Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Afpersing.

Diefstal met geweld/afpersing.

Uitspraak



Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/809273-14

Datum uitspraak: 18 december 2015

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

[adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 4 december 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. van den Heuvel en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. F. van Dijk, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in omstreeks de periode van 10 december 2014 tot en met 15 december 2014 te Delft, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heen gedwongen tot de afgifte van een of meer sieraden (zegelring en/of twee kettingen en/of een armband) en/of een riem en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een jas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- meermalen, althans eenmaal appen, naar die [slachtoffer 1] met onder andere de volgende teksten:

“Kom morgen om 8.15uur naar de Diepenbrockstraat halte en anders komen we naar jou” en/of “wat ben je aan het doen met je vader. Kom nu naar buiten” en/of “negeer ons niet. Reageer nu” althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of

- meermalen bellen naar die [slachtoffer 1] en/of

- tegen die [slachtoffer 1] zeggen: “We willen geld van jou en als je niet geeft, krijg je heel veel problemen en gaan we je slaan of we breken in bij je thuis” en/of “Jij gaat niet eerder weg voordat jij 200 euro aan ons geeft” en/of “je moet je sieraden halen. Als je over 10 minuten niet terug bent, zullen we in je huis inbreken” en/of “Ik ga je vermoorden” en/of “Ik wil je geld, sla hem maar” en/of dat [slachtoffer 1] waardevolle spullen uit zijn huis moest pakken en aan hen moest geven om 18.00u die avond en/of dat hij 300 euro aan hen moest geven, althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of

- fouilleren van die [slachtoffer 1] en/of

- tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat hij zich moest uitkleden en/of zijn schoenen moest uit doen en/of vasthouden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] dwingen met zijn sokken door een plas te lopen en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan met een riem tegen de bovenbenen en/of rug van die [slachtoffer 1] en/of

- slaan in de nek van die [slachtoffer 1] ;

en/of

hij op een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 10 december 2014 tot en met 15 december 2014 te Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer sieraden (zegelring en/of twee kettingen en/of een armband) en/of een jas en/of een riem en/of een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om hij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- meermalen, althans eenmaal appen, naar die [slachtoffer 1] met onder andere de volgende teksten: “Kom morgen om 8.15uur naar de Diepenbrockstraat halte en anders komen we naar jou” en/of “wat ben je aan het doen met je vader. Kom nu naar buiten” en/of “negeer ons niet. Reageer nu” althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of

- meermalen bellen naar die [slachtoffer 1] en/of

- tegen die [slachtoffer 1] zeggen: “We willen geld van jou en als je niet geeft, krijg je heel veel problemen en gaan we je slaan of we breken in bij je thuis” en/of “Jij gaat niet eerder weg voordat jij 200 euro aan ons geeft” en/of “je moet je sieraden halen. Als je over 10 minuten niet terug bent, zullen we in je huis inbreken” en/of “Ik ga je vermoorden” en/of “Ik wil je geld, sla hem maar” en/of dat [slachtoffer 1] waardevolle spullen uit zijn huis moest pakken en aan hen moest geven om l8.00u die avond en/of dat hij 300 euro aan hen moest geven, althans woorden van soortgelijke aard of strekking en/of

- fouilleren van die [slachtoffer 1] en/of

- tegen die [slachtoffer 1] zeggen dat hij zich moest uitkleden en/of zijn schoenen moest uit doen en/of vasthouden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] dwingen met zijn sokken door een plas te lopen en/of

- meermalen, althans eenmaal, slaan met een riem tegen de bovenbenen en/of rug van die [slachtoffer 1] en/of

- slaan in de nek van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 19 december 2014 te Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- 100 euro en/of

- een bromscooter (met toebehoren) en/of

- 150 euro,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) welke diefstal vooraf werd gegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- samen met zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] benaderen en vragen “wie is gemakkelijk af te persen” en/of

- ( daarbij) in de telefoon van die [slachtoffer 2] kijken en/of

- ( daarbij) vragen “wie heeft rijke ouders” en/of

- ( vervolgens) in de jas- en/of broekzak van die [slachtoffer 2] voelen en daar de sleutels uithalen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] gebieden om op zijn scooter naar de Rabobank te rijden, waarbij (mede)verdachte [medeverdachte] achterop de scooter ging zitten en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] gebieden om hem “dat geld” (100 euro) en (vervolgens) (nog) 150 euro te geven;

artikel 312 lid 2 sub 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 19 december te Delft, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

- 100 euro en/of

- een bromscooter met toebehoren en/of

- 150 euro,

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- samen met zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] benaderen en vragen “wie is gemakkelijk af te persen” en/of

- ( daarbij) in de telefoon van die [slachtoffer 2] kijken en/of

- ( daarbij) vragen “wie heeft rijke ouders” en/of

- ( vervolgens) in de jas

- en/of broekzak van die [slachtoffer 2] voelen en daar de sleutels uithalen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] gebieden om op zijn scooter naar de Rabobank te rijden, waarbij (mede)verdachte [medeverdachte] achterop de scooter ging zitten en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 2] gebieden om hem “dat geld” (100 euro) en (vervolgens) (nog) 150 euro te geven;

3 Overwegingen

3.1

Inleiding

De rechtbank dient – kort samengevat – te beoordelen of de verdachte zich in of omstreeks de periode van 10 december 2014 tot en met 15 december 2014 in Delft samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan afpersing van [slachtoffer 1] en/of hij samen met een ander met (bedreiging van) geweld sieraden, kleding(accessoires) en/of (een portemonnee met) geld van hem heeft gestolen (onder feit 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegd).

Ook is aan de orde de vraag of de verdachte op of omstreeks 19 december 2014 in Delft samen met een ander [slachtoffer 2] heeft afgeperst en/of hem met (bedreiging van) geweld heeft beroofd van geld en/of een scooter (onder feit 2, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegd).

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte het onder feit 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde heeft begaan. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaring van aangever [slachtoffer 1] wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] , het aantreffen van een ketting en een zegelring bij de medeverdachte [medeverdachte] en vervolgens de herkenning daarvan door aangever, de camerabeelden van de school, de verklaring van de getuige [getuige 5] , de verklaring van de vader van [slachtoffer 1] en de verklaring van aangever [slachtoffer 2] . De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zich in het dossier voldoende bewijs bevindt om tot een veroordeling te komen van de verdachte voor het onder feit 2, tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde. Zij heeft ten aanzien van het onder feit 2, eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde, vrijspraak bepleit.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het onder feit 2, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde bepleit wegens gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft daarbij uitvoerig stilgestaan bij de waardering van het bewijs en gewezen op verschillende onjuistheden en inconsistenties in de verklaring van aangever [slachtoffer 2] . De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de aangifte, gelet op voornoemde inconsistenties en onjuistheden, kennelijk leugenachtig is en derhalve niet als bewijs kan dienen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat de aangifte wel voor het bewijs kan worden gebezigd, dan heeft de raadsman bepleit dat er onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring te komen.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder feit 1, eerste en tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde eveneens vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft hiertoe gesteld dat de inhoud van de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] ongeloofwaardig is en dat die inhoud onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging.

Overwegingen vooraf

Ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten hebben de verdachte en zijn [medeverdachte] zich bij de politie op hun zwijgrecht beroepen. De verdachte heeft ter zitting over de verdenking van het onder 2 ten laste gelegde een verklaring afgelegd, in die zin dat hij heeft verklaard dat hij de scooter van aangever [slachtoffer 2] had geleend en dat hij van plan was deze terug te brengen. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de verdachte ter zitting iedere betrokkenheid ontkend. Uit het dossier blijkt verder niet van enige (oog)getuige(n).

Het voorgaande betekent dat de rechtbank bij de beoordeling van de vraag of de verdachte samen met een ander ( [medeverdachte] ) genoemde aangevers ( [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) heeft afgeperst en/of (onder bedreiging) met geweld spullen c.q. geld van hen heeft gestolen, slechts de beschikking heeft over de verklaringen van aangevers en mogelijk ander (steun)bewijs.

Overwegingen ten aanzien van feit 2

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van aangever [slachtoffer 2] op belangrijke punten inconsistent is en op essentiële onderdelen tegenstrijdigheden bevat.

Zo wordt naar het oordeel van de rechtbank uit de verklaring van [slachtoffer 2] onvoldoende duidelijk dat zijn scooter zonder zijn toestemming door de verdachte is weggenomen. [slachtoffer 2] heeft in dit kader verklaard dat de sleutels van de scooter door [medeverdachte] uit zijn zak zijn weggenomen. Hier staat echter de verklaring van [getuige 6] tegenover, die heeft verklaard dat [slachtoffer 2] de sleutels zelf van zijn sleutelbos heeft gehaald en dat hij die sleutels aan de verdachte heeft overhandigd. Daarbij komt dat [slachtoffer 2] zelf heeft verklaard dat hij de sleutels vervolgens weer terug heeft gekregen van [medeverdachte] en dat hij samen met de verdachte en [medeverdachte] zijn scooter is gaan halen. Ook heeft [slachtoffer 2] verklaard dat de verdachte heeft gezegd dat hij de scooter op een later moment terug zou brengen en dat hij later op de avond een bericht van de verdachte heeft ontvangen, waarin de verdachte nogmaals heeft laten weten de scooter op een later moment – te weten de dag erna – terug te zullen brengen. Dit vindt steun in de verklaring van de verdachte die heeft verklaard dat hij de scooter had geleend en zou terugbrengen.

Voorts heeft [slachtoffer 2] over het afgeven van het geld verklaard dat [medeverdachte] het passenboekje van hem had afgepakt, hierin € 100,- aantrof en [slachtoffer 2] vervolgens sommeerde het geld aan hem te geven. De rechtbank acht het onaannemelijk dat [medeverdachte] [slachtoffer 2] zou sommeren geld aan hem te overhandigen, terwijl [medeverdachte] het geld op dat moment – volgens de verklaring van [slachtoffer 2] – zelf in handen zou hebben gehad.

Uit de verklaring van [slachtoffer 2] kan dus niet zonder meer worden opgemaakt dat de verdachte en/of zijn medeverdachte zich wederrechtelijk de scooter heeft toegeëigend en evenmin dat hem door de verdachten geld afhandig is gemaakt. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat een opmerkelijk deel van de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij op 17 december 250 euro had uitgeleend aan de eigenaar van de supermarkt en dat deze supermarkteigenaar [slachtoffer 2] op 19 december 150 euro zou hebben (terug)gegeven, niet door de politie is nagetrokken. Ook overigens treft de rechtbank in het dossier onvoldoende bewijsmiddelen aan voor de aan de verdachte en medeverdachte verweten diefstal en/of afpersing.

Het voorgaande leidt er toe dat de rechtbank de verdachte wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs van het onder 2 ten laste gelegde zal vrijspreken.

Overwegingen ten aanzien van feit 1

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaringen van getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] leidt de rechtbank af dat [slachtoffer 1] in de periode van 10 december 2014 tot en met 15 december 2014 dermate onder druk is gezet door één of meerdere personen om geld af te geven, dat hij zich gedwongen voelde om meerdere mensen te benaderen en te trachten geld van hen te lenen. Tevens volgt uit de aangifte van [slachtoffer 1] dat hij in voornoemde periode is gedwongen om onder meer zijn ID-kaart en enkele sieraden af te geven. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte bij deze gebeurtenissen betrokken is geweest en zo ja, wat zijn rol hierbij is geweest.

Anders dan het standpunt van de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende (steun)bewijs bevat om tot het oordeel te komen dat de verdachte samen met een ander ( [medeverdachte] ) [slachtoffer 1] heeft afgeperst dan wel met (bedreiging van) geweld sieraden, kleding(accessoires) en/of (een portemonnee met) geld van [slachtoffer 1] heeft gestolen.

De rechtbank overweegt daartoe dat steunbewijs gevonden zou kunnen worden in het feit dat [slachtoffer 1] de bij de [medeverdachte] aangetroffen sieraden (ketting en zegelring) als de zijne heeft herkend. De rechtbank constateert echter dat de sieraden niet uniek zijn en dat de uiterlijke kenmerken van de aangetroffen zegelring niet volledig overeenkomen met de door [slachtoffer 1] gegeven omschrijving van de van hem gestolen ring (de initialen van [slachtoffer 1] ontbreken). Naar het oordeel van de rechtbank kan derhalve niet met zekerheid worden vastgesteld dat de bij [medeverdachte] aangetroffen sieraden daadwerkelijk de weggenomen sieraden van [slachtoffer 1] betreffen.

Voorts geldt dat de camerabeelden van de school evenmin als (steun)bewijs kunnen dienen voor betrokkenheid van de verdachte (en zijn [medeverdachte] ). Uit de beelden blijkt dat [betrokkene] met twee personen bij het hek staat, maar deze personen zijn niet herkenbaar in beeld, zodat niet met zekerheid is vast te stellen dat het de verdachte en/of [medeverdachte] betreffen. Deze [betrokkene] is bovendien niet gehoord, en heeft derhalve geen duidelijkheid over de identiteit van de betreffende personen kunnen bieden. Daar komt nog bij dat de beelden dateren van 10 december 2014, waardoor de beelden in chronologisch opzicht niet aansluiten bij de verklaring van [slachtoffer 1] . Uit de verklaring van [slachtoffer 1] leidt de rechtbank immers af dat hij pas op een later moment door [betrokkene] is benaderd dat de verdachten naar hem op zoek waren.

De rechtbank overweegt voorts dat uit de verklaring van de [getuige 5] slechts blijkt dat hij de ID-kaart van [slachtoffer 1] in zijn restaurant heeft gevonden. [getuige 6] heeft echter niet verklaard over de betrokkenheid van de verdachte ofwel [medeverdachte] bij de vondst van deze ID-kaart.

Uit de enkele omstandigheid dat de verdachte bij [slachtoffer 1] aan de deur is geweest, kan niet de conclusie worden getrokken dat de verdachte betrokken is geweest bij de afpersing van [slachtoffer 1] .

Tot slot geldt dat uit de verklaring van [slachtoffer 2] dat de verdachte een ID-kaart van [slachtoffer 1] aan hem heeft getoond, weliswaar betrokkenheid van de verdachte bij de afpersing van [slachtoffer 1] zou kunnen worden afgeleid, maar dat - zoals hiervoor reeds onder feit 2 is overwogen - de rechtbank deze verklaring van [slachtoffer 2] op essentiële punten inconsistent en tegenstrijdig acht, en gelet hierop onvoldoende betrouwbaar om op dit punt als bewijsmiddel te gelden.

Het voorgaande betekent dat hoewel de rechtbank in de aangifte van [slachtoffer 1] een sterke aanwijzing vindt voor de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 1 ten laste gelegde, het dossier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende (steun)bewijs bevat om tot een veroordeling van de verdachte voor dat feit te komen. De rechtbank zal de verdachte wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs daarom van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken.

4 De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] heeft zich ten aanzien van feit 1 als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, groot € 1.130,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 430,-, bestaande uit de posten sieraden, geheugenkaart, simkaart en beltegoed en uit immateriële schade voor een bedrag groot

€ 700,-.

4.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 880,-, bestaande uit € 180,- ter zake van materiële schade (sieraden) en uit € 700,- voor geleden immateriële schade. De officier van justitie heeft voorts geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering, nu deze schade geen rechtstreeks gevolg is van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 880,-, subsidiair 17 dagen jeugddetentie, ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [slachtoffer 1].

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden afgewezen, gelet op de door hem bepleite vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

5 De inbeslaggenomen goederen

5.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 2 tot en met 6 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 2 tot en met 6 genummerde voorwerpen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard het op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 1 genummerde voorwerp reeds te hebben teruggekregen, hetgeen betekent dat de rechtbank hier geen beslissing meer over hoeft te nemen. Ten aanzien van de op de beslaglijst onder 2 tot en met 6 genummerde voorwerpen zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten, nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet.

6 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

ten aanzien van feit 1:

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden zijn begroot op nihil;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 2 tot en met 6 genummerde voorwerpen, te weten:

2. 1.00 STK Telefoontoestel; KL: zwart SAMSUNG;

3. 1.00 STK Telefoontoestel; KL: zwart SAMSUNG GT-S3350;

4. 1.00 STK Telefoontoestel; KL: grijs NOKIA;

5. 1.00 STK Telefoontoestel; KL: chroom ALCATEL OT 800;

6. 1.00 STK Telefoontoestel; KL: wit SAMSUNG;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J.J.M Weijnen, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.C. Bruining, kinderrechter,

en mr. J.A.H.M. Janssen, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. C. van Oorschot, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 december 2015.

Mr. Janssen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature