Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Bedrijfsongeval.

Uitspraak



RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 141677 CV EXPL 04-3596

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 9 juni 2005 in de zaak van:

[X], wonende te […], eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident;

gemachtigde: mr. M.C. Spil, te Zoetermeer;

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN HATTEM INFRATECH UITZENDBUREAU B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Sliedrecht, gedaagde in hoofdzaak, eiser in het incident,

gemachtigde mr. Kruitwagen te Arnhem;

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MERCON STEEL

STRUCTURES B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Gorinchem,

gedaagden in de hoofdzaak,

rolgemachtigde Maas-Delta Deurwaarders te Dordrecht,

gemachtigde: mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem.

Partijen worden aangeduid als [X], Van Hattem en Mercon.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. het tussenvonnis van 10 februari 2005 en de daarin genoemde stukken;

2. een conclusie na tussenvonnis van Van Hattem en Mercon;

3. een conclusie na tussenvonnis van [X]

4. de door partijen overgelegde producties.

Verdere Beoordeling van het geschil

1. Gelet op hetgeen is beslist in de tussenvonnissen is komen vast te staan dat [X] op 30 september 2002 als werknemer van Van Hattem tijdens de uitvoering van las- of slijpwerkzaamheden bij Mercon, die [X] had ingeleend van Van Hattem, van een op een schuin vlak (dat zich op een hoogte van ongeveer drie meter bevond) geplaatst trapje is gevallen tengevolge waarvan [X] een pols heeft gebroken. Voldoende aannemelijk is dat [X] daardoor schade heeft geleden. Voor deze schade zijn Van Hattem (als werkgever) en Mercon (als inlener) in beginsel aansprakelijk.

Voor zover Van Hattem en Mercon in de conclusie na tussenvonnis (onder 20) bedoelen te betwisten dat [X] op een trapje is gaan staan, wordt hieraan voorbij gegaan, aangezien zij dit feit eerder (conclusie van antwoord sub 60) hebben erkend, zodat zij daarop niet ongemotiveerd kunnen terugkomen (vgl. art. 154 Rv).

2. Van Hattem en Mercon zijn alleen dan niet aansprakelijk voor de hiervoor bedoelde schade, indien zij stellen en bij voldoende betwisting bewijzen dat zij hebben voldaan aan de in art. 7:658 lid 1BW genoemde verplichtingen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [X].

3. Mercon en Van Hattem voeren aan dat Mercon heeft voldaan aan haar verplichting genoemd in art. 7:658 lid 1 BW. In dit verband stellen zij het volgende.

- Mercon hield regelmatig toolboxmeetings;

- Halbaas [...] hield dagelijks toezicht op het gebruik van veiligheidsmiddelen (helm, bril, oordoppen, schoenen);

- Het gecertificeerde en regelmatig gekeurde klimmateriaal werd regelmatig gebruikt voor laswerk;

- [X] heeft in mei 2002 uitleg gekregen van de werkzaamheden en hem is het veiligheidsreglement van Mercon overhandigd;

- [X] was een ervaren lasser die in het bezit was van een veiligheidscertificaat (petro)chemie;

- [X] was in staat zelfstandig te werken;

- De ochtend van het voorval heeft [X] aan [...] een steiger gevraagd, die meteen is gerealiseerd;

- Het was onvoorzienbaar dat [X] een trapje zonder doppen op een gladde en schuin aflopende ondergrond zou plaatsen; het gevaar was voor Mercon niet kenbaar;

- Er behoeven geen instructies te worden gegeven dat geen trapje zonder doppen op een gladde, schuin aflopende ondergrond mag worden geplaatst.

4. Anders dan Van Hattem en Mercon aanvoeren levert het werken met een trap in het algemeen een verhoogd gevaar op, hetgeen ook de wetgever heeft onderkend. Vergelijk bijvoorbeeld de voorschriften inzake de inhoud van de gebruiksaanwijzing en de handleiding voor draagbaar klimmaterieel, als bijlage bij Besluit Klimmaterieel (bij Warenwet), waarin te vinden is dat een trap niet op een helling of een gladde ondergrond mag worden geplaatst (art. B.4 van genoemd besluit).

5. Artikel 7.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit schrijft voor dat een arbeidsmiddel zodanig is geplaatst of ingericht dat het gevaar van verschuiven, omvallen, kantelen (…) zo veel mogelijk wordt voorkomen. De arbeidsinspectie heeft vastgesteld dat aan dit vereiste niet is voldaan en zij heeft Mercon hiervoor een boete opgelegd.

6. Anders dan Van Hattem en Mercon aanvoeren, mocht worden verwacht dat Mercon in het algemeen instructies zou geven over het veilig gebruik van de door haar ter beschikking gestelde trapjes. Dat dergelijke instructies gegeven zijn, stellen Mercon en Van Hattem niet. Mercon en Van Hattem gaan bovendien in deze procedure uit van de onjuiste veronderstelling dat een trapje met rubberen doppen wel op een schuine ondergrond mag worden geplaatst.

7. Gelet op het specifieke werk dat [X] uitvoerde, te weten laswerk in een broekstuk dat op soms aanzienlijke hoogte moest worden uitgevoerd, had van Mercon verwacht mogen worden dat zij zich op de hoogte stelde van de werkzaamheden die gedaan moesten worden voor zij (al dan niet op verzoek van [X]) een steiger liet plaatsen, zodat de hoogte van de steiger op het werk afgestemd had kunnen worden. Van Hattem en Mercon stellen niet dat Mercon zich hierover geïnformeerd heeft. Gelet op het bijzondere gevaar dat werken op hoogte met zich meebrengt, kon Mercon het nemen van veiligheidsmaatregelen niet uitsluitend aan [X] overlaten. Ook een ervaren medewerker kan immers minder voorzichtig handelen en gelet op vorenstaande was het nemen van maatregelen om risico’s te verminderen niet onmogelijk of bezwaarlijk voor Mercon.

8. Nu Mercon en Van Hattem niet hebben gesteld dat met [X] is gesproken over de door hem uit te voeren werkzaamheden voor de steiger werd geplaatst, hebben zij onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat zij hebben voldaan aan de in artikel 7:658 lid 1 BW genoemde verplichting, zodat zij aansprakelijk zijn voor de door [X] gelden schade. Niet is gesteld of gebleken dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [X].

9. Gelet op vorenstaande is, anders dan Van Hattem en Mercon aanvoeren, geen sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, die niet tot aansprakelijkheid kan leiden.

10. De door [X] gevorderde verklaring voor recht is toewijsbaar als na te melden, evenals de verwijzing naar de schadestaatprocedure. De wettelijke rente behoort in de schadestaatprocedure te worden beoordeeld, aangezien niet duidelijk is vanaf welk moment [X] daadwerkelijk schade lijdt.

11. Van Hattem en Mercon worden als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat Van Hattem en Mercon hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle door [X] geleden schade als gevolg van het ongeval dat [X] is overkomen op 30 september 2002;

veroordeelt Van Hattem en Mercon hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding voor alle door [X] geleden en te lijden schade als gevolg van het ongeval dat [X] op 30 september 2002 is overkomen, welke schade nader moet worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet;

veroordeelt Van Hattem en Mercon in de proceskosten, in dit geding aan de zijde van [X] gevallen, welke kosten tot op deze uitspraak zijn bepaald op:

Aan explootkosten € 83,78

Aan griffierecht € 190,00

Aan salaris gemachtigde € 720,00

Totale kosten € 993,78 ;

verklaart de kostenveroordeling en de veroordeling schade op te maken bij staat in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2005, in aanwezigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature