verschillende inschrijvingen gelijk worden behandeld of zelfs nog beter worden behandeld terwijl ze slechter zijn. De gemeente heeft dan ook het gelijkheidsbeginsel geschonden, aldus Van der Wiel. Bovendien is de vraagspecificatie volgens Van der Wiel in strijd met het transparantiebeginsel, welk beginsel eist dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze dienen te zijn omschreven, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en deze op dezelfde manier interpreteren.

2.4. Voorts heeft Van der Wiel aangevoerd dat haar inschrijving kennelijk onjuist is beoordeeld ten aanzien van de kwaliteitsaspecten. Van der Wiel heeft in totaal slechts 14 punten toegekend gekregen. Volgens Van der Wiel had zij ten aanzien van de eerste vijf kwaliteitsaspecten méér punten toegekend moeten krijgen dan zij heeft gekregen. Per aspect heeft Van der Wiel vervolgens aangegeven waarom de gemeente in redelijkheid niet tot toekenning van dit (lage) aantal punten heeft kunnen komen. Ook ten aanzien van de kwalitatieve aspecten heeft de gemeente volgens Van der Wiel in strijd met het transparantiebeginsel en het gelijkheidsbeginsel gehandeld.

2.5. Ten slotte heeft Van der Wiel aangevoerd dat de gemeente haar voornemen tot gunning (aan Heijmans) onvoldoende met redenen heeft omkleed. De door de gemeente aan Van der Wiel verstrekte stukken -waaronder de puntentelling- leiden er niet toe dat Van der Wiel kan beoordelen of de inschrijving van Heijmans relatief voordeliger is dan die van haarzelf.

3. De gemeente heeft hiertegen aangevoerd, dat zij bij de hantering van het gunningscriterium "de economisch meest voordelige aanbieding" een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij de vergelijking van de ingediende offertes, mits deze beoordeling is gebaseerd op objectieve criteria, die expliciet en uitputtend in de aankondiging of in het bestek zijn vermeld. De onderhavige beoordeling heeft volgens de gemeente plaatsgevonden op basis van objectieve criteria die vooraf expliciet en uitputtend zijn vermeld. Daarnaast heeft de gemeente ook de relatieve waarde van deze (sub)gunningscriteria vooraf gemeld door aan te geven wat de maximale score per onderdeel kan zijn, aldus de gemeente. Volgens de gemeente heeft zij het vooraf aangekondigde systeem van puntentoekenning correct toegepast. Heijmans heeft daarbij het hoogste aantal punten behaald. Door toezending aan Van der Wiel van de sub 1.10 vermelde stukken heeft de gemeente Van der Wiel in staat gesteld om haar scores te vergelijken met die van de andere inschrijvers, zodat de gemeente aan haar motiveringsplicht heeft voldaan, aldus nog steeds de gemeente.

4. De rechter stelt voorop dat een aanbesteder op grond van artikel 2.15. 1 Aanbestedingsreglement werken 2004 als gunningscriteria slechts de keuze heeft tussen het criterium "de laagste prijs" en het criterium "de economisch meest voordelige aanbieding". Door de gemeente is gekozen voor het gunningscriterium "de economisch meest voordelige aanbieding". Als uitgangspunt geldt dat aanbesteders bij hantering van het gunningscriterium "de economisch meest voordelige aanbieding" een ruime beoordelingsmarge hebben bij de vergelijking van ingediende offertes, mits deze beoordeling is gebaseerd op objectieve criteria, die expliciet en uitputtend in de aankondiging of het bestek dienen te worden vermeld.

5. De gemeente heeft in het "technisch plan realisatie Lindewijk te Wolvega" en de "vraagspecificatie" aangekondigd dat als gunningscriteria worden gehanteerd het prijsniveau (maximaal 170 punten) en de kwaliteit (maximaal 30 punten), waarbij ten aanzien van de kwaliteit wordt getoetst aan een zestal aspecten (elk aspect maximaal 5 punten).

Tot zover is het door de gemeente aangekondigde systeem van puntentoekenning helder. Het geschil tussen partijen is echter veroorzaakt door de omstandigheid dat de inschrijvers op drie manieren konden inschrijven op de percelen, te weten een inschrijving op perceel 1, een inschrijving op perceel 2 en een gecombineerde inschrijving op de percelen 1 en 2. Van der Wiel heeft betoogd, dat bij de toekenning van punten ten aanzien van de prijs, de laagste inschrijfsommen van de afzonderlijke percelen bij elkaar opgeteld dienen te worden en vervolgens vergeleken dienen te worden met de laagste inschrijfsom van een gecombineerde inschrijving. De laagste inschrijfsom krijgt vervolgens 170 punten, de één na laagste 160 enzovoorts. Met name uit de in de "2e nota van inlichtingen aanbesteding Lindewijk" gegeven toelichting op het systeem van puntentoekenning leidt de rechter echter af dat het hiervoor beschreven, door Van der Wiel voorgestane systeem niet overeenkomt met het door de gemeente aangekondigde systeem van puntentoekenning. Naar het oordeel van de rechter heeft de gemeente het door haarzelf aangekondigde systeem correct toegepast. Uit de toelichting in de "2e nota van inlichtingen aanbesteding Lindewijk" blijkt immers -hoewel deze toelichting niet uitblinkt in helderheid- dat tussen de verschillende drie inschrijvingsvormen geen vergelijking dient plaats te vinden van inschrijfsommen maar van punten. Per inschrijvingsvorm dient dus een puntenwaardering plaats te vinden, waarna vervolgens tussen de diverse inschrijvingsvormen een vergelijking in punten dient plaats te vinden. Omdat de gemeente het aangekondigde systeem van puntentoekenning correct heeft toegepast, zal de gevorderde herbeoordeling van de inschrijvingen op prijsniveau worden afgewezen.

6. Met Van der Wiel is de rechter echter van oordeel dat het door de gemeente gekozen systeem van puntentoekenning kan leiden tot een "winnende" inschrijving waarvan naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld dat deze zeker niet de economisch meest voordelige aanbieding betreft. Immers: in het door de gemeente gekozen systeem zijn niet zozeer de prijs en de kwaliteit van de inschrijvingen doorslaggevend voor de uitkomst, doch veeleer het aantal inschrijvers met een lagere inschrijving wat betreft de prijs, ook indien hun onderlinge prijsverschillen te verwaarlozen zouden zijn. Zo zou bijvoorbeeld in een geval van vier inschrijvingen (op de percelen 1 + 2) van respectievelijk 7.500.000,00 euro (170 punten), 7.500.001,00 euro (160 punten), 7.500.002,00 euro(150 punten) en 7.500.003,00 euro (140 punten) waarbij de eerste drie inschrijvers allemaal 0 kwaliteitspunten hebben behaald en de laatste inschrijver (die van 7.500.003,00 euro) 29 kwaliteitspunten, deze laatste niet tot "winnaar" worden uitgeroepen. De kwaliteit zou dus in dat geval geen enkele rol meer spelen. Elk weldenkend mens zal echter tot de conclusie komen dat, gelet op de zeer geringe onderlinge prijsverschillen van telkens hooguit enkele euro's, slechts deze laatste inschrijving zou kunnen worden aangemerkt als de economisch meest voordelige aanbieding. Van der Wiel heeft ter zitting zelfs een voorbeeld gegeven -waarvan de juistheid niet door de gemeente is weersproken- van een geval van twee inschrijvers, die beiden even goed presteren op de kwaliteitsaspecten, waarna desondanks de duurste inschrijving als "winnaar" uit de bus komt. De rechter constateert dat deze situatie zich kan voordoen doordat -zoals hiervoor sub 5 is overwogen- het door de gemeente gekozen systeem van puntentoekenning met zich meebrengt dat tussen de verschillende drie inschrijvingsvormen geen vergelijking dient plaats te vinden van inschrijfsommen maar van punten. Een systeem dat zulke onredelijke of zelfs absurde uitkomsten mogelijk maakt voldoet niet aan de daaraan te stellen deugdelijkheidseisen.

7. Hoewel in het onderhavige geval geen sprake is van een uitkomst waarvan op het eerste gezicht kan worden gezegd dat de winnende inschrijving evident niet de economisch meest voordelige aanbieding betreft, ziet de rechter desalniettemin in de ondeugdelijkheid van het door de gemeente gehanteerde systeem van puntentoekenning aanleiding om de gemeente te verbieden tot gunning aan Heymans over te gaan en de gemeente te gebieden tot heraanbesteding over te gaan (behalve als de gemeente alsnog wil afzien van aanbesteding en gunning van het werk).

8.1. Omdat de ondeugdelijkheid van het door de gemeente gehanteerde systeem van puntentoekenning tot de (vergaande) conclusie leidt dat overgegaan dient te worden tot een heraanbesteding (behoudens het geval dat de gemeente zal afzien van aanbesteding en gunning van het werk) heeft Van der Wiel geen belang meer bij haar (minder vergaande) vordering strekkende tot een herbeoordeling van de inschrijvingen op kwaliteitsaspecten, dan wel haar vordering, die ertoe strekt dat de gemeente zal worden veroordeeld om haar voornemen tot gunning nader te motiveren door overlegging van de inschrijving van Heijmans. Slechts ten overvloede overweegt de rechter ten aanzien van de beoordeling van de inschrijving van Van der Wiel ten aanzien van de kwaliteitsaspecten nog het volgende.

8.2. Met Van der Wiel is de rechter van oordeel dat de gemeente onvoldoende heeft gemotiveerd op welke gronden Van der Wiel in totaal slechts 14 punten heeft behaald ten aanzien van de kwaliteit. Met name ten aanzien van kwaliteitsaspect iv (logistiek grondwerk) heeft de gemeente -ook ter zitting- niet duidelijk kunnen maken waarom Van der Wiel ten aanzien van dit aspect geen enkel punt heeft behaald, terwijl zij wèl, conform hetgeen in de "1e nota van inlichtingen aanbesteding Lindewijk" is verzocht, aandacht heeft geschonken aan de belasting van de omgeving door grondtransportbewegingen in de fase waarin reeds in cluster A gewoond wordt en de overige gebieden bouwrijp worden gemaakt.

8.3. Voorts heeft Van der Wiel terecht opgemerkt dat de gemeente de inschrijvers in het "technisch plan realisatie Lindewijk te Wolvega" en de "vraagspecificatie" slechts heeft verzocht om ten aanzien van de kwalitatieve aspecten een beschrijving op hoofdlijnen te geven. Naar aanleiding van de opmerking van de gemeente ter zitting dat de andere inschrijvers -met name Heijmans- meer punten hebben gekregen omdat zij gedetailleerder zijn geweest, kan de rechter zich niet aan de indruk onttrekken dat dit voor de gemeente aanleiding is geweest om de norm van "een beschrijving op hoofdlijnen" te laten varen, althans in die zin te wijzigen dat achteraf een gedetailleerdere beschrijving hoger werd gewaardeerd.

8.4. Ten slotte merkt de rechter op het punt van de kwaliteitsaspecten nog op, dat OBM Van der Wiel naar aanleiding van haar toelichting op het vijfde kwaliteitsaspect ("opbouw van wegen in de bouwrijpfase") op 3 december 2004 een vraag heeft gesteld, welke vraag Van der Wiel bij brief van diezelfde dag heeft beantwoord, maar dat OBM blijkens de inhoud van de "conclusies beoordeling offertes bouw- en woonrijpmaken Lindewijk" geen rekening heeft gehouden -en gelet op de datum van dat stuk (3 december 2004) ook niet heeft kunnen houden- met het door Van der Wiel gegeven antwoord.

9. De gemeente zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING

De rechter, rechtdoende in kort geding:

1. verbiedt de gemeente om het ten processe bedoelde werk aan Heijmans te gunnen;

2. veroordeelt de gemeente -behoudens het geval dat zij zal afzien van aanbesteding en gunning van het werk- de aanbestedingsprocedure opnieuw te voeren;

3. veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding, aan de zijde van Van der Wiel begroot op 311,40 euro aan verschotten en op 816,00 euro aan salaris procureur;

4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5. wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2005.

fn 82


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature