Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

wraking bestuursrecht uitstel zitting

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK DORDRECHT

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 94970 / HA RK 11-2053

Beslissing van 21 oktober 2011

op het verzoek tot wraking ex artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaak met kenmerk AWB 11/158 WOZ D RC A van

[VERZOEKSTER],

wonende te Boskoop,

verzoekster,

niet verschenen,

Het verzoek strekt tot wraking van

[GEWRAAKTE RECHTER]

rechter in de sector bestuursrecht van deze rechtbank.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift,

- het verweerschrift,

- het faxbericht van verzoekster van 14 oktober 2011.

2. Het procesverloop

2.1. Bij faxbericht van 5 oktober 2011 heeft verzoekster een verzoek gedaan tot wraking van [gewraakte rechter] (hierna te noemen: de gewraakte rechter).

Daarop is de behandeling van de zaak aangehouden om het verzoek tot wraking door een meervoudige kamer van de rechtbank (hierna: de wrakingskamer) te laten behandelen.

2.2. Het verzoek om wraking is door de wrakingskamer behandeld ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2011. Verzoekster, de gewraakte rechter en de wederpartij in de onderliggende procedure zijn, met bericht, niet verschenen.

2.3. Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de wrakingskamer medegedeeld dat de uitspraak zal plaatsvinden ter zitting van 21 oktober 2011 om 10.00 uur.

3. Het verzoek

3.1. Verzoekster heeft aan het verzoek tot wraking ten grondslag gelegd: in de onderliggende procedure heeft verzoekster bij brief van 4 juni 2011 medegedeeld dat zij en haar echtgenoot veelvuldig in het buitenland verblijven. Verzoekster heeft daarom verzocht om een zitting in overleg met haar te plannen. Op deze brief heeft verzoekster geen antwoord gehad. In plaats daarvan is een zitting gepland zonder overleg met verzoekster, op een datum waarop zij was verhinderd. Verzoekster heeft daarop verzocht om die zitting te verschuiven naar een datum die haar wel schikte, maar de gewraakte rechter heeft dit verzoek ten onrechte afgewezen. Verzoekster heeft begrepen dat de gewraakte rechter pas kennis heeft genomen van haar brief van 4 juni 2011, nadat de zittingsdatum al was vastgesteld. Verzoekster wijst er op dat het gerechtshof ‘s-Gravenhage wel de werkwijze hanteert om de zittingsdatum in overleg met partijen vast te stellen.

4. Het standpunt van de rechter wiens wraking is verzocht

4.1. De gewraakte rechter heeft niet in de wraking berust. Volgens de gewraakte rechter is het wrakingsverzoek te laat ingediend en inhoudelijk onterecht.

5. De beoordeling

5.1. Ingevolge artikel 8:15 Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van het bepaalde in artikel 8:16, eerste lid, Awb dient het verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Ingevolge het derde lid van dat artikel moeten alle feiten en omstandigheden tegelijk worden voorgedragen.

5.2. Verzoekster heeft op 3 oktober 2011 vernomen dat haar verzoek om verdaging van de zitting is afgewezen. Bij faxbericht van 5 oktober 2011 heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek aldus tijdig is ingediend.

5.3. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter is uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een van partijen een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van de betrokken partij dat zulks het geval is, is daarbij niet beslissend; de vrees voor partijdigheid van de rechter moet tevens objectief gerechtvaardigd zijn.

5.4. De beslissing om een zitting al dan niet te verdagen is een procesbeslissing. Het nemen van een procesbeslissing ten nadele van één der partijen getuigt op zich niet van (een schijn van) vooringenomenheid. Zodanige (schijn van) vooringenomenheid is in dit geval ook niet aannemelijk geworden. De gewraakte rechter heeft zijn beslissing om de zitting niet te verdagen gebaseerd op het daarvoor in de Procesregeling bestuursrecht opgenomen geldende beleid. Dit beleid houdt in dat een verzoek om verdaging wordt gehonoreerd als dat verzoek tijdig is gedaan, dat wil zeggen binnen een week na mededeling van de zittingsdatum. Vast staat dat het verzoek om verdaging niet binnen een week is gedaan. De beslissing van de gewraakte rechter is dus geheel conform het geldende beleid genomen. Overigens, als de beslissing om niet te verdagen op onjuiste gronden zou zijn genomen, dan impliceert dat nog steeds niet zondermeer een (schijn van) vooringenomenheid.

Als andere gerechtelijke instanties een ander beleid voeren ten aanzien van het plannen van een zitting, dan betekent dat niet dat dit andere beleid voor iedere gerechtelijke instantie heeft te gelden.

Voor zover verzoekster zich onheus bejegend voelt is het niet aan de wrakingskamer om daarover te oordelen. Dit zal aan de orde moeten komen in de klachtprocedure die verzoekster reeds bij brief van 14 september 2011 heeft gestart. Het gaat in ieder geval niet om een bejegeningklacht die is terug te voeren op enige vooringenomenheid van de gewraakte rechter. De gewraakte rechter kent verzoekster niet en heeft pas kennis genomen van de zaak nadat de zitting al was gepland.

5.5. Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek tot wraking ongegrond is en afgewezen dient te worden.

6. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking van [gewraakte rechter] af.

Deze beslissing is genomen door mr. R.R. Roukema, mr. E.D. Rentema en mr. M.G.L. de Vette en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2011.

?


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature