Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

"werkstraf voor verkeersovertreding met dodelijke afloop"

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/670517-06

datum uitspraak: 3 mei 2007

op tegenspraak

raadsman: mr. M.G.F.A. Janssen

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[woonplaats]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

19 april 2007.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd: dat

hij op of omstreeks 4 juni 2006, in de gemeente Pekela, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende

over de weg, de Provincialeweg N972, komende uit de richting van Winschoten,

nabij de kruising met de Zuiderveensterweg en/of het Flessingsterrein en/of de

Provincialeweg N972, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

zonder te stoppen linksaf is geslagen, althans linksaf is geslagen, richting

het Flessingsterrein, en/of een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder

van een motorfiets niet voor te laten gaan, waarna (vervolgens) een botsing

en/of aanrijding is ontstaan tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig

en die bestuurder van die motorfiets, waardoor een ander, te weten die

bestuurder van die motorfiets [ ] werd

gedood;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 4 juni 2006, in de gemeente Pekela, als bestuurder van een

voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N972,

komende uit de richting van Winschoten, nabij de kruising met de

Zuiderveensterweg en/of het Flessingsterrein en/of de Provincialeweg N972,

zonder te stoppen linksaf is geslagen, althans linksaf is geslagen, richting

het Flessingsterrein, en/of een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder

van een motorfiets niet voor heeft laten gaan, waarna (vervolgens) een botsing

en/of aanrijding is ontstaan tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig

en die bestuurder van die motorfiets,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot - een geldboete van € 750, - subsidiair 15 dagen hechtenis;

- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Op grond van de onderhavige stukken en de verklaring van verdachte ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte, rijdend in zijn auto op de Provincialeweg N972, komende uit de richting van Winschoten, naar links is afgeslagen en de hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorfiets niet voor heeft laten gaan, waardoor die motorrijder tegen de auto van verdachte is aangebotst. De motorrijder raakte daardoor zodanig gewond dat hij ter plaatse overleed.

Op grond van de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] acht de rechtbank ook bewezen, dat verdachte niet heeft stilgestaan, alvorens hij is afgeslagen. Hierdoor is gevaar op de weg veroorzaakt.

Verder luidt de conclusie van de opstellers van het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse van de politie, divisie R.E.T., Cluster Verkeer en Milieu, d.d. 6 september 2006 (verder te noemem: VOA), dat de oorzaak van het ongeval moet worden gezocht in een rij- c.q. beoordelingsfout van verdachte.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 4 juni 2006, in de gemeente Pekela, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N972, komende uit de richting van Winschoten, nabij de kruising met de Zuiderveensterweg en het Flessingsterrein en de Provincialeweg N972, zonder te stoppen linksaf is geslagen richting het Flessingsterrein, en een hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurder van een motorfiets niet voor heeft laten gaan, waarna (vervolgens) een botsing is ontstaan tussen het door verdachte bestuurde motorrijtuig en die bestuurder van die motorfiets, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Kwalificatie

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair, Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Strafbaarheid van verdachte

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte, kort gezegd, aangevoerd dat de motorrijder zich, als gevolg van eigen rijgedrag, in een voor verdachte onzichtbare positie had gemanoeuvreerd.

Immers, het slachtoffer zou met zeer hoge snelheid vanuit een rotonde de Provincialeweg N972 in de richting van verdachte zijn gereden, waarbij hij vanuit het gezichtspunt van verdachte extreem rechts moet hebben gereden. De raadsman heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaring van [getuige 4], die als bestuurder van een Minicooper, de motorrijder vanaf de rotonde met een bloedgang zou hebben zien naderen en rakelings langs hem heen zou hebben zien rijden, waardoor zijn auto -door de rijwind van de motor- begon te schudden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de bedoelde Minicooper zo'n 30 à 40 meter voor hem reed en dat hij vrij zicht had op (de weg naar) de rotonde en dat hij alvorens hij afsloeg naar links had geconstateerd dat de weg voor hem vrij was.

De rechtbank vat dit verweer in het licht van het subsidiair bewezenverklaarde op als een beroep op de afwezigheid van alle schuld.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

Ook al zou de raadsman moeten worden gevolgd in zijn stelling dat het slachtoffer met zeer hoge snelheid de plaats van de aanrijding is genaderd, dan nog betekent dit niet dat bij verdachte alle schuld ontbreekt.

Uit onder meer een luchtfoto, behorende bij het proces-verbaal van de VOA, blijkt dat de Provincialeweg N972, vanaf het punt waarop verdachte naar links is afgeslagen en vanuit zijn positie bezien, alvorens deze naar links afbuigt bij de rotonde, eerst nog een zeer flauwe bocht naar rechts maakt.

Dit betekent dat verdachte, doordat op een afstand van 30 à 40 meter een auto vóór hem reed, de linker weghelft, komende vanaf de rotonde, niet geheel heeft kunnen overzien. Verdachte heeft terwijl hij onvoldoende zicht op de verkeerssituatie had ervoor gekozen om zonder zijn auto tot stilstand te brengen de kruising op te rijden. Hij heeft daarmee een risico genomen dat hij niet had hoeven, en naar het oordeel van de rechtbank, ook niet had mogen nemen.

Onder deze omstandigheden had verdachte moeten stoppen alvorens naar links af te slaan, om zich ervan te vergewissen dat er geen hem tegemoetkomend verkeer aankwam.

De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Motivering straf

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de door de Reclassering Nederland opgemaakte rapportage d.d. 10 april 2007, het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 13 april 2007, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Taakstraf

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf moet worden opgelegd, bestaande uit een werkstraf.

De rechtbank neemt bij het bepalen van de omvang hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft rijdende op de openbare weg onvoorzichtig dan wel onoplettend gereden, waardoor hij bij het links afslaan de hem tegemoetkomende motorrijder niet heeft opgemerkt en er een botsing heeft plaatsgevonden tengevolge waarvan het slachtoffer is overleden.

Zoals uit de door de echtgenote van het slachtoffer ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring is gebleken, heeft het ongeval voor de nabestaanden van het slachtoffer zeer grote gevolgen met zich gebracht.

Gelet op de aard en ernst van het feit acht de rechtbank -anders de officier van justitie- een werkstraf passend.

De rechtbank heeft meegewogen dat verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijke overtreding.

Anderzijds heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte ter terechtzitting heeft laten blijken dat het ongeval diepe indruk op hem heeft gemaakt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

- verklaart het subsidiair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 40 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. R.P. van Eerde, voorzitter, P.H.M. Smeets en A.L.M. Keirse, in tegenwoordigheid van W. Brandsma, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 mei 2007.

Mr. Keirse was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature