Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Wel / geen arbeidsovereenkomst? Proeftijd, schriftelijkheidsvereiste.

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector kanton

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 488039 \ CV EXPL 11-54

Vonnis van 7 april 2011

inzake

Q.,

wonende te [plaatsnaam],

opposant, hierna Q. te noemen,

gemachtigde: mr. L.S. Slinkman, advocaat te Appingedam (Postbus 5, 9900 AA),

tegen

R.,

wonende te [adres],

geopposeerde, hierna R. te noemen,

gemachtigde: mr. S.A. Ruijs van USG Juristen te Utrecht (Postbus 602, 3500 AP).

PROCESGANG

1. Op de bij de oorspronkelijke dagvaarding met producties vermelde gronden heeft R. gevorderd om Q. te veroordelen tot betaling van € 1.807,00, met rente, wettelijke verhoging en kosten.

Bij verstekvonnis van 1 december 2010 (478088 CV EXPL 10-18709) heeft de kantonrechter de vordering toegewezen. Met de verzetdagvaarding van 28 december 2010 heeft Q. geantwoord op de oorspronkelijke dagvaarding, onder overlegging van producties, en de vordering van R. betwist.

Na antwoord in oppositie en repliek in oppositie is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

OVERWEGINGEN

2. De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten.

2.1. Q. en R. hebben op 10 januari 2010 in Hotel Van der Valk te Zuidbroek een sollicitatiegesprek gevoerd. Q. wilde een kok voor zijn vestiging [naam] te [plaatsnaam].

2.2. Op 12 januari 2010 heeft Q. per e-mail aan R. een voorstel voor een arbeidsovereenkomst gedaan. In het voorstel staat onder meer vermeld:

“zelfstandig werkende kok

38 urige werkweek

salaris netto € 1.450,00 + € 105,00 reiskostenvergoeding

start: 1 maart 2010 of zo nodig eerder, (in overleg!!!)

1 maand proeftijd, overgaand in jaarkontrakt”

2.3. Op 21 februari 2010 heeft Q. aan R. een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:

“Na rijp beraad heb ik besloten toch niet met jou als werknemer in zee te willen gaan.

Dit besluit heeft meerdere grondslagen maar één ervan is dat ik toch voor een kok met leermeester opleiding heb gekozen.

Ik vraag je beleefd doch dringend om de Hanos-pas naar mij op te sturen zodat bij gebruik hiervan geen misverstanden kunnen optreden.

De door jou aangeschafte kokskleding mag je wat mij aangaat behouden, echter wel even de nota hiervan bijsluiten als je de pas opstuurt.”

De standpunten van partijen

3. Q. heeft gesteld dat de e-mail van 10 januari 2010 niet gezien kan worden als een arbeidsovereenkomst. Het is een brief waarin opgenomen de voorwaarden waaronder een kok bij Q. aan de slag kan.

R. heeft kennelijk op eigen verzoek een pasje bij Hanos laten maken.

Wanneer moet worden uitgegaan van een schriftelijke arbeidsovereenkomst beroept Q. zich op het proeftijdbeding. Bij ontslag binnen de proeftijd kan geen sprake zijn van schadeplichtig ontslag.

R. zelf geeft aan niet langer dan een maand bij Q. in dienst te zijn geweest. In deze periode heeft hij zich niet beschikbaar gesteld voor zijn werkzaamheden.

4. R. vindt dat er een arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen. Hij heeft op 12 januari 2010, de dag dat Q. hem de e-mail met het voorstel stuurde, meteen telefonisch contact opgenomen en ingestemd met de aangeboden arbeidsovereenkomst. Ook Q. is uitgegaan van een arbeidsovereenkomst omdat hij de groothandel Hanos gegevens heeft verstrekt zodat R. daar een pasje kon krijgen. Met dat pasje heeft R. bij Hanos vervolgens werkkleding aangeschaft. Het is voor R., zonder medewerking van Q., niet mogelijk om een pasje van Hanos te krijgen.

Omdat er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen is er geen sprake van een proeftijd. Wanneer er een geldig proeftijdbeding is, kan Q. zich daarop niet beroepen. Hij gebruikt de proeftijd immers niet waarvoor deze bedoeld is, het beoordelen van de kwaliteiten van R.

De beoordeling van het geschil

5. De kantonrechter is van oordeel dat partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Q. heeft, na een gevoerd sollicitatiegesprek met R., een voorstel gedaan. Q. heeft niet weersproken dat R. op de dag van dat voorstel telefonisch contact met hem heeft opgenomen en het voorstel heeft geaccepteerd. Uit de vaststaande feiten maakt de kantonrechter op dat partijen ook uitvoering hebben gegeven aan de arbeidsovereenkomst. Q. reageert bij zijn laatste conclusie niet meer op wat R. heeft gesteld over de Hanos-pas. Ook uit de e-mail van 21 februari 2010 van Q. blijkt die dan al begonnen uitvoering van de arbeidsovereenkomst.

6. De kantonrechter is van oordeel dat geen proeftijd is overeengekomen als bedoeld in artikel 7:652 BW. Aan het vereiste van schriftelijkheid als bedoeld in lid 2 van dat artikel is niet voldaan. Er bestaat immers geen schriftelijk stuk afkomstig van R. waarin deze zich akkoord heeft verklaard met een proeftijd. In deze zaak heeft Q. geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden afgezien van het vereiste dat een proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen. Het aanbod per e-mail van Q. van 10 januari 2010 is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om tot de conclusie te kunnen komen dat de proeftijd rechtsgeldig is overeengekomen. Het voorstel bevat immers meer dan 30 punten, waaronder een onderdeel dat gaat over de proeftijd. Het onderdeel dat gaat over de proeftijd is naar het oordeel van de kantonrechter bovendien niet ondubbelzinnig geformuleerd. Definitieve afspraken over die vele voorgestelde onderdelen, waaronder een proeftijd, zouden partijen in deze zaak, wanneer deze "normaal" zou zijn verlopen, in een schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben kunnen neerleggen. Zover is het niet gekomen.

7. Uitgaande van een arbeidsovereenkomst zonder proeftijdbeding, komt de kantonrechter tot zijn oordeel dat die arbeidsovereenkomst onregelmatig is opgezegd. Dit betekent dat Q. schadeplichtig is. De door R. gevorderde schade, een maandsalaris, is toewijsbaar. Er zijn voldoende buitengerechtelijke werkzaamheden verricht. Daarom zijn ook de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar. Omdat Q. de procedure verliest moet hij de proceskosten gevallen aan de kant van R. betalen.

8. Bovenstaande betekent dat het verstekvonnis in stand zal blijven.

BESLISSING

De kantonrechter:

bevestigt het verstekvonnis van 1 december 2010 (478088 CV EXPL 10-18709);

veroordeelt Q. in de kosten van deze procedure gevallen aan de kant van R., begroot op € 150,00 voor salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 7 april 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: RTjT


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature