Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen sluiting woonwagen ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet . Het ontbreken van beleid over de sluiting van woningen op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet kan niet leiden tot het oordeel dat verweerder geen gebruik mag maken van zijn bevoegdheid ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet . De motivering van het bestreden besluit, zoals ter zitting nader toegelicht, kan de terughoudende rechterlijke toetsing doorstaan. Geen bestraffende sanctie. Geen strijd met artikel 8 EVRM .

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12 - 1255

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2012

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde: mr. B.A. Vink, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de burgemeester van Haarlem,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.E. Biezenaar, advocaat te Haarlem.

Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en mr. J.K. N'Daw, griffier.

Zitting: 19 maart 2012 en 29 maart 2012

Verschenen: Verzoeker is verschenen op 19 maart 2012. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde op 29 maart 2012. Verweerder is beide keren vertegenwoordigd door mr. M.E. Biezenaar, advocaat te Haarlem en drs. J.A.M. Lubbers, werkzaam bij de gemeente Haarlem.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

Bij besluit van 13 februari 2012 heeft verweerder de sluiting bevolen van de woonwagen op het [perceel] (hierna: de woonwagen) voor de duur van zes maanden.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 8 maart 2012 bezwaar gemaakt. Bij brief van 9 maart 2012 is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

Het verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepaalt dat de woonwagen niet wordt gesloten tot zes weken nadat verweerder op het bezwaar heeft beslist.

De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat verzoeker, die in elk geval tot na de datum van de inval in de woonwagen op nummer [#] heeft gewoond, op enige wijze heeft voldaan aan het advies van zijn advocaat om weer in de woonwagen op nummer [#] te gaan wonen, waar hij ook staat ingeschreven. Gelet hierop heeft hij een spoedeisend belang bij zijn verzoek om voorlopige voorziening.

Ingevolge artikel 5:21 van de Awb wordt onder last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

In lijst II zijn hennep en hasj vermeld.

In het op ambtseed opgemaakte en gesloten proces-verbaal van bevindingen van de Regiopolitie Kennemerland van 16 december 2011 en in het besluit van 13 februari 2012 (pagina 1) staat opgesomd wat er tijdens de doorzoeking van de woonwagen op 6 oktober 2011 is aangetroffen. Het gaat hier onder meer om een hoeveelheid softdrugs (12355 gram - in het besluit staat kennelijk ten onrechte 12,355 gram- hennep en 111 gram hasjpoeder) en benodigdheden voor de bewerking van verdovende middelen en onderdelen van een hennepdrogerij. Tijdens de doorzoeking is een derde aangetroffen die, onder meer, heeft verklaard dat de aangetroffen wiet in bewaring was voor een coffeeshophouder en dat hij in een speciale ruimte in de woonwagen voorgedraaide wiet en hasj maakt. In het proces-verbaal van bevindingen zijn foto’s opgenomen van hetgeen is aangetroffen. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter op grond van deze bevindingen van de politie op het standpunt mogen stellen dat voldaan is aan het in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bepaalde en dat hij dus, anders dan verzoeker heeft betoogd, bevoegd was bestuursdwang toe te passen ten aanzien van de woonwagen.

Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), zie de uitspraak van 24 maart 2010 (LJN: BL8721), dient de rechter sluitingsbevelen die zijn genomen krachtens artikel 13b van de Opiumwet terughoudend te toetsen. Ook bij de vaststelling van de sluitingsduur beschikt de burgemeester over beslissingsruimte. Met de wet van 27 september 2007 tot wijziging van de Opiumwet is de werkingssfeer van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet uitgebreid naar woningen. Gelet op het doel van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet , te weten de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden (Memorie van Toelichting bij artikel 13b van de Opiumwet , Kamerstukken II 1996 /97, 25 324 nr. 3, p. 5) mag de burgemeester bij de vaststelling van de sluitingstermijn betrekken de noodzaak om de bekendheid van een inrichting als drugsadres teniet te doen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of herhaling van ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen.

Het betoog van verzoeker dat het ontbreken van beleid in de weg staat aan de sluiting van de woonwagen volgt de voorzieningenrechter niet. Hoewel het wenselijk is dat met betrekking tot de toepassing van de bevoegdheid ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet om tot sluiting van woningen /woonwagens over te gaan beleidsregels voorhanden zijn, leidt het enkele ontbreken van zulke beleidsregels niet tot het oordeel dat verweerder van vorenbedoelde bevoegdheid geen gebruik mag maken.

In het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat hij het, in het belang van het herstel van de openbare orde in de nabije omgeving, noodzakelijk acht dat de woonwagen voor de duur van zes maanden wordt gesloten. De sluiting is gericht op het herstel van de openbare orde en is niet bedoeld om te straffen. Verweerder vindt het belang van de bewoner en eigenaar van de woonwagen niet opwegen tegen het belang van de overheid om handhavend op te treden tegen de geconstateerde overtreding van de Opiumwet.

Verweerder heeft ter zitting van 19 maart 2012 zijn standpunt nader toegelicht. Er is (nog) geen beleid ten aanzien van het sluiten van woningen omdat verweerder tot nu toe niet eerder te maken heeft gehad met een situatie die sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet vergt. Het aanwezig hebben van handelshoeveelheden van meer dan 10 kilo drugs met toebehoren wordt in alle gevallen als zeer ernstig aangemerkt. Verweerder heeft verwezen naar het handhavingsbeleid inzake gedoogde coffeeshops. Bij een handelsvoorraad van tussen 10 en 25 kilo sluit verweerder de coffeeshop zonder meer voor zes maanden. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Regiopolitie Kennemerland van 16 december 2011 kan worden afgeleid dat - gedurende enige tijd - sprake is geweest van structurele activiteiten gerelateerd aan handel in softdrugs. Het woon- en leefklimaat wordt ongunstig beïnvloed door de aan- en afvoer van softdrugs en de voorbereidingsfase in de woonwagen. Het doel van bestuursdwang ingevolge artikel 13b van de Opiumwet is het herstellen van het woon- en leefklimaat van de omgeving van de woning waarin de drugs zijn aangetroffen. Door het herstel van het woon- en leefklimaat wordt voorkomen dat er opnieuw strafbare feiten plaatsvinden en de openbare orde opnieuw wordt verstoord, aldus verweerder.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de motivering van het bestreden besluit, zoals ter zitting gegeven, de terughoudende rechterlijke toetsing kan doorstaan. Verweerder kon de hoeveelheid gevonden softdrugs aanmerken als een handelshoeveelheid. De voorzieningenrechter acht het, gelet op de feiten en omstandigheden zoals door de politie aangetroffen bij de doorzoeking van de woonwagen op 6 oktober 2011, waaronder de speciale ruimte, onaannemelijk dat de softdrugs gerelateerde activiteiten in de woonwagen slechts een incident waren, zoals verzoeker stelt.

De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat de stelling van verzoeker dat de last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van de woonwagen in het onderhavige geval als een bestraffende sanctie gezien dient te worden, gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling ter zake (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 8 september 2010, LJN: BN6187) niet kan worden gevolgd.

Ten aanzien van verzoekers betoog dat de sluiting van de woonwagen voor de duur van zes maanden in strijd is met artikel 8 EVRM overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Sinds de wijziging van artikel 13b van de Opiumwet bij de Wet van 27 september 2007, waarbij de werkingssfeer van artikel 13b van de Opiumwet zodanig is uitgebreid dat daaronder ook woningen, lokalen die niet voor het publiek toegankelijk zijn en de bijbehorende erven vallen, heeft verweerder de bevoegdheid tot sluiting van een woning op grond van de Opiumwet wegens overtreding van deze wet. In de inmenging in de persoonlijke levenssfeer van verzoeker is derhalve voorzien bij wet. Verzoeker heeft de gestelde onevenredige aantasting niet in concreto onderbouwd, hetgeen in dit geval, gezien zijn gestelde verhuizing die in elk geval pas na 6 oktober 2011 heeft plaatsgevonden, in de rede had gelegen.

Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, reeds omdat verzoeker niet nader heeft onderbouwd in welke concrete, zijns inziens vergelijkbare gevallen verweerder niet zou zijn overgegaan tot sluiting.

Verzoekers betoog dat niet hij maar voornoemde derde in de woonwagen aanwezig was ten tijde van de strafrechtelijk doorzoeking, dat hij niet op de hoogte was van de daar aanwezige softdrugs en hiervoor dus niet verantwoordelijk kan worden gesteld faalt. Verzoeker dient verantwoordelijk te worden geacht voor de gang van zaken in de woonwagen die hij in eigendom heeft, verhuurt aan een derde en op welk adres hij ingeschreven staat in de gemeentelijke basisadministratie. Dat geldt in dit geval temeer nu verzoeker zelf heeft verklaard dat hij ten tijde van belang woonachtig was in een naastgelegen woonwagen en het niet aannemelijk is dat hij volledig in het ongewisse verkeerde over hetgeen er op nummer [#] gebeurde. Dat verzoeker de derde inmiddels heeft gesommeerd de woonwagen te verlaten neemt het gevaar voor de openbare orde niet weg nu dit niet afdoet aan de bekendheid dat in de woonwagen verdovende middelen worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het tijdsverloop tussen de vaststelling van de overtreding en het nemen van het bestreden besluit, gelet op de ingrijpende strekking hiervan, niet onredelijk lang. Het proces-verbaal van bevindingen is eerst op 16 december 2011 door de verbalisant opgemaakt. Het besluit moest daarna nog worden voorbereid, waarbij verzoeker in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat met de sluiting van de woonwagen voor een periode van zes maanden thans geen belang meer is gediend.

Naar verwachting zal het bestreden besluit in bezwaar, onder aanvulling van de motivering ten aanzien van de eerst in bezwaar aangevoerde gronden en zoals ter zitting toegelicht, in stand kunnen blijven.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

griffier voorzieningenrechter

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Vacatures